Thema’s aangaande Levenseinde (berichten)

Als er een optie voor euthanasie bijkomt, vergroot dat niet de keuzevrijheid, meent Jan Vorstenbosch. Dan wordt dóórleven niet meer de regel, maar een keus waar je je voor moet verantwoorden

TROUW, LETTER & GEEST, 16 Juni 2018, ESSAY Auteur: Jan Vorstenbosch (1952) is universitair docent Toegepaste Ethiek aan het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht.   Pia Dijkstra’s wetsvoorstel ‘Waardig Levenseinde’…

TROUW, LETTER & GEEST, 16 Juni 2018, ESSAY

Auteur: Jan Vorstenbosch (1952) is universitair docent Toegepaste Ethiek aan het Ethiek Instituut van de Universiteit Utrecht.

 

Pia Dijkstra’s wetsvoorstel ‘Waardig Levenseinde’ lijkt na de verhitte discussies tijdens de coalitievorming in de zomer van 2017 met het aantreden van het Kabinet in de koelkast gelegd. Van verder onderzoek of een uitgebreid publiek debat, zoals voorzien in het Kabinetsakkoord van 2017, is nog weinig te merken. Toch zal Dijkstra’s voorstel, eenmaal aangenomen, grote gevolgen hebben, vooral voor ouderen van boven de 75 die een verzoek kunnen doen voor hulp bij zelfdoding.

De Memorie van Toelichting op het Wetsvoorstel noemt deze mogelijkheid een wenselijke aanvulling op het reeds bestaande ‘pakket’ aan stervensvormen: euthanasie, palliatieve sedatie en versterving. Ouderen die ‘lijden aan het leven’ krijgen als ‘extra optie’ een legale route om met professionele hulp hun leven te beëindigen. De hoop is dat deze optie ook wordt geaccepteerd door burgers die er geen gebruik van zullen maken. Maar is de voorgestelde Wet inderdaad niet meer dan een ‘optie’ voor degenen die er gebruik van willen maken? Is het accepteren ervan alleen maar een kwestie van solidariteit tussen (oudere) burgers? Laat het de positie en vrijheid van burgers om met hun levensavond om te gaan onaangetast?

Laat ik vooropstellen dat ik hulp bij zelfdoding in bepaalde situaties moreel begrijpelijk, invoelbaar en gerechtvaardigd vind.

Het bekendste voorbeeld is Moek (99). Haar schoonzoon Albert Heringa hielp haar sterven, een actie die nog steeds onder de rechter is. Al blijft het de vraag of Moek niet zozeer dood wilde omdat haar leven ‘voltooid’ was (dat stadium was waarschijnlijk al gepasseerd), maar omdat zij leed aan een complex van factoren, dat volgens kenners ook ‘zwaar’ genoeg was om hulp binnen de huidige Euthanasiewet te rechtvaardigen.

Waar het mij om gaat is of het ‘een goed idee’ is om hulp bij zelfdoding bij niet-medisch gemotiveerde doodswensen via een wet te legaliseren. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt in ieder geval de vraag reëel voor veel ouderen of ze er gebruik van zullen maken en zo ja, wanneer. Het wordt daarmee een publieke kwestie. Wat is daar tegen? Iedereen krijgt toch een vrije keus, er komt alleen maar een optie bij voor mensen met een doodswens?

Maar ligt het wel zo eenvoudig? Voor het antwoord daarop zijn de argumenten interessant die de Amerikaanse filosoof J. David Velleman heeft aangevoerd tegen institutionele regelingen rond euthanasie en hulp bij zelfdoding. Hij bestrijdt het idee dat meer keuze voor alle individuen altijd meer vrijheid schept. Dat is vaak niet het geval.

Bij onderhandelingen tussen vakbond en werkgevers bijvoorbeeld is het vaak gemakkelijker onderhandelen als je als vakbond maar één strategische optie hebt. Door een optie toe te voegen, bijvoorbeeld omdat je leden dat willen, kunnen de werkgevers druk uitoefenen om voor dié optie te kiezen, en daardoor wordt de positie van de onderhandelaars zwakker.

Een voorbeeld uit de huiselijke sfeer: door ongezonde spullen zoals pinda’s en zoetigheid in huis te halen, krijg je allemaal een extra optie die je niet per se hoeft te gebruiken. Maar de beschikbaarheid maakt het wel gemakkelijker om druk uit te oefenen op huisgenoten die de verleiding moeilijk kunnen weerstaan. Door samen die optie te blokkeren en die spullen niet in te slaan, kunnen individuen zich vrijer voelen. Ze zijn dat ook omdat ze er zelf eerder voor hebben gekozen om de keuze te vermijden.

Deze maatschappelijke en huiselijke voorbeelden tonen de beperktheid van louter neo-liberaal economisch denken over vrijheid in termen van individuele opties, wensen en beschikbaarheid van keuzes voor individuen.

Ze raken volgens mij ook het veel zwaardere politieke en ethische debat over ‘levensbeëindiging op verzoek’. Juist vanwege de morele ernst en het onherroepelijke karakter van de keuzes waar het om gaat, moeten we als samenleving voorzichtig zijn met dit vocabulaire. Zo kan een optie om te worden geholpen zoals het Wetsvoorstel die aanbiedt, ertoe leiden dat de eerdere situatie waarin ‘verder leven’ de norm was en hulp bij zelfdoding verboden, verandert. Zo maar verder leven kan dan het karakter krijgen van een relatief willekeurige wens, waarvoor je je als oudere evenzeer moet rechtvaardigen als een ander voor een doodswens. Onder bepaalde omstandigheden zal doorgaan met leven, afhankelijk van de keuzes die anderen maken, niet langer als vanzelfsprekend worden beschouwd. Dan wordt het kiezen zélf een belasting, juist omdat er een ‘optie’ is, een netjes geregelde praktijk, waardoor de manier waarop andere ouderen met het levenseinde omgaan een publiek gegeven is, en er binnen die context nieuwe normen kunnen ontstaan.

Erkenning

Het gevoel dat het normaal is om te (willen) blijven leven zit diep in het zelfbegrip van de moderne, westerse mens. De huidige burgers van Nederland leven in de meest welvarende samenleving uit de geschiedenis. We kunnen ons nog niet goed voorstellen onder welke voorwaarden het verder leven van ouderen ter discussie zal worden gesteld. Dat gebeurt zeker als er druk op de keuzes van ouderen komt te staan, door bijvoorbeeld klimaatverandering of het schaarser worden van publieke middelen voor de zorg. Dan is doorleven geen vanzelfsprekende keuze meer. Als andere burgers sterke rechtvaardigingen geven om uit het leven te stappen, en jij kunt dat niet omdat je minder goed in staat bent om je redenen geloofwaardig naar voren te brengen, of omdat je aantoonbaar in een situatie bent waar die ‘goede’ argumenten ook op jou van toepassing zijn, dan is dat bedreigend voor je status en je erkenning als persoon. Die erkenning is juist belangrijk als je ziek of zwak en dus afhankelijk bent.

Als je je keuze niet kunt rechtvaardigen kan het lijken alsof je onredelijk bent. Door toenemende rechtvaardigingsdruk kunnen mensen zichzelf overbodig, of hun bestaan als zinloos gaan voelen.

De culturele nadruk op actief zijn, op rationeel zijn, op autonomie en op nuttigheid en productiviteit, kan in dat zelfbegrip ook een rol gaan spelen. Een passief en afhankelijk bestaan is dan iets negatief, de bewijslast komt sluipenderwijs te liggen bij wie afhankelijk, belastend en duur zijn.

Zulke sociale, economische en culturele factoren gaan de komende decennia een grotere rol spelen. Wat betekent een wet op de levensbeëindiging dan voor de zorg voor ouderen en hun positie? Die positie kan veranderen door toenemende druk op de economie, door de snel veranderende technologische omgeving, of door het grotere beroep op een relatief kleine volgende generatie. De combinatie van die veranderingen met een ‘hulp bij doodswensen’-wet kan het huidige zelfbegrip en de zelfinterpretatie van ouderen, als individuen die ‘als vanzelfsprekend’ bij de samenleving behoren en verzekerd kunnen zijn van vaak kostbare zorg op hun oude dag, sterk beïnvloeden.

Velleman vergelijkt dit maatschappelijk effect met de discussie over het verbieden van het duel in de 19de eeuw. Ook daarin ging het om een keuze op leven en dood, en ook daarin speelde het begrip ‘waardigheid’ een belangrijke rol. Het ging om de vrijheid van de adellijke klasse om zonder tussenkomst van de overheid te duelleren in situaties waarin eer en waardigheid werden uitgedaagd. De sociale kosten om te weigeren te duelleren waren voor de adel in zo’n cultuur hoog. Weigeren leidde tot een reputatie van schande en oneer, als je je liet beledigen zonder genoegdoening te vragen. Een wet tegen duelleren was de enige maatregel die deze sociale kosten bij de individuen wegnam. Zij konden zich dan beroepen op de hogere macht van de wet. Pas daardoor kon de cultuur onder adel en militairen veranderen.

Het ging toen om mensen die zich op grond van hun vrijheid en waardigheid verzetten tegen de invoering van een wettelijk verbod om hun eigen leven op het spel te zetten. In het geval van een Wetsvoorstel hulp bij zelfdoding gaat het juist om het opheffen van een verbod. Het betekent dat de optie om geholpen te worden bij zelfdoding (oudere) mensen nieuwe redenen kan geven om hun leven te beoordelen en in bepaalde gevallen, te willen beëindigen. Het gebruikmaken van hulp bij zelfdoding is dan niet slechts een private zaak tussen een hulpverlener en iemand met een weloverwogen wens om te sterven. Het heeft ook gevolgen voor het soort samenleving en cultuur waarin we leven en de manier waarop ouderen zich verhouden tot hun bestaan.

Bij het duelverbod streed een elite voor een eigen morele code voor eer en waardigheid. Ook in onze samenleving zijn er andere, maar eveneens grote verschillen tussen individuen – economisch, sociaal, qua opleiding, en psychologisch. In de ethische discussie over het Wetsvoorstel worden het eigen levensverhaal en de eigen regie vaak als aanknopingspunt voor de interpretatie van vrijheid en autonomie genomen, maar voor veel mensen wordt het script en scenario van hun leven, inclusief het vermogen om dat onder woorden te brengen, flink bepaald door de maatschappelijke context en door sociale normen en verwachtingen. Met een wetsvoorstel zal een publieke ruimte worden geopend waarin een vergelijking van dergelijke ‘levenseindeverhalen’ van 75-plussers mogelijk wordt. Het aanbieden van stervenshulp kan het normaal maken dat je je leven beëindigt, als je bijvoorbeeld tot last bent voor je omgeving of voor de samenleving.

Waardigheid

Misschien levert je dat dan zelfs wel een nieuw soort waardigheid op, of respect voor je opofferingsgezindheid. Dat voorzag de Engelse filosoof David Hume al in de achttiende eeuw in zijn vaak geciteerde essay ‘Over zelfmoord’: “Stel dat ik niet meer in staat ben het algemene belang te dienen; stel dat ik er een last voor ben; stel dat mijn leven een hinderpaal is voor een ander om dat belang veel beter te dienen. In die gevallen moet mijn terugtrekking uit het leven niet alleen beschouwd worden als zonder schuld, maar zelfs prijzenswaardig. En de meeste mensen die overwegen het leven de rug toe te keren, verkeren in een dergelijke situatie.”

Hume’s redenering kan voor bepaalde individuen een redelijke en alleszins te billijken rechtvaardiging zijn om uit het leven te stappen. Het punt is dat er een groot verschil is tussen personen, die elk voor zich in de beslotenheid van hun eigen leven deze keuze maken zonder dat die publiek wordt, en een institutionele regeling waarin deze redenen inzet worden van de vraag of de overheid hulp bij zelfdoding accepteert en faciliteert.

Ik vraag me daarom af of het wel wenselijk is om in alle openheid, zichtbaar en toetsbaar de overwegingen, normen en redenen van mensen met een doodswens te bespreken. Juist bij beslissingen rond het levenseinde die inderdaad – zoals in de Memorie van Toelichting wordt toegegeven – uiterst persoonlijk, uniek, kwetsbaar, complex en situatiegebonden zijn. Juist daarom is het misschien beter weg te blijven van een proces waarin de beslissing over het levenseinde over het afzonderlijke geval wordt heengetild naar een maatschappelijke discussie over gedeelde en misschien ongewild dwingende normen, naar een toetsing waar niemand echt gelukkig mee is.

Mijn bedenkingen vegen niet de respectabele verlangens en belangen aan de kant van oudere mensen met grote mentale en existentiële problemen. Maar de politieke vraag is of er voor hen geen redelijke alternatieven bestaan.

Volgens veel kenners onderschatten veel mensen de mogelijkheden die de bestaande Wet Toetsing Levensbeëindiging en Hulp bij Zelfdoding hun biedt. Bovendien zijn er al stervensvormen waarbij individuen kunnen afwegen en beslissen in de beslotenheid van hun eigen persoonlijke omgeving, met familie en medische en sociale hulpverleners.

Neem het vaak ten onrechte als gruwelijk afgeschilderde ‘versterven’. Wilsbekwame individuen zijn sowieso vrij om te beslissen zich niet te laten behandelen, en voor uitsluitend palliatieve begeleiding te kiezen. Of de door filosoof Ton Vink bepleite praktijk van zelf-euthanasie, waarbij een consulent betrokken is, die niet instrueert maar informeert, adviseert en steunt.

Aan al deze alternatieven kleven óók praktische, morele en juridische problemen, maar ik verkies ze boven het ontwikkelen van een nieuwe professionele praktijk van levenseindebegeleiding.

 

Dit essay is een bewerking van ‘De Discussie over een Voltooid Leven-wet. Een ethische beschouwing over maatschappelijke voorwaarden en effecten’, te lezen op www.uu.nl/onderzoek/ethiek-instituut/onderzoek/reeks-ethische-annotaties

Reacties uitgeschakeld voor Als er een optie voor euthanasie bijkomt, vergroot dat niet de keuzevrijheid, meent Jan Vorstenbosch. Dan wordt dóórleven niet meer de regel, maar een keus waar je je voor moet verantwoorden

Angst voor vervolging na euthanasie is onzin

TROUW, 15 JUNI 2018, Column Auteur: Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Vorige week spraken artsen…

TROUW, 15 JUNI 2018, Column

Auteur: Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Vorige week spraken artsen in Trouw over hun zorgen rond euthanasie. De vraag was nu eens niet wie ervoor in aanmerking komt, maar: wat kan je als arts overkomen als je een ziek mens euthanasie verleent?

Een collega maakt het wel heel bont door bemoeienis vanuit de rechtspraak als een mogelijke definitieve ondergang te schetsen: ‘Bovendien is helemaal niet zeker wat eventuele vervolging inhoudt. De zorginspectie komt er dan waarschijnlijk ook bij, en via het tuchtcollege kun je zomaar je baan verliezen.’

Dit is echt onzin. Er is in de afgelopen veertig jaar niet één arts in hechtenis genomen na een gemelde euthanasie. Ik heb zelf nooit enige angst gekend voor justitie rond euthanasie, ook niet in de jaren waarin het niet mocht. Plato stelde dat je om moedig te zijn, kennis moet hebben van het gevaar. Dat wil zeggen dat de man die nietsvermoedend het leeuwenverblijf in Artis binnenloopt niets gemeen heeft met de waaghals die leeuwen temt.

Ik was, en ben, wel bang rond de geplande dood. Maar niet voor justitie. Waar ik angstig van word is de vraag of de persoon in kwestie het wel echt wil. Die vraag kun je niet beantwoorden door hem na afloop te stellen. Ik vrees dat mijn angstloosheid ten aanzien van justitie verklaard moet worden door onwetendheid over wat het voor mij zou betekenen om voor de rechter te staan.

Drie jaar buikpijn

Dat ik hier te makkelijk over denk, bleek toen ik op de radio eens stelde dat artsen niet moeten zeuren over juristerij rond euthanasie. Toen ik de studio uitliep kreeg ik een smsje van Flip Sutorius die rond de dood van Brongersma aan een gerechtelijke procedure werd onderworpen. Zijn boodschap was: ‘Je wordt bedankt. Ik heb drie jaar buikpijn gehad’. En dat terwijl hij heus wel wist dat hij niet zou worden opgesloten.

Voor meerdere artsen geldt op dit ogenblik dat zij mogelijk zullen worden vervolgd. Deze week stond een van hen voor het tuchtcollege in Den Haag. Ik ben ervan overtuigd dat geen van deze collega’s een vernietigend vonnis te wachten staat. Maar die mededeling zal hen niet ontlasten.

Dat het OM gevreesd wordt is om twee redenen onterecht. Ten eerste: het zal echt niet proberen om een arts na een gemelde euthanasie kapot te maken. En ten tweede: ergens onder alle praatprogramma’s, ethische commissies en benarde sterfbedden bevindt zich de rotsige bodem van de wet. Levensbeëindiging door een arts is een wetsovertreding die onder bepaalde voorwaarden is toegestaan.

De regionale toetsingscommissies voorkomen dat justitie elke melding moet nalopen. Maar als zij twijfelen aan de zorgvuldigheid dan lichten ze het OM in en dan is het vreemd als artsen dat een nare gang van zaken vinden, want zo is het in 2002 afgesproken.

Daar staat tegenover dat het OM zich erg merkwaardig heeft gedragen door gedurende vele jaren alles wat de toetsingscommissies aanmerkten als ‘onzorgvuldig’ zwijgend naast zich neer te leggen. Totdat ergens in het najaar van 2017 een boze fee daar de boel heeft wakker gekust zodat nu plotseling meerdere artsen mogelijk worden vervolgd.

Niet in takenpakket

Justitie jaagt artsen de ene kant op. Maatschappelijke druk geeft weer andere ellende. Het verzoek om euthanasie wordt nogal eens gedaan met enige nadruk. Nadruk? Soms wordt een arts zelfs bedreigd als ze niet met de overdosis over de brug komt, en gauw een beetje. Mensen vergeten dat elke dokter zonder enige uitleg euthanasie mag weigeren. Het zit zeer uitdrukkelijk niet in ons takenpakket. Als je het wel doet, moet je veel uitleggen. Maar weigeren leg je uit door te zeggen: ik doe het niet. Punt.

Hoewel ik een positief gestemd lid van de NVVE ben, heeft deze vereniging veel ellende aangericht door het opblazen van de status van de wilsverklaring. Als ik het even kort en akelig mag opsommen: als je het kunt zeggen, heb je geen wilsverklaring nodig om euthanasie te krijgen. En als je het niet kunt zeggen dan krijg je geen euthanasie. Zo zit het ongeveer. Met de kanttekening dat de artsen die mogelijk worden vervolgd, handelden volgens de wilsverklaring bij patiënten die het niet meer konden zeggen. We moeten afwachten wat daar uitkomt.

Reacties uitgeschakeld voor Angst voor vervolging na euthanasie is onzin

Verbijsterend! ‘Euthanasie is een medische behandeling, de arts is daarvoor zelf verantwoordelijk’, zei Jacob Kohnstamm van de toetsingscommissies voor euthanasie in Trouw. ‘Bij elke blindedarmontsteking of amputatie gaat hij toch ook geen toestemming vragen aan een filosoof?’

TROUW, 15 JUNI 2018-06-30/ OPINIE Auteur: Martin Buijsen, Hoogleraar Gezondheidsrecht Ersamus Universiteit Rotterdam   De huisarts verkeert in een benarde positie, stond vorige week in Trouw. Nu het Openbaar Ministerie een aantal…

TROUW, 15 JUNI 2018-06-30/ OPINIE

Auteur: Martin Buijsen, Hoogleraar Gezondheidsrecht Ersamus Universiteit Rotterdam

 

De huisarts verkeert in een benarde positie, stond vorige week in Trouw. Nu het Openbaar Ministerie een aantal euthanasiezaken onderzoekt terwijl steeds meer patiënten denken recht op euthanasie te hebben, lijkt de huisarts bekneld te raken tussen twee partijen.

Het OM, dat sinds de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002 nooit actie heeft ondernomen naar aanleiding van meldingen die door de Regionale toetsingscommissies euthanasie als onzorgvuldig zijn afgedaan, is er onlangs toe overgegaan maar liefst vijf van zulke gevallen te onderzoeken. Dreigende strafrechtelijke vervolging enerzijds, en anderzijds patiënten die meer en meer menen een wettelijk recht te hebben op levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, ook wanneer niet duidelijk is of wel aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan. Vooral verzoeken van patiënten die kampen met dementie of onder een stapeling van ouderdomsklachten gebukt gaan, stellen de huisarts voor problemen.

Jacob Kohnstamm

Bij wijze van oplossing stelde een van de geïnterviewde huisartsen voor om de toetsingscommissies vooraf te laten kijken naar discutabele euthanasieverzoeken, zodat de artsen weten waar zij aan toe zijn. Jacob Kohnstamm, de coördinerend voorzitter van de toetsingscommissies, deed daarop de volgende duit in het zakje: “De wetgever heeft dat in 2002 overwogen en naar mijn mening volledig terecht afgelegd. Euthanasie is een medische handeling, de arts is daarvoor zelf verantwoordelijk. Ga maar na: bij elke blindedarmontsteking of amputatie gaat hij toch ook geen toestemming vragen aan een filosoof? De arts beslist.”

Een verbijsterende reactie! Dat de wetgever met de Euthanasiewet voor artsen een bijzondere strafuitsluitingsgrond heeft gecreëerd, en uitsluitend voor artsen, wil nog niet zeggen dat euthanasie begaan door een arts een normale medische handeling is. Ware dat wel het geval, dan zou uiteraard ook de gedachte aan beoordeling achteraf door een toetsingscommissie potsierlijk zijn. Maar euthanasie is geen normale medische handeling. Iedere arts zal dat beamen, en niet alleen omdat hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging op verzoek volgens het Wetboek van Strafrecht misdrijven zijn. Zo ook de huisartsen die in het artikel aan het woord komen. Wel geven zij te kennen grote druk te ervaren wanneer patiënten of hun naasten een beroep menen te kunnen doen op een recht op euthanasie. Zo’n recht is er nu eenmaal niet. Voor een arts die de moeilijke taak heeft zijn patiënt bij te staan op zijn of haar weg naar het levenseinde, komt het nooit gelegen om uit te moeten leggen dat er geen recht op euthanasie bestaat. Zoiets doet een arts-patiëntrelatie geen goed.

Een wettelijk recht?

Het punt is evenwel dat een arts dat niet zou hoeven doen. Als de leden van de Tweede Kamer zich in de komende maanden buigen over het vraagstuk, doen zij er goed aan na te gaan hoe het toch komt dat zovelen in dit land rondlopen met het idee dat euthanasie een wettelijk recht is. Enig zelfonderzoek is dan ook op zijn plaats. Het zijn toch echt niet allereerst de artsen die de Nederlandse burgers hierover goed te informeren hebben.

De politiek zal in de komende tijd duidelijk moeten maken hoe men verder wil met de Euthanasiewet. De rol van de toetsingscommissies zal daarbij bezien moeten worden. En wellicht ook die van hun voorzitter. Wat nu te denken van een voorzitter die euthanasie met de behandeling van een blindedarmontsteking vergelijkt? Patiënten die daaraan lijden, hebben inderdaad een wettelijk recht op behandeling.

 

Reacties uitgeschakeld voor Verbijsterend! ‘Euthanasie is een medische behandeling, de arts is daarvoor zelf verantwoordelijk’, zei Jacob Kohnstamm van de toetsingscommissies voor euthanasie in Trouw. ‘Bij elke blindedarmontsteking of amputatie gaat hij toch ook geen toestemming vragen aan een filosoof?’

‘Hoe euthanasie ons land veranderde’

Langzaamaan is er in Nederland een cultuur van de dood aan het ontstaan. We leggen minder nadruk op volhouden, met lijden omgaan, elkaar erdoorheen slepen, hoop houden. En andere landen…

Langzaamaan is er in Nederland een cultuur van de dood aan het ontstaan. We leggen minder nadruk op volhouden, met lijden omgaan, elkaar erdoorheen slepen, hoop houden. En andere landen schrikken daarvan.

AuteurTheo Boer, universitair docent ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit en Lindeboom hoogleraar Ethiek van de Zorg aan de Theologische Universiteit Kampen

Nederlands Dagblad, 26 april 2018

 

Het was me de week wel weer. Eind vorige week mocht ik de Deense ethiekraad toespreken, een breed samengesteld gezelschap dat de Deense overheid adviseert over ethische kwesties. Deze week mocht ik in Lissabon spreken voor een groot publiek in de Katholieke Universiteit van Portugal en later deze week volgde een televisie-interview met de Turkse zender TRT. De vraag is steeds dezelfde: ‘U hebt verstand van de Nederlandse euthanasiepraktijk en u bent daar kritisch over. Wilt u ons dat uitleggen?’

Bij de Levenseindekliniek is de arts-patiëntrelatie gebaseerd op de euthanasiewens. En artsen bieden daar geen alternatieven meer.

Nu ben ik patriot genoeg om te weten dat we onze goede reputatie niet op het spel moeten zetten. Aan de Nederlandse euthanasiepraktijk is ook veel goed.

Aan een internationaal publiek maak ik dus altijd duidelijk dat ik overtuigd ben van de integriteit van de betrokken artsen. En dat ik mij – anders dan veel rooms-katholieken – euthanasie als noodmaatregel wel degelijk kan voorstellen.

onstuitbare opmars

Dat is ook in lijn met de Nederlandse wet, die zegt dat doding op verzoek nog steeds verboden is en alleen van geval tot geval te rechtvaardigen is. Vanwege dit precaire evenwicht – voorafgegaan door jarenlang polderen en omgeven door een toetsingsprocedure en vijfjaarlijkse evaluaties – kreeg Nederland internationaal het nodige aanzien.

Toch is het mijn indruk dat ook onder veel vrijdenkende buitenlanders de bewondering aan het afnemen is. Dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen van de laatste twaalf jaar.

De euthanasiemeldingen zijn aan een onstuitbare opmars bezig, ondanks het feit dat er steeds betere zorg aan het levenseinde bestaat.

De aanleidingen voor euthanasie verbreedden zich, van terminale situaties naar elke ervaring van langdurig ondraaglijk lijden, ongeacht de medische oorzaak en de levensverwachting.

Jaarlijks sterven honderden mensen die nog jaren – velen van hen zelfs tientallen jaren – hadden kunnen leven.

arts-patiëntrelatie

Euthanasie wordt steeds verder uit de bestaande arts-patiëntrelatie losgeweekt. De Levenseindekliniek – waar de arts-patiëntrelatie gebaseerd is op de euthanasiewens en waar artsen geen alternatieven kunnen bieden – stevent af op 1000 gevallen in 2018.

Zelfs de geroemde transparantie is maar relatief: landelijk worden 1300 euthanasiegevallen niet gemeld, meer dan ooit sinds de Euthanasiewet in werking trad. En dan laten we de 200 gevallen van levensbeëindiging zónder verzoek nog onbesproken.

dood als oplossing

Nog een punt van zorg is de niet aflatende campagne voor de dood als oplossing bij ernstig lijden. Er is vrijwel geen dag dat we er in de media niet ergens iets over vernemen.

Journalist Gerbert van Loenen onderzocht (2015) veertig mediaproducties over euthanasie en ontdekte dit stramien: geen moeilijke vragen, steevast empathie en bewondering.

Een recent voorbeeld is hoe De Stentor eind januari aandacht besteedde aan de euthanasie bij de 29-jarige Aurelia Brouwers. Acht bladzijden euthanasie in één krant, de overlijdensadvertentie paginagroot op de voorpagina, interviews met psychiaters en alles met één boodschap: complex, maar toch vooral dapper, integer, barmhartig, taboedoorbrekend. Ook voor het religieuze publiek was gezorgd: God vindt euthanasie óók goed. Zo is het gebouw aan alle kanten dichtgetimmerd.

Maar is euthanasie dan geen goed alternatief voor een gewelddadige zelfdoding? In individuele gevallen misschien wel. Maar lang niet alle suïcides kunnen worden voorkomen door een aanbod van euthanasie, simpelweg omdat het vaak gaat om impulssuïcides, waarbij de betrokkene bovendien bewust een gewelddadige manier kiest.

Ondertussen blijken de suïcidecijfers hier harder te stijgen dan in de landen om ons heen die géén euthanasie kennen: de afgelopen tien jaar daalden de zelfdodingscijfers in Duitsland met 10 procent, maar gingen ze in Nederland juist met ruim 30 procent omhoog.

wanhoop in de cultuur

Langzaamaan is er in Nederland een cultuur van de dood aan het ontstaan. Want zoals we weten sinds Goethes roman Die Leiden des jungen Werthers (1774) – de zelfdoding van de jonge hoofdpersoon werd in het echt door velen nagevolgd – is wanhoop ook een cultureel verschijnsel. Ik acht inmiddels bewezen dat legalisering van euthanasie onze samenleving diepgaand heeft veranderd – we leggen minder nadruk op volhouden, met lijden omgaan, elkaar erdoorheen slepen, hoop houden.

En hoewel inmiddels wel wat tegenstemmen zijn te horen (zoals bij voltooid leven en dementie), is het einde van de ingeslagen weg nog ongewis.

toekomstbeeld

Veel buitenlanders die – zoals wij dat ooit deden – euthanasie als nood­oplossing kunnen billijken, schrikken bij dit toekomstbeeld.

De weinige landen die ons zijn nagevolgd, nemen aanzienlijk strengere eisen in hun wetten op: volledige wilsbekwaamheid tot het einde en een spoedig te verwachten, natuurlijk levenseinde zijn daar maar twee voorbeelden van.

Binnenkort ‘mag ik weer’, nu op Harvard Law School. Ik ben bang dat ik het niet mooier kan maken.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Hoe euthanasie ons land veranderde’

Artsen en ouderen positief over ‘kwetsbaarheidstest’

Het voorstel van GroenLinks om ouderen te testen voor een ingrijpende behandeling is goed ontvangen. „Een opname is niet altijd de goede keuze.” NRC 23 april 2018, Enzo van Steenbergen en…

Het voorstel van GroenLinks om ouderen te testen voor een ingrijpende behandeling is goed ontvangen. „Een opname is niet altijd de goede keuze.”

NRC 23 april 2018, Enzo van Steenbergen en Frederiek Weeda

 

De ouderenbond ANBO, artsenorganisatie KNMG en Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, reageren positief op het voorstel van Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks) om ouderen die in het ziekenhuis komen te testen op kwetsbaarheid voordat ze een ingrijpende behandeling krijgen zoals een operatie, chemokuur of dialyse.

In haar maandag gepresenteerde initiatiefnota Lachend tachtig (Initiatiefnota Corinne Ellemeet GroenLinks, Zorg in Evenwicht) bepleit Ellemeet dat arts en oudere patiënt afzien van ingrijpende, dure, behandelingen die patiënten „slechter het ziekenhuis uit laten komen dan ze erin gingen”. Enkele ziekenhuizen, zoals het Leidse LUMC en het HagaZiekenhuis in Den Haag, doen sinds kort zo’n kwetsbaarheidstest bij alle 70-plussers die binnenkomen.

Atie Schipaanboord, beleidsadviseur van de ANBO, noemt zo’n test „legitiem”. „Je moet het niet doen om kosten te besparen, al is dat soms misschien wel het effect. Je moet het doen als je je afvraagt; wat doen we die oude persoon aan? Een opname, ziekenhuisbed, pijn, medicijnen. Dat is niet altijd de goede keuze.”

Ook de KNMG waardeert het voorstel, laat voorzitter René Héman weten. „Het uitgangspunt moet de kwaliteit van zorg zijn. Leidt dit tot besparingen, dan is dat mooi meegenomen, maar het kan nooit het doel zijn. Je kunt denken aan richtlijnen die niet alleen gericht zijn op doen, maar ook op laten.”

Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter van de vereniging van verpleeghuisartsen, zegt ook: „Behandelen hoeft niet altijd ingrijpen te zijn. Andere pillen geven, of een katheter – dat zijn ook medische beslissingen.” Eigenlijk, zegt zij, moet de oudere al eerder getest worden op kwetsbaarheid: door de huisarts of wijkverpleegkundige.

De politiek reageert voorzichtig. Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D66) laat weten een verplichte screening vanaf 65 jaar niet te zien zitten. „Dat gaat mij wat ver. Zorg op maat geven betekent ook dat je naar het individu kijkt en niet alleen naar leeftijd.” Het CDA zegt „altijd al” voorstander te zijn geweest van het kijken naar alternatieven die kunnen leiden tot het niet-behandelen van ouderen.

 

Reacties uitgeschakeld voor Artsen en ouderen positief over ‘kwetsbaarheidstest’

‘De beste zorg is soms ook om ouderen niet te behandelen’

Corinne Ellemeet Veel ouderen hebben het zwaar – of ze thuis wonen of niet, stelt GroenLinks in een initiatiefnota. Aan eindeloos behandelen is niet altijd behoefte. En ja, minder medisch ingrijpen…

Corinne Ellemeet Veel ouderen hebben het zwaar – of ze thuis wonen of niet, stelt GroenLinks in een initiatiefnota. Aan eindeloos behandelen is niet altijd behoefte. En ja, minder medisch ingrijpen kan ook geld schelen.

Interview van Enzo van Steenbergen met Corinne Ellemeet /Groen Links

NRC 22 april 2018

 

Ze noemt het „de olifant in de kamer” in Haagse debatten over ouderenzorg: praten over hoge kosten van operaties bij oude mensen in het ziekenhuis. GroenLinks-Tweede Kamerlid Corinne Ellemeet wil er niet langer omheen draaien: er moet beter gekeken worden naar het nut van operaties bij mensen op leeftijd. En ja, dat zal bijdragen aan het betaalbaar houden van de zorg.

Ouderen, zo hoorde ze in gesprekken met artsen, willen helemaal niet altijd nóg een operatie, nóg langer in het ziekenhuis liggen. „We moeten ouderen in het ziekenhuis eerder en eerlijker vertellen wat de gevolgen kunnen zijn van een operatie”, zegt Ellemeet. „De beste zorg is soms niet behandelen. Maar als je dat zegt, krijg je al snel het verwijt: GroenLinks wil besparen op ouderen. Het tegendeel is waar: veel ouderen willen helemaal niet de medische molen in als hun kwaliteit van leven daardoor achteruitgaat.”

Ellemeet presenteert deze maandag haar initiatiefnota ‘Lachend Tachtig’, waarin ze de visie van GroenLinks op de ouderenzorg uiteenzet. Ze sprak de afgelopen maanden met tientallen mensen die werken in de ouderenzorg. In het plan komt ze met politiek gevoelige kritiek op het ‘overbehandelen’ van ouderen in het ziekenhuis.

Bij het LUMC in Leiden wordt bij 70-plussers de kwetsbaarheid gemeten. Op grond daarvan kan een arts een ingrijpende behandeling afraden en soms is dat een opluchting voor een patiënt.

Voor haar nota onderzocht ze het leven van thuiswonende ouderen. Die groep is volgens haar onterecht ondergesneeuwd door de grote politieke belangstelling voor verpleeghuizen, waar grote zorgen waren over de leefbaarheid voor mensen. Zo was er maatschappelijke verontwaardiging over ouderen die soms door personeelsgebrek lange tijd niet geholpen werden als de urine langs hun enkels stroomde.

Maar van de drie miljoen 65-plussers woont 94 procent nog thuis, naar schatting zijn ruim 700.000 ouderen zeer kwetsbaar. Ze hebben ziektes, ouderdomskwalen, kunnen zichzelf niet altijd redden.

De GroenLinks-nota geeft geen positief beeld van de situatie van deze ouderen. In 2012 werd besloten verzorgingshuizen te sluiten. Ouderen moeten langer thuis blijven wonen, maar volgens GroenLinks is Nederland daar helemaal niet klaar voor. Ellemeet wijst er bijvoorbeeld op dat spoedeisende hulpposten overvol raken door toestroom van ouderen. Uit een onderzoek uit 2016 blijkt dat inderdaad: op 70 procent van de spoedposten is wekelijks sprake van overbelasting. Ook ziet ze mantelzorgers die overbelast raken – het SCP concludeerde een paar maanden geleden dat 10 procent van hen te zwaar belast is.

Dreigt mensonwaardig leven ook voor thuiswonende ouderen?

„Je ziet het nu al bij de relatief kleine groep kwetsbare ouderen. Op de spoedeisende hulpposten, bij wijkverpleegkundigen die zien dat ouderen het soms niet meer aan kunnen thuis, aan overbelaste mantelzorgers. Dat zijn veel signalen dat kwetsbare ouderen hun hoofd bijna niet boven water kunnen houden. Als je dan bedenkt dat we een enorme vergrijzingsgolf krijgen, dan weet je dat we nu maatregelen moeten nemen.”

Het zijn directe gevolgen van de sluiting van verzorgingshuizen. Jullie stemden daar ook voor.

„Ik geloof erin dat ouderen langer thuis willen wonen en de regie over hun leven willen behouden. Ik wil binnen de huidige regels kijken of we kunnen zorgen voor betere woningen, betere samenwerking in de ouderenzorg. Ik wil ouderenpoliklinieken in de wijk en acute zorg voor ouderen dicht bij huis.”

U stelt dat ouderen, als ze eenmaal in het ziekenhuis komen, te snel worden behandeld. Waarom?

„Of je nu oud bent of niet, de praktijk is nu: behandelen. Artsen baseren zich op medische richtlijnen, ook bij ouderen, maar die richtlijn gaat vaak uit van jongere en relatief gezonde mensen. Ouderen komen vaak niet meer terug op het niveau van vóór de operatie. Daar moeten we eerlijk over zijn. Ik zou graag willen dat iedere oudere die in het ziekenhuis komt meteen wordt gescreend op kwetsbaarheid. In een gesprek met een gespecialiseerde ouderenarts kunnen ouderen dan bepalen wat ze nog willen.”

Ouderen hebben toch ook het recht om beter te worden?

„Natuurlijk! En de keuze blijft altijd aan de oudere zelf. Als iemand geopereerd wil worden, dan moet dat kunnen. Maar laat ik een voorbeeld geven. Het kan zijn dat een oudere hartklachten heeft en een openhartoperatie een optie zou zijn. Dat is heel ingrijpend. Veel ouderen herstellen langzaam, ze zijn dan ook kwetsbaar voor bijvoorbeeld een longontsteking. Als zo iemand lang op bed ligt, verliest diegene veel spierkracht. De oudere gaat zwakker het ziekenhuis uit.”

Wel een risico om expliciet de koppeling te maken tussen minder behandelen en kosten besparen.

„Van dat taboe moeten we maar eens af. We kunnen gewoon benoemen dat we kosten besparen als we minder behandelen. Ouderen willen zelf ook weten wat de gevolgen kunnen zijn van een operatie. Dat zou ik, als kind, ook willen weten als mijn ouders in het ziekenhuis kwamen. Ik zou niet willen dat mijn moeder eindeloos wordt geopereerd, er zwakker uitkomt, nooit meer herstelt. Als je zo denkt, dan is deze discussie helemaal niet eng.”

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘De beste zorg is soms ook om ouderen niet te behandelen’

Het gewone sterven blijft onderbelicht

Trouw, OPINIE, 13 februari 2018 Auteur:  Manon vanderkaa, Laten we in deze Week van de Euthanasie meer aandacht vragen voor palliatieve zorg. En op die manier ruimte maken voor het ‘gewone…

Trouw, OPINIE, 13 februari 2018

Auteur:  Manon vanderkaa,

Laten we in deze Week van de Euthanasie meer aandacht vragen voor palliatieve zorg. En op die manier ruimte maken voor het ‘gewone sterven’, zoals 95 procent van alle mensen doet.

We zitten midden in de Week van de Euthanasie. Een jaarlijks terugkerend verschijnsel, met veel aandacht in de landelijke media en binnen het publieke debat. Op zich niet verwonderlijk, want het is een belangrijk onderwerp. Maar meer dan 95 procent van alle mensen sterft zonder euthanasie. En voor dit ‘gewone sterven’ mag best meer aandacht zijn, zo bepleit seniorenorganisatie KBO-PCOB.

Goede informatie en discussie over grenzen en mogelijkheden van euthanasie, dat is een prima zaak. Minder enthousiast is KBO-PCOB echter over de eenzijdige focus op euthanasie. Welke ruimte is er nog voor het gesprek over het ‘gewone’ doodgaan? De huidige beeldvorming rond ouder worden en sterven wekt de indruk dat ondraaglijk lijden en euthanasie daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. En dat is vaker niet dan wel het geval. Voor een realistisch en positiever beeld rond ouder worden en sterven is het noodzakelijk dat er meer aandacht komt voor andere vormen van ‘gewoon sterven’, naast euthanasie. Het staat buiten kijf dat er serieuze aandacht en goede begeleiding nodig is bij een euthanasiewens, maar waardig sterven staat niet per definitie gelijk aan euthanasie.

‘Waardig sterven’ staat niet per definitie gelijk aan euthanasie

Hoe waardig sterven wordt ervaren spreekt uit de vele ervaringen die ouderen met ons delen. Over hoe goed ze terugkijken op het stervensproces van een dierbare of hoe dankbaar ze zijn omdat ze hun partner – met de nodige hulp – tot het einde hebben begeleid en nabij konden blijven, en hoe waardevol ze begeleiding van bijvoorbeeld het hospice hebben ervaren. Het gaat in deze verhalen niet om actieve stervenshulp, maar om goede palliatieve zorg.

Goede zorg en begeleiding in de laatste levensfase zijn van grote betekenis en waarde, zowel voor de stervende als voor zijn naasten.

Ook goed kunnen terugkijken op het sterven van een naaste helpt, bij de rouwverwerking en het oppakken van het leven na een ingrijpend verlies. Daarom is meer bekendheid en aandacht voor de rol van goede palliatieve zorg van groot belang.

Juist deze zorg kan verlichting bieden bij fysiek en mentaal lijden, maar biedt ook ondersteuning bij levensvragen die spelen rond het sterfbed. Laten we daarom als samenleving, naasten en zorgverleners meer aandacht vragen voor palliatieve zorg en op die manier ruimte maken voor het ‘gewone sterven’. Want sterven doe je – zoals nagenoeg alles in het leven – bij voorkeur niet alleen.

 

Reacties uitgeschakeld voor Het gewone sterven blijft onderbelicht

Kamerleden blij met onderzoek Laatste Wil

ACTUEEL / ANP, 21 maart 2018 DEN HAAG (ANP) – Kamerleden zijn blij dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek is begonnen naar de Coöperatie Laatste Wil (CLW). ,,Goed dat…

ACTUEEL / ANP, 21 maart 2018

DEN HAAG (ANP) – Kamerleden zijn blij dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek is begonnen naar de Coöperatie Laatste Wil (CLW). ,,Goed dat het OM in actie komt”, twittert fractievoorzitter Kees van der Staaij van de SGP. ,,Aanpak van deze gevaarlijke club en van verkoop zelfmoordpoeder is dringend nodig.”

Ook Kamerlid Carla Dik-Faber van de ChristenUnie juicht het onderzoek toe. ,,Ik maak me al langer ernstige zorgen om de verspreiding van een zelfmoordpoeder via de CLW, nota bene zonder dat er controle is op wie het middel in handen krijgt.”, laat zij weten. ,,Wat hier op het spel staat, is de veiligheid van kwetsbare mensen in onze samenleving.”

In een brief aan de Tweede Kamer laat minister van Justitie Ferd Grapperhaus weten dat alleen een arts onder strenge voorwaarden mag helpen bij euthanasie. ,,Voor ieder ander is hulp bij zelfdoding, of het verschaffen van middelen daartoe, een strafbaar feit”, aldus de bewindsman.

De Tweede Kamer vroeg minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid eerder deze week met de CLW te gaan praten. Aanleiding was de dood van een 19-jarige vrouw die vorige maand met behulp van een door die organisatie gepromoot zelfdodingsmiddel een einde aan haar leven maakte. Maar zo’n gesprek is niet langer opportuun nu het OM de zaak in onderzoek heeft, meldt Grapperhaus.

Reacties uitgeschakeld voor Kamerleden blij met onderzoek Laatste Wil

Vijftien jaar euthanasiewet: belangrijkste cijfers 2017

Nieuwsbericht van Regionale Toetsingscommissies (RTE’s), 07 maart 2018   In 2017 hebben de toetsingscommissies 6.585 meldingen van euthanasie ontvangen. 99,8% werd als ‘zorgvuldig’ beoordeeld. De groei is vergelijkbaar aan voorgaande…

Nieuwsbericht van Regionale Toetsingscommissies (RTE’s), 07 maart 2018

 

In 2017 hebben de toetsingscommissies 6.585 meldingen van euthanasie ontvangen. 99,8% werd als ‘zorgvuldig’ beoordeeld. De groei is vergelijkbaar aan voorgaande jaren. In 2017 overleden er in Nederland 150.027 mensen. In 4,4% van de overlijdens is er euthanasie toegepast .

In bijna 90% van de gevallen betreft het patiënten die lijden aan niet meer te genezen kanker, aandoeningen van het zenuwstelsel (zoals Parkinson, MS, ALS), hart- en vaataandoeningen, longaandoeningen of een combinatie van deze. Het hoogste aantal meldingen van euthanasie heeft betrekking op de leeftijdscategorie 70-80 jaar, namelijk 2.002 (30,4%), gevolgd door de leeftijdscategorie 80-90 jaar, namelijk 1.634 (24,8%) en 60-70 jaar, namelijk 1.405 (21,3%).

Dementie

In drie gevallen betrof het patiënten in een stadium met een ver(der) gevorderde dementie waarbij de schriftelijke wilsverklaring een rol speelde. Bij 166 meldingen vormde de beginfase van dementie de grondslag van het lijden.

Psychiatrische aandoeningen en stapeling van ouderdomsaandoeningen

In 83 meldingen van euthanasie vond het lijden zijn grondslag in een psychiatrische aandoening en in 293 meldingen was de oorzaak van ondraaglijk en uitzichtloos lijden een stapeling van ouderdomsaandoeningen zoals visusstoornissen, gehoorstoornissen, osteoporose, artrose, evenwichtsproblemen en cognitieve achteruitgang. Deze, veelal degeneratieve, aandoeningen treden doorgaans op oudere leeftijd op.

Zorgvuldig

Kohnstamm: ‘Ondanks de stijging van het aantal meldingen is de conclusie dat de euthanasiepraktijk in Nederland een zeer zorgvuldige is. De artsen leven de wet voor het leeuwendeel zorgvuldig na.’

De Code of Practice is geupdate en wordt omgedoopt tot Euthanasiecode. Deze wordt tegelijk aangeboden met het jaarverslag aan onder andere de minister van VWS. Om de jaarcijfers niet teveel in de schaduw te laten staan van de Euthanasiecode presenteren we de grote cijfers eerder. Deze zijn erg belangrijk, omdat de Euthanasiewet in 2017 alweer 15 jaar oud is.

 

Reacties uitgeschakeld voor Vijftien jaar euthanasiewet: belangrijkste cijfers 2017

Vier onderzoeken OM naar ‘onzorgvuldige’ euthanasie

Medisch Contact, 08 maart 2018 Auteur: Eva Nyst   Het Openbaar Ministerie start in vier zaken die door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE’s) in 2017 als onzorgvuldig zijn beoordeeld, een…

Medisch Contact, 08 maart 2018

Auteur: Eva Nyst

 

Het Openbaar Ministerie start in vier zaken die door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE’s) in 2017 als onzorgvuldig zijn beoordeeld, een strafrechtelijk onderzoek. Het totaal aantal onzorgvuldig geachte euthanasiezaken in onderzoek komt daarmee op vijf.

De toetsingscommissies spraken in 2017 twaalf keer het oordeel onzorgvuldig uit op een totaal van 6585 zaken. Twee zaken daarvan worden door het OM nog beoordeeld. In vier van de tien andere zaken kondigt het OM nu een strafrechtelijk onderzoek aan, tegen twee huisartsen en twee specialisten ouderengeneeskunde, in de zes overige niet. Als de onderzoeken zijn afgerond, beslist het College van Procureurs-Generaal om wel of niet te vervolgen.

De officier van justitie in Noord-Holland onderzoekt twee zaken van dezelfde specialist ouderengeneeskunde van de Levenseindekliniek. Het ene onderzoek richt zich op de dood van een 67-jarige vrouw in mei 2017 die wilsonbekwaam was en alzheimer had, zaak 2017-103. Volgens de toetsingscommissie was de wilsverklaring niet herbevestigd en was het lijden onvoldoende onderbouwd. Mogelijk heeft ook een rol gespeeld in de beslissing van het OM dat de eigen huisarts, de huisarts verbonden aan het verpleeghuis waar de vrouw werd opgenomen én de SCEN-arts niet positief stonden tegenover het euthanasieverzoek. De andere zaak tegen deze arts gaat over een 84-jarige patiënte met een combinatie van aandoeningen, die juni vorig jaar overleed. Er waren volgens de arts voor de tot dan toe zeer zelfstandige patiënte geen aanvaardbare mogelijkheden meer om het lijden te verlichten. De toetsingscommissie was dat in oordeel 2017-79 niet met de arts eens.

Justitie in Oost-Nederland onderzoekt de euthanasie van een 72-jarige vrouw in april 2017. Zij werd palliatief behandeld voor een gemetastaseerd pancreaskopcarcinoom. ‘Twee dagen voor de levensbeëindiging raakte de vrouw in coma waardoor er sprake was van ernstige afasie en een wisselend verlaagd bewustzijn’, aldus het OM. De toetsingscommissie bekritiseerde het oordeel van de huisarts over het verzoek en het lijden in dit dossier (nummer 2017-73). In gesprekken met de RTE zou de huisarts hebben bevestigd druk van de familie te hebben ervaren om levensbeëindigend te handelen.

Het OM in Den Haag onderzoekt de dood van een 84-jarige COPD-patiënte in februari vorig jaar. Ze had al vijftien jaar last van gehoorverlies en al vier jaar een slechte eetlust nadat reuk en smaak waren uitgevallen en dreigde mede door kromstand van haar vingers haar zelfstandigheid te verliezen. De betrokken huisarts heeft de patiënte verschillende keren geadviseerd de longarts te bezoeken, maar heeft zich, volgens de RTE in oordeel 2017-31, te snel neergelegd bij haar weigering en ‘te lichtvaardig’ geoordeeld dat haar lijden uitzichtloos was. De alzheimer-casus uitgezonderd, gaven de SCEN-artsen in alle gevallen groen licht.

Afgelopen september maakte het OM bekend een strafrechtelijk onderzoek te starten naar een specialist ouderengeneeskunde die in het voorjaar van 2016 euthanasie uitvoerde bij een 74-jarige ernstig demente en wilsonbekwame vrouw. De toetsingscommissies oordeelden dat die zaak, met nummer 2016-85, niet aan de zorgvuldigheidseisen voldeed. Het was voor het eerst in de geschiedenis van de euthanasiewet, die in 2002 van kracht werd, dat het OM toen een onderzoek startte naar aanleiding van het oordeel van de RTE.

Vorig jaar mei publiceerde het OM de vernieuwde ‘Aanwijzing vervolgingsbeslissing over actieve levensbeëindiging op verzoek’. Nieuw was de nadruk op twee ‘substantiële zorgvuldigheidseisen’: het vrijwillig en weloverwogen verzoek en het uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Verdenking van schending van deze eisen ‘dient, behoudens uitzonderingen, tot strafrechtelijke vervolging te leiden’ aldus de aanwijzing. Procureur-generaal Rinus Otte ontkent vandaag in Trouw dat de plotse toename in het aantal onderzoeken met de nieuwe aanwijzing samenhangt. ‘Wij bekijken dat per zaak. Het zou hierna weer een paar jaar kunnen duren voor er een nieuw onderzoek komt. Deze vier zaken gaan voor ons om voldoende serieuze zaken. We laten die nu onderzoeken, het is helemaal niet gezegd dat er ook vervolging komt.’

KNMG-voorzitter René Héman stelde vandaag in een reactie dat het gaat om complexe zaken waaronder euthanasie in geval van gevorderde dementie en het criterium van uitzichtloos lijden. Héman: ‘Daar discussiëren zowel artsen, juristen als publiek al heel lang over. Een heldere norm is cruciaal voor de rechtszekerheid van dokters – waar moet je je aan houden om strafbare euthanasie te voorkomen – én voor het publiek om vertrouwen te houden in de artsen en de Nederlandse euthanasiepraktijk.’

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Vier onderzoeken OM naar ‘onzorgvuldige’ euthanasie

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken