Thema’s aangaande mensenrechten (berichten)

VN: ‘Recht op abortus’. Hoe juridische soevereiniteit lidstaten wordt genegeerd

NJB, 05 februari 2019, door mr. Marie-Thérèse Hengst.  De auteur is jurist internationaal en Europees recht. Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (HRC) vindt dat lidstaten niet zelf hun abortuswetgeving…

  • NJB, 05 februari 2019, door mr. Marie-Thérèse Hengst.  De auteur is jurist internationaal en Europees recht.

Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (HRC) vindt dat lidstaten niet zelf hun abortuswetgeving mogen bepalen en zet de deur verder open naar een recht op abortus. Dat blijkt uit de General Comment (GC) die het comité op 30 oktober 2018 aannam. Hiermee adviseert het HRC de VN-lidstaten over de interpretatie van het artikel 6 (het recht op leven) van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).

Zie https://www.njb.nl/blog/vn-recht-op-abortus-hoe-juridische-soevereiniteit.30953.lynkx

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor VN: ‘Recht op abortus’. Hoe juridische soevereiniteit lidstaten wordt genegeerd

Paus: abortus is geen mensenrecht

ND, 4 februari 2019, door Hendro Munsterman. Abortus is ‘geen mensenrecht’, zoals het ‘helaas in een wijdverspreide en gewortelde visie’ wordt gepresenteerd. Vaticaanstad Dat zei paus Franciscus afgelopen zaterdag tijdens…

ND, 4 februari 2019, door Hendro Munsterman.

Abortus is ‘geen mensenrecht’, zoals het ‘helaas in een wijdverspreide en gewortelde visie’ wordt gepresenteerd.

Vaticaanstad

Dat zei paus Franciscus afgelopen zaterdag tijdens een toespraak voor de Italiaanse ‘Beweging voor het leven’. Hij riep politici op zich altijd voor het leven in te zetten.

Franciscus noemde het doden van ongeborenen ‘een serieus probleem’. De verdediging van het leven is volgens de paus ‘de hoeksteen van het maatschappelijk welzijn: het gaat om ongeborenen die tot ons horen te komen om vernieuwing, toekomst en hoop te brengen’.

De ‘Beweging voor het leven’ is een samenwerkingsverband van meer dan 600 lokale en regionale pro-life organisaties in Italië, en opereert zonder religieus oogmerk. Rond de 70 leden van de beweging waren op audiëntie bij paus Franciscus ter gelegenheid van de jaarlijkse ‘Dag voor het leven’, die 41 jaar geleden door de Italiaanse bisschoppen werd ingevoerd en die afgelopen zondag plaatsvond.

Franciscus wees erop dat de zorg voor het leven niet alleen inhoudt dat men zich voor het leven inzet vanaf het moment van conceptie en geboorte tot de natuurlijke dood, maar dat ook de zorg voor levensvoorwaarden in ogenschouw wordt genomen. Daarbij gaat het volgens Franciscus onder meer over zaken als gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid. ‘Kort gezegd, alles wat een mens in staat stelt om in waardigheid te leven.’

De bescherming van het leven gebeurt dan ook ‘niet op slechts één wijze’, maar door ‘een veelvoud van activiteiten’. ‘Waar leven is, is hoop’, aldus de paus. <

 

Reacties uitgeschakeld voor Paus: abortus is geen mensenrecht

‘Verbod embryo’s kweken niet houdbaar’

ANP 15-01-2018, BINNENLAND, auteur Roselien Herderschee, redacteur Zorg. Overheden moeten met wetgeving komen die het kweken van menselijke embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden onder voorwaarden toestaat. Dat schrijven de ethische commissies van…

ANP 15-01-2018, BINNENLAND, auteur Roselien Herderschee, redacteur Zorg.

Overheden moeten met wetgeving komen die het kweken van menselijke embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden onder voorwaarden toestaat.

Dat schrijven de ethische commissies van twee grote Europese artsenverenigingen in nieuwe aanbevelingen die gepubliceerd zijn in de tijdschriften Human Reproduction Open en European Journal of Human Genetics. Het gaat om organisaties van artsen die zich bezighouden met menselijke voortplanting en menselijke genetica.

Op dit moment is de kweek van embryo’s voor onderzoek in veruit de meeste landen verboden.

Laboratoriumonderzoek

“De kern van het pleidooi is dat er meer ruimte moet komen voor embryo-onderzoek”, zegt Guido de Wert, hoogleraar Biomedische Ethiek aan de Universiteit van Maastricht en eerste auteur van de aanbevelingen. “In eerste instantie om adequaat laboratoriumonderzoek naar de veiligheid van nieuwe, experimentele voortplantingstechnieken mogelijk te maken. Als blijkt dat die technieken waarschijnlijk veilig en effectief zijn, zou op termijn ook klinische, praktische toepassing kunnen volgen bij het repareren van de aanleg voor ernstige erfelijke ziekten.”

De Wert boog zich de afgelopen twee jaar samen met deze twee Europese commissies over nieuwe aanbevelingen. “In vorige decennia is er in veel landen wetgeving ontwikkeld die genetische modificatie in het kader van de menselijke voortplanting absoluut verbiedt, omdat er allerlei absolute ethische bezwaren zouden zijn”, zegt De Wert. “Wij concluderen op basis van ons onderzoek dat die bezwaren niet steekhoudend zijn.”

‘Naïeve Henkie’

“Er is sinds het bepalen van eerdere standpunten veel veranderd”, vervolgt hij. “In onder andere Amerika zijn de afgelopen jaren belangrijke wetenschappelijke doorbraken geboekt. We moeten niet naïeve Henkie zijn, maar tijdig nadenken over de implicaties daarvan voor patiënten.”

Amerikaanse wetenschappers slaagden er het afgelopen jaar in een ziek embryo te corrigeren, waardoor een erfelijke hartaandoening werd uitgeschakeld. Dat gebeurde in een laboratoriumsetting, met embryo’s die speciaal voor onderzoeksdoeleinden gekweekt waren.

Nederlandse klinisch genetici temperden meteen de verwachting dat daar op korte termijn grote effecten voor patiënten van verwacht kunnen worden. En voor mensen die weten dat ze een genetisch erfelijke aandoening hebben, zoals de ziekte van Duchenne, bestaat er met embryoselectie (PGD) al een veilige optie om een gezond kind te krijgen.

Het punt is echter, aldus De Wert, dat PGD niet in alle gevallen helpt. “Zo is er soms gewoonweg geen gezond embryo beschikbaar voor selectie. Genetische modificatie zou dan op termijn wellicht een optie kunnen zijn, indien dat voldoende veilig is.”

“Bovendien”, zegt De Wert, “kun je de nieuwe voortplantingstechnieken en later hun toepassingen, niet onderzoeken met embryo’s die met traditionele ivf-technieken tot stand gekomen zijn. Daarvoor heb je nu juist die gekweekte embryo’s nodig.”

Wereldwijd hebben landen uiteenlopende wet- en regelgeving voor het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. In Nederland mogen alleen restembryo’s die ontstaan in het kader van een IVF-traject gebruikt worden voor onderzoek, maar embryo’s mogen niet speciaal gemaakt worden voor onderzoek. Dat mag alleen in Japan, de VS, België, Zweden en Engeland.

In Nederland is het, net als in veel andere landen, verboden om embryo’s te kweken speciaal voor wetenschappelijke doeleinden. Om dat verbod op te heffen, zou de Embryowet moeten worden verruimd. Maar die optie ligt politiek erg gevoelig.

“Voormalig zorg-minister Schippers had een voorstel in voorbereiding om de bestaande Embryowet te versoepelen, maar in het regeerakkoord is daar geen sprake meer van. We zijn terug bij af”, zegt de Wert. Net als bij enkele andere medisch-ethische kwesties, verandert er op dit terrein niets. De regeringspartijen hebben over veel medisch-ethische kwesties fundamenteel andere opvattingen.

Risico’s

De Wert stoort zich aan de passage in het regeerakkoord waarin staat dat bij politieke besluitvorming met betrekking tot medisch-ethische dilemma’s zorgvuldigheid boven snelheid gaat. “Dat suggereert dat mensen die pleiten voor het verruimen van wetgeving niet voor zorgvuldigheid zijn”, zegt De Wert. “Maar ook mensen die pleiten voor ruimere wetgeving, vinden dat onderzoek zorgvuldig plaats moet vinden en vooraf moet worden beoordeeld door medisch-ethische commissies. Zoals dat nu ook gebeurt.”

“In plaats van een algeheel verbod op het kweken van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden te handhaven, zouden overheden beter kunnen kijken hoe ze dat kweken zorgvuldig kunnen reguleren”, zegt De Wert. “Als je de potentie en risico’s van nieuwe voortplantingstechnieken goed en veilig wilt onderzoeken, zul je de mogelijkheid moeten creëren embryo’s te maken voor onderzoek. Dat getuigt juist van zorgvuldigheid.”

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Verbod embryo’s kweken niet houdbaar’

Deze stap had nooit gezet mogen worden.

NRC, 1 december 2018, Opinie. Auteur: Rosanne Hertzberger is microbioloog. Ik zal eerlijk bekennen dat ik het debat over genetisch sleutelen aan mensen altijd doodsaai vond. Telkens weer diezelfde irrelevante…

NRC, 1 december 2018, Opinie.

Auteur: Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Ik zal eerlijk bekennen dat ik het debat over genetisch sleutelen aan mensen altijd doodsaai vond. Telkens weer diezelfde irrelevante vragen: of ouders straks oogkleur en intelligentie mochten bepalen (hoe dan?), veel luchtfietserij, veel alarmistische voorspellingen van beroepsethici. Ik vond het weinig urgent allemaal.

Daar kwam deze week definitief verandering in.

Twee baby’s geboren met geknipt en geplakt DNA

Er zijn twee baby’s geboren met geknipt en geplakt DNA. Als we de berichtgeving moeten geloven zijn er meer onderweg. Deze jonge mensen zijn dus in de kern van hun wezen aangepast, in al hun organen, huid, hersenen, vezels en vaten zit het resultaat van het werk van de onderzoeker. Hun geslachtscellen zijn geen uitzondering daarop. En aangezien er niets is dat straks deze vrouwen ervan weerhoudt zich voort te planten, is er grote kans dat de creatie van de onderzoeker voortgezet wordt in alle komende generaties.

Het blijft fascinerend hoe manipuleerbaar het leven is. Elke keer als iemand roept: „Dat zit in het DNA van onze samenleving!” denk ik: mooi, dan kan je er dus naar hartelust aan sleutelen. Dat molecuul, de grondwet van het bestaan, kun je bijvoorbeeld gewoon synthetiseren. Uitprinten zeg maar. Je geeft het aan een bacterie en die gaat verder alsof er niks aan de hand is.

En bacteriën zijn nog redelijk eenvoudig om te veranderen. Moeilijker beesten waren altijd planten, muizen, mensen. Daarom was het debat ook zo vaak oninteressant, want wanneer het spannend werd, waren er allerlei praktische hordes (peperduur, omslachtig).

Crispr-gereedschap

Nu is er crispr-gereedschap. De techniek is voor iedereen beschikbaar, niet alleen binnen de nog ietwat sociaal gecontroleerde academische omgeving, maar in elk bedrijf, elke biohacker-space en bij elke onderzoeker die graag wereldwijde faam wil. In de literatuur wemelt het al van nieuwe weefsels en nieuwe proefdieren, muizen, ratten, varkens, makaken waar genen uit zijn gehaald of juist in gezet. Dat zijn handige mutanten waarmee je allerlei menselijke ziektes kunt nabootsen en dus bestuderen.

De onderzoeker die gentech-mensen creëerde is overduidelijk een grens over gegaan, daar was zo ongeveer iedereen het over eens deze week. Maar u moet eens goed opletten welke argumenten er tegenin worden gebracht. Wat was het probleem precies van dit experiment? Ik hoorde vooral veel praktische bezwaren, het meeste in de nabije toekomst op te lossen. Zo had de onderzoeker niet genoeg met collega’s en maatschappij overlegd. En veiligheid! Want ook crispr knipt op verschillende plekken in het DNA en een van de baby’s had ook daadwerkelijk een extra mutatie op een onbedoelde plek met nog onbekende effecten. Maar bovenal: wat was dat levensontwrichtende medische probleem wat hiermee opgelost moest worden? Dat was er niet.

Maar stel je voor dat de aanpassingen allemaal wel veilig waren of in ieder geval een acceptabel risico gegeven een serieuze erfelijke ziekte van de ouders. En stel dat de onderzoeker keurig te werk was gegaan, duidelijk gecommuniceerd had en zijn plannen door vijfentachtig ethische commissies waren beoordeeld. Wat was dan uw oordeel geweest? Oftewel: mogen we het DNA van de geslachtscellen van mensen blijvend veranderen, zodat de veranderingen generaties lang in stand kunnen blijven?

Mijn antwoord is: nee. Niet vanwege praktische bezwaren. Zelfs niet vanwege het gebrek aan instemming door het genetisch gemodificeerde nageslacht. Baby’s wordt immers nooit gevraagd ergens hun handtekening onder te zetten.

Aantasting van de waarde en waardigheid van de mens

Mijn bezwaren zijn fundamenteler. Ook zonder God heeft de mens zijn heiligheid nog niet verloren in mijn ogen. Of in ieder geval blijft hij verhevener boven de andere soorten dieren. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat dat zo is, je kunt het zelfs soortenfascisme noemen, en toch is dat mijn stellige overtuiging. Onze chromosomen zijn het enige dat alle mensen gemeen hebben. Laten we dat juridisch beschermen en onveranderlijk maken. China zou die onderzoeker de cel in moeten gooien wegens overtredingen tegen de menselijkheid. We moeten grenzen trekken, en snel.

 

Reacties uitgeschakeld voor Deze stap had nooit gezet mogen worden.

Vervolgd om de wilsverklaring

MC, 21 november 2018, achter het nieuws. Auteur: Eva Nyst.   Rechtszaak moet helderheid bieden over wilsvraag bij wilsonbekwame patiënten. Voor het eerst in de geschiedenis van de euthanasiewet stelt…

MC, 21 november 2018, achter het nieuws.

Auteur: Eva Nyst.

 

Rechtszaak moet helderheid bieden over wilsvraag bij wilsonbekwame patiënten.

Voor het eerst in de geschiedenis van de euthanasiewet stelt het Openbaar Ministerie vervolging in. Zeven vragen over de zaak van de specialist ouderengeneeskunde die een gevorderd demente patiënt euthanasie verleende op basis van haar wilsverklaring.

Zaak 2016-85

Januari 2017 plaatste de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) zaak 2016-85 online. Deze zaak betrof een specialist ouderengeneeskunde die aan een ernstig demente, wilsonbekwame vrouw op basis van haar schriftelijke wilsverklaring euthanasie verleende. Volgens de RTE handelde de arts niet volgens de zorgvuldigheidseisen, omdat ze niet ondubbelzinnig tot de overtuiging had mogen komen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. Daarbij oordeelde de RTE dat de arts een grens had overschreden door toediening vooraf van Dormicum en door niet te stoppen toen de patiënt reageerde op de toediening van de euthanatica. September 2017 startte het Openbaar Ministerie (OM) een strafrechtelijk onderzoek naar de casus. Juli 2018 berispte het regionale tuchtcollege in Den Haag de arts na een klacht van de inspectie; de arts ging hiertegen in beroep. Op 9 november maakte het OM het besluit tot vervolging openbaar.

Wat wordt de arts precies ten laste gelegd?

Het College van Procureurs-Generaal besloot tot vervolging over te gaan, zodat de rechter kan beoordelen ‘of de arts mocht vertrouwen op de wilsverklaring van de vrouw’, zo laat het OM in een persbericht weten. Bovendien had de arts volgens het OM met de vrouw moeten bespreken of ze nog steeds een doodswens had. Dat zij dement was ‘doet hieraan niet af, omdat de wet ook in zo’n situatie van de arts verlangt dat het euthanasieverzoek wordt geverifieerd’. Het OM zegt niets over de manier waarop de euthanasie is uitgevoerd. Dat is opvallend, omdat de toetsingscommissies bezwaar maakten tegen het feit dat de arts vooraf midazolam in de koffie van de vrouw deed en dat ze niet stopte toen de patiënt een terugtrekbeweging maakte met haar arm.

Wanneer komt de zaak voor de rechter?

Procureur-generaal Rinus Otte zei bij tv-programma Nieuwsuur dat ‘al veel voorwerk’ is verricht. ‘Dus we hopen dat zo’n zaak als deze binnen een halfjaar tot een einde komt bij de rechtbank, en als de zaak daarna verdergaat, hopen we dat die met spoed plaatsvindt bij het gerechtshof en daarna eventueel bij de Hoge Raad’, zei Otte ook. De datum van het hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is nog niet bekendgemaakt.

Twee SCEN-artsen gaven positief advies aan de specialist ouderengeneeskunde. Geeft dat de arts enige juridische bescherming?

De SCEN-consultatie is bedoeld om de arts te laten reflecteren op het eigen oordeel, om daarmee een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen. Maar het blijft de verantwoordelijkheid van de arts of aan de zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet is voldaan, zo meldt de KNMG op de SCEN-website. De SCEN-arts geeft een oordeel over de eerste vier zorgvuldigheidseisen (verzoek, lijden, voorlichting, alternatieven) en niet over het vereiste van een medisch zorgvuldige uitvoering. In deze zeer complexe casus waren SCEN-arts en de uitvoerend arts het eens, maar oordeelden de tuchtrechter en de RTE – waarin naast medici, ook juristen en ethici zitten – anders.

Is euthanasie bij dementie een nieuw verschijnsel?

Sinds de euthanasiewet in 2002 in werking trad, komt dementie in alle jaarverslagen van de toetsingscommissies ter sprake. In het jaarverslag over 2003 wordt dementie nog niet apart als aandoening vermeld. Wel benoemt de RTE hierin het belang van een schriftelijke wilsverklaring, ‘bijvoorbeeld bij patiënten met de ziekte van Alzheimer.’ In 2004 ontving de RTE één melding, in 2005 ‘enkele’ en in 2006 zes meldingen. De jaarverslagen van 2007 en 2008 bevatten allebei twee casussen van euthanasie bij een demente patiënt, maar vermelden het totale aantal niet. Vanaf 2009 noemt de RTE – na toezegging door de staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer – het aantal gemelde gevallen van dementie expliciet. In 2009: twaalf en in de jaren daarna loopt het snel op: 25 in 2010, 49 in 2011, 97 in 2013 en 169 in 2017, waarvan drie bij patiënten met een gevorderd ziektebeeld. In 2016 melden artsen 141 dementiezaken, waarvan ‘enkele’ van patiënten met een gevorderd beeld. Naast zaak 2016-85 kreeg ook een specialist ouderengeneeskunde van de Levenseindekliniek een onzorgvuldigheidsoordeel in een zaak – nummer 2017-103 – van euthanasie bij een gevorderd demente patiënt. Het OM stelde tegen deze arts eveneens een strafrechtelijk onderzoek in en zal binnenkort een beslissing over al dan niet vervolgen bekendmaken.

Krijgen specialisten ouderengeneeskunde vaak een euthanasieverzoek op basis van een wilsverklaring en wat doen ze daarmee?

Ruim zeshonderd leden van Verenso vulden vorig jaar een ledenpeiling in over schriftelijke euthanasieverzoeken bij wilsonbekwame patiënten met dementie. 37 procent van de respondenten kreeg ooit zo’n euthanasieverzoek, in 94 procent van de gevallen was dat opgesteld door een naaste. Zo’n verzoek komt zelden tot uitvoering. Gevraagd naar waarom het er niet van was gekomen, antwoordde men het vaakst dat de situatie zoals beschreven in de schriftelijke euthanasieverklaring wel aanwezig was, maar dat er geen sprake was van ondraaglijk en uitzichtloos lijden óf dat dit lijden niet kon worden beoordeeld. Van de respondenten was 44 procent het eens met de stelling ‘ik ervaar de laatste jaren een toename van druk om euthanasie te verrichten bij wilsonbekwame patiënten op basis van een schriftelijke euthanasieverklaring’.

Heeft deze zaak gevolgen voor het advies over de wilsverklaring van de NVVE?

De NVVE was al bezig om de instructies voor de wilsverklaring te vernieuwen omdat de toetsingscommissie had gesteld dat deze ‘kraakhelder’ moeten zijn, vertelt NVVE-directeur Agnes Wolbert. ‘Maar sinds de tuchtzaak tegen de specialist adviseren we nu ook in de wilsverklaring het akkoord met premedicatie op te nemen.’ De organisatie ondersteunt de procesgang van bioloog Albert Heringa, die terechtstond voor hulp bij zelfdoding van zijn moeder Moek. Wolbert ‘laat in het midden’ of de NVVE ook het proces van de specialist ouderengeneeskunde financiert.

Hoe heeft de specialist ouderengeneeskunde op de vervolging gereageerd?

De arts heeft naast haar advocaat een communicatieadviseur in de arm genomen die de woordvoering doet. Deze liet direct na de aankondiging van de vervolging door het OM weten: ‘De arts is teleurgesteld, omdat ze ervan overtuigd is dat ze zeer zorgvuldig heeft gehandeld. Alhoewel ze zich ervan bewust is dat de reden voor de rechtsvervolging het geven van rechtszekerheid aan artsen en patiënten is, wordt ze nu persoonlijk vervolgd.’ Wel ‘juicht de arts toe’ dat er duidelijkheid komt over beantwoording van de wilsvraag bij euthanasie bij wilsonbekwame patiënten. Ze laat het bij deze reactie en richt zich verder op haar verdediging. ‘Ze ziet de zaak met vertrouwen tegemoet’, aldus de woordvoerder.

LINKS

https://www.om.nl/@104442/verpleeghuisarts/

RTE-zaak 2016-85:

https://www.euthanasiecommissie.nl/uitspraken/publicaties/oordelen/2016/niet-gehandeld-overeenkomstig-de-zorgvuldigheidseisen/oordeel-2016-85

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Vervolgd om de wilsverklaring

Verpleeghuisarts vervolgd voor euthanasie bij demente vrouw

Openbaar Ministerie, 9 november 2018. Een verpleeghuisarts die in april 2016 euthanasie uitvoerde bij een 74-jarige demente en wilsonbekwame vrouw, wordt vervolgd. Het College van procureurs-generaal heeft dit besloten op basis van…

Openbaar Ministerie, 9 november 2018.

Een verpleeghuisarts die in april 2016 euthanasie uitvoerde bij een 74-jarige demente en wilsonbekwame vrouw, wordt vervolgd. Het College van procureurs-generaal heeft dit besloten op basis van strafrechtelijk onderzoek. Het is de eerste keer dat het Openbaar Ministerie (OM) een arts vervolgt voor euthanasie sinds de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in 2002. In deze zaak spelen belangrijke rechtsvragen over de levensbeëindiging van dementerenden. Om deze vragen beantwoord te krijgen, legt het OM deze specifieke kwestie nu aan de rechter voor.

De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) concludeerde begin 2017 dat de arts in deze zaak niet zorgvuldig heeft gehandeld. Volgens de RTE had de vrouw enkele jaren voor haar opname in het verzorgingstehuis een wilsverklaring opgesteld, maar was die onduidelijk en tegenstrijdig. Ook heeft de arts volgens de RTE een grens overschreden bij de uitvoering van de euthanasie. De RTE stuurde de zaak zoals gebruikelijk bij een oordeel ‘onzorgvuldig’ door naar het OM voor een strafrechtelijke beoordeling.

Het College concludeerde in september 2017 dat er dusdanige verdenkingen waren ten aanzien van het zorgvuldig handelen van de arts dat nader strafrechtelijk onderzoek nodig was. Dat onderzoek is uitgevoerd door een officier van justitie van parket Den Haag, omdat het verpleeghuis waar de vrouw verbleef, gevestigd is binnen dit arrondissement. Na uitvoerig onderzoek is ook de officier van justitie tot het oordeel gekomen dat de verpleeghuisarts niet heeft gehandeld volgens de wettelijke normen. Het OM vindt het belangrijk dat de rechter beoordeelt of de arts mocht vertrouwen op de wilsverklaring van de vrouw. Daarnaast verwijt het OM de arts dat deze zonder dit bij de vrouw te verifiëren ervan uitging dat de vrouw nog steeds dood wilde. De vrouw had weliswaar regelmatig gezegd te willen sterven, maar had ook verschillende keren gezegd niet dood te willen. Naar het oordeel van het OM had de arts bij de vrouw moeten nagaan of zij nog steeds een doodswens had door dit met haar te bespreken. Dat zij inmiddels dement was geworden doet hieraan niet af, omdat de wet, volgens het OM, ook in zo’n situatie van de arts verlangt dat het euthanasieverzoek wordt geverifieerd. Deze twee rechtsvragen over de levensbeëindiging van dementerenden, rechtvaardigen dat deze zaak aan de strafrechter wordt voorgelegd.

Wanneer de zaak door de rechtbank Den Haag wordt behandeld, is nog niet bekend.

Het OM verwacht binnen enkele weken uitsluitsel te geven over andere strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Op dit moment lopen er nog twee strafrechtelijke onderzoeken bij parket Noord-Holland. In twee andere euthanasiezaken waarin een strafrechtelijk onderzoek was ingesteld, heeft het College recent besloten deze zaken te seponeren.

 

Reacties uitgeschakeld voor Verpleeghuisarts vervolgd voor euthanasie bij demente vrouw

‘Invulling euthanasiecriteria aan update toe’

MC, 18 oktober 2018, interview. Auteur: Eva Nyst. Bij gevorderde dementie is vooral vaststellen vrijwilligheid lastig. Een net verschenen verkenning van Verenso zet het stoplicht voor euthanasie bij dementie op…

MC, 18 oktober 2018, interview.

Auteur: Eva Nyst.

Bij gevorderde dementie is vooral vaststellen vrijwilligheid lastig.

Een net verschenen verkenning van Verenso zet het stoplicht voor euthanasie bij dementie op basis van een wilsverklaring op oranje, omdat vaak niet aan de zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. ‘De criteria in de wet gaan uit van een autonome, wilsbekwame patiënt’, zegt Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen.

Voorjaar 2017 plaatsten 450 artsen een advertentie in de krant met de oproep ‘Niet stiekem bij dementie’. Veel huisartsen, maar ook zo’n honderd van de ruim 1700 specialisten ouderengeneeskunde ondertekenden. ‘Relatief gezien veel’, zegt specialist ouderengeneeskunde Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter van Verenso. Voor haar was dat het moment om te gaan inventariseren welke rol haar vereniging moet spelen in de discussie over euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie. Een ledenpeiling en vele ledenbijeenkomsten en schriftelijke consultatierondes verder liggen er nu zes conclusies (zie kader) waarmee Verenso verder kan, bijvoorbeeld in het KNMG-project Euthanasie en gevorderde dementie.

Noem het vraagstuk van euthanasie bij wilsonbekwame dementiepatiënten gerust ‘de worsteling van een vereniging’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Er zijn twee werelden, die van de jurist en die van de professional in de praktijk.’ De juristen hebben hun werk gedaan en euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring mag nu. Daarnaast bestaat de medische praktijk waarvoor de zorgvuldigheidscriteria gelden uit de euthanasiewet. De wetgever heeft echter criteria opgesteld waarbij wordt uitgegaan van een autonome, wilsbekwame patiënt. Maar een gevorderd demente patiënt van wie een schriftelijke wilsverklaring aan de dokter wordt voorgelegd, is meestal niet meer wilsbekwaam. ‘Daar moet eigenlijk nog een slag in worden gemaakt. De professionele invulling van de zorgvuldigheidscriteria is aan een update toe’, zegt Nieuwenhuizen.

‘In het publieke debat is veel te weinig aandacht voor palliatieve zorg’

Rekkelijken en preciezen.

Bij de inventarisatie onder de leden is gestreefd rekkelijken en preciezen aan het woord te laten. Over een paar dingen bleek grote eensgezindheid te bestaan, zoals over de opvatting dat er in het publieke debat veel te weinig aandacht is voor palliatieve zorg. Nieuwenhuizen: ‘Het gaat steeds over de wilsverklaring en euthanasie. Maar dat is vaak geen oplossing. Dat wil niet zeggen dat er niks anders is. We willen de leden steunen om te praten over die andere weg, van palliatieve zorg.’ De maatschappelijke gedachte over het levenseinde klopt niet meer, stelt de voorzitter. Patiënten lijken te denken dat een akelig levenseinde alleen is te vermijden met een euthanasieverzoek, van palliatieve zorg hebben ze vaak nog nooit gehoord. In gesprekken over de dood moet de arts daardoor regelmatig ‘in de verdedigingsmodus’ omdat patiënten euthanasie eisen, waardoor het gesprek over goede zorg rond het levenseinde in de knel komt, vertelt Nieuwenhuizen.

In de peiling gaf 40 procent van de artsen aan toegenomen druk te voelen om euthanasie te verlenen. Nieuwenhuizen: ‘Er is een grote maatschappelijke roep om antwoord op de vraag wanneer het nou wel mag en wanneer niet. Maar er is geen simpel antwoord. Onze leden zijn het erover eens dat we niet toe moeten naar een afvinklijstje. Het is een heel individueel verhaal.’ En best een ingewikkeld verhaal, want omdat de wet is opgesteld met het oog op een wilsbekwame verzoeker, komt de arts bij een wilsonbekwame patiënt allerlei problemen tegen als hij de zorgvuldigheidseisen langsloopt, verduidelijkt Nieuwenhuizen. ‘Het is moeilijk vaststellen of bij een patiënt met gevorderde dementie sprake is van een weloverwogen keuze, terwijl het juist bij wilsonbekwaamheid essentieel is dat je ervan overtuigd bent dat je doet wat iemand wil. Ook het vaststellen van het lijden is complex. En dan de vereiste dat er geen redelijke alternatieven zijn. Is een verpleeghuis een redelijk alternatief en wie bepaalt dat als een patiënt daar niet naartoe wil? Als sluitstuk is ook de uitvoering van een dergelijke euthanasie een uitdaging.’ Iemand met gevorderde dementie begrijpt immers niet wat de dokter komt doen. Dat euthanasie bij gevorderde dementie ook weleens als zorgvuldig wordt beoordeeld door de toetsingscommissies euthanasie, stelt Nieuwenhuizen niet gerust. Het is ‘kennelijk een heel individueel iets’ waarbij in een enkel geval wel aan de zorgvuldigheidscriteria van de wet wordt voldaan. ‘Maar meestal schuurt het’, zegt Nieuwenhuizen, doelend op het onbehagen dat artsen voelen om een mens die zich daarvan niet bewust lijkt, het leven te ontnemen.

‘Het is heel belangrijk dat patiënten weten dat euthanasie geen recht is’

Was Verenso erbij toen de ministeries van Justitie en VWS samen met de KNMG in de Handreiking schriftelijk euthanasieverzoek in 2015 vastlegden dat een schriftelijk verzoek in de plaats van een mondeling verzoek mag komen?

‘Ja, maar we hebben destijds wel aangegeven dat we problemen zagen rond de wilsbekwaamheid. Maar soms lopen de dingen zoals ze lopen. Je ziet vaker dat wordt geprobeerd een complex probleem samen te vatten in een eenduidige handreiking om zo helderheid te creëren. Onze boodschap nu is heel vervelend: “Het gaat niet 100 procent helder worden omdat het een heel individueel en contextgebonden verhaal is, waarbij de zorgvuldigheidscriteria leidend zijn.” En daarmee kom je in zo’n ingewikkeld proces, dat euthanasie bij gevorderde dementie eigenlijk bijna niet mogelijk is. In een heel uitzonderlijk geval wel, want niets in het leven is statisch. Maar bij gevorderde dementie gebeurt het eerder niet dan wel. Dus zo’n wilsverklaring is misschien niet wat men hoopt dat het is. Het is geen waardebon die desnoods door iemand anders kan worden ingeleverd.’

Zit er beweging in deze ‘waardebon’-discussie tussen de medische wereld en patiëntvertegenwoordigers als de NVVE?

‘Wij willen niet in getouwtrek terechtkomen op dat kwetsbaarste moment van het sterven, waarbij familie en patiënt tegenover een dokter komen te staan op basis van een papiertje. Daarom is het heel belangrijk dat patiënten weten dat euthanasie geen recht is van de patiënt en geen plicht van de dokter. Het probleem zit erin dat dementie een vreselijke ziekte is. We zien soms dat de patiënt lijdt, dat voelt als met de rug tegen de muur staan, maar we moeten onderzoeken wat daarop het antwoord is.’

U noemt het vaststellen van het lijden complex.

‘De vraag naar het lijden is een valkuil, maar het probleem van euthanasie bij gevorderde dementie zit hem vooral in de vrijwilligheid van het verzoek. Natuurlijk is het lijden vaak ook een vraagstuk, maar vooral omdat het er soms wel en soms niet is. De vraag is hoe een arts dat moet duiden, en of bijvoorbeeld dwanghuilen uitzichtloos en ondraaglijk is. Dat is bijna niet te bepalen als iemand niet meer wilsbekwaam is. Wat is lijden en wanneer is het ondraaglijk? En is iets wat je niet wil overdraagbaar naar de toekomst? Over die filosofische discussie zou ik wel een aflevering van Zomergasten willen, dan is er de ruimte om het in alle facetten te belichten. Daarbij moet een arts toch toetsen of de patiënt het op dat moment ook nog wil. “Ja, maar mensen schrijven het juist op voor als ze het niet meer kunnen aangeven”, hoor je soms in de discussie. Maar in de somatiek blijkt 25 procent van de mensen met een euthanasieverklaring daarop terug te komen. Bij dementie kun je dat niet vaststellen.’

Wat gaat Verenso nu doen?

‘We willen de professionele invulling van de zorgvuldigheidscriteria in kaart brengen met de KNMG en met de wetenschappelijke wereld. We gaan onze handreikingen Zorgvuldige zorg rondom het levenseinde uit 2007 en Wilsonbekwaamheid uit 2008 aanpassen aan de nieuwste inzichten. Ook willen we een bijdrage leveren aan het publieke debat, zodat het niet alleen gaat over euthanasie, maar ook over wat palliatieve zorg is. Daarover moeten we vaker in gesprek gaan. En er moet goede opvang komen voor patiënten als er een crisis is. We willen onze leden ondersteunen om – dat is per slot van rekening hun expertise – levenseindegesprekken goed vorm te geven. Daar zit een enorme hoeveelheid zingeving in. Dus misschien moeten we ook interdisciplinair aan de slag met filosofen en geestelijk verzorgers, zoals dat nu ook al met ethici gebeurt. Ook zouden we bijvoorbeeld palliatieve zorg in de geneeskundeopleiding samen met andere opleidingen kunnen doceren zoals filosofie en humanistiek. Dat is overigens mijn eigen mening, dat staat niet in onze verkenning. Volgens mij moet je daar hulp inroepen. Dit zijn vragen die voorbij het dokterschap gaan – en voorbij de juristerij ook.’

Zes conclusies

De zes uitkomsten van de Verenso-verkenning Euthanasie bij gevorderde dementie:

  1. Zorg voor mensen met dementie vraagt om palliatieve zorg. Euthanasie is slechts één van de mogelijke medische beslissingen rond het levenseinde.
  2. Tijdig en herhaaldelijk spreken over wensen is belangrijk in de zorg voor patiënten met dementie.
  3. Euthanasie komt zelden voor bij ter zake wilsonbekwame patiënten met dementie en een schriftelijke euthanasieverklaring, omdat in de praktijk vaak niet aan de zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Meer duidelijkheid over de professionele invulling van de zorgvuldigheidscriteria is gewenst.
  4. Euthanasie bij ter zake wilsonbekwame patiënten met dementie en een schriftelijke euthanasieverklaring is bijzonder complex en vraagt om verhelderend onderzoek.
  5. Collegiaal overleg en duidelijke kaders zijn belangrijk bij het afwegen van complexe medische beslissingen rond het levenseinde.
  6. Maatschappelijke aandacht is nodig voor een reëel beeld over het levenseinde en de waarde van een schriftelijke euthanasieverklaring. 

     

    Verenso

    Missie: wij zijn de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde. Als leden van Verenso staan wij voor de best-passende medische zorg voor kwetsbare ouderen en patiënten met een complexe zorgvraag, ongeacht waar zij verblijven. Samen zetten wij ons in voor een hoogwaardige kwaliteit van ons medisch handelen en een optimale positie van de specialist ouderengeneeskunde binnen de gezondheidszorg.

Reacties uitgeschakeld voor ‘Invulling euthanasiecriteria aan update toe’

Groot deel van de wilsverklaringen voor euthanasie blijkt nutteloos

Trouw, 22 augustus 2018, rubriek samenleving. Auteur: Dirk Waterval. Wie denkt er te zijn met een wilsverklaring kan bedrogen uitkomen: ruim de helft van deze verklaringen is verouderd. Een groot…

Trouw, 22 augustus 2018, rubriek samenleving.

Auteur: Dirk Waterval.

Wie denkt er te zijn met een wilsverklaring kan bedrogen uitkomen: ruim de helft van deze verklaringen is verouderd.

Een groot deel van de wilsverklaringen voor euthanasie is nutteloos. Patiënten moeten de verklaring af en toe opnieuw bespreken met hun arts, zodat die in het geval van een euthanasieverzoek weet dat de levenseindewensen nog actueel zijn. Maar nog niet de helft van de mensen doet dat, blijkt uit een onderzoek van huisarts Matthijs van Wijmen, die duizenden mensen jarenlang volgde.

Op basis van zo’n oude verklaring zal een arts geen euthanasie plegen bij iemand die daar vanwege dementie niet zelf meer om kan vragen.

In een wilsverklaring leggen mensen vast hoe lang ze doorbehandeld willen worden, of in welke situaties ze euthanasie zouden willen. Iedereen mag er zelf een opstellen, maar de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) en de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) geven ook modelverklaringen uit. Voor zijn onderzoek aan het Amsterdam UMC enquêteerde Van Wijmen zes jaar lang ruim 4000 leden van de NVVE en ruim 1000 leden van de NPV. Van de NVVE-leden praatte slechts 42 procent in die hele zes jaar opnieuw met zijn huisarts over de verklaring, van de NPV-leden deed zelfs maar 28 procent dat. Geen arts is verplicht mee te werken aan levensbeëindiging, ze mogen elk verzoek weigeren en doorverwijzen naar een collega. Artsen die wel meewerken willen zéker weten dat de euthanasiewens nog actueel is. Een patiënt die tien jaar geleden opschreef dood te willen als hij ooit door dementie in een verpleeghuis belandt, kan daar nu best anders over denken. Niet alleen principiële of emotionele bezwaren spelen daarin mee: artsen hebben te maken met regionale toetsingscommissies die hun handelen kunnen beoordelen als onzorgvuldig. Leunen op een oude wilsverklaring pleit niet voor zorgvuldigheid. Begin dit jaar kreeg een huisarts nog een tik op haar vingers van een toetsingscommissie omdat de wilsverklaring van haar patiënt vijf jaar oud was ten tijde van de euthanasie.

Van Wijmen kan niet zeggen hoe vaak een patiënt dan precies met de huisarts om tafel moet. Wel dat het heel belangrijk is om goed bij te houden.

Makkelijke afwijzing

“Dit is een van onze meest prangende problemen”, zegt een woordvoerder van euthanasievereniging NVVE. “Wij zijn met de artsenfederatie in gesprek om toch tot een soort richtlijn te komen over hoe vaak je het er dan precies met je huisarts over moet hebben.” Maar een harde grens van bijvoorbeeld een jaar ziet hij niet zitten. “Vond het laatste gesprek toevallig net dertien maanden geleden plaats, dan kan een onwillige arts de euthanasie alleen maar makkelijker afwijzen.” In haar ledenbestand kan de NVVE zien wie langer dan vijf jaar geleden een wilsverklaring bij haar heeft afgenomen. Die groep zal ze binnenkort een herinnering sturen.

“Zeker in de laatste levensfase kunnen wensen veranderen”, zegt een woordvoerder van artsenfederatie KNMG, die het belang van Van Wijmens studie onderschrijft. “De wens kan voor de arts onduidelijk zijn als de verklaring niet onlangs opnieuw is ondertekend.” Overigens stelden de duizenden deelnemers aan Van Wijmens onderzoek hun wensen rond hun levenseinde amper bij, zag hij in die tijdspanne van zes jaar. “Veruit de meesten pasten hun wilsverklaring niet aan na grote levensgebeurtenissen, zoals het overlijden of ziektebed van een naaste.”

Dat maakt de documenten in theorie ook na lange tijd nog betrouwbaar: kleine kans dat de patiënt er inmiddels anders over denkt. Maar een arts kan dat nog altijd niet zeker weten.

 

Noot Webredactie Juristenvereniging Pro Vita:

De NPV geeft levenswensverklaringen uit, ook wel de zogenaamde zorgverklaringen genoemd. Deze verklaringen zijn bedoeld voor normale medische behandelingen conform de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Ze worden afgelegd door de patiënt als hij nog wilsbekwaam is en kunnen eventueel gebruikt worden als de patiënt dat niet meer is.

Deze zorgverklaringen moet onderscheiden worden van de euthanasieverklaringen die de NVVE afgeeft. Deze verklaringen behelzen een verzoek tot euthanasie. Euthanasie is strafbaar, tenzij aan de zorgvuldigheidscriteria wordt voldaan conform de Wet Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WtL). 

Er is dus juridisch gezien een essentieel verschil tussen de twee verklaringen: de zorgverklaringen gaan over normale medische handelingen die conform de wet zijn. Euthanasieverklaringen daarentegen zijn verzoeken om levensbeëindiging, dat is ‘geen’ normale medische handeling en is in beginsel strafbaar. Het is geen recht van de verzoeker en geen plicht om uit te voeren voor de arts.

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Groot deel van de wilsverklaringen voor euthanasie blijkt nutteloos

Zelfs een up-to-date wilsverklaring voor euthanasie biedt geen garantie

TROUW, OPINIE, dinsdag 4 september 2018 Auteur: prof. mr. dr. M.A.J.M. (Martin) Buijsen.  Martin Buijsen (1963) is hoogleraar Recht & gezondheidszorg aan de Erasmus School of Law (ESL) en het Instituut Beleid…

TROUW, OPINIE, dinsdag 4 september 2018

Auteur: prof. mr. dr. M.A.J.M. (Martin) Buijsen.  Martin Buijsen (1963) is hoogleraar Recht & gezondheidszorg aan de Erasmus School of Law (ESL) en het Instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Patiënten die euthanasie willen, hebben de dure morele plicht hun arts daar geregeld over te blijven informeren, schrijft Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit. Maar laat niemand die patiënten wijsmaken dat ze daarmee de garantie hebben dat zij krijgen wat zij wensen.

Veel wilsverklaringen voor euthanasie zouden nutteloos zijn. Het merendeel is verouderd. Uit een onderzoek is gebleken dat nog niet de helft van de mensen hun verklaring af en toe opnieuw bespreekt met hun arts, zodat die in het geval van een euthanasieverzoek weet dat de levenseindewensen actueel zijn.

Als een wilsverklaring verouderd is, zal een arts geen euthanasie plegen bij iemand die daar vanwege dementie niet zelf meer om kan vragen. Een arts die afgaat op een wilsverklaring die volgens de regionale toetsingscommissie te oud is ten tijde van de euthanasie, loopt immers tuchtrechtelijke en strafrechtelijke risico’s.

Deze berichtgeving wekt de indruk dat voor het gehonoreerd krijgen van een euthanasiewens in het geval van wilsonbekwaamheid van de patiënt, niet méér nodig is dan een actuele en zo eenduidig mogelijke schriftelijke wilsverklaring, zolang het verzoek maar gericht wordt aan een willige arts, eentje die geen principiële bezwaren heeft tegen euthanasie.

Ongetwijfeld prozaïsch

Niets is minder waar. De redenen om deze wilsverklaringen niet te actualiseren zijn ongetwijfeld prozaïsch. Zo hebben veel mensen een inboedelverzekering waar jarenlang niet naar omgekeken is, met als gevolg dat hun inboedel in de regel onderverzekerd is. Die is immers niet meer zoals die was ten tijde van het afsluiten van de verzekering. Verzekerden zouden er daarom goed aan doen om zo nu en dan na te gaan of het maximaal uit te keren bedrag nog wel overeenkomt met de actuele waarde van de inboedel. Mensen doen dat niet, het komt er gewoon niet van.

Maar waar bij het geheel verloren gaan van een onderverzekerde inboedel verzekerden nog kunnen rekenen op een uitkering tot een bepaald bedrag, hebben patiënten die een schriftelijke wilsverklaring voor euthanasie hebben opgesteld een dergelijke zekerheid niet.

De euthanasiewet verlangt dat de arts de overtuiging moet hebben gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt. Mocht hier naar het oordeel van de bevoegde regionale toetsingscommissie geen sprake van zijn geweest, dan heeft de arts die euthanasie gepleegd heeft een probleem.

Zeer problematisch zinnetje

Maar deze eis is maar een van de wettelijke zorgvuldigheidseisen die een arts in acht te nemen heeft. De arts die euthanasie gepleegd heeft en daarbij meende zich louter en alleen te kunnen baseren op de schriftelijke wilsverklaring van de patiënt heeft in beginsel een veel groter probleem, hoe actueel en eenduidig die verklaring ook is. Behalve dat sprake is van een weloverwogen en vrijwillig verzoek, eist de wet ook dat de arts de overtuiging gekregen heeft dat de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk leed, dat hij de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten, en dat hij met de patiënt tot de overtuiging gekomen is dat er geen redelijke andere oplossing was.

Nu zegt de euthanasiewet inderdaad dat de arts gevolg kan geven aan een wilsverklaring inhoudende een euthanasieverzoek, indien deze is opgesteld toen de patiënt nog wilsbekwaam was. Maar in een zeer problematisch zinnetje laat de wet daarop volgen dat de eerder in die wet opgesomde zorgvuldigheidseisen ‘van overeenkomstige toepassing’ zijn.

Hoe kunnen deze eisen van toepassing zijn op een patiënt die zwaar dement is? Lijdt zo iemand ondraaglijk? En hoe kan hij met zo’n patiënt tot een overtuiging komen? Moeilijke vragen, maar toch vragen waaraan een arts niet voorbij mag gaan.

Patiënten die euthanasie willen, hebben de dure morele plicht hun arts zo goed als maar kan te blijven informeren. Maar laat niemand die patiënten wijsmaken dat daarmee gegarandeerd is dat zij zullen krijgen wat zij wensen.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Zelfs een up-to-date wilsverklaring voor euthanasie biedt geen garantie

Te veel complicaties bij de behandelingsovereenkomst

Auteur: Prof. mr. J.C.J. Dute Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen, en lid van de redactie van TvGR. Bron: Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, afl. 3, 2018…

Auteur: Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen, en lid van de redactie van TvGR.

Bron: Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, afl. 3, 2018

 

De juridische verhouding tussen de hulpverlener en de patiënt heeft doorgaans de vorm van een overeenkomst. Daarvoor kent Boek 7 BW een aparte afdeling, waarin deze contractuele rechtsverhouding is neergelegd als een bijzondere overeenkomst van opdracht: de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling. In de literatuur wordt deze overeenkomst overigens steevast de ‘geneeskundige behandelingsovereenkomst’ genoemd, terwijl de wet zelf (art. 7:446 lid 1 BW) de overeenkomst nadrukkelijk aanduidt als ‘behandelingsovereenkomst’.

De behandelingsovereenkomst vervult in de verhouding tussen de hulpverlener en de patiënt een cruciale rol, omdat zij drager is van en invulling geeft aan de patiëntenrechten. Helaas bestaat in de praktijk over de behandelingsovereenkomst nog veel onduidelijkheid.
Zo is vaak niet helder wanneer de behandelingsovereenkomst precies aanvangt: reeds bij het maken van de afspraak met de hulpverlener, bij het eerste echte contact met de hulpverlener of pas nadat de hulpverlener de patiënt daadwerkelijk als zodanig heeft geaccepteerd? En wanneer kan precies worden gesproken van een behandelingsovereenkomst bij hulpverlening in een acute situatie? Of bij een internetconsult? Jurisprudentie ontbreekt, in richtlijnen van de KNMG worden wel enkele handreikingen ter zake gedaan.
Vragen over de behandelingsovereenkomst zijn er ook in de relatie tussen de huisarts en de patiënt. Is daar sprake van twee behandelingsovereenkomsten, een doorlopende overeenkomst en een bijzondere die met de arts wordt gesloten bij elk consult? Of is sprake een ‘slapende’ overeenkomst die herleeft, telkens wanneer de patiënt zich tot de huisarts wendt?
Soms is niet duidelijk of überhaupt een behandelingsovereenkomst tot stand komt. Het gaat dan in het bijzonder om de vraag of (nog) sprake is van handelingen op het gebied van de geneeskunst. Daarover bestaat overigens wel enige jurisprudentie. Met name lagere rechters zijn naar mijn indruk betrekkelijk snel geneigd om het bestaan van een behandelingsovereenkomst aan te nemen, als sprake is van een zorgvoorziening of -ondersteuning (ADL-assistentie) waarvan (eenvoudige) medische handelingen deel uitmaken.

Bij een overeenkomst is het van essentieel belang om te weten wie daarbij partij zijn

Bij een overeenkomst is het verder van essentieel belang om te weten wie precies partij daarbij zijn. Bij de behandelingsovereenkomst wordt de ene partij door de wet aangeduid als de ‘opdrachtgever’. Dit kan zijn de patiënt zelf dan wel een derde, waarbij degene op wie de handelingen betrekking hebben de patiënt wordt genoemd. Opdrachtgever is in de context van de gezondheidszorg niet zo’n aansprekende term. Weinig patiënten zullen zich de opdrachtgever van de arts voelen. Afgezien hiervan, het is logisch dat de patiënt de ene partij bij de behandelingsovereenkomst is, dus waarom dan ook niet die term (in plaats van opdrachtgever) gehanteerd in art. 7:446 lid 1 BW? Nagenoeg alle verplichtingen van de hulpverlener dienen ook te worden nagekomen jegens de patiënt, niet jegens de opdrachtgever. Alleen bij de loonverschuldigdheid noemt de wet de opdrachtgever (art. 7:461 BW). Aan de opdrachtrelatie als zodanig wordt met het gebruik van de term patiënt niets afgedaan.
Bij de opdrachtgever, niet zijnde de patiënt zelf, is men geneigd te denken aan de situatie van – al dan niet wettelijke – vertegenwoordiging. Daarvoor is deze constructie echter niet nodig, en ook niet bruikbaar, omdat bij vertegenwoordiging niet de vertegenwoordiger, maar de vertegenwoordigde de contractspartij wordt. Hoe nodig en wenselijk is het dat een ander dan de patiënt contractspartij is bij de behandelingsovereenkomst?

Met de invoering van de integrale bekostiging in ziekenhuizen is boven de vraag wie als wederpartij van de patiënt heeft te gelden, zware mist komen te hangen. Voorheen, toen de vrijgevestigde medisch specialist nog op basis van een toelatingsovereenkomst met het ziekenhuis werkte, werd aangenomen dat er twee behandelingsovereenkomsten tot stand kwamen: één met de specialist voor de geneeskundige behandeling en één met het ziekenhuis voor de verpleging en verzorging. Sinds het vervallen van het zelfstandige declaratierecht hebben de medisch specialisten zich in veel gevallen verenigd in een medisch-specialistisch bedrijf (MSB), dat een samenwerkingsovereenkomst met het ziekenhuis sluit. Sluit de patiënt nu nog steeds een zelfstandige behandelingsovereenkomst met de medisch specialist? Of wordt die overeenkomst met het MSB gesloten? Of komt er nog maar één behandelingsovereenkomst tot stand, namelijk alleen met het ziekenhuis, voor het geheel van de behandeling, de verpleging en de verzorging? En hoe ligt de situatie als de specialist via een specialistenmaatschap of -coöperatie medeaandeelhouder van het ziekenhuis is? De opvattingen hierover lopen uiteen.

Voor de patiënt is het ziekenhuis als enige contractpartij wel zo duidelijk. Dat is ook de schijn die jegens hem wordt gewekt. Van een MSB zal de patiënt doorgaans geen weet hebben. En of een specialist in loondienst van het ziekenhuis is dan wel op andere basis daar werkzaam is, zal hij doorgaans evenmin weten. Om nog maar niet te spreken van de gevallen waarin de specialist in loondienst van het MSB is. Of dat sprake is van medeaandeelhouderschap. De gedachte van een integrale zorgaanbieder ligt ook ten grondslag aan de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

Fiscale overwegingen behoren niet bepalend te zijn voor de vraag met wie een behandelingsovereenkomst tot stand komt.

Meer duidelijkheid is gewenst

Meer duidelijkheid over de vraag wie precies partij zijn bij de behandelingsovereenkomst is zeker gewenst. Van de rechter zal die duidelijkheid niet snel komen. Met de regeling van de centrale aansprakelijkheid van het ziekenhuis kan de rechter de vraag naar de precieze rechtsverhoudingen binnen de instelling immers veelal laten rusten, en dat doet hij dan ook. De voorgenomen wettelijke herziening van de regeling van de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling zou een goede gelegenheid zijn om meer klaarheid te brengen in de vraag wie partij zijn bij de behandelingsovereenkomst. Wat mij betreft zijn dit aan de ene kant de patiënt en aan de andere kant, in de ziekenhuissituatie, het ziekenhuis.

Over de behandelingsovereenkomst bestaan veel vragen – naar mijn oordeel te veel vragen, voor wat de ruggengraat van de hulpverlener-patiëntrelatie en de in die verhouding geldende patiëntenrechten vormt. Die rechtsverhouding kan en moet eenvoudiger te regelen zijn.

Reacties uitgeschakeld voor Te veel complicaties bij de behandelingsovereenkomst

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken