De verdragsorganen van de Verenigde Naties (VN), zoals het Mensenrechtencomité en het Bevolkingsfonds, werken al jaren hard aan een internationaal recht op abortus. Het legt ze geen windeieren: hun interpretatie dat het internationale mensenrechtenrecht een recht op abortus bevat is inmiddels overgenomen door diverse grote mensenrechtenorganisaties. En in steeds meer landen worden abortuswetten versoepeld. Het afgelopen jaar vonden er ook weer diverse ontwikkelingen plaats in de strijd voor meer toegang tot abortus. Maar is daarmee een internationaal recht op abortus in zicht?

De VN-Verdragsorganen beschouwen al sinds de jaren negentig seksuele en reproductieve rechten, waaronder zij veilige abortus scharen, een onderdeel van het mensenrechtenrecht. [i] In 2018 liet het VN-Mensenrechtencomité in zijn General Comment – een document waarmee het lidstaten adviseert over de interpretatie van een mensenrecht – zelfs weten dat de toegang tot abortus valt onder het recht op leven.[ii] En het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, de United Nations Population Funds (UNFPA), gaf in december 2020 te kennen achter een recht op abortus te staan. In de Guidance Note van de organisatie staat dat een land de plicht heeft te zorgen voor een veilige toegang tot abortus.[iii] Hoewel deze organisatie eerder in dat jaar nog liet weten dat ze abortus niet promoten of financieel steunen,[iv] blijkt uit een evaluatie uit 2016 dat de UNFPA wel degelijk bijdraagt aan de toegang tot abortus. In de evaluatie wordt de organisatie namelijk geprezen om haar “discreet leadership” door ervoor te zorgen dat het abortus veroorzakende middel Misoprostol op een lijst met essentiële medicijnen kwam te staan en dat dit een revolutie was voor een veilige toegang tot abortus.[v] En dit voorjaar hamerde de Commissie voor de Status van de Vrouw tijdens haar 65e sessie in haar Agreed Conclusions opnieuw op de universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg en reproductieve rechten.[vi]

Diverse mensenrechtenorganisaties hebben inmiddels de interpretatie overgenomen dat de toegang tot abortus een mensenrecht is. Zo legde directeur Kenneth Roth van Human Rights Watch begin 2020 in zijn toespraak aan de Commission on Unalienable Rights van de Verenigde Staten van Amerika uit, waarom er een recht bestaat op abortus binnen het internationaal mensenrechtenrecht.[vii] En in september van dat jaar maakte Amnesty International haar nieuwe beleid bekend ten aanzien van abortus.[viii] Amnesty International bepleit nu een universele toegang tot abortus gedurende de gehele zwangerschap. De organisatie roept landen dan ook op om abortus te decriminaliseren. Een oproep die gehoor lijkt te vinden. Zo werd in Argentinië eind 2020 abortus mogelijk tot de veertiende week na de bevruchting. Eerder was in het land vrijwillige zwangerschapsafbreking alleen mogelijk in gevallen van verkrachting, incest of om het leven van de moeder te redden.[ix] Verder oordeelde in april 2021 het Constitutioneel Hof van Ecuador dat abortus moest worden toegestaan na elke verkrachting. Nu is dat alleen mogelijk bij een verkrachting van een vrouw met een geestelijke handicap of als de gezondheid of het leven van de vrouw in gevaar is. [x] Ook in Europa vindt er een strijd plaats voor een abortusrecht. In maart 2021 presenteerde de Kroatische Europarlementariër Perdrag Matic een conceptresolutie ten aanzien van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Daarin staat dat abortus een “reeds verworven wettelijk recht” is en dat het beroep op gewetensbezwaren afgeschaft moet worden als een zorgverlener daarom geen abortus willen uitvoeren. [xi]

Pro-choice standpunt niet vanzelfsprekend

Toch bleek het afgelopen jaar ook dat een onbelemmerde toegang tot abortus niet altijd als vanzelfsprekend wordt geaccepteerd. Zo zei minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in oktober 2020 naar aanleiding van de tweede evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) dat de bedenktijd voor een abortus van vijf dagen niet ter discussie staat.[xii] En later die maand ondertekenden maar liefst 34 landen de Geneva Consensus Declaration.[xiii] [xiv] Tot de 34 landen behoorden de Verenigde Staten van Amerika, Polen en Hongarije. Met het document kwamen de landen op voor vrouwenrechten, maar benadrukten ook dat er geen internationaal recht op abortus bestaat, noch dat landen een plicht hebben om dit mogelijk te maken of te financieren.[xv] Verder in 2020 oordeelde het Constitutioneel Hof van Polen dat abortus van een foetus met een aangeboren afwijking in strijd is met de Poolse grondwet,[xvi] paste Honduras begin 2021 de grondwet aan om abortus te verbieden[xvii] en voerden steeds meer staten van de Verenigde Staten van Amerika het afgelopen jaar strengere abortuswetten in.[xviii]

Interpretaties zijn juridisch niet bindend

Uit de bovengenoemde ontwikkelingen kan worden afgeleid dat, ondanks de boodschap van de VN-verdragsorganen, er geen wereldwijde consensus bestaat over een internationaal recht op abortus. Belangrijk daarbij is het feit dat de interpretaties van verdragsorganen ook juist dát zijn, interpretaties. Ze zijn niet juridisch bindend, maar de organen hebben uiteraard wel veel gezag. Vanwege dat gezag en de status van de verdragsorganen worden de interpretaties ook wel aangeduid als ‘authoritative interpretations’.
Daarentegen bestaan er wél bindende internationale regels die juist bepalen dat landen zelf over hun abortusregelgeving mogen beslissen. In de Programme of Action[xix] en de Beijing Declaration Platform for Action[xx] is namelijk afgesproken dat abortusregelgeving “can only be determined at the national or local level according to the national legislative process”. [xxi] Desondanks gebruiken onder meer het VN-Mensenrechtencomité en Amnesty International in hun documenten over seksuele rechten en seksuele gezondheid vaak gebiedend taalgebruik (“states must”) om landen op te roepen veilige abortus zo toegankelijk mogelijk te maken. Maar daarbij negeren ze de internationale regels die landen de juridische soevereiniteit geven om zelf te beslissen over hun abortuswetgeving.

Internationaal recht erkent menselijkheid ongeboren leven

Voor het vraagstuk van een internationaal abortusrecht mag ook niet uit het oog worden verloren dat het ongeboren kind een bepaalde mate van erkenning, dan wel rechtsbescherming geniet binnen het internationaal publiekrecht. Zo erkent het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) het belang van de ongeborene, doordat het zwangere vrouwen uitsluit van de doodstraf.[xxii] Een keuze die was “inspired by humanitarian considerations and by consideration for the interest of the unborn child”.[xxiii] Verder erkennen ook het Verdrag inzake de rechten van het kind[xxiv] en het Oviedo Biogeneeskundeverdrag[xxv] de menselijkheid van de ongeborene. En de Verdragen van Genève bieden op basis van diverse artikelen een bijzondere bescherming aan zwangere vrouwen en hun ongeboren kind.[xxvi]

Ook op Europees niveau is de menselijkheid van de ongeborene erkend door onder meer zowel het Europees Hof voor de rechten van de Mens (EHRM) als het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). Een belangrijke zaak van het EHRM is Vo. vs France.[xxvii] Het Hof oordeelde in deze zaak dat de embryo en foetus behoren tot het menselijk ras en ze bescherming verdienen uit naam van de menselijke waardigheid.[xxviii] Later in Oliver Brüstle vs. Greenpeace eV.[xxix] erkende het HvJEU de menselijkheid en de waardigheid van de ongeborene vanaf het moment van conceptie. Het Hof gaf een juridische interpretatie van het concept ‘menselijk embryo’[xxx] en oordeelde dat elke menselijke eicel, zodra het is bevrucht, beschouwt moet worden als een menselijk embryo.[xxxi]

Samenvatting

De strijd voor een internationaal recht op abortus ging ook het afgelopen jaar onverminderd door. De opvatting dat een recht op abortus valt onder het mensenrechtenrecht wordt door veel organisaties ondersteund, met de VN-Verdragsorganen voorop. Deze interpretatie is echter niet bindend. Ook blijkt uit diverse ontwikkelingen van het afgelopen jaar dat over deze interpretatie geen consensus bestaat. Tevens geniet het ongeboren menselijk leven binnen het internationaal en Europees recht een bepaalde mate van bescherming. Maar bij de huidige roep om een recht op abortus als mensenrecht worden de juridische bescherming en de belangen van het ongeboren kind volledig genegeerd.

Auteur: mevrouw mr. Marie-Thérèse Hengst is jurist en bestuurslid Juristenvereniging Pro Vita

Voetnoten

[i] Rights by Stealth, The Role of UN Human Rights Treaty Bodies in the Campaign for an International Right to Abortion, Susan Yoshihara and Douglas Sylva, p.3.

[ii] General comment No. 36 (2018) on article 6 of the International Covenant on Civil and Political Rights, on the right to life, aangenomen door het Comité tijdens de 124e sessie (8 oktober tot 2 November 2018), paragraaf 8

[iii] Elevating Rights and Choices for All: Guidance Note for Applying a Human Rights Based Approach to Programming, December 2020, p.20

[iv] Statement on the United States Decision to Again Withhold Critical Funding for UNFPA, amid Global Pandemic, 1 juli 2020,  paragraph 6

[v] Evaluation of the UNFPA Support to Family Planning (2008-2013), Volume 1, juli 2016, paragraaf 3.8.2.

[vi] Agreed conclusions van de 65e sessie van de Commission on the Status of Women, 30 maart 2021

[vii] Testimony of Kenneth Roth, Executive Director, Human Rights Watch, 10 januari 2020 bij de Commission on Unalienable Rights

[viii] Amnesty International releases updated policy on abortion, 28 september 2021

[ix] https://stirezo.nl/artikelen/argentini%C3%AB-neemt-vergaande-abortuswet-aan

[x] https://www.aljazeera.com/news/2021/5/7/ecuador-abortion-rights-victory-hailed-as-latest-in-tidal-wave;

[xi] Ontwerpverslag, over de situatie op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de EU, in verband met de gezondheid van vrouwen (2020/2215(INI))

[xii] Algemeen overleg vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over Medische Ethiek, 15 oktober 2020

[xiii] Geneva Consensus Declaration on Promoting Women’s Health and Strengthening the Family, 22 oktober 2020 (Geneva Consensus Declaration)

[xiv] Begin februari 2021 heeft de Verenigde Staten zich weer teruggetrokken uit het verdrag, Center for Family & Human Rights

[xv] Geneva Consensus Declaration on Promoting Women’s Health and Strengthening the Family, 22 oktober 2020 (Geneva Consensus Declaration), pagina 2, tweede vinkje

[xvi] https://www.amnesty.nl/actueel/constitutioneel-hof-polen-perkt-recht-op-abortus-verder-in, 22 oktober 2020

[xvii] https://c-fam.org/friday_fax/honduras-bans-abortion-and-same-sex-marriage-over-objections-of-un-experts/

[xviii] Pro-life win: South Carolina lawmakers pass ‘heartbeat bill,’ expect governor to sign, 28 januari 2021, Louisiana’s Democrat governor signs ‘heartbeat bill’ into law, 30 mei 2019, Ohio Gov. DeWine signs ‘heartbeat bill’ as abortion groups plan lawsuit, 10 april 2019

[xix] Programme of Action adopted at the International Conference on Population and Development Cairo, 5–13 September 1994 (Programme of Action)

[xx] Beijing Declaration and Platform for Action, Adopted at the 16th plenary meeting, op de The Fourth World Conference on Women, 15 September 1995

[xxi] Programme of Action, adopted at the International Conference on Population and Development Cairo, September 1994, paragraph 8.25; Beijing Declaration and Platform for Action, September 1995, article 106 sub k

[xxii] Artikel 6 (5)

[xxiii] Draft International Covenants on Human Rights, A/2929, 1 juli 1955, par. 10, p. 85.

[xxiv] Paragraaf 9, preambule van het Verdrag inzake de rechten van het kind, 20 November 1989

[xxv]  Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde: Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde.

[xxvi] Artikel 14(1), 16, 23 en 38 (5), 50 (alinea 5), 89 (alinea 5) en 132 (alinea 2) Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, 12 August 1949, en 70(1), 76 (1) en (2) van Aanvullend Protocol (I) bij de Verdragen van Genève, 12 augustus 1949 betreffende de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten van 8 juni 1977, en artikel 6 (4) Aanvullend Protocol (II) bij de Verdragen van Genève van 12 August 1949  betreffende de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten van 8 juni 1977

[xxvii] EHRCt, No. 53924/00, Vo. vs France, 2004

[xxviii] Vo. vs France,  para. 84

[xxix] C-34/10, Oliver Brüstle vs Greenpeace eV, [2011]

[xxx] Zoals bedoeld in artikel 6(2)(c) Richtlijn 98/44/EC van  6  juli  1998 betreffende  de  rechtsbescherming  van  biotechnologische  uitvindingen.

[xxxi] C-34/10, Oliver Brüstle vs Greenpeace eV., para. 35