Voltooid leven: hulp bij zelfdoding (zonder medische grondslag)

Meer regie over de dood, maar niemand weet hoe

Nederlands Dagblad, 11 maart 2019, door Gerard Beverdam. Euthanasie-arts: ‘Een antwoord vinden op de vraag welke kant het op moet met voltooid leven, is heel lastig.’ Den Haag Stel dat je…

Nederlands Dagblad, 11 maart 2019, door Gerard Beverdam.

Euthanasie-arts: ‘Een antwoord vinden op de vraag welke kant het op moet met voltooid leven, is heel lastig.’

Den Haag

Stel dat je iets wilt regelen voor mensen die ‘klaar met leven’ maar niet ziek zijn. Hoe dóé je dat dan? Het is VVD-Kamerlid Ockje Tellegen die een scherpe conclusie trekt. ‘Het ‘hoe’ is een stuk weerbarstiger dan wij misschien zouden willen. Begrijp me goed: wij willen die stap graag zetten, maar wel met draagvlak in de samenleving. Als wij denken: “rennen maar”, en er zitten te weinig waarborgen in, dan krijgen we het tegendeel van draagvlak.’

Maar de discussie over hoe die waarborgen vorm moeten krijgen, schiet alle kanten op. Maandag organiseerde D66-Kamerlid Pia Dijkstra een gesprek over de ‘levenseindebegeleider’, die in de toekomst wellicht mensen mag helpen bij een ‘waardig levenseinde’. Maar wie is dat? Een arts? Een verpleegkundige? Een geestelijk verzorger? De bijeenkomst levert een kakofonie aan meningen op. Totdat Ton Vink van de Filosofische Praktijk voor levenseindevragen zegt: ‘Als we niet weten wat een voltooid leven is, is het knap lastig er een wet over te maken.’

Vink heeft mensen begeleid met een doodswens, die soms ook stierven in zijn bijzijn. ‘Ik ben blij dat ik nooit hoefde te zeggen: goed, ik zal u de middelen geven.’ Want daarmee komt volgens hem de finale beslissing toch weer bij de begeleider te liggen, in plaats van bij de persoon zelf. ‘Een oudere zou liever een drankje in de kast willen hebben, dat hij kan innemen als hij dat wil.’ Daarmee raakt Vink aan een punt dat telkens opspeelt in het ‘voltooid leven’-debat: voorstanders willen liever zélf de regie over hun dood, dan dat ze afhankelijk zijn van een ander.

een soort Euthanasiewet

D66’er Dijkstra heeft een wetsvoorstel gemaakt over stervenshulp bij ‘voltooid leven’. Daarin staat dat twee levenseindebegeleiders een verzoek tot stervenshulp moeten ­beoordelen; ook moeten zij rapporteren aan een toetsingscommissie. Een soort Euthanasiewet dus, maar dan zonder de eis dat je ‘uitzichtloos en ondraaglijk’ lijdt.

Geestelijk verzorger Erwin Kamp – werkzaam bij Defensie – oppert dat zijn vakgenoten gestald kunnen worden bij huisartsen, om zich met alle zingevingsvragen bezig te houden. Zij zouden soms bij de huisarts kunnen bepleiten dat iemand in aanmerking komt voor levensbeëindiging. Jacintha de Roeck, adviseur medische ethiek van de Vlaamse liberale partij Open Vld, protesteert. ‘Lang niet alle huisartsen werken mee aan euthanasie, en bij ‘voltooid leven’ zal dat nog minder zijn. Hoeveel mensen zijn er dan echt geholpen?’ Net als Vink zegt ook zij dat je met een tweede oordeel van een arts bovendien ‘weer in de medische route terechtkomt’.

Ouderen vinden het vaak prettig dat er over het levenseinde gepraat kan worden, zegt psychiater Ria van der Meer, die als SCEN-arts ook euthanasieverzoeken beoordeelt. Maar over de waarborgen rond ‘voltooid leven’ zegt ze: ‘Het is heel lastig welke kant het op moet.’ Zo is bij ouderen een depressie moeilijk te herkennen, terwijl dit beslist gezien moet worden als iemand om stervenshulp vraagt.

Aan het eind klinkt Dijkstra zuinigjes, als ze zegt dat ze de gedachtewisseling zal ‘meenemen’ bij de verdere uitwerking van haar wetsvoorstel. <

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Meer regie over de dood, maar niemand weet hoe

Bestuurssecretaris Rozemarijn Schalkx: ‘Ouderen zijn vaak helemaal niet zo vrij hun keuzes’

Volkskrant, 8 maart 2019, door Marjon Bolwijn. Dit artikel gaat over de vraag of een doodswens op oudere leeftijd wel zo autonoom tot stand komt. Er kan sprake zijn van…

Volkskrant, 8 maart 2019, door Marjon Bolwijn.

Dit artikel gaat over de vraag of een doodswens op oudere leeftijd wel zo autonoom tot stand komt. Er kan sprake zijn van zachte of harde dwang van de omgeving, zo stelt de auteur in dit artikel. Dit is een valkuil ingeval levensbeëindiging door hulp bij zelfdoding bij ouderen legaal zou worden. De vrije wil van kwetsbare ouderen is niet te toetsen. Bovendien een recht op euthanasie en hulp bij zelfdoding bestaat juridisch gezien niet [red.].

Bestuurssecretaris Rozemarijn Schalkx (41) veranderde van mening over autonomie in de laatste levensfase.‘De overheid moet ouderen beschermen tegen druk uit de omgeving.’

Oude standpunt

‘Je kunt als mens in alle vrijheid en zonder beïnvloeding van de buitenwereld beslissingen nemen over je eigen leven. Een mens kan volledig autonoom zijn. Ook in de laatste levensfase, bij een duurzame doodswens. Om die reden ben ik ervoor dat niet alleen mensen die lichamelijk zwaar en uitzichtloos lijden recht hebben op euthanasie, maar ook mensen die hun leven al lange tijd voltooid vinden en geen perspectief meer zien. De mens is een vrij wezen. Dat betekent dat iemand met een nog heldere geest in volledige autonomie kan bepalen wanneer het genoeg is geweest.

….

Nieuwe standpunt

‘Volledige autonomie bestaat niet. Een mens is in de eerste plaats afhankelijk door zijn verbondenheid met anderen. Hij is afhankelijk van aandacht, liefde en erkenning. Dat is de kern van het mens-zijn. Die afhankelijkheid beperkt zijn autonomie. Dat geldt voor iedereen, maar ouderen zijn daarin het kwetsbaarst. De ervaring van de vrouw met haar boze dochter toont aan dat hun relatie niet gelijkwaardig is. Dat is een relatie zelden. Door de grote afhankelijkheid van ouderen in zorg en aandacht kan ik me situaties indenken waarbij een bejaarde zijn of haar leven niet meer de moeite waard vindt. Doordat naasten impliciet die boodschap afgeven. Doordat ze niet meer langskomen, doordat ze de erfenis belangrijker vinden dan hun bestaan, doordat ze de zorg als last ervaren. Doordat de maatschappij het heeft over de hoge kosten van de vergrijzing.

Dit artikel kunt u verder lezen via deze link.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Bestuurssecretaris Rozemarijn Schalkx: ‘Ouderen zijn vaak helemaal niet zo vrij hun keuzes’

‘Voltooid leven’: Wie zelfbeschikking claimt, roept betutteling over zich af

Katholiek Nieuwsblad, dd. 23 november 2018: Interview met schrijver Paul Frissen door Caroline Spilt.  D66 wil verruiming van de bestaande euthanasiewetgeving, omdat dat de autonomie vergroot. Hoogleraar Paul Frissen wil…

Katholiek Nieuwsblad, dd. 23 november 2018: Interview met schrijver Paul Frissen door Caroline Spilt. 

D66 wil verruiming van de bestaande euthanasiewetgeving, omdat dat de autonomie vergroot. Hoogleraar Paul Frissen wil diezelfde wetgeving verstrengen omdat dat de autonomie vergroot. Hetzelfde streven, een tegenovergesteld standpunt: over die paradox gaat Frissens nieuwe boek.

Ooit snoten we onze neus voluit, vervolgens in onze ellenboog en tegenwoordig in een zakdoek. Sinds pakweg 1800 wordt in de westerse wereld alles wat menselijkerwijs mogelijk is gedaan om de gezondheidszorg te verbeteren, lang te leven en lijdende mensen bij te staan. Dat noemen we beschaving. Maar alles doen voor wie zwak is, valt ook hulp verlenen bij sterven daaronder? Of blijft dat doden en houden we dat strafbaar?

Afkeer van betutteling

Als de meerderheid zelf wil kunnen beslissen over de eigen dood, dan faciliteren we dat, zegt D66. En een groeiende meerderheid wil dat. Mensen die persoonlijk ervaren dat hun leven volooid is, krijgen recht op staatshulp om dat leven te beëindigen, in plaats van dat artsen oordelen of lijden ondraaglijk en uitzichtloos is. Het betekent ook dat de arts niet langer illegaal handelt. Dat is nu nog wel zo, maar artsen worden niet vervolgd als ze aan zorgvuldigheidseisen hebben voldaan.

Deze politieke wens van D66 is gestoeld op de gedachte ‘als ik niet zelf over mijn dood mag beslissen, doet een ander dat, en dat is paternalisme’. Die afkeer van betutteling deelt Paul Frissen, decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag en hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg. “We hebben opvattingen over emancipatie, die subsidiëren we en leggen we uit. We hebben opvattingen over hoe dik je mag zijn en bouwen daar programma’s omheen. Dat preventieakkoord? Verschrikkelijk…”

Toch deelt u in het voltooid leven-debat het standpunt van D66 niet. De ene mens wil bij ziekte vechten tot het einde, de ander niet. Op de vraag hoe je hun beiden de meeste vrijheid geeft, antwoordt D66: door zelfbeschikking. Dat klinkt logisch.

“Het gekke aan die redenering is dat men streeft naar autonomie, maar dan wel gefaciliteerd door de staat of dokter of een andere hulpverlener. Dat mag je zeggen, maar daarmee is het geen autonome kwestie, want je vraagt een ander om iets te doen wat nu illegaal is. Het recht om te doden is voorbehouden aan de staat, om ons tegen elkaar te beschermen. De staat heeft taken die immoreel zijn als de burger ze uitvoert: de staat mag doden, oorlog voeren, gevangen zetten, belasting heffen. Die taken zijn een staatsmonopolie om anarchie te voorkomen. Andersom, als we te veel vastleggen, worden we totalitair. Die kant ga je op als je het monopolie gaat delen. Dan moeten we gaan bepalen welke vorm van doodslag mag, hoe een goede dood en dus een goed leven eruit ziet.”

Is het erg als we dat doen?

“Ja. Als de staat kiest voor een specifieke ethische opvatting verliest ze haar neutraliteit. Zeker Nederland kenmerkt zich door een grote traditie waarin heel veel ethische kwesties in de samenleving zelf werden behandeld. De verzuiling is daar een voorbeeld van. De staat was een relatief neutraal systeem om die pluraliteit in stand te houden.”

Toch zijn er op een paar thema’s afspraken nodig. Op welke leeftijd je mag trouwen bijvoorbeeld, en wat we doen met de volksgezondheid.

“Dan maak je afspraken over hoe met het verschil om te gaan. Dat is het enige wat je moet afspreken: wat is verboden? Filosofe Hannah Arendt zei ooit dat de grootsheid maar ook het verwarrende van wetten is, dat ze je alleen vertellen wat je níet mag doen, en nooit wat je zou móeten doen. Het verbod is milder dan het gebod. Verbieden is minder dwingend dan voorschrijven.”

Minder voorschrijven is exact het doel van verruiming van de wet. Hoe legt u uit dat je je daarmee júist op het vlak van het gebod gaat begeven?

“Als het wetsvoorstel van D66 wordt aangenomen, wordt er ook een nieuwe categorie professionals geïntroduceerd. Dat is een fundamentele verandering. In de huidige wetgeving is het oordeel puur medisch. Dat moet ook, want de dokter is voor sommige dingen wel opgeleid en voor andere dingen niet. Een dokter kan de uitzichtloosheid van het lijden beoordelen want hij weet welke behandeling bij welk ziektebeeld nog mogelijk is. Maar nu komt er een beroepsgroep die criteria moet ontwikkelen over wanneer het bestaan ondraaglijk is. Ik weet niet of ik in een samenleving zou willen leven waar een beroepsgroep bestaat die de toegang tot de dood regelt. Als enige professie.”

Die beroepsgroep stelt criteria op voor de ‘toegang tot de medicijnkast’ – zo oud, zo ziek et cetera – maar als je daarbinnen valt, ben je toch nog altijd zelf degene die kiest? Dat is toch niet door de meerderheid bepaald?
“De criteria worden door een politieke meerderheid bepaald.”

Wat is daar erg aan?

“Dan kan iedereen die binnen die criteria valt, aanbellen en zeggen: ‘Ik wil graag pillen.’ Dat lijkt me zeer onwenselijk! Er is immers een grote categorie mensen met een doodswens van wie we toch vinden dat ze niet dood moeten gaan. Als iemand bovenop een flat staat, dan willen jij en ik niet dat er tegen brandweer, politie en verpleegkundige gezegd wordt: ‘Hij wil het zelf. Laat maar springen.’

Omdat we dat een onaangenaam gezicht vinden, zou de weg naar de apotheek moeten worden geopend via een nieuwe beroepsgroep met de sleutel van de medicijnkast. Wanneer kan deze groep de sleutel weigeren en zeggen: ‘Nou nee, dacht het niet’? Wanneer is de doodswens legitiem? Het is opmerkelijk dat artsen zelf steeds meer bezwaren formuleren. Kun je bij dementie de wilsverklaring bevestigen? En in de psychiatrie is altijd de vraag: is de doodswens onderdeel van het ziektebeeld? Negatieve waarden zoals ondraaglijkheid zijn van een andere orde dan positieve waarden over wanneer een leven voltooid is. Als we de wet gaan verruimen, zullen die positieve waarden via politiek debat door de meerderheid worden geformuleerd. Begin dit jaar kwam GroenLinks met een initiatiefnota, Lachend Tachtig. Daarin wordt voorgesteld alle 65-plussers bij binnenkomst in het ziekenhuis te screenen op kwetsbaarheid. De nota stelt dat bij mensen wier levensverwachting korter is dan zes maanden, risico op overbehandeling bestaat. Dan komt er een complex iets op gang waarin de waarde van het voortgezette leven wordt bepaald. Dat moet dan. Wie bepaalt? De familie, de zorgverzekeraar, de dokter? ‘Ach, is dat het nou wel waard? Zou u dat wel doen? Het is toch mooi geweest?’ De voormalige Raad voor Volksgezondheid was voorstander van een maat, de quality adjusted life year, die de kosten van de gezondheidszorg afzet tegen het aantal jaar dat je nog te leven hebt keer 80.000 euro.”

U bedoelt dat je wel sterk in je schoenen moet staan om desondanks te zeggen: ‘Ik vind die extra twee maanden toch de kosten waard’?

“Vindt u dat geen reële angst? In zo’n situatie gaan hoogopgeleide types de dokter ompraten, terwijl mensen aan de onderkant van de samenleving, die toch wat minder bureaucratisch competent zijn, dan een probleem hebben.

Al die opvattingen zijn sympathiek, en in chique termen gesteld: ‘de kwaliteit van leven’, ‘overbehandeling’. Ik weet best dat er keuzes gemaakt moeten worden als ik in een ziekenhuis kom waar één IC-bed is, en er komt ook een vitale sporter van 28 binnen. Maar ik zou liever niet opgeschreven willen hebben hoe die keuze gemaakt moet worden. Want dan komen er afspraken, afspraken worden vastgelegd in regelgeving, dan komen er protocollen en de protocollen worden op een gegeven moment gecodificeerde wetgeving. Dan gaan we politiek bepalen wanneer iemand dood moet gaan.”

Paul Frissen, Staat en taboe – Politiek van de goede dood. Uitg. Boom, hb., 200 pp., € 29,90, ISBN 978 90 24424 20 7

 

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Voltooid leven’: Wie zelfbeschikking claimt, roept betutteling over zich af

Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Rijksoverheid. Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge. Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat…

Rijksoverheid.

Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge.

Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat het kabinet op dit gebied wil bereiken.

Hij schrijft in de inleiding van zijn nota als volgt. “Met grote regelmaat is er maatschappelijke aandacht voor medisch-ethische vraagstukken. In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde. Ethische kwesties raken aan de kern van wie we zijn en waar we voor staan. In de samenleving bestaan op medisch-ethisch gebied verschillende opvattingen. Het maken van keuzes over deze vraagstukken is daardoor geen eenvoudige opgave. Juist daarom is een goede dialoog met elkaar van belang. Door uit te gaan van gedeelde waarden en respect te hebben voor de gezichtspunten van een ander, meent dit kabinet een goed gesprek over ethische vraagstukken te kunnen voeren en wellicht (een deel van) de verschillen te kunnen overbruggen. Voor alle partijen zijn een goede volksgezondheid en gezondheidszorg van belang.

De ontwikkeling van de geneeskunde wordt gevoed door wetenschappelijk onderzoek en technologische innovaties en beoogt te resulteren in nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden, preventie en genezing van ziektes, mogelijkheden om lijden te verlichten, of meer patiëntgerichte zorg. Dat neemt niet weg dat de opvattingen over de precieze invulling van die zorg of wetenschap
uiteen kunnen lopen. Wanneer bij besluitvorming over deze onderwerpen medisch-ethische overwegingen een rol spelen, is bestaande wet- en regelgeving het uitgangspunt, zoals afgesproken in het regeerakkoord.

Het doel van dit kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving, dat aansluit bij ons moreel kompas. Om bij beleidsveranderingen een antwoord te vinden op de vraag welke ruimte wenselijk en aanvaardbaar is, zijn daartoe in het regeerakkoord drie vragen opgenomen, die het uitgangspunt vormen voor het maken van keuzes en daarmee voor de standpunten van dit kabinet. Allereerst zal de vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak moeten worden gesteld.
Zijn er toereikende alternatieven die geen of een minder vergaande verruiming van de beleidsruimte behoeven? Als tweede is er de vraag naar de medisch-ethische dimensie, waarbij niet alleen wetenschappelijke belangen worden gewogen, maar waarbij ook ethische bezinning bij wetenschappers en zorgprofessionals een rol speelt. Het regeerakkoord verwijst daarbij naar het
zwaarwegende belang van adviezen van de Gezondheidsraad en andere adviesorganen, alsmede de Raad van State. Tot slot is van belang dat er maatschappelijke discussie en politieke bezinning heeft plaatsgevonden.

In deze nota werkt de Minister verder uit hoe het kabinet hieraan verder invulling wil geven. Vervolgens gaat hij in op de diverse concrete beleidsvraagstukken en schetst hij de richting waarin het kabinet de komende jaren zal gaan. Hij doet dat aan de hand van drie overkoepelende thema’s:

1) vraagstukken rond het begin van het leven;

2) medisch-wetenschappelijk onderzoek en technologie;

3) vraagstukken rond het einde van het leven.

 

Zie “Nota medische ethiek, d.d. 6 juli 2018”

Zie ook het verslag van het algemeen overleg in de Tweede Kamer, gehouden op 6 september 2018, over Medische ethiek/ Afbreking zwangerschap/ Euthanasie (te downloaden op de website van de Tweede Kamer Der Staten- Generaal.

 

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Kamerleden blij met onderzoek Laatste Wil

ACTUEEL / ANP, 21 maart 2018 DEN HAAG (ANP) – Kamerleden zijn blij dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek is begonnen naar de Coöperatie Laatste Wil (CLW). ,,Goed dat…

ACTUEEL / ANP, 21 maart 2018

DEN HAAG (ANP) – Kamerleden zijn blij dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek is begonnen naar de Coöperatie Laatste Wil (CLW). ,,Goed dat het OM in actie komt”, twittert fractievoorzitter Kees van der Staaij van de SGP. ,,Aanpak van deze gevaarlijke club en van verkoop zelfmoordpoeder is dringend nodig.”

Ook Kamerlid Carla Dik-Faber van de ChristenUnie juicht het onderzoek toe. ,,Ik maak me al langer ernstige zorgen om de verspreiding van een zelfmoordpoeder via de CLW, nota bene zonder dat er controle is op wie het middel in handen krijgt.”, laat zij weten. ,,Wat hier op het spel staat, is de veiligheid van kwetsbare mensen in onze samenleving.”

In een brief aan de Tweede Kamer laat minister van Justitie Ferd Grapperhaus weten dat alleen een arts onder strenge voorwaarden mag helpen bij euthanasie. ,,Voor ieder ander is hulp bij zelfdoding, of het verschaffen van middelen daartoe, een strafbaar feit”, aldus de bewindsman.

De Tweede Kamer vroeg minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid eerder deze week met de CLW te gaan praten. Aanleiding was de dood van een 19-jarige vrouw die vorige maand met behulp van een door die organisatie gepromoot zelfdodingsmiddel een einde aan haar leven maakte. Maar zo’n gesprek is niet langer opportuun nu het OM de zaak in onderzoek heeft, meldt Grapperhaus.

Reacties uitgeschakeld voor Kamerleden blij met onderzoek Laatste Wil

Raad van Kerken: geen taboe op euthanasie

Nederlands Dagblad, 20 februari 2018 Auteur: Eline Kuijper. De overheid zou hulp bij zelfdoding niet moeten aanbieden aan mensen die hun leven als voltooid ervaren. Met die boodschap kwam de…

Nederlands Dagblad, 20 februari 2018

Auteur: Eline Kuijper.

De overheid zou hulp bij zelfdoding niet moeten aanbieden aan mensen die hun leven als voltooid ervaren. Met die boodschap kwam de Raad van Kerken dinsdag, bij de presentatie van de brochure ‘Nu word ik oud.

Amersfoort

‘Het leven is pas voltooid als het over is, als je dood bent’, zei de oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht Joris Vercammen bij de presentatie. Hij is voorzitter van de kerngroep ‘Vierde levensfase’ van de raad, die zich twee jaar lang met dit thema bezighield. De raad wil met dat boekje het gesprek over euthanasie bij voltooid leven verdiepen. Maar een ideologisch standpunt van de raad tegen euthanasie zou te kort door de bocht zijn. ‘De discussie over voltooid leven is complex. We willen geen taboe op euthanasie leggen’, aldus Vercammen. Hij wil de problematiek juist aangrijpen om het gesprek in de samenleving aan te gaan, over kwetsbaarheid, afhankelijkheid en de zorg voor ouderen. ‘Mensen zijn niet autonoom en onafhankelijk. We mogen geen druk leggen op ouderen.’ In een werkbezoek van de groep aan een verzorgingstehuis in Hilversum viel hen op dat ouderen last hebben van eenzaamheid en de vraag stellen of ze niet tot last zijn. Zorgelijk, vindt Vercammen. ‘Alsof jonge mensen niet tot last van de samenleving zijn. Praten over voltooid leven zonder dat de zorg voor ouderen op orde is, dat lijkt nergens op.’

Afhankelijk

Het platform, waarin verschillende kerken samenwerken, vindt het een bijbelse opdracht om aan de kant te staan van lijdende en zieke mensen. Dat gaat over veel meer dan voltooid leven. ‘In de samenleving worden kwetsbaarheid en afhankelijkheid gezien als on-waarden’, zei Vercammen. ‘Maar kwetsbaarheid en afhankelijkheid horen bij het leven. Wie zouden we zijn, als we niet afhankelijk van elkaar zijn?’

Bij de gesprekken die voorafgingen aan het schrijven van deze brochure, nam de raad als moreel uitgangspunt dat ‘het moedwillig doden van een onschuldig mens in principe problematisch is’, vertelt medisch ethicus Theo Boer. Hij schreef mee aan de brochure. ‘De discussie over euthanasie bij voltooid leven is echt uniek voor Nederland’, zei Boer. ‘Dat is een reden om extra voorzichtig te zijn. Er is een neiging in dit land om verslaafd te raken aan de dood. Er is bijna geen lijden te bedenken, of de dood wordt als uitweg genoemd.’

Boer wijst erop dat berichten en gesprekken over zelfdoding leiden tot meer zelfdodingen. ‘Laten we daarom oppassen met er te veel over te praten en te zeggen dat het geregeld moet worden. Het aanbod schept de vraag.’ Een totaalverbod op euthanasie zou de vraag verminderen, zegt Boer, maar dat is in zijn ogen geen optie. ‘We leven ook in een democratie. Als er in de samenleving veel draagvlak is voor euthanasie, kunnen we niet onze kop in het zand steken.’

De brochure ‘Nu word ik oud’ heeft een oplage van tienduizend en wordt verspreid onder predikanten en pastoors. Toen de werkgroep ‘Vierde ­levensfase’ net begon, stuurde ze een brief naar de Tweede Kamer waarin ze de waardigheid van de mens benadrukte.

 

Reacties uitgeschakeld voor Raad van Kerken: geen taboe op euthanasie

Zes maanden voorwaardelijk voor man die 99-jarige moeder hielp bij zelfdoding

Nu.nl, 31 januari 2018. Albert Heringa is veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf ​voor zijn hulp bij de zelfgekozen dood van zijn 99-jarige moeder in 2008. Dat heeft het gerechtshof…

Nu.nl, 31 januari 2018.

Albert Heringa is veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke celstraf ​voor zijn hulp bij de zelfgekozen dood van zijn 99-jarige moeder in 2008.

Dat heeft het gerechtshof in Den Bosch woensdag bepaald.

De 75-jarige Heringa hielp zijn moeder met het mengen van pillen door haar yoghurt. Het hof verwierp alle verweren van de man uit Bennekom. Volgens de rechter kan Heringa geen beroep doen op overmacht en is er geen sprake geweest van een noodsituatie.

Het Openbaar Ministerie (OM) had drie maanden voorwaardelijk geëist. Het hof rekent het Heringa zwaar aan dat hij zijn moeder alleen had gelaten nadat zij de pillen tot zich had genomen. Er bestond risico op complicaties. Daarnaast wachtte hij ruim anderhalf jaar met het maken van de melding.

Drie keer eerder probeerde het Openbaar Ministerie een straf af te dwingen voor hulp bij zelfdoding, maar dat lukte eerder nooit.

Crimineel

Heringa is niet van plan zich neer te leggen bij de straf. “Ik voel me als een crimineel behandeld en dat verbaast me”, zegt hij na het vonnis. “Maar ik ben dit aangegaan om het af te maken. Als het aan mij ligt is de strijd nog niet afgelopen. Het gaat niet alleen over mij. Het gaat mij om de aandacht voor het voltooide leven. Deze uitspraak maakt me strijdbaar. Ik ga door tot de laatste snik.”

“Ik ontken niet dat ik mijn moeder heb geholpen bij haar dood maar het gaat om de context”, verdedigde hij zich.

De zaak sleept al jaren en kwam al bij de Hoge Raad terecht, die de zaak terug naar het gerechtshof wees. De hoogste rechter bepaalde dat het proces over moest, omdat het hof in Arnhem te makkelijk het beroep op een noodsituatie had gehonoreerd.

Vergrootglas

Heringa’s advocaat Wim Anker reageerde verbaasd en teleurgesteld op de uitspraak. “Het is alsof er een crimineel terecht heeft gestaan en we blij moeten zijn dat hij niet naar de gevangenis hoeft. De negatieve omstandigheden zijn onder een vergrootglas gelegd en de positieve aspecten heb ik niet gehoord.”

Anker maakte nog een klein voorbehoud over een stap naar de Hoge Raad. “We moeten het arrest kritisch en zorgvuldig bestuderen op aanknopingspunten voor hoger beroep.”

Ouderdomsklachten

Het OM eiste in december voor de derde keer een voorwaardelijk celstraf tegen Heringa. Volgens het OM mocht de 75-jarige Heringa zich niet beroepen op overmacht en waren er vanwege de ouderdomsklachten, aandoeningen en de doodswens van zijn moeder aanknopingspunten om een arts te zoeken voor euthanasie.

De aanklager in Den Bosch twijfelde niet aan de integere drijfveren van Heringa, maar vond wel dat hij straf verdient omdat hij zijn eigen weg is gegaan.

Achterhaald

Heringa vindt dat de strafwet tegen hulp bij zelfdoding achterhaald is. Door zijn optreden is zijn moeder menswaardig gestorven, meent hij.

Heringa plande samen met zijn moeder het einde van haar leven nadat hij erachter kwam dat zijn moeder, Maria Heringa, pillen aan het opsparen was. “Ik schrok. Het zou helemaal niet goed gaan met die combinatie pillen. Ik heb aangeboden om te helpen, en dat was voor haar een opluchting”, aldus Heringa.

Euthanasie mag sinds de invoering van de ‘euthanasiewet’ in 2002 alleen gepleegd worden door artsen en ook alleen als er sprake is van “ondraaglijk en uitzichtloos lijden”.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Zes maanden voorwaardelijk voor man die 99-jarige moeder hielp bij zelfdoding

Wat zegt de Bijbel over voltooid leven?

Dagblad Trouw, 15 februari 2018, rubriek religie en filosofie. Auteur: Maaike van Houten   Drie visies. De Protestantse Kerk in Nederland en de Katholieke kerk zien in de Bijbel een…

Dagblad Trouw, 15 februari 2018, rubriek religie en filosofie.

Auteur: Maaike van Houten

 

Drie visies.

De Protestantse Kerk in Nederland en de Katholieke kerk zien in de Bijbel een oproep tot overgave; de mens mag het leven niet in eigen hand nemen. Joost Röselaers van de remonstranten vindt: ‘God wil dat wij een leefbaar leven leiden. Als dat niet meer kan, mag het klaar zijn’. 

 

  1. ‘Waardigheid ontkennen is belediging aan het adres van God’ Kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht

“Wij geloven dat de waardigheid van de mensen wordt bepaald doordat we zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Die waardigheid geldt voor de hele persoon, voor de ziel maar ook voor het lichaam en die moet altijd en overal gerespecteerd worden. Die universele waardigheid geldt onder alle omstandigheden en voor alle mensen, ook al zijn ze er zelf van overtuigd dat hun leven alle waardigheid en zin heeft verloren. En ook als ze niet geloven. Of je nou christen bent of niet, die waardigheid van de mens ligt besloten in Gods scheppingsorde. Dat hangt samen met je mens-zijn als zodanig. “De mens die zijn leven als voltooid ziet en er een eind aan wil laten maken, doet die waardigheid geweld aan. Het is een pijnlijke en liefdeloze belediging aan het adres van God wanneer die waardigheid wordt ontkend.

“Het is onze opdracht zoveel mogelijk de oorzaken weg te nemen waardoor zij naar de dood verlangen en die waardigheid niet meer zien, en hen te helpen inzien dat een leven altijd waarde heeft. We moeten het lijden van mensen die dood willen omdat ze hun leven als voltooid zien, serieus nemen, we moeten vragen waarom ze dat willen. Ze kunnen gebukt gaan onder het leven, daar moet je niet flauw over doen. We moeten de bereidheid hebben mensen die in zo’n nood verkeren, bij te staan en niet alleen te laten. Als iemand echt naar hen luistert, voor hen openstaat, dan is dat een geweldige steun in de rug. Dat onderschatten we weleens. Mensen kunnen heel eenzaam zijn. Daar kan geen enkel mens tegen. We zien in de praktijk dat oprechte belangstelling van een medemens het gevoel kan wegnemen in de steek gelaten te zijn. “Bij veel mensen zal aandacht werken. Maar je houdt een groep mensen over die toch per se dood wil. Als katholieken kunnen we hulp bij levensbeëindiging niet goedkeuren. Daar moeten we heel duidelijk in zijn. Dat standpunt kan bij pastorale begeleiding leiden tot een breuk, waarna iemand geen contact meer wil met de kerk. Dat zij zo.

“Bij het toedienen van de laatste sacramenten legt de mens zichzelf in Gods handen, je geeft je over aan zijn liefdevolle zorg. Dat staat haaks op actieve levensbeëindiging. Dan is die overgave er juist niet, dan neemt de mens het leven in eigen hand. Een priester mag de laatste sacramenten niet toedienen aan iemand van wie hij weet dat die van plan is zijn leven te laten beëindigen. Ik weet niet of mensen die bewust voor de dood kiezen bij God komen, ik kan alleen de leer van de kerk verkondigen. Dat oordeel is aan God, in de wetenschap dat Hij de beslissing weegt en ook de angst die daaraan mogelijk ten grondslag ligt, angst voor eenzaamheid, verlies aan sociale relaties. “Het verlangen om te sterven kan heel legitiem zijn. Heer laat mij sterven. Een pastor en een gelovige kunnen daar samen om bidden. Je mag hopen dat dat gebed wordt verhoord, al kan dat langer duren dan gewenst. Maar God beproeft je nooit boven je kracht. En hij geeft ook kracht en genade om vol te houden en te volbrengen.”

 

2. Het is een vorm van barmhartigheid hulp te krijgen bij de dood’ Joost Röselaers, algemeen secretaris van de remonstranten

“Je kunt de ervaring hebben dat het leven rond is. Ik zie dat in de Bijbel bij Job. Hij was niet ernstig ziek maar hij stierf oud, en verzadigd van het leven. Ik vind dat mooi. Hij was eigenlijk klaar met het leven. “In mijn Amsterdamse gemeente heb ik contact gehad met mensen bij wie dat zo was. Het was voor hen frustrerend dat ze dood wilden, maar dat daar geen regeling voor is. Je komt dan op het terrein van zelfdoding, met alle problemen van dien. Mensen kunnen alleen zelf ervaren dat hun leven op het existentiële vlak klaar is. Dat kan een ander niet voor ze doen. Er is ook fundamentele eenzaamheid, die is niet op te heffen.

“De Bijbel zegt niets over voltooid leven. We grijpen al in in het natuurlijke verloop, met vaccins, met behandelingen bij ziekte. Als je je leven als afgerond beschouwt, als er geen perspectief meer is, dan hoef je niet te wachten tot de dood komt. Dan mag je er hulp bij vragen. Het is een vorm van barmhartigheid die te mogen krijgen. God wil wel dat wij een leefbaar leven leiden. Als dat niet meer kan, dan mag het klaar zijn. “We zijn helemaal vrij dat moment zelf te bepalen. God staat daarbuiten. Ik zou nooit zeggen dat iemand op Gods tijd is thuisgehaald. Het is een raar beeld van God, dat die iemand van 30 bij zich roept. Ook bij iemand van 85 zou ik dat nooit zeggen. Maar wij hebben wel het vertrouwen dat iemand na de dood bij God is. Op de rouwkaart van de remonstrantse theoloog Han Adriaanse, die stierf met behulp van euthanasie bij een niet te genezen ziekte, stond: hij heeft het leven teruggegeven aan zijn Schepper. Dat vind ik een mooie gedachte, en het is ook heel christelijk om zelf dat besluit te nemen. “Maar dat moet niet de norm worden. Het kan alleen in uitzonderlijke gevallen. Ik zou er niet triomfantelijk over willen praten. Er zit ook iets tragisch aan als mensen geen andere uitweg zien dan de dood. En het moet ook niet raar worden om te zeggen: ik wil blijven leven, ook al beteken ik maatschappelijk gezien niks meer. We moeten de samenleving zo inrichten dat mensen niet gedwongen worden in een bepaalde richting.

“In het besluit om hulp te willen bij voltooid leven moeten predikanten zich niet mengen, wel in de manier waarop het gaat. De beslissing heeft ook effect op je omgeving. De mens is relationeel autonoom: wat doet deze beslissing met je kinderen, met je familie, buren, vrienden? Wat laat je achter? Je moet het proces ernstig nemen, ook de zware kant ervan. “Bij remonstranten is veel persoonlijke vroomheid. Ik kan me voorstellen dat ze, als ze zo’n besluit nemen, wel een innerlijk gesprek hebben gehad met God, of dat ze hebben gebeden. Daar kan een predikant het bij laten. Het zou heel kwalijk zijn dat als iemand worstelt, in de puree zit, je dan zegt: dat mag niet. Je moet zo iemand bijstaan. “Wij geven geen mening namens de kerk, ik zeg dit dus op persoonlijke titel. Het is niet één op één, in de zin van: we zijn liberaal, dus voor hulp bij voltooid leven. Maar bij ons is dit geen taboe. Mensen kunnen altijd bij ons terecht om het hier over te hebben, een dominee zal nooit zeggen: dit kan niet. Misschien neemt dat ook bij gelovigen uit de strengere hoek de angst weg dat dit van hun godsdienst niet mag. Zij kunnen bij ons ruimte ervaren.”

 

3. ‘Mijn tijden zijn in Uw hand, daar spreekt overgave uit’ René de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland

“In een brede kerk als de onze komt elke vraag die in de samenleving speelt naar voren in het pastoraat. Ook die van mensen die hun leven als voltooid zien. Het is niet goed die vraag weg te drukken. We moeten ons ertoe verhouden, meer dan dat we gelijk een antwoord hebben. “In de Bijbel vinden we aanknopingspunten die ons verder helpen. Voor mij is dat psalm 31, die wordt toegeschreven aan koning David. Zijn leven verloopt in ellende. ‘Zuchtend slijt ik mijn dagen, ik ben afgedankt als gebroken aardewerk’, zegt hij. Dat is heftig, dat is een hele existentiële kwestie. “David vraagt niet hoe hij dit af kan handelen, of hij er een einde aan mag maken. Nee, David zegt: mijn tijden zijn in Uw hand. Dat vind ik een prachtige zin. In de nieuwe vertaling staat dat zijn lot en zijn leven in Gods hand zijn. Daar spreekt overgave uit. Want dat is de grote vraag: ben jij diegene die de regie over alles in eigen hand neemt, of ken je iets van overgave? “Het idee dat we zelf de regie voeren tegenover het leven, maakt me zeer terughoudend over dit voorstel voor hulp bij voltooid leven. We zijn wel verantwoordelijk voor veel dingen en we grijpen in, op allerlei manieren. Maar het leven is een geschenk, het is door God gegeven. Je kunt niet zomaar zelf bepalen dat je leven voltooid is, en dat je ermee stopt.

“Deze wet is het verkeerde antwoord op wezenlijke vragen. Ik vrees dat die als een boemerang gaat werken. Dat mensen denken: ik ben 75, ben ik de samenleving tot last? Al in de Middeleeuwen werd gezegd dat er een kunst is om te leven, maar ook een kunst om te sterven. Zijn we die kunst om te sterven een beetje kwijtgeraakt? En dan bedoel ik niet precies het doodgaan zelf, maar ook de moeite van de laatste levensfase. Dat je probeert het daarin uit te houden. Dat is niet makkelijk. Het vraagt veel van de mens zelf maar ook van de omstanders. Die kunnen onbarmhartig zijn, mensen laten zitten, omdat ze ze toch alleen maar horen klagen. Geef niet op, dat is ook een appèl aan de samenleving.

“Tegenover regie zetten wij: relatie. Het is nooit: ik alleen, op mezelf. Ik kan wel denken dat mijn leven voltooid is, maar vinden mijn kinderen dat ook, vindt mijn man dat, mijn vrouw? En juist als mensen niemand hebben, dan weet de kerk zich geroepen naar mensen om te zien. De houding van de kerk zou een pastorale moeten zijn. We moeten naast iemand gaan zitten, laat die zijn verhaal doen. Blijf bij de ander, in die zin ben je een representant van God. “Als er een wens is om hulp bij voltooid leven, kan je daar als pastor over doorpraten. Je mag zeggen hoe jij erover denkt. Maar je respecteert de keus van diegene die dood wil. We laten geen mensen in de steek, en we leiden ook hun uitvaart. “De kerk staat niet tussen de mens en God. De mens is verantwoording verschuldigd aan God, niet alleen aan zichzelf. De Protestantse Kerk schrijft niet voor hoe het moet. Het is niet: als je het niet met ons eens bent, ben je geen christen. Maar ik kan wel zeggen dat hulp bij voltooid leven, voor zover ik het Evangelie versta, een stap te ver gaat.”

 

Reacties uitgeschakeld voor Wat zegt de Bijbel over voltooid leven?

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken