PVH 24e jaargang – 2017 nr. 3, p. 1

Is dit advies een logische stap in de medisch-ethische ontwikkeling?” “Het advies verbaast me niet. In Nederland verbinden politici, ethici en anderen de menselijke waardigheid en beschermwaardigheid steeds vaker aan capaciteiten als denken, willen, beslissen en genieten. Voor veel mensen zijn autonomie en het vermogen om positieve ervaringen op te doen essentieel voor het mens-zijn. Naarmate die vermogens er nog niet of niet meer zijn – aan het begin en het einde van het leven – wordt het leven minder beschermwaardig. Wat mij betreft zijn die vermogens echter uitingen, maar geen voorwaarden van het mens-zijn.”

Wat betekent dat voor de ethiek?

“Als je een mens omschrijft als iets wat kan denken, willen, beslissen en genieten, krijg je een versmald mensbeeld. Een embryo is niet in staat tot het opdoen van positieve ervaringen en is dus nauwelijks beschermwaardig. Voor het einde van het leven geldt hetzelfde: naarmate onze vermogens wegvallen, is er steeds minder reden om dat menselijk leven nog te beschermen.”

Is er sprake van een hellend vlak?

“Na alle ontwikkelingen op medisch-ethisch vlak in de afgelopen dertig jaar kun je onmogelijk volhouden dat het slechten van de ene ethische barrière niet tot het opruimen van de volgende leidt. Zowel voor- als tegenstanders weten heel goed dat de nieuwe Embryowet een tussenstap zal zijn op weg naar een volgend compromis. De voorstanders van het advies wijzen er keer op keer op dat de normen en waarden in de maatschappij veranderen. Ik ontken niet dat er voortschrijdend inzicht kan zijn. Maar wanneer de visie op de mens als uniek en onaantastbaar wezen blijft eroderen, zal het beleid voortdurend liberaler worden. Dus ja, een hellend vlak.”

Wat is de status van een menselijk embryo in de ethiek van de Gezondheidsraad?

“Die komt niet uit de verf. De opstellers beschrijven weliswaar de traditionele christelijke visie dat lichaam en ziel vanaf het prilste begin samenhangen. Maar ze nemen daar afstand van zonder enige reflectie op wat het embryo dan wél is. Ik had dinsdag een discussie op BNR Nieuwsradio met Annelien Bredenoord, een medisch ethicus van de Universiteit Utrecht, senator voor D66 en medeopsteller van het advies. Zij stelde dat er in essentie geen verschil is tussen experimenten met dierenembryo’s en met menselijke embryo’s.

Wanneer heeft een embryo een ziel?

“Ik vind het lastig om te zeggen of een embryo zich ontwikkelt tot mens of als mens. Daar kan ik als wetenschapper geen waterdicht antwoord op geven.”
Acht u het kweken van embryo’s voor onderzoek aan kiembaanmodificatie ethisch verantwoord?
Stellig: “Bij twijfel niet inhalen. Ook wie niet gelovig is, kan niet om het feit heen dat het begin van elk mens ligt bij de conceptie. Elke andere scheidslijn is kunstmatig. Zelfs al zou ik als embryo nog geen ziel hebben gehad, dan nog was de samensmelting van eicel en zaadcel mijn begin.” Met nadruk: “Mijn begin. In Psalm 139 zingt David: Uw ogen hebben mijn ongeformeerde klomp gezien. “Zien” betekent daar “betrokken zijn”, “koesteren”. God zag David, ook toen hij nog een ongevormde klomp cellen was. Alleen daarom al is onderzoek waarin je embryo’s verbruikt verboden gebied.”

Welke risico’s heeft het advies van de Gezondheidsraad in zich?

“Niet helemaal. Want waar leg je het onderscheid tussen het uitbannen van erfelijke ziekten en het verbeteren van de mens? De grens tussen een menselijke beperking en een ziekte is buitengewoon moeilijk te trekken. Ook onwenselijkheden in de mens zou je kunnen herdefiniëren als een ziekte. Minder dan gemiddeld intelligent? Drukker dan andere kinderen? Laten we daar ook gelijk maar wat aan doen.”

In hoeverre baart het advies u zorgen?

“Soms moet je vuile handen maken en het kwade doen om het goede te bereiken, als uitzondering. Maar mag je menselijke embryo’s kweken voor kiembaanmodificatie om ernstige erfelijke ziekten uit te bannen? Ik ben bang dat de Gezondheidsraad de regel – handen af van menselijke embryo’s – verandert, en van de uitzondering de regel maakt.”