euthanasie en hulp bij zelfdoding (met medische grondslag)

Leven we in een euthanasie-bubble?

MC, 22 oktober 2019, auteur: Jannes H Mulder, ex-internist-oncoloog Rotterdam. Aanvankelijk leek de glijdende schaal en het hellende vlak waarop euthanasie zich bevond, retoriek. Met de kennis van nu blijkt er…

MC, 22 oktober 2019, auteur: Jannes H Mulder, ex-internist-oncoloog Rotterdam.

Aanvankelijk leek de glijdende schaal en het hellende vlak waarop euthanasie zich bevond, retoriek. Met de kennis van nu blijkt er wel degelijk een glijdende euthanasie-schaal te zijn. We zijn opgeschoven van terminale patiënten met kanker via patiënten met ernstige aandoeningen naar mensen wiens leven voltooid is. Achteraf zie ik ook een hellend medisch vlak dat zich zelfs wil richten op levensproblemen.

In deze Nederlandse euthanasie-bubble wordt de arts – héél opvallend – verantwoordelijk voor de dood van een ander, terwijl die ander zijn of haar verantwoordelijkheid zelf hoort te dragen. Wat mij ook ziende blind maakte zijn de films en TV-uitzendingen over euthanasie vol zelfrechtvaardiging.

U kunt het artikel hier verder lezen.

Reacties uitgeschakeld voor Leven we in een euthanasie-bubble?

Blijf botsende waarden zorgvuldig afwegen in het euthanasiedebat

Uit het goede leven, d.d. 18 oktober 2019. Auteurs: Stef Groenewoud is gezondheidswetenschapper en ethicus. Theo Boer is hoogleraar ethiek van de gezondheidszorg. Beide auteurs zijn betrokken bij het Moral Compass…

Uit het goede leven, d.d. 18 oktober 2019. Auteurs: Stef Groenewoud is gezondheidswetenschapper en ethicus. Theo Boer is hoogleraar ethiek van de gezondheidszorg. Beide auteurs zijn betrokken bij het Moral Compass Project van de PThU.

In het euthanasiedebat krijgt steeds vaker één ethische waarde voorrang boven andere, stellen de twee ethici.

In het voorjaar van 2014 gaf Harvard-hoogleraar Michael Sandel in Utrecht een college ter gelegenheid van het eredoctoraat dat hij een dag eerder aan de Universiteit aldaar had ontvangen. Het thema: ‘Moraliteit en de rol van de overheid’. De vraag stond centraal of burgers volledig vrij moeten zijn om te handelen naar eigen inzicht, of dat er aan die handelingsvrijheid bepaalde grenzen zijn.

Zie hier voor het gehele artikel.

Reacties uitgeschakeld voor Blijf botsende waarden zorgvuldig afwegen in het euthanasiedebat

Wel of geen euthanasie? U als dokter mag het uitzoeken

Trouw 28 september 2019: Auteur: Martin Buijsen  hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rond euthanasie mag de rechter klare wijn schenken. Van artsen verwachten we nog meer. Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht…

Trouw 28 september 2019: Auteur: Martin Buijsen  hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit

Rond euthanasie mag de rechter klare wijn schenken. Van artsen verwachten we nog meer. Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit, tast met een denkexperiment af of dat wel reëel is.

Wat kunnen wij en wat mógen wij eigenlijk van onze artsen verlangen? Die vragen dringen zich op nu voor het eerst sinds de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002 een arts strafrechtelijk ter verantwoording is geroepen. Deze verpleeghuisarts was in 2016 tot euthanasie overgegaan bij een ernstig demente vrouw (74), die eerder haar wensen in een schriftelijke wilsverklaring had vastgelegd.

Lees het gehele artikel hier

Reacties uitgeschakeld voor Wel of geen euthanasie? U als dokter mag het uitzoeken

Betere informatie over palliatieve zorg

Rijksoverheid, Nieuwsbericht | 20-06-2019. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een campagne gestart rondom de bewustwording en mogelijkheden van palliatieve zorg. Deze vorm van zorg en hulp is…

Rijksoverheid, Nieuwsbericht | 20-06-2019.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een campagne gestart rondom de bewustwording en mogelijkheden van palliatieve zorg. Deze vorm van zorg en hulp is gericht op mensen die zich in de laatste fase van het leven bevinden. Met het concept ‘Ik heb te horen gekregen dat ik doodga. Maar tot die tijd leef ik’, benadrukt de campagne dat als iemand uitbehandeld is, het leven en de zorg niet stopt. Palliatieve zorg helpt om de beleving van deze periode zo positief mogelijk te maken en ondersteunt mensen om nog te doen wat ze belangrijk vinden.

Het echte verhaal

Het is voor mensen nog onvoldoende duidelijk wat palliatieve zorg is en wat de mogelijkheden zijn. Daar wil de campagne verandering in brengen. Echte mensen die zich in de laatste levensfase bevinden, vertellen hun verhaal. (Video)portretten schijnen een licht op de keuzes waar men mee te maken krijgt als het einde van het leven dichterbij komt. De campagne zet aan tot het tijdig nadenken en spreken over wat men wel en niet wil, zodat naasten en hulpverleners daarnaar kunnen handelen.

Om informatie over palliatieve zorg gebundeld aan te bieden is de website www.overpalliatievezorg.nl gerealiseerd waarop veel informatie te vinden is voor mensen die zich in hun laatste levensfase bevinden. Tot op heden was de informatie over palliatieve zorg versnipperd en daardoor niet goed vindbaar. Ook is voor patiënten nog vaak onduidelijk welke ondersteuning en zorg er verkregen kan worden en wie waarvoor verantwoordelijk is. Als iemand is uitbehandeld, zijn er nog vele zorgmogelijkheden beschikbaar om de kwaliteit van leven in de laatste fase te ondersteunen. Dat kan medische zorg zijn, maar ook psychosociale zorg en praktische ondersteuning.

De campagne is ontwikkeld in nauwe samenwerking met betrokken veldpartijen in de palliatieve zorg. Naast de website wordt de campagne ondersteund met media die verdieping aan de boodschap kunnen bieden.

120.000 mensen per jaar in Nederland

Jaarlijkse sterven er ongeveer 150.000 mensen, waarvan 80 procent van de gevallen voor de arts niet onverwacht komt. Dat betekent dat per jaar rond de 120.000 mensen  palliatieve zorg nodig kunnen hebben. Uit onderzoek is gebleken dat patiënten die goede palliatieve zorg krijgen zich beter voelen in de laatste fase van hun leven.

 

Links:

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/nieuws/2019/06/20/betere-informatie-over-palliatieve-zorg

https://www.overpalliatievezorg.nl/

 

Reacties uitgeschakeld voor Betere informatie over palliatieve zorg

Veroordeling Heringa wegens bieden van hulp bij zelfdoding moeder blijft in stand

Hoge Raad, 16 april 2019. De veroordeling van de heer Heringa wegens het bieden van hulp aan zijn bejaarde (stief)moeder om een einde aan haar leven te maken, blijft in…

Hoge Raad, 16 april 2019.

De veroordeling van de heer Heringa wegens het bieden van hulp aan zijn bejaarde (stief)moeder om een einde aan haar leven te maken, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

De 99-jarige (stief)moeder van Heringa verbleef in een verzorgingstehuis. Zij leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind. In juni 2008 heeft Heringa, die geen arts is, haar op haar uitdrukkelijke verzoek medicijnen verstrekt die zij heeft ingenomen, waarna zij is overleden. Heringa heeft het hele proces op video opgenomen, waaronder een gesprek waarin zijn (stief)moeder zei dat zij klaar was met het leven. De beeldopnamen zijn op 8 februari 2010 in de documentaire ‘De laatste wens van Moek. Een zelf geregisseerde dood’ uitgezonden in het programma Netwerk. Daarop is Heringa vervolgd wegens strafbare hulp bij zelfdoding. Heringa heeft zich in de strafzaak beroepen op noodtoestand, een vorm van overmacht, omdat de huisarts had geweigerd medewerking te verlenen aan euthanasie en hij zich moreel verplicht voelde zijn (stief)moeder te helpen bij het realiseren van de door haar uitdrukkelijk gewenste dood.

De Hoge Raad sprak zich eerder ook al uit over deze zaak. In zijn uitspraak van 14 maart 2017 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de door Heringa geboden hulp niet strafbaar was. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Dit Hof oordeelde dat Heringa geen beroep kan doen op noodtoestand, zodat de door hem geboden hulp bij zelfdoding wel strafbaar is. Heringa had begrip voor de wens van zijn (stief)moeder en stond erachter. Hij heeft niet getracht, ook niet met tussenkomst van anderen, zijn (stief)moeder op andere gedachten te brengen. Heringa heeft de huisarts van zijn (stief)moeder geraadpleegd over haar verlangen om te sterven. Deze arts vond dat er niet werd voldaan aan de voorwaarden om euthanasie toe te passen. Heringa is ook niet te rade gegaan bij andere artsen die hier mogelijk anders tegenaan hadden kunnen kijken en evenmin zijn aangedragen alternatieven serieus in overweging genomen. Het Hof legde Heringa een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op. Tegen deze veroordeling stelde Heringa beroep in cassatie in. In cassatie is onder meer geklaagd over de verwerping door het gerechtshof van het beroep op overmacht in de zin van noodtoestand.

Advocaat-generaal Bleichrodt zag in zijn advies aan de Hoge Raad van 18 december 2018 geen reden om de uitspraak van het Hof te vernietigen.

Ook de Hoge Raad komt tot dit oordeel. Bij de beoordeling van het beroep op overmacht heeft het gerechtshof tot uitgangspunt genomen dat de Nederlandse wet bepaalt dat euthanasie alleen door een arts mag worden uitgevoerd en dan alleen nog onder bijzondere omstandigheden en wanneer bepaalde zorgvuldigheidseisen worden gevolgd. Het Hof heeft vervolgens onderzocht of zich in dit geval uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan die maken dat de handelingen van Heringa toch gerechtvaardigd zijn. Het Hof heeft geoordeeld dat daarvan geen sprake is en het verweer verworpen. De Hoge Raad is van oordeel dat het gerechtshof dat in dit geval heeft kunnen aannemen en dit ook voldoende heeft gemotiveerd. Er is niet aannemelijk geworden dat er geen redelijk alternatief was voor de door Heringa gemaakte keuze om zijn (stief)moeder bij haar zelfdoding behulpzaam te zijn of voor de manier waarop de uitvoering van die keuze heeft plaatsgevonden.

Ook de overige cassatieklachten worden door de Hoge Raad verworpen. De veroordeling is daarmee definitief.

Reacties uitgeschakeld voor Veroordeling Heringa wegens bieden van hulp bij zelfdoding moeder blijft in stand

Artsen melden niet altijd alle feiten over euthanasie

ND 11 april 2019, door Gerard Beverdam. De commissies die meldingen van euthanasie beoordelen, krijgen soms niet alle relevante feiten aangereikt. Daarom moeten zij in gevallen waarin wordt getwijfeld over…

ND 11 april 2019, door Gerard Beverdam.

De commissies die meldingen van euthanasie beoordelen, krijgen soms niet alle relevante feiten aangereikt. Daarom moeten zij in gevallen waarin wordt getwijfeld over de zorgvuldigheid, indringender vragen stellen aan de betrokken arts.

Den Haag

Dat schrijft Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), in het jaarverslag over 2018. Hij gaat daarmee in op de strafrechtelijke onderzoeken die het Openbaar Ministerie (OM) doet naar een aantal euthanasiezaken. Volgens Kohnstamm zijn bij onderzoeken van het OM in enkele gevallen ‘andere en soms nieuwe feiten naar voren gekomen’. Hij wijst erop dat het OM een betrokken arts als verdachte hoort, en dat er ook familieleden van de overleden patiënt onder ede kunnen worden gehoord. ‘Niet uit te sluiten valt, dat er ten gevolge daarvan feiten naar voren komen die in het gesprek tussen de arts en de toetsingscommissies niet boven water zijn gekomen.’

Uit het jaarverslag blijkt dat het OM in twee van de vier strafrechtelijke onderzoeken naar euthanasiezaken uit 2017 die niet volgens de regels waren verlopen, de zaak heeft geseponeerd. Dat betekent dat de arts die de euthanasie meldde, niet verder wordt vervolgd. Kohnstamm trekt uit de inhoud van de twee geseponeerde zaken de conclusie dat, als een arts door een toetsingscommissie wordt uitgenodigd voor een gesprek, de commissieleden zich ‘vasthoudender moeten opstellen om de relevante feiten en omstandigheden boven water te krijgen’.

Kritischer

Het Openbaar Ministerie stelt zich de laatste tijd kritischer op in euthanasiezaken die door de toetsingscommissies als ‘niet zorgvuldig’ zijn beoordeeld. Sinds de invoering van de Euthanasiewet kwam het nog nooit tot daadwerkelijke vervolging, maar ten minste één zaak wordt nu voor de rechter gebracht. Een specialist ­ouderengeneeskunde moet nog voor de rechter verschijnen, omdat zij in 2017 euthanasie verleende aan een demente vrouw die haar verzoek niet mondeling kon bevestigen. Het was onduidelijk of de vrouw ondraaglijk leed, en de schriftelijke wilsverklaring van de betrokken patiënte was ook onduidelijk.

In het jaarverslag noemt Kohnstamm de toetsing van euthanasiezaken voor de betrokken artsen ‘spanningsvol’, zeker als het OM eraan te pas komt. Toch benadrukt de RTE-voorzitter dat er voor artsen geen reden is voor grote bezorgdheid, omdat verreweg de meeste euthanasiezaken door de RTE als zorgvuldig worden beoordeeld.

In 2018 is het aantal meldingen van euthanasie iets teruggelopen, blijkt uit het jaarverslag. Er kwamen 6126 meldingen binnen, tegen 6585 in 2017. In zes zaken die in 2018 werden gemeld, vonden de RTE dat niet volgens alle zorgvuldigheidseisen was gehandeld. In vijf van deze zaken is door het OM intussen besloten dat er toch geen strafvervolging komt.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) heeft eerder al opdracht gegeven voor een onderzoek naar de stijging van het aantal euthanasiezaken in de jaren tot en met 2017, en in dit onderzoek wordt nu ook de daling uit 2018 meegenomen. Voor de zomer verwacht de bewindsman de uitkomsten. <

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Artsen melden niet altijd alle feiten over euthanasie

Arts niet vervolgd voor euthanasie

Openbaar Ministerie, 30 oktober 2018. Het College van procureurs-generaal heeft besloten een huisarts die in februari 2017 euthanasie uitvoerde bij een 84-jarige vrouw niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een officier…

Openbaar Ministerie, 30 oktober 2018.

Het College van procureurs-generaal heeft besloten een huisarts die in februari 2017 euthanasie uitvoerde bij een 84-jarige vrouw niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een officier van justitie van parket Den Haag deed op verzoek van het College een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijk strafbare euthanasie door de arts. Op basis van de resultaten van dat onderzoek kan de arts geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt omdat er volgens de zorgvuldigheidsnormen is gehandeld.

De patiënte was zeer beperkt in haar bewegingsvrijheid door longemfyseem waaraan zij sinds 1989 leed. De vrouw beschikte over een euthanasieverklaring en had duidelijk de wens uitgesproken niet meer verder te willen leven. Aanvullend onderzoek of behandelingen wilde ze niet meer.

De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) oordeelde vorig jaar dat de huisarts niet zorgvuldig had gehandeld en stuurde zoals gebruikelijk deze zaak door naar het Openbaar Ministerie voor een strafrechtelijke beoordeling. De RTE oordeelde dat de arts niet genoeg heeft gedaan om de klachten van de vrouw te bestrijden en het was volgens hen niet duidelijk of de eerder vastgestelde diagnose nog steeds gold.

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek door het OM heeft de huisarts gezegd dat hij altijd is uitgegaan van longemfyseem en dat de diagnose is vastgesteld door een longarts. Ter onderbouwing heeft de arts nadere medische informatie overlegd. Deze informatie was niet bekend bij de RTE. Het gaat om een zogenaamde ‘patiëntenkaart’ met de aantekening van een longarts dat bij de vrouw de diagnose longemfyseem is vastgesteld zonder kans op genezing.

Volgens het Openbaar Ministerie is de arts, met de kennis van nu, zorgvuldig geweest bij de uitvoer van de euthanasie omdat er sprake is van een onomkeerbare longemfyseem. De bevindingen van de arts zijn gebaseerd op de diagnose van de longarts en de uitkomsten van zijn eigen herhaalde onderzoeken. Deze herhaalde onderzoeken bevestigden de ernstige longemfyseem.

Het oordeel van de RTE in bovengenoemde zaak is te vinden op de site van de euthanasiecommissies, onder nummer: 2017 –31.

Het College verwacht binnen enkele weken uitsluitsel te geven over de andere strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Op dit moment lopen er nog drie strafrechtelijke onderzoeken: twee zaken bij het parket Noord-Holland en een zaak bij het parket Den Haag.

Reacties uitgeschakeld voor Arts niet vervolgd voor euthanasie

Arts niet vervolgd in euthanasiezaak

Openbaar Ministerie, 26 oktober 2018 Het College van procureurs-generaal heeft besloten een arts die euthanasie uitvoerde bij een 72-jarige vrouw in april 2017 niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een…

Openbaar Ministerie, 26 oktober 2018

Het College van procureurs-generaal heeft besloten een arts die euthanasie uitvoerde bij een 72-jarige vrouw in april 2017 niet te vervolgen en de zaak onvoorwaardelijk te seponeren. Een officier van parket Oost-Nederland deed op verzoek van het College strafrechtelijk onderzoek naar mogelijk strafbare euthanasie door de arts. Op basis van de resultaten van het strafrechtelijk onderzoek kan de arts geen strafrechtelijk verwijt worden gemaakt. De arts heeft overeenkomstig de zorgvuldigheidsnormen gehandeld.

De patiënte leed aan uitgezaaide kanker, was uitbehandeld en ervoer haar lijden als ondraaglijk door de snelle verslechtering van haar lichamelijke situatie. Twee dagen voor de levensbeëindiging raakte de vrouw in coma als gevolg van een hersenbloeding, waardoor er sprake was van ernstige afasie en een wisselend verlaagd bewustzijn.

Het Openbaar Ministerie komt tot het oordeel dat de arts voldoende heeft kunnen vaststellen dat de beslissing van de vrouw tot euthanasie vrijwillig en weloverwogen was. Hoewel er na de hersenbloeding sprake was van een verlaagd bewustzijn, was die niet zodanig dat de patiënte niet meer kon communiceren. Zij was in staat haar wil te uiten en haar euthanasiewens te bevestigen door met haar hoofd te knikken en in handen te knijpen. Dit maakte dat een schriftelijke wilsverklaring niet nodig was. Verder is uit het strafrechtelijk onderzoek naar voren gekomen dat de patiënte voorafgaand aan haar hersenbloeding meerdere malen haar euthanasiewens had geuit tegenover de arts.

Daarnaast is volgens het College van procureurs-generaal voldoende aangetoond dat de vrouw ondraaglijk leed in de periode kort voor haar euthanasie. Er waren bij de patiënte duidelijke tekenen van lijden aanwezig en zij had zichtbaar pijn. Reeds voor de hersenbloeding was de gezondheidssituatie van de patiënte uitzichtloos en ondraaglijk en was genezing of behandeling niet meer mogelijk.

De zaak was vorig jaar door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie voor een strafrechtelijke beoordeling. Dat gebeurt bij elk onderzoek waarin de RTE heeft geconcludeerd dat een arts niet overeenkomstig de zorgvuldigheidsnormen van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding heeft gehandeld.

Het oordeel van de RTE in bovengenoemde zaak is te vinden op de site van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, onder nummer: 2017 – 73.

Het College verwacht binnen enkele weken uitsluitsel te kunnen geven over andere strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Op dit moment lopen er nog vier strafrechtelijke onderzoeken: twee zaken bij het parket Noord-Holland en twee zaken bij het parket Den Haag.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Arts niet vervolgd in euthanasiezaak

‘Drankje nu betrouwbaar alternatief voor injectie bij euthanasie’

NOS, 25 september 2018, Een drankje is een goed alternatief voor de injectie bij euthanasie. Dat stellen twee artsen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Voordeel van het drankje is…

NOS, 25 september 2018,

Een drankje is een goed alternatief voor de injectie bij euthanasie. Dat stellen twee artsen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Voordeel van het drankje is dat patiënten het zelf kunnen innemen. Dat is voor artsen die de euthanasie uitvoeren vaak minder belastend.

Emeritus-hoogleraar toegepaste psychologie Pieter Jan Stallen en voormalig huisarts Michiel Marlet onderzochten ruim 200 voorbeelden van hulp bij zelfdoding met een drankje, schrijft Trouw. Daaruit blijkt dat het drinken van een drankje bij zes op de zeven mensen binnen een half uur tot de dood leidt, vrijwel zonder complicaties.

Betrouwbaar

Artsen kiezen nu vaak voor een injectie bij verzoeken om euthanasie. Deze methode staat bekend als snel en betrouwbaar, omdat patiënten binnen tien minuten overlijden. Maar volgens de onderzoekers is het voor artsen moreel en psychisch minder belastend als de patiënt zelf de dodelijke handeling uitvoert door het drankje op te drinken.

Het drankje heeft in de euthanasierichtlijnen van apothekersorganisatie KNMP en artsenorganisatie KNMG uit 2012 ‘niet de voorkeur’ omdat het verloop van het overlijden onvoorspelbaar is. Artsen hadden er slechte ervaringen mee, omdat patiënten het drankje soms uitbraakten. Soms duurde het ook uren voor de dood intrad.

Maar volgens de onderzoekers is dat veranderd. De dosering is veel hoger en ook wordt er voor de zekerheid een infuus aangebracht zodat artsen na een bepaalde periode alsnog een injectie kunnen geven. Daarnaast krijgen de patiënten een anti-braakmiddel.

Verschil

De krant laat twee artsen aan het woord die regelmatig te maken hebben met euthanasie. En hoewel een euthanasie voor hen altijd heftig blijft, maakt een drankje wel wat verschil. “Het is echt een ander gevoel als je als arts iemand iets inspuit en terwijl je daarmee bezig bent die persoon al ziet overlijden”, zegt Marjolijn Seebregts.

“Het is niet zo dat ik er achteraf minder mee zit als een patiënt zelf iets drinkt”, zegt ze. “Maar op het moment zelf helpt het. Iemand bevestigt op deze manier zijn eigen keuze.”

 

Reacties uitgeschakeld voor ‘Drankje nu betrouwbaar alternatief voor injectie bij euthanasie’

Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Rijksoverheid. Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge. Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat…

Rijksoverheid.

Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge.

Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat het kabinet op dit gebied wil bereiken.

Hij schrijft in de inleiding van zijn nota als volgt. “Met grote regelmaat is er maatschappelijke aandacht voor medisch-ethische vraagstukken. In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde. Ethische kwesties raken aan de kern van wie we zijn en waar we voor staan. In de samenleving bestaan op medisch-ethisch gebied verschillende opvattingen. Het maken van keuzes over deze vraagstukken is daardoor geen eenvoudige opgave. Juist daarom is een goede dialoog met elkaar van belang. Door uit te gaan van gedeelde waarden en respect te hebben voor de gezichtspunten van een ander, meent dit kabinet een goed gesprek over ethische vraagstukken te kunnen voeren en wellicht (een deel van) de verschillen te kunnen overbruggen. Voor alle partijen zijn een goede volksgezondheid en gezondheidszorg van belang.

De ontwikkeling van de geneeskunde wordt gevoed door wetenschappelijk onderzoek en technologische innovaties en beoogt te resulteren in nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden, preventie en genezing van ziektes, mogelijkheden om lijden te verlichten, of meer patiëntgerichte zorg. Dat neemt niet weg dat de opvattingen over de precieze invulling van die zorg of wetenschap
uiteen kunnen lopen. Wanneer bij besluitvorming over deze onderwerpen medisch-ethische overwegingen een rol spelen, is bestaande wet- en regelgeving het uitgangspunt, zoals afgesproken in het regeerakkoord.

Het doel van dit kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving, dat aansluit bij ons moreel kompas. Om bij beleidsveranderingen een antwoord te vinden op de vraag welke ruimte wenselijk en aanvaardbaar is, zijn daartoe in het regeerakkoord drie vragen opgenomen, die het uitgangspunt vormen voor het maken van keuzes en daarmee voor de standpunten van dit kabinet. Allereerst zal de vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak moeten worden gesteld.
Zijn er toereikende alternatieven die geen of een minder vergaande verruiming van de beleidsruimte behoeven? Als tweede is er de vraag naar de medisch-ethische dimensie, waarbij niet alleen wetenschappelijke belangen worden gewogen, maar waarbij ook ethische bezinning bij wetenschappers en zorgprofessionals een rol speelt. Het regeerakkoord verwijst daarbij naar het
zwaarwegende belang van adviezen van de Gezondheidsraad en andere adviesorganen, alsmede de Raad van State. Tot slot is van belang dat er maatschappelijke discussie en politieke bezinning heeft plaatsgevonden.

In deze nota werkt de Minister verder uit hoe het kabinet hieraan verder invulling wil geven. Vervolgens gaat hij in op de diverse concrete beleidsvraagstukken en schetst hij de richting waarin het kabinet de komende jaren zal gaan. Hij doet dat aan de hand van drie overkoepelende thema’s:

1) vraagstukken rond het begin van het leven;

2) medisch-wetenschappelijk onderzoek en technologie;

3) vraagstukken rond het einde van het leven.

 

Zie “Nota medische ethiek, d.d. 6 juli 2018”

Zie ook het verslag van het algemeen overleg in de Tweede Kamer, gehouden op 6 september 2018, over Medische ethiek/ Afbreking zwangerschap/ Euthanasie (te downloaden op de website van de Tweede Kamer Der Staten- Generaal.

 

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken