M.T. Hengst

Regeling actieve levensbeëindiging bij kinderen in de maak

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) liet in een brief  aan de Tweede Kamer weten dat hij actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen de 1 en 12…

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) liet in een brief  aan de Tweede Kamer weten dat hij actieve levensbeëindiging bij kinderen tussen de 1 en 12 jaar mogelijk wil maken.

Minister Hugo de Jonge van VWS gaat werken aan een regeling voor actieve levensbeëindiging bij kinderen.[1] Hij dit doet naar aanleiding van een onderzoek dat resulteerde in het rapport Medische beslissingen rond het levenseinde van kinderen tussen de 1 en 12 jaar.[2] Aanleiding voor het onderzoek was het ontbreken van gegevens over de praktijk van beslissingen rond het levenseinde van kinderen tussen de 1 en 12 jaar oud. Het onderzoek moest meer inzicht geven in hoe de zorg en beslissingen in de laatste levensfase gewaardeerd worden door betrokkenen en hoe vaak kinderen uit deze leeftijdsgroep om actieve levensbeëindiging vragen.

Behoefte aan de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging

Volgens De Jonge blijkt uit het onderzoek dat er onder artsen en ouders van ongeneeslijk zieke kinderen, die uitzichtloos en ondraaglijk lijden en binnen afzienbare tijd zullen sterven, behoefte bestaat aan de mogelijkheid van actieve levensbeëindiging. Het gaat hierbij om kinderen die met verdere behandeling geen zicht meer hebben op een langer leven. In een klein aantal gevallen is de toepassing van alle mogelijkheden van palliatieve zorg zelfs niet toereikend. Die kinderen lijden daardoor onnodig (lang) zonder dat er perspectief is op verbetering. De Jonge schrijft dat het mogelijk gaat om ongeveer vijf tot tien gevallen per jaar.

De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) is voor een regeling voor actieve levensbeëindiging bij kinderen. De organisatie denkt hierbij aan een uitbreiding van de bestaande Regeling beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen (Regeling LZA/LP). Minister De Jonge wil nu zorgen voor “meer juridische waarborgen” voor artsen die op grond van hun professionele norm willen kunnen overgaan tot levensbeëindigend handelen bij kinderen.

Aansluiten bij de huidige regelgeving

De minister zoekt aansluiting bij de huidige regelgeving: de arts is strafbaar, maar kan een beroep doen op de rechtvaardigingsgrond van overmacht in de zin van noodtoestand. Deze algemene strafuitsluitingsgrond is geregeld in artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht. De Regeling levensbeëindiging bij kinderen van 1 tot 12 jaar zal een uitwerking worden van deze strafuitsluitingsgrond. De uitwerking van de regeling gebeurt in nauw overleg met de beroepsgroepen en het openbaar ministerie.

Kinderen zijn niet wilsbekwaam

Kindereuthanasie was eerder dit jaar het onderwerp van de rede van Theo Boer, getiteld Ethische kanttekeningen bij pleidooien voor “kindereuthanasie”. Hij sprak de rede uit bij zijn afscheid als Lindeboom hoogleraar Ethiek van de Zorg aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij plaatste ethische kanttekeningen bij de pleidooien voor kindereuthanasie. In zijn rede liet Theo Boer zien dat in de discussie over euthanasie in Nederland, kindereuthanasie nooit ver achter de horizon was. Volgens Boer ligt het probleem van kindereuthanasie bij het feit dat kinderen niet wilsbekwaam zijn. Wilsbekwaamheid behoort namelijk tot het fundament van de Nederlandse consensus over euthanasie. Boer bepleitte dat we daar nooit aan mogen tornen en “dat we mensen die er niet om kunnen vragen, niet dood maken”.

Moedwillig en actief doden intrinsiek moreel problematisch

Het moedwillig en actief doden van een mens is intrinsiek moreel problematisch, maar Boer kan actieve levensbeëindiging wel als uitzondering voorstellen. Hiervoor noemt hij wel twee kanttekeningen. Ten eerste zegt hij dat heartbreaking lijden bij kinderen ook mét de mogelijkheid van kindereuthanasie niet altijd verholpen wordt. “Niemand die het zo zegt hoor, maar de dood ís geen panacee. Er zullen altijd fouten gemaakt blijven worden, soms zal lijden onopgemerkt blijven, en al zou je tot de conclusie komen dat levensbeëindiging het enige is wat overblijft, dan nog kun je dat niet op een achternamiddag besluiten en effectueren.” Ten tweede zegt hij dat “levensbeëindiging in een protocol vangen, compleet met een stappenplan en een meldingsprocedure” hem niet het geschikte signaal lijkt.

Hij schrijft: “Van de uitzondering gaan we dan een regel maken en bij elke regel weten we dat die nieuwe grensgevallen creëert. Waarom wel kinderen tussen de een en twaalf en bijvoorbeeld geen kinderen die ouder zijn maar wilsonbekwaam? Waarom wel een procedure voor een zachte dood voor wilsonbekwame kinderen, en geen procedure bij wilsonbekwame bejaarde ouders? Als we ons bij actieve levensbeëindiging niet consequent beperken tot wilsbekwame mensen, mét alle pijn die die beperking in individuele gevallen kan veroorzaken, dan spoelt het fundament onder het Nederlandse euthanasiebeleid weg. De zorgvuldig opgebouwde consensus opgeven dat je alleen iemand dood maakt die daar zelf om vraagt, gaat kringen trekken waar we nog tientallen jaren spijt van zullen hebben.”[3] Als het gaat om het regelen van kindereuthanasie, dan pleit Boer voor een “rehabilitatie van de voorzichtigheid. Bij twijfel niet inhalen.”[4]

Lees hier de hele afscheidsrede.

[1] Beleidsreactie Medische beslissingen rond het levenseinde van kinderen 1-12 jaar, 13 oktober 2020.

[2] Medische beslissingen rond het levenseinde bij kinderen, 28 september 2019

[3] Ethische kanttekeningen bij pleidooien voor ‘kindereuthanasie, Prof.dr. Theo A. Boer, p.15-16

[4] Ethische kanttekeningen bij pleidooien voor ‘kindereuthanasie, Prof.dr. Theo A. Boer, p.17

Reacties uitgeschakeld voor Regeling actieve levensbeëindiging bij kinderen in de maak

Belgische controle- en evaluatiecommissie euthanasie onder vuur

Door mr. Patrick Garré De heer Garré is jurist bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid In het wekelijkse actualiteitsprogramma ‘Pano’ (30 september 2020) op de Vlaamse Publieke Omroep VRT kwamen…

Door mr. Patrick Garré
De heer Garré is jurist bij de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid

In het wekelijkse actualiteitsprogramma ‘Pano’ (30 september 2020) op de Vlaamse Publieke Omroep VRT kwamen de tekortkomingen van de Belgische Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie (FCEE) opnieuw aan de oppervlakte.

Bij de invoering van de euthanasiewet in 2002 werd een speciale commissie opgericht die is samengesteld uit artsen, juristen en specialisten en als voornaamste doel heeft de registratieformulieren, die elke arts na de ingreep moet invullen, te controleren.[i] Bij ernstige onregelmatigheden moet de FCEE de geneesheer doorverwijzen naar het parket voor een mogelijke rechterlijke vervolging.

Daarnaast levert dit federaal overheidsorgaan tweejaarlijks een activiteitenverslag af met cijfers en ontwikkelingen over de euthanasiepraktijk aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers (de Belgische ‘Tweede Kamer’) dat ook een aantal aanbevelingen kan bevatten voor een betere werking van de wet.

Alleen verder onderzoek bij twijfels

Het registratieformulier bestaat uit twee delen: een verzegeld luik met de namen van de patiënt en van de betrokken artsen en een tweede deel met geanonimiseerde gegevens over de omstandigheden van de euthanasie. In eerste instantie krijgen de leden van de FCEE enkel het tweede deel te zien, dat bestaat uit een samenvatting. Alleen wanneer er twijfels bestaan, wordt ook het eerste deel geopend. Wanneer een juiste formulering wordt gehanteerd in dit tweede gedeelte en er zijn geen flagrante tegenstellingen te vinden in de verklaring van de euthanasiearts, is de kans op een mogelijke vervolging bij onregelmatigheden klein.

Commissie stelt weinig vragen over controversiële onderwerpen

De commissie, belast met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten, heeft sinds haar oprichting meer dan 20.000 formulieren onderzocht, waarvan slechts één dossier werd doorgestuurd naar de gerechtelijke instanties. Tijdens de maandelijkse vergaderingen van twee tot drie uren worden 200 tot 300 dossiers afgewerkt. De meeste dossiers handelen over patiënten die lijden aan een vergevorderde kanker. Die vragen volgens de commissieleden weinig onderzoek, omdat euthanasie in dergelijke situaties “evident” zou zijn. Nochtans blijkt uit de tweejaarlijkse activiteitenverslagen dat ook de ondraaglijkheid, veroorzaakt door psychisch lijden, een grote rol speelt bij aandoeningen die vooral worden geassocieerd met uitgesproken fysiek lijden. Net de inschatting van dat psychisch lijden zorgt al jaren voor controverse. Ook over het aanbieden van een andere redelijke oplossing, zoals palliatieve sedatie of de inschatting van het terminale karakter van de ziekte of ongeval, stelt de FCEE zich nauwelijks vragen.

Gebrek aan toetsing

Verschillende commissieleden klagen aan dat ze, onder andere omwille van tijdsgebrek, de vaak summiere opsommingen en de anonimiteit, de mogelijkheid niet hebben om de feitelijkheid van de aangeleverde gegevens van de euthanasieartsen te toetsen aan de euthanasiewet. Daardoor kan FCEE de deskundigheid en de onafhankelijkheid van de artsen niet ten gronde onderzoeken.
Bovendien controleert de commissie ook dossiers van de artsen uit de commissie. Hierdoor beoordelen deze artsen vaak hun eigen dossiers en herkennen ze deze van collega’s (aan de hand van het handschrift), wat mogelijk kan leiden tot belangenvermenging. Ook kan een dossier pas naar het gerecht worden gestuurd als er binnen de commissie een tweederde  meerderheid bestaat, iets wat in de praktijk bijna nooit wordt gehaald. Er is sprake van laksheid, een gebrek aan transparantie, het oprekken van de wet en belangenvermenging.

Verschil met Nederland

Onderzoekster en ethicus Sigrid Sterckx van de  Universiteit van Gent  doet al gedurende 15 jaar onderzoek naar de werking van de FCEE. Volgens de academica vervult de commissie haar wettelijk opgelegde taken niet naar behoren. Uit een omvangrijke studie blijkt bovendien dat maar liefst één derde van de uitgevoerde euthanasiegevallen niet worden gemeld aan de commissie.[ii] Het is de arts die in België de doodsoorzaak vaststelt en de overlijdensakte opstelt, terwijl in Nederland een schouwarts verantwoordelijk is voor de overlijdensakte. Daardoor bestaat er bij onze noorderburen heel wat minder kans dat de euthanasie niet wordt geregistreerd: de schouwarts zal bij euthanasie of hulp bij zelfdoding immers steeds nagaan of er is voldaan aan de nodige wettelijke vereisten (zoals de registratie). Regelgeving die strikte bepalingen bevat, maar nauwelijks te controleren valt, ondermijnt de rechtszekerheid en het geloof in een goed werkend justitieel apparaat.

Wederwoord van de voorzitter van het FCEE

De voorzitter van de FCEE, Wim Distelmans, die zelf geregeld euthanasie uitvoert en zelf een groot pleitbezorger en voortrekker van de euthanasiewet is, noemt de kritiek een eenzijdige aanval op de commissie met weinig wederwoord.[iii] Telkens wijst hij op de strenge voorwaarden zoals een herhaald en vrijwillig verzoek van de patiënt, het ondraaglijk en  medisch uitzichtloos lijden, de aanwezigheid van een ernstige en ongeneeslijke ziekte of ongeval of het ontbreken van een redelijke oplossing. Distelmans legt ook sterk de nadruk op de zelfcontrole door de artsen, waardoor het voor hem evident is dat een arts nooit euthanasie zou uitvoeren als niet is voldaan aan de wettelijke bepalingen. Volgens hem moet de commissie niet ten gronde  oordelen over de euthanasie, maar  vormt zij vooral een buffer  tussen de medische wereld en het gerecht. Verder laat zij volgens Distelmans aan de rest van de wereld zien dat er controle is over de euthanasiezaken en geeft daarmee op moreel vlak legitimiteit aan de euthanasiewet . Ook zou het “ongelooflijk” taboe, als gevolg van ons christelijk verleden, ervoor zorgen dat een dergelijke beslissing nooit met enige lichtzinnigheid wordt genomen.

Nood aan evaluatie

Elke arts bepaalt echter zelf wat hij of zij onder deze voorwaarden verstaat: begrippen als ondraaglijkheid of uitzichtloosheid hebben voor iedere arts een andere invulling. Daardoor bestaat er te veel ruimte voor interpretatie bij het beoordelen van de ruim 2.500 dossiers[iv] die elk jaar door de commissie worden gecontroleerd. De wet bevat zelf de kiemen van onduidelijkheid en verwarring, waardoor de FCEE zonder veel moeite haar eigen interpretatie kan geven aan de zogenaamd duidelijke en objectieve voorwaarden.

De roep om een evaluatie van de euthanasiewet en de werking van de commissie klinkt in België steeds luider, maar er bestaat geen eensgezindheid over wat zo’n doorlichting precies moet inhouden. Tegenstanders pleiten voor strengere voorwaarden zoals het beperken van euthanasie zodat alleen fysiek lijden er onder valt of het verplicht doorlopen van een palliatief traject (wat waarschijnlijk zal leiden tot nieuwe vragen en interpretatiemoeilijkheden). Voorstanders willen juist een uitbreiding, bijvoorbeeld naar personen met een vergevorderde dementie. Zij vrezen bovendien dat een evaluatie kan leiden tot die hierboven vermelde strengere voorwaarden en als gevolg daarvan tot minder euthanasiegevallen. Dit zou volgens de voorstanders op termijn leiden kunnen leiden tot een uitholling van de euthanasiewet.

Het hellend vlak

Misschien is de ultieme vraag wel: heeft België een euthanasiewet nodig? Geen enkele rechter zal een arts veroordelen die kan aantonen dat hij het natuurlijk stervensproces heeft bespoedigd op verzoek van de patiënt om verder fysiek lijden te vermijden en er geen enkel alternatief bestond. Er zijn in België ook nog geen rechtszaken gevoerd over een euthanasie, behalve het assisenproces begin 2020. Bij de invoering in 2002 was het ook nooit de bedoeling dat bijvoorbeeld personen die psychisch ondraaglijk lijden, minderjarigen of mensen met een vergevorderde dementie er ook een beroep op zouden kunnen doen. Toch is dit reeds het geval voor de twee eerste categorieën en liggen in het Belgische parlement wetsvoorstellen op tafel om de laatste genoemde groep eveneens de kans te geven om euthanasie te vragen. Sommige politieke partijen willen  zelfs een debat over het voltooid leven waarbij mensen die niet ondraaglijk of uitzichtloos lijden als gevolg van een medische oorzaak er toch kunnen voor kiezen om hun leven te beëindigen. In Nederland is hier in 2020 zelfs al een wetsvoorstel voor ingediend.[v] Een wettelijk kader die het doden op verzoek in een noodsituatie mogelijk maakte, leidt blijkbaar tot de roep om voor steeds meer groepen in steeds meer situaties euthanasie en/of zelfdoding mogelijk te maken.

[i] Hoofdstuk V van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie.

[ii] Greet Pluymers,  “Pano” botst op misverstanden en mistoestanden bij euthanasie: “Ik wil niet meer hoeven te smeken”, VRT Nieuws, 30 september 2020, (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/03/12/onrust-om-euthanasie/ )

[iii] Wim Distelmans: “De Federale Commissie Euthanasie als schietschijf”, VRT Nieuws, 8 oktober 2020 (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/10/08/de-federale-commissie-euthanasie-als-schietschijf/)

[iv] Zie de verslagen van de FCEE op de website van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: https://overlegorganen.gezondheid.belgie.be/nl/advies-en-overlegorgaan/commissies/federale-controle-en-evaluatiecommissie-euthanasie

[v] Voorstel van wet van het Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D66) van 17 juli 2020 houdende toetsing van levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek en tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en enkele andere wetten (Wet toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek).

Reacties uitgeschakeld voor Belgische controle- en evaluatiecommissie euthanasie onder vuur

Mortier vs België kan een precedent scheppen in Europa

Op dit moment ligt de zaak Mortier vs België ter beoordeling bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Volgens de mensenrechtenorganisatie ADF International kan de zaak…

Op dit moment ligt de zaak Mortier vs België ter beoordeling bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Volgens de mensenrechtenorganisatie ADF International kan de zaak mogelijk een precedent scheppen voor euthanasiewetten in Europa.

De zaak gaat over een 64-jarige vrouw die euthanasie kreeg vanwege haar chronische depressie, zonder medeweten van haar kinderen. Haar zoon, Tom Mortier, was het niet eens met de gang van zaken en stapte naar de rechter.

Volgens ADF International – die Tom Mortier bijstaat in de zaak – is bij de euthanasie de wet duidelijk overtreden. Dat blijkt uit documenten die de Belgische overheid Mortier eerst niet wilde laten inzien.
De Belgische euthanasiewetten bieden volgens ADF International ook geen bescherming voor het fundamentele recht op leven.

Lees hier het hele artikel voor meer bijzonderheden over de zaak.

Reacties uitgeschakeld voor Mortier vs België kan een precedent scheppen in Europa

‘Verlaag de 24-wekengrens voor abortus’

In Nederland is abortus mogelijk tot 24 weken. Stel die grens bij nu baby’s eerder levensvatbaar zijn. Dat betoogt Elise van Hoek van de christelijke patiëntvereniging NPV|Zorg voor het leven…

In Nederland is abortus mogelijk tot 24 weken. Stel die grens bij nu baby’s eerder levensvatbaar zijn. Dat betoogt Elise van Hoek van de christelijke patiëntvereniging NPV|Zorg voor het leven in een opiniestuk in de Volkskrant.

Van Hoek schrijft: ” Met de 24-wekengrens voor zwangerschapsafbreking is Nederland uniek in de Europese Unie. Deze grens knelt, omdat vanaf deze termijn ook alles in het werk wordt gesteld om een vroeggeboren baby te helpen. Wereldwijd is er inmiddels een toenemend aantal baby’s die spontaan worden geboren voor 24 weken en overleven.”

Grens is verouderd

De grens van 24-weken is ook verouderd. “Deze grens stamt uit de tijd dat vroeg-geboren baby’s vanaf 26 weken behandeld werden. Veiligheidshalve ging de wetgever daar wat onder zitten. De grens werd gelegd bij de ‘huidige stand van de wetenschap’, eind jaren zeventig van de vorige eeuw, waarbij kinderen onder de 24 weken niet levensvatbaar werden geacht.”

Foetus van 18 weken oefent met ademen, zuigen en slikken

Maar inmiddels is er veel bekend over de ontwikkeling van de ongeborene. “Zo is een foetus van 18 weken zo groot als een paprika en oefent hij met ademen, zuigen en slikken. Zijn bewegingen zijn steeds soepeler en vloeiender. Hij kan zijn tenen en vingers te sturen, fronsen en grimassen maken. Op de echo is te zien of het een jongen of meisje is.”

Deze zomer kwam de Tweede evaluatie Wet afbreking zwangerschap uit en afgelopen donderdag werden de uitkomsten behandeld in de Tweede Kamer .

Lees hier het hele opiniestuk.

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Verlaag de 24-wekengrens voor abortus’

“Door dit arrest is er een nieuw normaal gecreëerd.”

Het recente oordeel van de Hoge Raad over euthanasie bij een vrouw met dementie levert kritiek op. Zo sprak hoogleraar ethiek van de gezondheidszorg Theo Boer al zijn zorgen uit. Maar…

Het recente oordeel van de Hoge Raad over euthanasie bij een vrouw met dementie levert kritiek op. Zo sprak hoogleraar ethiek van de gezondheidszorg Theo Boer al zijn zorgen uit. Maar ook filosoof en arts Bert Keizer uit in zijn wekelijkse column voor de Trouw zijn onvrede over het arrest. “Ik had gehoopt dat de Hoge Raad bij euthanasie voor wilsonbekwame dementen de grens zou trekken en zeggen: basta, tot hier en niet verder”, aldus Keizer. Lees hier verder.

Reacties uitgeschakeld voor “Door dit arrest is er een nieuw normaal gecreëerd.”

‘Uitspraak Hoge Raad in euthanasie-zaak roept nieuwe vragen op.’

Het recente oordeel van de Hoge Raad over euthanasie bij een vrouw met dementie roept veel nieuwe vragen op. Het kan leiden tot grotere inbreng van de familie bij een…

Het recente oordeel van de Hoge Raad over euthanasie bij een vrouw met dementie roept veel nieuwe vragen op. Het kan leiden tot grotere inbreng van de familie bij een besluit tot euthanasie en tot een toename van euthanasieën bij wilsonbekwame mensen, meent Theo Boer, hoogleraar ethiek van de gezondheidszorg. Hij schrijft dit in een opiniestuk voor Trouw. Lees het hier.

Reacties uitgeschakeld voor ‘Uitspraak Hoge Raad in euthanasie-zaak roept nieuwe vragen op.’

Hoge Raad staat euthanasie toe op mensen met vergevorderde dementie

Een arts mag euthanasie uitvoeren op iemand met een vergevorderde dementie. Hij moet daarbij wel voldoen aan alle wettelijke eisen voor de uitvoering van een euthanasie, waaronder uitzichtloos en ondraaglijk…

Een arts mag euthanasie uitvoeren op iemand met een vergevorderde dementie. Hij moet daarbij wel voldoen aan alle wettelijke eisen voor de uitvoering van een euthanasie, waaronder uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Als hij aan de voorwaarden voldoet, is de arts niet strafbaar. Dat oordeelde de Hoge Raad 21 april 2020 in een uitspraak ‘in het belang van de wet’. De Hoge Raad gaf ook uitgangspunten voor de invulling van de zorgvuldigheidseisen in die bijzondere situatie.

De Hoge Raad merkt wel op dat als het gaat voortgeschreden dementie, de voorwaarden voor het uitvoeren van een euthanasie moeten worden ingevuld op een manier die recht doet aan de bijzonderheid van de situatie. Er moet dan in het schriftelijk verzoek specifiek worden gevraagd om euthanasie als een patiënt door voortgeschreden dementie zijn wil niet meer kan uiten. En zelfs bij een dergelijk schriftelijk verzoek, kunnen er omstandigheden zijn waardoor de arts euthanasie toch niet uitvoert. Daarbij kan het gaan om gedrag of verbale uitingen van een patiënt waaruit blijkt dat de daadwerkelijke gesteldheid van de patiënt niet overeenkomt met de in het verzoek voorziene situatie.

Euthanasie op dementerende vrouw

De zaak betrof een arts die op 22 april 2016 euthanasie uitvoerde bij een dementerende vrouw die was opgenomen in een verpleeghuis. De 74-jarige vrouw had een schriftelijke wilsverklaring  vervolgens in dwaarin stond dat zij euthanasie wilde wanneer zij wegens dementie zou worden opgenomen in een verpleeghuis en zij zelf de tijd daarvoor rijp achtte. Maar toen zij eenmaal was opgenomen, gaf de patiënte gemengde signalen over haar doodswens. Toch ging de verpleeghuisarts in goed overleg met de familie over tot euthanasie.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft betrekking op zowel de strafzaak als de tuchtzaak tegen de arts. In de strafzaak oordeelde de rechtbank dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld en dus niet strafbaar was. Maar het OM ging daartegen niet in beroep. Wel stelde de procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad in de strafzaak en de tuchtzaak een vordering tot cassatie in het belang van de wet in. Met de vordering wilde de PG de Hoge Raad in staat te stellen om richting te geven aan de rechtsontwikkeling over euthanasie. Omdat er sprake is van een cassatie in het belang van de wet, heeft de uitspraak geen rechtsgevolgen voor de betrokken partijen. De uitspraak van de eerdere rechter blijft van toepassing.

Klik hier voor de samenvatting van de uitspraak en de complete uitspraak in de strafzaak en de tuchtzaak.

 

Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad staat euthanasie toe op mensen met vergevorderde dementie

Arts in euthanasiezaak wel schuldig, maar geen straf

Openbaar Ministerie 26 augustus 2019 – Arrondissementsparket Den Haag Hoe verhoudt de plicht het kwetsbare leven te beschermen zich tot het recht op zelfbeschikking van wilsonbekwamen? Dat is de kernvraag…

Openbaar Ministerie 26 augustus 2019 – Arrondissementsparket Den Haag

Hoe verhoudt de plicht het kwetsbare leven te beschermen zich tot het recht op zelfbeschikking van wilsonbekwamen? Dat is de kernvraag in de euthanasiezaak die vandaag en woensdag 28 augustus op zitting staat.

In deze zaak gaat het om euthanasie bij een dementerende patiënte die ten tijde van de uitvoering wilsonbekwaam was maar wel aanspreekbaar. Met deze eerste euthanasiezaak sinds de invoering van de ‘Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek’ wil het OM bijdragen aan meer duidelijkheid over euthanasie bij wilsonbekwamen. Met name als deze nog wél kunnen communiceren.

Op 22 april 2016 verrichtte een inmiddels 68-jarige en gepensioneerde verpleeghuisarts euthanasie bij een dementerende vrouw die was opgenomen in een Haags verpleeghuis. De 74-jarige vrouw had een schriftelijke wilsverklaring opgesteld waarin stond dat zij euthanasie wilde wanneer zij wegens dementie zou worden opgenomen in een verpleeghuis en zij zelf de tijd daarvoor rijp achtte. Maar toen zij eenmaal was opgenomen, gaf de patiënte gemengde signalen over haar doodswens. Toch ging de verpleeghuisarts in goed overleg met de familie over tot euthanasie.

Het OM gaat ervan uit dat de verpleeghuisarts met de beste intenties heeft gehandeld. Maar volgens de officier van justitie gaat het in deze zaak om een belangrijke vraag die aan de rechter moet worden voorgelegd. Namelijk, hoe moeten artsen omgaan met euthanasie bij wilsonbekwame patiënten die nog wél kunnen communiceren en die daarbij aangeven (in afwijking van hun eerdere wilsverklaring) een levenswens te hebben. In deze casus oordeelde de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg eerder ook nog dat de wilsverklaring dubbelzinnig was. Ook deze vraag wordt voorgelegd aan de rechter.

Het OM vindt de wilsverklaring duidelijk, maar vindt ook dat, zolang de vrouw in staat was tot communiceren, de verpleeghuisarts met haar in gesprek had moeten blijven over haar doods- dan wel levenswens. En zolang dat gesprek reden tot twijfel gaf, had de verpleeghuisarts moeten afzien van euthanasie.

Euthanasie is ingrijpend en onomkeerbaar. Daarbij hoort voor de betrokken arts een zware verantwoordingsplicht. Het is dan heel belangrijk dat de juiste procedures worden gevolgd. In dit geval concludeerde de officier dat de verpleeghuisarts niet aan alle zorgvuldigheidseisen voor euthanasie heeft voldaan en onvoldoende zorgvuldig is geweest. Eerder kwamen de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg tot dezelfde conclusie.

Toch eiste de officier geen straf tegen de verpleeghuisarts, wel een schuldigverklaring. Daarbij hield hij rekening met haar goede intenties, haar volledige medewerking en het feit dat zij al is getroffen door de vervolging en de eerdere tuchtrechtelijke procedure.

Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.

Bron: https://www.om.nl/@106521/arts-euthanasiezaak/

Reacties uitgeschakeld voor Arts in euthanasiezaak wel schuldig, maar geen straf

Interview met Ann Furedi: ‘Bij abortus telt alleen de moeder’

PVH 21e jaargang – 2014 nr. 3, p. 003 Bron: Trouw, door Marco Visscher, 30/11/14 Het is illegaal, maar van Ann Furedi mag zelfs een voldragen baby worden geaborteerd. De…

PVH 21e jaargang – 2014 nr. 3, p. 003

Bron: Trouw, door Marco Visscher, 30/11/14

Het is illegaal, maar van Ann Furedi mag zelfs een voldragen baby worden geaborteerd. De Britse pleitbezorgster van ‘vrije keuze’ accepteert namelijk ‘geen enkele grens’.

Lees het hele interview hier.

Een reactie

Advocaat Bart Bouter, Ronald Zoutendijk (directeur Siriz) en Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (directeur NPV-Zorg) schreven hier een reactie op.  Volgens hen ziet Furedi een aantal juridische en morele argumenten over het hoofd. Lees hier het hele artikel.

Reacties uitgeschakeld voor Interview met Ann Furedi: ‘Bij abortus telt alleen de moeder’

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken