euthanasie en hulp bij zelfdoding (met medische grondslag)

Legalisering is geen oplossing voor het vraagstuk van de dood

MC, 1 november 2018, interview. Auteur: Eva Nyst:  “Voor Paul Frissen is euthanasie een staatsmonopolie, geen artsenzaak” Met de ‘nette regeling’ van de euthanasiewet denken Nederlanders het levenseinde goed geregeld…

MC, 1 november 2018, interview.

Auteur: Eva Nyst:  “Voor Paul Frissen is euthanasie een staatsmonopolie, geen artsenzaak”

Met de ‘nette regeling’ van de euthanasiewet denken Nederlanders het levenseinde goed geregeld te hebben. Maar de dood is in alle culturen taboe en dat is juist goed, betoogt politicoloog Paul Frissen.

Politicoloog Paul Frissen is niet rouwig om de daling van het aantal euthanasiegevallen, waarover dagblad Trouw eind oktober berichtte. ‘Vingers wezen beschuldigend naar het Openbaar Ministerie dat strafrechtelijke onderzoeken is gestart naar vijf euthanasiegevallen. Maar nergens las ik het commentaar dat dit een goede ontwikkeling is’, zegt Frissen. De immer stijgende euthanasiegetallen tonen het bekende fenomeen dat legalisering leidt tot normalisering. ‘Het is bekend dat artsen altijd aan merciful killing hebben gedaan, bijvoorbeeld op het slagveld, of in het ziekenhuis. Het gebeurt zelfs in het Vaticaan, vertelde iemand die ik voor mijn boek interviewde. Maar als je het binnen de rechtsorde organiseert, dan gaat het ook normaal worden.’

Maar het doden van mensen kan en mag niet normaal worden, stelt Frissen. ‘Vraagstukken van leven en dood zijn in alle culturen onderwerp van taboe, dat is een antropologische basisstructuur. Het interessante van de moderne tijd is, dat we denken dat we aan taboes voorbij kunnen gaan. Daar is Nederland een extreem voorbeeld van. We denken dat we de dood uit de taboesfeer kunnen halen door het netjes te regelen.’ Onmogelijk, stelt de hoogleraar. ‘Het fundamentele onbegrip is een wezenlijk kenmerk van onze verhouding tot de dood. Een mens kan nooit begrijpen waarom hij bestaat en nooit begrijpen waarom hij doodgaat. Daar hebben we allerlei antwoorden voor verzonnen: religie, symboliek, rituelen en taboes. De dood kan geen onderdeel zijn van een protocol of een beslisboom. En dat moet wel als je het regelt.’

We denken dat we transparant zijn over het levenseinde, maar intussen is de dood in het gedrang gekomen met het wegvallen van rituelen, zegt Frissen. ‘We proberen grip te krijgen door de dood bespreekbaar te maken en via euthanasie zelf te bepalen wanneer we sterven. Maar de enorme behoefte aan symboliek en ritueel is nooit weggeweest. Ik zie dat bijvoorbeeld aan de booming business van allerlei verschillende soorten uitvaartbedrijven of aan de vele kruisjes langs de weg.’ Dat tegelijkertijd van alle meldingen bij de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) slechts 5 procent van de patiënten zelf het drankje neemt of het infuus openzet, vindt Frissen veelzeggend. ‘Kennelijk is datgene wat je echt wilt, sterven, toch niet iets wat je bij jezelf wilt veroorzaken. Het doodsverlangen wordt geconfronteerd met de stervensangst. Mijn conclusie is dat dit onoplosbaar is, dat moeten we zien te verdragen. De instrumentele, rationele benadering is dan een uiterst armoedige.’

Geweldsmonopolie

Frissen is hoogleraar in Tilburg, maar zetelt in Den Haag. Daar huist in een statig pand om de hoek van het Binnenhof de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, waarvan hij decaan en bestuursvoorzitter is. Het Openbaar Ministerie is een ‘goede klant’ van de onderwijsinstelling en zo vond hij procureur-generaal Rinus Otte – portefeuillehouder medische zaken en euthanasie – bereid om bij de presentatie van zijn boek commentaar te leveren, tezamen met Kamerleden Pia Dijkstra en Kees van der Staaij. Eerder al schreef Frissen boeken over thema’s als transparantie, tragiek en geheimen. In de periode dat hij het plan had om een boek te schrijven over de staat en het taboe, gaf Paul Schnabel les aan zijn instelling en vertelde over zijn voorzitterschap van de commissie Voltooid Leven. ‘Toen had ik het perspectief voor mijn taboeboek gevonden’, zegt Frissen. Zijn betoog heeft géén ethische invalshoek, maar bevat een politiek-filosofische benadering van het doden op verzoek, benadrukt de hoogleraar. Hij vraagt zich niet af wat goed of fout is, zoals een ethicus. Frissen werpt een bestuurskundige vraag op: ‘Kan de staat zijn monopolie op geweld eigenlijk wel delen met burgers, in dit geval artsen?’

Wie mag geweld uitoefenen en wie niet?

Op zoek naar het antwoord op die vraag sprak Frissen met voor- en tegenstanders van levensbeëindigend handelen: medici, wetenschappers, ambtenaren, politici, juristen en bestuurders. Het werd hem al snel duidelijk dat hij niet de medisch-ethische taal spreekt die gebruikelijk is in de euthanasiediscussie. ‘Als ik spreek over “doden”, word ik regelmatig gecorrigeerd. Het is geen “doden” zoals bedoeld in het geweldsmonopolie, en het is evenmin een “uitoefening van geweld”’, beschrijft Frissen. Zijn gesprekspartners noemen het liever ‘helpen sterven’ of ‘iemand uit het lijden verlossen’, waarbij euthanasie niet wordt ‘gepleegd’, maar ‘verleend’, ‘gegeven’ of ‘uitgevoerd’.

Deze tegenwerpingen brengen Frissen niet van zijn standpunt om euthanasie te zien als geweld. En de enige die in onze samenleving geweld mag uitoefenen – de burger in een noodsituatie uitgezonderd – is de staat; dat noemen we het geweldsmonopolie, legt hij uit. De staat kan soldaten en politiemensen opdracht geven om vijanden en zelfs bedreigende burgers te doden. Dat artsen als autonome beroepsbeoefenaren ook levensbeëindigend mogen handelen, rijmt niet met het uitgangspunt dat de staat het monopolie heeft, concludeert Frissen. Dit alleenrecht als vertrekpunt tekent ook de publieke discussie over het doden door dokters. ‘Zeggen dat het in de privésfeer thuishoort, is geen oplossing. Dit is het hart van waarover je het als politieke gemeenschap moet hebben: wie mag geweld uitoefenen en wie niet? Het moet niet als een beschavingsoperatie worden gezien dat dit tot het domein van de zelfbeschikking gaat behoren.

Strenger toezicht

Enige zendingsdrang is Nederland – met zijn liberale klimaat voor zaken als leven en dood – niet vreemd, zegt Frissen: ‘Het slechten van taboes wordt gezien als een vorm van beschaving en Nederland heeft als “gidsland” de curieuze gewoonte daar missionaire pretenties aan te verbinden.’ Maar het gaat om universele vraagstukken en Frissen noemt het hoogmoedig om te denken dat Nederland daarvoor een unieke en meest beschaafde oplossing heeft gevonden. ‘Met de “nette regeling” voor euthanasie, halen we alle normalisering en instrumentalisering gratis binnen. Hoewel er via de toetsingscommissies toezicht wordt uitgeoefend, krijgen burgers toch de indruk dat het onderdeel is geworden van het normaal medisch handelen. Dan wordt uiteindelijk de Levenseindekliniek de standaard, zoals we ook abortusklinieken hebben.’

‘Burgers krijgen de indruk dat euthanasie normaal medisch handelen is’

In zijn boek komt Frissen niet tot beleidsaanbevelingen, ‘dat moeten politici zelf maar verzinnen’, maar in dit interview wil hij wel wat conclusies trekken. Het toezicht op euthanasie moet strenger worden, juist omdat het een monopolie is van de staat, vindt hij. ‘En ik ben er voorstander van dat de beoordeling niet meer door een vorm van lekenrechtspraak gebeurt, zoals nu in de toetsingscommissies, maar door de reguliere rechtspraak. Zware oordeelsvorming over strafrechtelijk handelen ligt in bijna alle domeinen bij het strafrecht en niet bij leken. Dat heeft ook een symbolische reden: om het zwaar te houden.’ Frissen wil verder dat euthanasie vooraf wordt getoetst. ‘Als het vooraf door de rechter wordt beoordeeld, wordt de dokter gelegitimeerd door de staat. De staat krijgt zo een veel explicietere rol en wordt opdrachtgever. Voor de dokter betekent dit dat hij doodt namens de staat. Nu is dat niet zo; het is vrij, professioneel handelen.’

Taboesfeer helpt

Zijn aanpak maakt de zaak voor dokters niet ingewikkelder, voorspelt Frissen. ‘Óf alles wordt nog liberaler, we krijgen een regeling voor voltooid leven en de burger mag zelf gaan beoordelen wat ondraaglijk lijden is. Dan zal de euthanasiewet snel verdwijnen. Dokters zullen een rol krijgen als uitvoeringsinstantie van door anderen afgevinkt lijden.’ Maar als de politiek het Frissen-scenario volgt, is de arts met een oordeel vooraf van de strafrechter off the hook. Zou Frissen de euthanasiewet misschien liever afgeschaft zien? Frissen: ‘Het is tamelijk ondenkbaar in de huidige omstandigheden dat we zouden ophouden met die wet, wetende dat het dan toch gewoon praktijk blijft. Dat zou raar zijn. Maar we moeten niet denken dat legalisering de oplossing is voor vraagstukken rondom de dood. De dood blijft wringen. De taboesfeer helpt, want een taboe heeft altijd betrekking op het onaanraakbare, het onbegaanbare en het onkenbare. Het taboe gaat zowel over het heilige als over het vuil in een samenleving. Leven en dood horen daar bij uitstek thuis en moeten daar ook blijven. Het is een manier om tragiek en hypocrisie te organiseren. We denken dat als we de prostitutie legaliseren en de klant gewoon een keurige btw-bon krijgt, dat het dan een nette bedrijfstak is geworden. In andere landen is prostitutie verboden, maar iedereen weet dat het overal voorkomt. Dan wordt er af en toe een lading prostituees gearresteerd en dan is de symbolische orde weer hersteld. Ik ben zuidelijk, onder de rivieren begrijpen we dat allemaal misschien wel beter.’

 

Paul Frissen (1955):

Politicoloog Paul Frissen is hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University en decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag. Deze week verschijnt zijn boek Staat en taboe – Politiek van de goede dood. Van zijn hand verscheen vorig jaar het spraakmakende DE FATALE STAAT.

Reacties uitgeschakeld voor Legalisering is geen oplossing voor het vraagstuk van de dood

Arts niet vervolgd voor euthanasie

Openbaar Ministerie, 30 oktober 2018. Het College van procureurs-generaal heeft besloten een huisarts die in februari 2017 euthanasie uitvoerde bij een 84-jarige vrouw niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een officier…

Openbaar Ministerie, 30 oktober 2018.

Het College van procureurs-generaal heeft besloten een huisarts die in februari 2017 euthanasie uitvoerde bij een 84-jarige vrouw niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een officier van justitie van parket Den Haag deed op verzoek van het College een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijk strafbare euthanasie door de arts. Op basis van de resultaten van dat onderzoek kan de arts geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt omdat er volgens de zorgvuldigheidsnormen is gehandeld.

De patiënte was zeer beperkt in haar bewegingsvrijheid door longemfyseem waaraan zij sinds 1989 leed. De vrouw beschikte over een euthanasieverklaring en had duidelijk de wens uitgesproken niet meer verder te willen leven. Aanvullend onderzoek of behandelingen wilde ze niet meer.

De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) oordeelde vorig jaar dat de huisarts niet zorgvuldig had gehandeld en stuurde zoals gebruikelijk deze zaak door naar het Openbaar Ministerie voor een strafrechtelijke beoordeling. De RTE oordeelde dat de arts niet genoeg heeft gedaan om de klachten van de vrouw te bestrijden en het was volgens hen niet duidelijk of de eerder vastgestelde diagnose nog steeds gold.

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek door het OM heeft de huisarts gezegd dat hij altijd is uitgegaan van longemfyseem en dat de diagnose is vastgesteld door een longarts. Ter onderbouwing heeft de arts nadere medische informatie overlegd. Deze informatie was niet bekend bij de RTE. Het gaat om een zogenaamde ‘patiëntenkaart’ met de aantekening van een longarts dat bij de vrouw de diagnose longemfyseem is vastgesteld zonder kans op genezing.

Volgens het Openbaar Ministerie is de arts, met de kennis van nu, zorgvuldig geweest bij de uitvoer van de euthanasie omdat er sprake is van een onomkeerbare longemfyseem. De bevindingen van de arts zijn gebaseerd op de diagnose van de longarts en de uitkomsten van zijn eigen herhaalde onderzoeken. Deze herhaalde onderzoeken bevestigden de ernstige longemfyseem.

Het oordeel van de RTE in bovengenoemde zaak is te vinden op de site van de euthanasiecommissies, onder nummer: 2017 –31.

Het College verwacht binnen enkele weken uitsluitsel te geven over de andere strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Op dit moment lopen er nog drie strafrechtelijke onderzoeken: twee zaken bij het parket Noord-Holland en een zaak bij het parket Den Haag.

Reacties uitgeschakeld voor Arts niet vervolgd voor euthanasie

Arts niet vervolgd in euthanasiezaak

Openbaar Ministerie, 26 oktober 2018 Het College van procureurs-generaal heeft besloten een arts die euthanasie uitvoerde bij een 72-jarige vrouw in april 2017 niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een…

Openbaar Ministerie, 26 oktober 2018

Het College van procureurs-generaal heeft besloten een arts die euthanasie uitvoerde bij een 72-jarige vrouw in april 2017 niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een officier van parket Oost-Nederland deed op verzoek van het College strafrechtelijk onderzoek naar mogelijk strafbare euthanasie door de arts. Op basis van de resultaten van het strafrechtelijk onderzoek kan de arts geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt. De arts heeft overeenkomstig de zorgvuldigheidsnormen gehandeld.

De patiënte leed aan uitgezaaide kanker, was uitbehandeld en ervoer haar lijden als ondraaglijk door de snelle verslechtering van haar lichamelijke situatie. Twee dagen voor de levensbeëindiging raakte de vrouw in coma als gevolg van een hersenbloeding, waardoor er sprake was van ernstige afasie en een wisselend verlaagd bewustzijn.

Het Openbaar Ministerie komt tot het oordeel dat de arts voldoende heeft kunnen vaststellen dat de beslissing van de vrouw tot euthanasie vrijwillig en weloverwogen was. Hoewel er na de hersenbloeding sprake was van een verlaagd bewustzijn, was die niet zodanig dat de patiënte niet meer kon communiceren. Zij was in staat haar wil te uiten en haar euthanasiewens te bevestigen door met haar hoofd te knikken en in handen te knijpen. Dit maakte dat een schriftelijke wilsverklaring niet nodig was. Verder is uit het strafrechtelijk onderzoek naar voren gekomen dat de patiënte voorafgaand aan haar hersenbloeding meerdere malen haar euthanasiewens had geuit tegenover de arts.

Daarnaast is volgens het College van procureurs-generaal voldoende aangetoond dat de vrouw ondraaglijk leed in de periode kort voor haar euthanasie. Er waren bij de patiënte duidelijke tekenen van lijden aanwezig en zij had zichtbaar pijn. Reeds voor de hersenbloeding was de gezondheidssituatie van de patiënte uitzichtloos en ondraaglijk en was genezing of behandeling niet meer mogelijk.

De zaak was vorig jaar door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie voor een strafrechtelijke beoordeling. Dat gebeurt bij elk onderzoek waarin de RTE heeft geconcludeerd dat een arts niet overeenkomstig de zorgvuldigheidsnormen van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding heeft gehandeld.

Het oordeel van de RTE in bovengenoemde zaak is te vinden op de site van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, onder nummer: 2017 – 73.

Het College verwacht binnen enkele weken uitsluitsel te kunnen geven over andere strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Op dit moment lopen er nog vier strafrechtelijke onderzoeken: twee zaken bij het parket Noord-Holland en twee zaken bij het parket Den Haag.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Arts niet vervolgd in euthanasiezaak

Dodelijk drankje is een goed alternatief voor de injectiespuit bij euthanasie

Trouw, 25 september 2018, rubriek samenleving Auteur: Marten van de Wier. De orale euthanasiemethode, waarbij patiënten zelf een dodelijk drankje drinken, had bij artsen een slechte naam, maar dat is niet…

Trouw, 25 september 2018, rubriek samenleving

Auteur: Marten van de Wier.

De orale euthanasiemethode, waarbij patiënten zelf een dodelijk drankje drinken, had bij artsen een slechte naam, maar dat is niet langer terecht, blijkt uit onderzoek.

Artsen kunnen patiënten die kiezen voor euthanasie vaker zelf een dodelijk drankje laten drinken. Dat verloopt vrijwel altijd zonder complicaties, en zes op de zeven patiënten overlijden binnen een half uur. Dat stellen de emeritus-hoogleraar toegepaste psychologie Pieter Jan Stallen en voormalig huisarts Michiel Marlet in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, na een analyse van ruim tweehonderd voorbeelden van hulp bij zelfdoding via een drankje.

Marlet werkte lange tijd als Scen-arts: de arts die met de behandelend arts meekijkt bij een euthanasieverzoek. Op dit moment kiezen artsen en patiënten meestal voor euthanasie via een injectie, omdat dit bekendstaat als een betrouwbare en snelle methode. Patiënten overlijden dan binnen tien minuten. Maar volgens de onderzoekers is het voor artsen moreel en psychisch minder belastend als niet zij de dodelijke handeling verrichten, maar de patiënt zelf. Ze denken dat ook sommige patiënten liever zelf beschikken over hun dood. En tot slot kan het voor de naasten van de patiënt een ‘sterker en blijvender positief beeld’ zijn dat hun geliefde zelf de beker aanneemt van een arts, in plaats van dat die een injectie krijgt via een infuus, zo schrijven ze, al hebben ze dat niet onderzocht.

Stallen en Marlet verzamelden via drie huisartsen en vier specialisten ruim zestig casussen. Daarnaast analyseerden ze een eerder onderzoek met ruim 165 gevallen.

Onvoorspelbaar

Voor hulp bij zelfdoding (waarbij de patiënt de handeling verricht) gelden dezelfde regels als voor euthanasie (waarbij de arts handelt). Maar het aandeel patiënten dat een dodelijk drankje krijgt, is sinds 1998 fors ­gedaald, van 30 naar 4 procent, bleek eerder al uit cijfers van apothekersorganisatie KNMP. In hun meest ­recente euthanasierichtlijn uit 2012 schrijven KNMP en artsenorganisatie KNMG dat het gebruik van een drankje ‘niet de voorkeur’ heeft, omdat het verloop van het overlijden onvoorspelbaar is.

Artsen hadden slechte ervaringen: patiënten braakten het middel soms uit, waardoor ze onvoldoende van het drankje binnenkregen. Ook kwam de dood soms laat. “Vijftien jaar geleden duurde dat soms wel acht uur”, zegt Annemieke Horikx, die namens KNMP in de werkgroep zit die de euthanasierichtlijn opstelt. Inmiddels is de praktijk anders. De richtlijn uit 2012 schrijft artsen ook een betere werkwijze voor, als ze toch voor het drankje kiezen. De dosering is fors hoger. Artsen brengen voor de zekerheid altijd ook een infuus aan, zodat ze na maximaal twee uur alsnog een injectie kunnen geven als dat nodig is. Vaak spreken ze met de patiënt af dat ze dat al eerder doen. Bovendien wordt de ‘orale methode’ niet gebruikt bij patiënten die misselijk zijn of last hebben van hun maag-darmkanaal. Ook krijgen patiënten volgens de richtlijn een antibraakmiddel. In geen van de gevallen die Marlet en Stallen bekeken, heeft een patiënt overgegeven. Wat hen betreft kan de euthanasierichtlijn daarom op de schop. Dat gaat ook gebeuren, verwacht Horikx. De passage dat een drankje niet de voorkeur heeft, zal worden afgezwakt. Ze denkt dat er volgend jaar een nieuwe richtlijn komt, waarin dit wordt opgenomen.

‘Door te drinken, bevestigt de patiënt zijn keuze’

Niet hoeven injecteren, is voor artsen een opluchting. ‘Het is altijd vervelend, maar nu een klein beetje minder.’ Of je nu euthanasie verleent met een injectie, of hulp bij zelfdoding met een drankje: het gaat een huisarts nooit in de koude kleren zitten, weten Joost Zaat en Marjolijn See­bregts uit eigen ervaring. Maar het drankje maakt de zware last ietsje lichter. Beiden verlenen enkele keren per jaar euthanasie. “De laatste jaren koos ik altijd voor een injectie”, zegt Zaat, huisarts in Purmerend. “In de jaren tachtig heb ik een paar keer een slechte ervaring gehad met een drankje. Patiënten werden daar onrustig van. En de keren dat ik het daarna nog deed, kreeg ik ­allerlei extra vragen van de toetsingscommissie euthanasie.”

Zaat zag er daarom jarenlang vanaf. Maar bij zijn meest recente patiënte met een euthanasiewens, wilde hij per se dat ze zelf de dodelijke handeling zou verrichten. “Het was een ingewikkelde situatie, met een stapeling van ouderdomsklachten. Ik heb er lang over gedaan om te beoordelen of het lijden voldoende was voor euthanasie. In andere, simpelere gevallen vond ik het makkelijker om de verantwoordelijkheid voor het overlijden van de patiënt over te nemen. Deze keer wilde ik dat zij het zelf zou doen”, vertelt Zaat. In dit geval was de patiënte ook goed in staat om het middel zonder braken in te nemen, zo schatte hij in. Het overlijden verliep probleemloos. “Ik vond het een openbaring. Je gaat altijd met een vervelend gevoel naar huis, maar nu een klein beetje minder. De patiënt laat duidelijk zien dat het zijn of haar wil is om een eind aan het leven te maken. Dat helpt. Natuurlijk is daar in andere gevallen ook geen twijfel over. Maar toch, er is een subtiel verschil.”

De praktijk van de Amsterdamse huisarts Marjolijn Seebregts werkt al zo veel mogelijk met een drankje. “Euthanasie is al heel heftig. Het is echt een ander gevoel als je als arts iemand iets inspuit, en terwijl je daarmee bezig bent iemand al ziet overlijden. Het is niet zo dat ik er achteraf minder mee zit als een patiënt zelf iets drinkt. Maar op het moment dat het overlijden wat langer duurt na inname van een drankje, is volgens Zaat een voordeel. “Na een ­injectie gaat letterlijk het licht uit, vaak heel snel. Ook voor de patiënt zelf is dat snel, en voor de omstanders. Die zie je schrikken. Na het drankje kan iemand eventueel nog iets zeggen. Een grapje maken.” Maar van rustig wegglijden, is niet altijd sprake, is op te maken uit Seebregts’ ervaring. Patiënten maken volgens haar regelmatig nog een soort heftige kokhalsbe­weging. “Dat ziet er naar uit. Ik ­bereid patiënten en naasten daarop voor.” “Als er weer iemand met een ­euthanasiewens bij me komt, en die persoon kan goed slikken, dan zal ik voortaan een drankje adviseren”, zegt Zaat. “Al hoop ik eigenlijk dat het me nooit meer wordt ­gevraagd.”

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Dodelijk drankje is een goed alternatief voor de injectiespuit bij euthanasie

Groot deel van de wilsverklaringen voor euthanasie blijkt nutteloos

Trouw, 22 augustus 2018, rubriek samenleving. Auteur: Dirk Waterval. Wie denkt er te zijn met een wilsverklaring kan bedrogen uitkomen: ruim de helft van deze verklaringen is verouderd. Een groot…

Trouw, 22 augustus 2018, rubriek samenleving.

Auteur: Dirk Waterval.

Wie denkt er te zijn met een wilsverklaring kan bedrogen uitkomen: ruim de helft van deze verklaringen is verouderd.

Een groot deel van de wilsverklaringen voor euthanasie is nutteloos. Patiënten moeten de verklaring af en toe opnieuw bespreken met hun arts, zodat die in het geval van een euthanasieverzoek weet dat de levenseindewensen nog actueel zijn. Maar nog niet de helft van de mensen doet dat, blijkt uit een onderzoek van huisarts Matthijs van Wijmen, die duizenden mensen jarenlang volgde.

Op basis van zo’n oude verklaring zal een arts geen euthanasie plegen bij iemand die daar vanwege dementie niet zelf meer om kan vragen.

In een wilsverklaring leggen mensen vast hoe lang ze doorbehandeld willen worden, of in welke situaties ze euthanasie zouden willen. Iedereen mag er zelf een opstellen, maar de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) en de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) geven ook modelverklaringen uit. Voor zijn onderzoek aan het Amsterdam UMC enquêteerde Van Wijmen zes jaar lang ruim 4000 leden van de NVVE en ruim 1000 leden van de NPV. Van de NVVE-leden praatte slechts 42 procent in die hele zes jaar opnieuw met zijn huisarts over de verklaring, van de NPV-leden deed zelfs maar 28 procent dat. Geen arts is verplicht mee te werken aan levensbeëindiging, ze mogen elk verzoek weigeren en doorverwijzen naar een collega. Artsen die wel meewerken willen zéker weten dat de euthanasiewens nog actueel is. Een patiënt die tien jaar geleden opschreef dood te willen als hij ooit door dementie in een verpleeghuis belandt, kan daar nu best anders over denken. Niet alleen principiële of emotionele bezwaren spelen daarin mee: artsen hebben te maken met regionale toetsingscommissies die hun handelen kunnen beoordelen als onzorgvuldig. Leunen op een oude wilsverklaring pleit niet voor zorgvuldigheid. Begin dit jaar kreeg een huisarts nog een tik op haar vingers van een toetsingscommissie omdat de wilsverklaring van haar patiënt vijf jaar oud was ten tijde van de euthanasie.

Van Wijmen kan niet zeggen hoe vaak een patiënt dan precies met de huisarts om tafel moet. Wel dat het heel belangrijk is om goed bij te houden.

Makkelijke afwijzing

“Dit is een van onze meest prangende problemen”, zegt een woordvoerder van euthanasievereniging NVVE. “Wij zijn met de artsenfederatie in gesprek om toch tot een soort richtlijn te komen over hoe vaak je het er dan precies met je huisarts over moet hebben.” Maar een harde grens van bijvoorbeeld een jaar ziet hij niet zitten. “Vond het laatste gesprek toevallig net dertien maanden geleden plaats, dan kan een onwillige arts de euthanasie alleen maar makkelijker afwijzen.” In haar ledenbestand kan de NVVE zien wie langer dan vijf jaar geleden een wilsverklaring bij haar heeft afgenomen. Die groep zal ze binnenkort een herinnering sturen.

“Zeker in de laatste levensfase kunnen wensen veranderen”, zegt een woordvoerder van artsenfederatie KNMG, die het belang van Van Wijmens studie onderschrijft. “De wens kan voor de arts onduidelijk zijn als de verklaring niet onlangs opnieuw is ondertekend.” Overigens stelden de duizenden deelnemers aan Van Wijmens onderzoek hun wensen rond hun levenseinde amper bij, zag hij in die tijdspanne van zes jaar. “Veruit de meesten pasten hun wilsverklaring niet aan na grote levensgebeurtenissen, zoals het overlijden of ziektebed van een naaste.”

Dat maakt de documenten in theorie ook na lange tijd nog betrouwbaar: kleine kans dat de patiënt er inmiddels anders over denkt. Maar een arts kan dat nog altijd niet zeker weten.

 

Noot Webredactie Juristenvereniging Pro Vita:

De NPV geeft levenswensverklaringen uit, ook wel de zogenaamde zorgverklaringen genoemd. Deze verklaringen zijn bedoeld voor normale medische behandelingen conform de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Ze worden afgelegd door de patiënt als hij nog wilsbekwaam is en kunnen eventueel gebruikt worden als de patiënt dat niet meer is.

Deze zorgverklaringen moet onderscheiden worden van de euthanasieverklaringen die de NVVE afgeeft. Deze verklaringen behelzen een verzoek tot euthanasie. Euthanasie is strafbaar, tenzij aan de zorgvuldigheidscriteria wordt voldaan conform de Wet Levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WtL). 

Er is dus juridisch gezien een essentieel verschil tussen de twee verklaringen: de zorgverklaringen gaan over normale medische handelingen die conform de wet zijn. Euthanasieverklaringen daarentegen zijn verzoeken om levensbeëindiging, dat is ‘geen’ normale medische handeling en is in beginsel strafbaar. Het is geen recht van de verzoeker en geen plicht om uit te voeren voor de arts.

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Groot deel van de wilsverklaringen voor euthanasie blijkt nutteloos

Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Rijksoverheid. Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat…

Rijksoverheid.

Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge

Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat het kabinet op dit gebied wil bereiken.

Hij schrijft in de inleiding van zijn nota als volgt. “Met grote regelmaat is er maatschappelijke aandacht voor medisch-ethische vraagstukken. In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde. Ethische kwesties raken aan de kern van wie we zijn en waar we voor staan. In de samenleving bestaan op medisch-ethisch gebied verschillende opvattingen. Het maken van keuzes over deze vraagstukken is daardoor geen eenvoudige opgave. Juist daarom is een goede dialoog met elkaar van belang. Door uit te gaan van gedeelde waarden en respect te hebben voor de gezichtspunten van een ander, meent dit kabinet een goed gesprek over ethische vraagstukken te kunnen voeren en wellicht (een deel van) de verschillen te kunnen overbruggen. Voor alle partijen zijn een goede volksgezondheid en gezondheidszorg van belang.

De ontwikkeling van de geneeskunde wordt gevoed door wetenschappelijk onderzoek en technologische innovaties en beoogt te resulteren in nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden, preventie en genezing van ziektes, mogelijkheden om lijden te verlichten, of meer patiëntgerichte zorg. Dat neemt niet weg dat de opvattingen over de precieze invulling van die zorg of wetenschap
uiteen kunnen lopen. Wanneer bij besluitvorming over deze onderwerpen medisch-ethische overwegingen een rol spelen, is bestaande wet- en regelgeving het uitgangspunt, zoals afgesproken in het regeerakkoord.

Het doel van dit kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving, dat aansluit bij ons moreel kompas. Om bij beleidsveranderingen een antwoord te vinden op de vraag welke ruimte wenselijk en aanvaardbaar is, zijn daartoe in het regeerakkoord drie vragen opgenomen, die het uitgangspunt vormen voor het maken van keuzes en daarmee voor de standpunten van dit kabinet. Allereerst zal de vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak moeten worden gesteld.
Zijn er toereikende alternatieven die geen of een minder vergaande verruiming van de beleidsruimte behoeven? Als tweede is er de vraag naar de medisch-ethische dimensie, waarbij niet alleen wetenschappelijke belangen worden gewogen, maar waarbij ook ethische bezinning bij wetenschappers en zorgprofessionals een rol speelt. Het regeerakkoord verwijst daarbij naar het
zwaarwegende belang van adviezen van de Gezondheidsraad en andere adviesorganen, alsmede de Raad van State. Tot slot is van belang dat er maatschappelijke discussie en politieke bezinning heeft plaatsgevonden.

In deze nota werkt de Minister verder uit hoe het kabinet hieraan verder invulling wil geven. Vervolgens gaat hij in op de diverse concrete beleidsvraagstukken en schetst hij de richting waarin het kabinet de komende jaren zal gaan. Hij doet dat aan de hand van drie overkoepelende thema’s:

1) vraagstukken rond het begin van het leven;

2) medisch-wetenschappelijk onderzoek en technologie;

3) vraagstukken rond het einde van het leven.

 

Zie “Nota medische ethiek, d.d. 6 juli 2018”

Zie ook het verslag van het algemeen overleg in de Tweede Kamer, gehouden op 6 september 2018, over Medische ethiek/ Afbreking zwangerschap/ Euthanasie (te downloaden op de website van de Tweede Kamer Der Staten- Generaal.

 

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Zelfs een up-to-date wilsverklaring voor euthanasie biedt geen garantie

TROUW, OPINIE, dinsdag 4 september 2018 Auteur: prof. mr. dr. M.A.J.M. (Martin) Buijsen.  Martin Buijsen (1963) is hoogleraar Recht & gezondheidszorg aan de Erasmus School of Law (ESL) en het Instituut Beleid…

TROUW, OPINIE, dinsdag 4 september 2018

Auteur: prof. mr. dr. M.A.J.M. (Martin) Buijsen.  Martin Buijsen (1963) is hoogleraar Recht & gezondheidszorg aan de Erasmus School of Law (ESL) en het Instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Patiënten die euthanasie willen, hebben de dure morele plicht hun arts daar geregeld over te blijven informeren, schrijft Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit. Maar laat niemand die patiënten wijsmaken dat ze daarmee de garantie hebben dat zij krijgen wat zij wensen.

Veel wilsverklaringen voor euthanasie zouden nutteloos zijn. Het merendeel is verouderd. Uit een onderzoek is gebleken dat nog niet de helft van de mensen hun verklaring af en toe opnieuw bespreekt met hun arts, zodat die in het geval van een euthanasieverzoek weet dat de levenseindewensen actueel zijn.

Als een wilsverklaring verouderd is, zal een arts geen euthanasie plegen bij iemand die daar vanwege dementie niet zelf meer om kan vragen. Een arts die afgaat op een wilsverklaring die volgens de regionale toetsingscommissie te oud is ten tijde van de euthanasie, loopt immers tuchtrechtelijke en strafrechtelijke risico’s.

Deze berichtgeving wekt de indruk dat voor het gehonoreerd krijgen van een euthanasiewens in het geval van wilsonbekwaamheid van de patiënt, niet méér nodig is dan een actuele en zo eenduidig mogelijke schriftelijke wilsverklaring, zolang het verzoek maar gericht wordt aan een willige arts, eentje die geen principiële bezwaren heeft tegen euthanasie.

Ongetwijfeld prozaïsch

Niets is minder waar. De redenen om deze wilsverklaringen niet te actualiseren zijn ongetwijfeld prozaïsch. Zo hebben veel mensen een inboedelverzekering waar jarenlang niet naar omgekeken is, met als gevolg dat hun inboedel in de regel onderverzekerd is. Die is immers niet meer zoals die was ten tijde van het afsluiten van de verzekering. Verzekerden zouden er daarom goed aan doen om zo nu en dan na te gaan of het maximaal uit te keren bedrag nog wel overeenkomt met de actuele waarde van de inboedel. Mensen doen dat niet, het komt er gewoon niet van.

Maar waar bij het geheel verloren gaan van een onderverzekerde inboedel verzekerden nog kunnen rekenen op een uitkering tot een bepaald bedrag, hebben patiënten die een schriftelijke wilsverklaring voor euthanasie hebben opgesteld een dergelijke zekerheid niet.

De euthanasiewet verlangt dat de arts de overtuiging moet hebben gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt. Mocht hier naar het oordeel van de bevoegde regionale toetsingscommissie geen sprake van zijn geweest, dan heeft de arts die euthanasie gepleegd heeft een probleem.

Zeer problematisch zinnetje

Maar deze eis is maar een van de wettelijke zorgvuldigheidseisen die een arts in acht te nemen heeft. De arts die euthanasie gepleegd heeft en daarbij meende zich louter en alleen te kunnen baseren op de schriftelijke wilsverklaring van de patiënt heeft in beginsel een veel groter probleem, hoe actueel en eenduidig die verklaring ook is. Behalve dat sprake is van een weloverwogen en vrijwillig verzoek, eist de wet ook dat de arts de overtuiging gekregen heeft dat de patiënt uitzichtloos en ondraaglijk leed, dat hij de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten, en dat hij met de patiënt tot de overtuiging gekomen is dat er geen redelijke andere oplossing was.

Nu zegt de euthanasiewet inderdaad dat de arts gevolg kan geven aan een wilsverklaring inhoudende een euthanasieverzoek, indien deze is opgesteld toen de patiënt nog wilsbekwaam was. Maar in een zeer problematisch zinnetje laat de wet daarop volgen dat de eerder in die wet opgesomde zorgvuldigheidseisen ‘van overeenkomstige toepassing’ zijn.

Hoe kunnen deze eisen van toepassing zijn op een patiënt die zwaar dement is? Lijdt zo iemand ondraaglijk? En hoe kan hij met zo’n patiënt tot een overtuiging komen? Moeilijke vragen, maar toch vragen waaraan een arts niet voorbij mag gaan.

Patiënten die euthanasie willen, hebben de dure morele plicht hun arts zo goed als maar kan te blijven informeren. Maar laat niemand die patiënten wijsmaken dat daarmee gegarandeerd is dat zij zullen krijgen wat zij wensen.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Zelfs een up-to-date wilsverklaring voor euthanasie biedt geen garantie

Angst voor vervolging na euthanasie is onzin

TROUW, 15 JUNI 2018, Column Auteur: Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Vorige week spraken artsen…

TROUW, 15 JUNI 2018, Column

Auteur: Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Vorige week spraken artsen in Trouw over hun zorgen rond euthanasie. De vraag was nu eens niet wie ervoor in aanmerking komt, maar: wat kan je als arts overkomen als je een ziek mens euthanasie verleent?

Een collega maakt het wel heel bont door bemoeienis vanuit de rechtspraak als een mogelijke definitieve ondergang te schetsen: ‘Bovendien is helemaal niet zeker wat eventuele vervolging inhoudt. De zorginspectie komt er dan waarschijnlijk ook bij, en via het tuchtcollege kun je zomaar je baan verliezen.’

Dit is echt onzin. Er is in de afgelopen veertig jaar niet één arts in hechtenis genomen na een gemelde euthanasie. Ik heb zelf nooit enige angst gekend voor justitie rond euthanasie, ook niet in de jaren waarin het niet mocht. Plato stelde dat je om moedig te zijn, kennis moet hebben van het gevaar. Dat wil zeggen dat de man die nietsvermoedend het leeuwenverblijf in Artis binnenloopt niets gemeen heeft met de waaghals die leeuwen temt.

Ik was, en ben, wel bang rond de geplande dood. Maar niet voor justitie. Waar ik angstig van word is de vraag of de persoon in kwestie het wel echt wil. Die vraag kun je niet beantwoorden door hem na afloop te stellen. Ik vrees dat mijn angstloosheid ten aanzien van justitie verklaard moet worden door onwetendheid over wat het voor mij zou betekenen om voor de rechter te staan.

Drie jaar buikpijn

Dat ik hier te makkelijk over denk, bleek toen ik op de radio eens stelde dat artsen niet moeten zeuren over juristerij rond euthanasie. Toen ik de studio uitliep kreeg ik een smsje van Flip Sutorius die rond de dood van Brongersma aan een gerechtelijke procedure werd onderworpen. Zijn boodschap was: ‘Je wordt bedankt. Ik heb drie jaar buikpijn gehad’. En dat terwijl hij heus wel wist dat hij niet zou worden opgesloten.

Voor meerdere artsen geldt op dit ogenblik dat zij mogelijk zullen worden vervolgd. Deze week stond een van hen voor het tuchtcollege in Den Haag. Ik ben ervan overtuigd dat geen van deze collega’s een vernietigend vonnis te wachten staat. Maar die mededeling zal hen niet ontlasten.

Dat het OM gevreesd wordt is om twee redenen onterecht. Ten eerste: het zal echt niet proberen om een arts na een gemelde euthanasie kapot te maken. En ten tweede: ergens onder alle praatprogramma’s, ethische commissies en benarde sterfbedden bevindt zich de rotsige bodem van de wet. Levensbeëindiging door een arts is een wetsovertreding die onder bepaalde voorwaarden is toegestaan.

De regionale toetsingscommissies voorkomen dat justitie elke melding moet nalopen. Maar als zij twijfelen aan de zorgvuldigheid dan lichten ze het OM in en dan is het vreemd als artsen dat een nare gang van zaken vinden, want zo is het in 2002 afgesproken.

Daar staat tegenover dat het OM zich erg merkwaardig heeft gedragen door gedurende vele jaren alles wat de toetsingscommissies aanmerkten als ‘onzorgvuldig’ zwijgend naast zich neer te leggen. Totdat ergens in het najaar van 2017 een boze fee daar de boel heeft wakker gekust zodat nu plotseling meerdere artsen mogelijk worden vervolgd.

Niet in takenpakket

Justitie jaagt artsen de ene kant op. Maatschappelijke druk geeft weer andere ellende. Het verzoek om euthanasie wordt nogal eens gedaan met enige nadruk. Nadruk? Soms wordt een arts zelfs bedreigd als ze niet met de overdosis over de brug komt, en gauw een beetje. Mensen vergeten dat elke dokter zonder enige uitleg euthanasie mag weigeren. Het zit zeer uitdrukkelijk niet in ons takenpakket. Als je het wel doet, moet je veel uitleggen. Maar weigeren leg je uit door te zeggen: ik doe het niet. Punt.

Hoewel ik een positief gestemd lid van de NVVE ben, heeft deze vereniging veel ellende aangericht door het opblazen van de status van de wilsverklaring. Als ik het even kort en akelig mag opsommen: als je het kunt zeggen, heb je geen wilsverklaring nodig om euthanasie te krijgen. En als je het niet kunt zeggen dan krijg je geen euthanasie. Zo zit het ongeveer. Met de kanttekening dat de artsen die mogelijk worden vervolgd, handelden volgens de wilsverklaring bij patiënten die het niet meer konden zeggen. We moeten afwachten wat daar uitkomt.

Reacties uitgeschakeld voor Angst voor vervolging na euthanasie is onzin

Verbijsterend! ‘Euthanasie is een medische behandeling, de arts is daarvoor zelf verantwoordelijk’, zei Jacob Kohnstamm van de toetsingscommissies voor euthanasie in Trouw. ‘Bij elke blindedarmontsteking of amputatie gaat hij toch ook geen toestemming vragen aan een filosoof?’

TROUW, 15 JUNI 2018-06-30/ OPINIE Auteur: Martin Buijsen, Hoogleraar Gezondheidsrecht Ersamus Universiteit Rotterdam   De huisarts verkeert in een benarde positie, stond vorige week in Trouw. Nu het Openbaar Ministerie een aantal…

TROUW, 15 JUNI 2018-06-30/ OPINIE

Auteur: Martin Buijsen, Hoogleraar Gezondheidsrecht Ersamus Universiteit Rotterdam

 

De huisarts verkeert in een benarde positie, stond vorige week in Trouw. Nu het Openbaar Ministerie een aantal euthanasiezaken onderzoekt terwijl steeds meer patiënten denken recht op euthanasie te hebben, lijkt de huisarts bekneld te raken tussen twee partijen.

Het OM, dat sinds de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002 nooit actie heeft ondernomen naar aanleiding van meldingen die door de Regionale toetsingscommissies euthanasie als onzorgvuldig zijn afgedaan, is er onlangs toe overgegaan maar liefst vijf van zulke gevallen te onderzoeken. Dreigende strafrechtelijke vervolging enerzijds, en anderzijds patiënten die meer en meer menen een wettelijk recht te hebben op levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, ook wanneer niet duidelijk is of wel aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan. Vooral verzoeken van patiënten die kampen met dementie of onder een stapeling van ouderdomsklachten gebukt gaan, stellen de huisarts voor problemen.

Jacob Kohnstamm

Bij wijze van oplossing stelde een van de geïnterviewde huisartsen voor om de toetsingscommissies vooraf te laten kijken naar discutabele euthanasieverzoeken, zodat de artsen weten waar zij aan toe zijn. Jacob Kohnstamm, de coördinerend voorzitter van de toetsingscommissies, deed daarop de volgende duit in het zakje: “De wetgever heeft dat in 2002 overwogen en naar mijn mening volledig terecht afgelegd. Euthanasie is een medische handeling, de arts is daarvoor zelf verantwoordelijk. Ga maar na: bij elke blindedarmontsteking of amputatie gaat hij toch ook geen toestemming vragen aan een filosoof? De arts beslist.”

Een verbijsterende reactie! Dat de wetgever met de Euthanasiewet voor artsen een bijzondere strafuitsluitingsgrond heeft gecreëerd, en uitsluitend voor artsen, wil nog niet zeggen dat euthanasie begaan door een arts een normale medische handeling is. Ware dat wel het geval, dan zou uiteraard ook de gedachte aan beoordeling achteraf door een toetsingscommissie potsierlijk zijn. Maar euthanasie is geen normale medische handeling. Iedere arts zal dat beamen, en niet alleen omdat hulp bij zelfdoding en levensbeëindiging op verzoek volgens het Wetboek van Strafrecht misdrijven zijn. Zo ook de huisartsen die in het artikel aan het woord komen. Wel geven zij te kennen grote druk te ervaren wanneer patiënten of hun naasten een beroep menen te kunnen doen op een recht op euthanasie. Zo’n recht is er nu eenmaal niet. Voor een arts die de moeilijke taak heeft zijn patiënt bij te staan op zijn of haar weg naar het levenseinde, komt het nooit gelegen om uit te moeten leggen dat er geen recht op euthanasie bestaat. Zoiets doet een arts-patiëntrelatie geen goed.

Een wettelijk recht?

Het punt is evenwel dat een arts dat niet zou hoeven doen. Als de leden van de Tweede Kamer zich in de komende maanden buigen over het vraagstuk, doen zij er goed aan na te gaan hoe het toch komt dat zovelen in dit land rondlopen met het idee dat euthanasie een wettelijk recht is. Enig zelfonderzoek is dan ook op zijn plaats. Het zijn toch echt niet allereerst de artsen die de Nederlandse burgers hierover goed te informeren hebben.

De politiek zal in de komende tijd duidelijk moeten maken hoe men verder wil met de Euthanasiewet. De rol van de toetsingscommissies zal daarbij bezien moeten worden. En wellicht ook die van hun voorzitter. Wat nu te denken van een voorzitter die euthanasie met de behandeling van een blindedarmontsteking vergelijkt? Patiënten die daaraan lijden, hebben inderdaad een wettelijk recht op behandeling.

 

Reacties uitgeschakeld voor Verbijsterend! ‘Euthanasie is een medische behandeling, de arts is daarvoor zelf verantwoordelijk’, zei Jacob Kohnstamm van de toetsingscommissies voor euthanasie in Trouw. ‘Bij elke blindedarmontsteking of amputatie gaat hij toch ook geen toestemming vragen aan een filosoof?’

‘Hoe euthanasie ons land veranderde’

Langzaamaan is er in Nederland een cultuur van de dood aan het ontstaan. We leggen minder nadruk op volhouden, met lijden omgaan, elkaar erdoorheen slepen, hoop houden. En andere landen…

Langzaamaan is er in Nederland een cultuur van de dood aan het ontstaan. We leggen minder nadruk op volhouden, met lijden omgaan, elkaar erdoorheen slepen, hoop houden. En andere landen schrikken daarvan.

AuteurTheo Boer, universitair docent ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit en Lindeboom hoogleraar Ethiek van de Zorg aan de Theologische Universiteit Kampen

Nederlands Dagblad, 26 april 2018

 

Het was me de week wel weer. Eind vorige week mocht ik de Deense ethiekraad toespreken, een breed samengesteld gezelschap dat de Deense overheid adviseert over ethische kwesties. Deze week mocht ik in Lissabon spreken voor een groot publiek in de Katholieke Universiteit van Portugal en later deze week volgde een televisie-interview met de Turkse zender TRT. De vraag is steeds dezelfde: ‘U hebt verstand van de Nederlandse euthanasiepraktijk en u bent daar kritisch over. Wilt u ons dat uitleggen?’

Bij de Levenseindekliniek is de arts-patiëntrelatie gebaseerd op de euthanasiewens. En artsen bieden daar geen alternatieven meer.

Nu ben ik patriot genoeg om te weten dat we onze goede reputatie niet op het spel moeten zetten. Aan de Nederlandse euthanasiepraktijk is ook veel goed.

Aan een internationaal publiek maak ik dus altijd duidelijk dat ik overtuigd ben van de integriteit van de betrokken artsen. En dat ik mij – anders dan veel rooms-katholieken – euthanasie als noodmaatregel wel degelijk kan voorstellen.

onstuitbare opmars

Dat is ook in lijn met de Nederlandse wet, die zegt dat doding op verzoek nog steeds verboden is en alleen van geval tot geval te rechtvaardigen is. Vanwege dit precaire evenwicht – voorafgegaan door jarenlang polderen en omgeven door een toetsingsprocedure en vijfjaarlijkse evaluaties – kreeg Nederland internationaal het nodige aanzien.

Toch is het mijn indruk dat ook onder veel vrijdenkende buitenlanders de bewondering aan het afnemen is. Dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen van de laatste twaalf jaar.

De euthanasiemeldingen zijn aan een onstuitbare opmars bezig, ondanks het feit dat er steeds betere zorg aan het levenseinde bestaat.

De aanleidingen voor euthanasie verbreedden zich, van terminale situaties naar elke ervaring van langdurig ondraaglijk lijden, ongeacht de medische oorzaak en de levensverwachting.

Jaarlijks sterven honderden mensen die nog jaren – velen van hen zelfs tientallen jaren – hadden kunnen leven.

arts-patiëntrelatie

Euthanasie wordt steeds verder uit de bestaande arts-patiëntrelatie losgeweekt. De Levenseindekliniek – waar de arts-patiëntrelatie gebaseerd is op de euthanasiewens en waar artsen geen alternatieven kunnen bieden – stevent af op 1000 gevallen in 2018.

Zelfs de geroemde transparantie is maar relatief: landelijk worden 1300 euthanasiegevallen niet gemeld, meer dan ooit sinds de Euthanasiewet in werking trad. En dan laten we de 200 gevallen van levensbeëindiging zónder verzoek nog onbesproken.

dood als oplossing

Nog een punt van zorg is de niet aflatende campagne voor de dood als oplossing bij ernstig lijden. Er is vrijwel geen dag dat we er in de media niet ergens iets over vernemen.

Journalist Gerbert van Loenen onderzocht (2015) veertig mediaproducties over euthanasie en ontdekte dit stramien: geen moeilijke vragen, steevast empathie en bewondering.

Een recent voorbeeld is hoe De Stentor eind januari aandacht besteedde aan de euthanasie bij de 29-jarige Aurelia Brouwers. Acht bladzijden euthanasie in één krant, de overlijdensadvertentie paginagroot op de voorpagina, interviews met psychiaters en alles met één boodschap: complex, maar toch vooral dapper, integer, barmhartig, taboedoorbrekend. Ook voor het religieuze publiek was gezorgd: God vindt euthanasie óók goed. Zo is het gebouw aan alle kanten dichtgetimmerd.

Maar is euthanasie dan geen goed alternatief voor een gewelddadige zelfdoding? In individuele gevallen misschien wel. Maar lang niet alle suïcides kunnen worden voorkomen door een aanbod van euthanasie, simpelweg omdat het vaak gaat om impulssuïcides, waarbij de betrokkene bovendien bewust een gewelddadige manier kiest.

Ondertussen blijken de suïcidecijfers hier harder te stijgen dan in de landen om ons heen die géén euthanasie kennen: de afgelopen tien jaar daalden de zelfdodingscijfers in Duitsland met 10 procent, maar gingen ze in Nederland juist met ruim 30 procent omhoog.

wanhoop in de cultuur

Langzaamaan is er in Nederland een cultuur van de dood aan het ontstaan. Want zoals we weten sinds Goethes roman Die Leiden des jungen Werthers (1774) – de zelfdoding van de jonge hoofdpersoon werd in het echt door velen nagevolgd – is wanhoop ook een cultureel verschijnsel. Ik acht inmiddels bewezen dat legalisering van euthanasie onze samenleving diepgaand heeft veranderd – we leggen minder nadruk op volhouden, met lijden omgaan, elkaar erdoorheen slepen, hoop houden.

En hoewel inmiddels wel wat tegenstemmen zijn te horen (zoals bij voltooid leven en dementie), is het einde van de ingeslagen weg nog ongewis.

toekomstbeeld

Veel buitenlanders die – zoals wij dat ooit deden – euthanasie als nood­oplossing kunnen billijken, schrikken bij dit toekomstbeeld.

De weinige landen die ons zijn nagevolgd, nemen aanzienlijk strengere eisen in hun wetten op: volledige wilsbekwaamheid tot het einde en een spoedig te verwachten, natuurlijk levenseinde zijn daar maar twee voorbeelden van.

Binnenkort ‘mag ik weer’, nu op Harvard Law School. Ik ben bang dat ik het niet mooier kan maken.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Hoe euthanasie ons land veranderde’

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken