Levensbeeindiging of hulp bij zelfdoding bij psychische aandoening

Jacob Kohnstamm: Euthanasie is geen recht

Trouw, 12 april 2019, door Marten van de Wier. INTERVIEW In een jaar vol discussie over euthanasie In een jaar vol discussie over euthanasie daalde het aantal euthanasiemeldingen flink. Of het…

Trouw, 12 april 2019, door Marten van de Wier.

INTERVIEW

In een jaar vol discussie over euthanasie

In een jaar vol discussie over euthanasie daalde het aantal euthanasiemeldingen flink. Of het een met het ander te maken heeft? Jacob Kohnstamm, voorzitter van de euthanasiecommissies, weet het niet. ‘Ik hoor in mijn omgeving dat artsen gespannener zijn’.

Nee, een rustig ‘euthanasiejaar’ was het niet. Er woedde een verhit debat over euthanasie bij psychiatrische patiënten en bij ouderen met vergevorderde dementie: in welke situaties is euthanasie nog verantwoord? Gaan artsen te ver? Of – volgens sommige patiënten en naasten – niet ver genoeg?

In 2017 startte het Openbaar Ministerie ­bovendien met een onderzoek in een euthanasiezaak met een arts als verdachte. In 2018 kwamen daar nog vier onderzoeken bij. Een van die vijf artsen moet voor de strafrechter verschijnen. Twee onderzoeken lopen nog, en twee zaken werden geseponeerd.

Euthanasie was dit jaar ‘geen rustig bezit’, zoals jurist Jacob Kohnstamm het formuleert. En dan heeft de voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie het niet eens over de opvallende daling in de euthanasiecijfers. Terwijl het aantal meldingen van euthanasie sinds 2003 steeds steeg, daalde het in 2018 met 7 procent ten opzichte van 2017, zo blijkt uit het jaarverslag dat Kohnstamm gisteren aanbood aan het kabinet en de Tweede Kamer.

De grote vraag is of die dingen iets met ­elkaar te maken hebben: het felle debat, de rol van het OM en de dalende cijfers. Oud-D66-politicus Kohnstamm is bijna drie jaar ­‘coördinerend voorzitter’ van de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), die ­alle euthanasiedossiers van artsen beoordelen.

Wat heeft de actievere rol van het OM opgeleverd?

“Drie onafhankelijke instanties, namelijk het OM, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en wij, kijken ieder met een eigen bril naar ­euthanasie. Mijn belangrijkste vraag daarbij was: is daar voor een normaal werkende arts nog iets aan vast te knopen? Leidt het tot een heldere norm?”

En?

“In negen op de tien zaken die wij ‘onzorgvuldig’ vinden, blijkt de norm volstrekt helder. Daar had de arts iets moeten doen of nalaten, en onderschrijven alle instanties ons oordeel. De arts zegt, op een enkele uitzondering na, dat hij ervan geleerd heeft. Het OM vindt ­vervolging dan vaak niet meer aan de orde.”

Twee zaken zijn na onderzoek door het OM ­geseponeerd omdat de arts toch zorgvuldig heeft gehandeld, terwijl de toetsingscommissie tot ‘onzorgvuldig’ kwam. Hoe kan dat?

“Ik heb de beslissingen van het OM met een potloodje in de hand zitten vergelijken met die van ons. Het OM onderschrijft onze normstelling, maar haalt deels andere feiten boven tafel. Omdat zij, anders dan wij, het recht hebben om mensen te horen, of omdat de arts nog met nieuwe documenten komt. In een van de zaken is een specialistenbrief van de longarts boven tafel gekomen. Met die informatie waren wij waarschijnlijk ook tot een ander oordeel gekomen.

“Daar vallen lessen te leren. Artsen moeten zich nog beter voorbereiden op een gesprek met ons. En wij kunnen, als we de arts uitnodigen voor gesprek, nog beter aangeven waar voor ons de schoen wringt, en beter doorvragen in het gesprek.”

Hoe vaak heeft de commissie deze artsen gesproken?

“Goede vraag: een keer. De mogelijkheid van een tweede gesprek bestaat, maar die hebben we volgens mij tot nu toe nooit gebruikt. Ik kan me voorstellen dat als er na het gesprek met de arts nog één ontbrekende link is, we een arts uitnodigen voor een tweede gesprek. Dan is dit soort strafrechtelijk onderzoek niet nodig.”

Heeft u dat liever niet?

“Wij zijn een sluiswachter tussen de arts en de rechter. Hoe beter we dat doen, hoe beter dat is voor de meldingsbereidheid van artsen. Ons euthanasiestelsel staat of valt bij die meldingsbereidheid.”

Het aantal meldingen van euthanasie is het afgelopen jaar 7 procent lager dan in 2017. Is dat zorgelijk?

“Het Nivel doet er nu onderzoek naar, laat ik dat afwachten. De eerste drie maanden van 2019 is er trouwens weer een stijging van 9 procent ten opzichte van dat kwartaal vorig jaar. Het aantal meldingen fluctueert.”

Toch: na jaren van stijging, is dit opvallend.

“Het heeft ons natuurlijk ook verbaasd. Ik ben het met Steven Pleiter van de Levenseindekliniek eens dat je een toename zou verwachten, gezien de naoorlogse geboortegolf. Je mag aannemen dat die generatie zaken als zelfbeschikking en kwaliteit van leven belangrijk vindt, dus je zou kunnen beredeneren dat er een groei zou optreden.”

De Levenseindekliniek zegt dat artsen minder snel euthanasie verlenen vanwege de onderzoeken door het OM. Wat vindt u daarvan?

“Het is onmiskenbaar spanningsvol voor artsen om zo intensief gecontroleerd te worden. Het nadeel van openbaarheid is dat het tot ­onrust kan leiden, maar openbaarheid is ook heel belangrijk voor de discussie.”

Bij ziektebeelden waar veel debat over is, is de daling sterker. Bij psychiatrische patiënten 20 procent, bij dementie 14 procent. Denkt u dat de verklaring van de Levenseindekliniek plausibel is?

“Ik weet het gewoon niet. Ik hoor uit mijn eigen omgeving dat artsen gespannener zijn.”

Kohnstamm zwijgt even, en schudt wikkend en wegend zijn hoofd. “Kijk, kanker, daar is ook een daling, van 4236 gevallen naar 4013. En over euthanasie bij kanker is helemaal geen discussie. Bovendien: ik heb de artsenij in Nederland hoog zitten. Stel: er komt een patiënt bij een arts die in beginsel bereid is euthanasie te verlenen. Een patiënt die uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. En de arts zegt: ‘O jee, er is één arts – uit in totaal 18.000 euthanasiecasussen uit 2016, 2017 en 2018 – die vervolgd wordt. Nu ga ik deze patiënt ondraaglijk laten lijden’? Mijn beeld van artsen is positiever.”

Zou het kunnen dat artsen euthanasie niet ­altijd melden?

“Melding is de achilleshiel van de euthanasiepraktijk. Maar …”

Kohnstamm houdt zijn hoofd scheef. “In meer dan 90 procent van de gevallen is het volstrekt helder dat artsen zorgvuldig gehandeld hebben. Ik begrijp goed dat individuele artsen ­denken: wat overkomt me nou? Maar van de achttien onzorgvuldigheidsoordelen van de ­afgelopen twee jaar zijn er al vijftien door het OM geseponeerd. Ik weet dat het gevoel soms niet te bestrijden is met cijfers, maar het percentage waarbij het tot een strafrechtelijk onderzoek komt, is statistisch verwaarloosbaar. Echt verwaarloosbaar. De kans op een ongeluk met de auto is groter. Dat betekent niet dat je niet gaat rijden. Misschien wel zorgvuldiger.”

In één geval komt het tot vervolging, de zaak uit 2016 die in de media de ‘koffie-euthanasie’ heet. Het gaat om euthanasie bij een vrouw met vergevorderde dementie, die haar doodswens niet meer kon bevestigen. De toetsingscommissie vond haar wilsverklaring onvoldoende duidelijk, en had kritiek op de manier waarop de arts de patiënte ‘door de (heimelijke) toediening’ van een slaapmiddel in de koffie de mogelijkheid heeft ‘willen ontnemen’ om zich te verzetten tegen de euthanasie.

De zaak maakte veel los: een groep van 450 artsen van het pamflet ‘Niet stiekem bij dementie’ vindt dat euthanasie bij patiënten met vergevorderde dementie te ver gaat, omdat die patiënten hun doodswens niet meer kunnen bevestigen. Volgens de toetsingscommissies handelde deze specifieke arts onzorgvuldig, maar kan euthanasie bij vergevorderde ­dementie onder andere omstandigheden wel. Uit een nieuw oordeel vorig jaar bleek dat ook het gebruik van een slaapmiddel mag, als het maar zorgvuldig onderbouwd wordt.

Wat was er mis met die verdoving bij de koffie-euthanasie?

“Die zaak is nu onder de strafrechter, en dan zwijg ik.”

Alleen een vraag over de formulering van het oordeel. Was dat woordje ‘heimelijk’ een misser van de toetsingscommissie?

Kohnstamm zwijgt enkele seconden. “Eh, ehm, nee. Wat ik wel vaststel, is dat dat woordje in het gebruik bij derden een leven is gaan leiden waarvan ik denk dat het niet de bedoeling is, en die ik niet prettig vind. Iedereen heeft het nu over ‘stiekem’. Ik denk dat deze arts zich in dat woord totaal niet herkent.”

Doet het er voor de euthanasiecommissies wel toe of het ‘heimelijk’ gebeurt?

“Er is onder artsen een behoorlijke discussie over die vraag. Het hangt af van de bedoeling waarmee je het doet. Als je probeert iemand te sederen zodat die geen bezwaar meer kan maken tegen de euthanasie, is dat ronduit strafbaar. Een andere reden is dat je op grond van jouw inschatting bij deze patiënt in deze situatie tot de conclusie komt dat premedicatie de enige manier is om de euthanasie zorgvuldig te verlenen.”

Maar ook in dat geval is toch het gevolg dat de patiënt zich niet meer kan verzetten?

“Ja, hee, er zijn wel meer gevolgen van de euthanasie.”

In beide gevallen was de arts bang dat de patiënt bewegingen zou maken tijdens de euthanasie. De eerste arts sprak erover dat de patiënt zich zou kunnen ‘verzetten’, de tweede dat de patiënt zich zou kunnen ‘verwonden’. Heeft die eerste arts dit niet gewoon onhandig geformuleerd?

“Dat kan best zijn.”

Er is ook veel discussie over het nut van een wilsverklaring op papier. Wat is de waarde daarvan?

“Zolang je je wens nog samenhangend kunt uitspreken, is een wilsverklaring niet van toegevoegde waarde. In het stadium van vergevorderde dementie kan de wilsverklaring gelden als bewijs dat aan de eerste zorgvuldigheidseis, een vrijwillig en weloverwogen verzoek, is ­voldaan.”

Maar dan gelden nog andere eisen: er moet ook sprake zijn van ondraaglijk lijden.

“Mijn moeder heeft een wilsverklaring, maar het is duidelijk dat zij niet ondraaglijk lijdt. Er zijn ook voorbeelden van mensen waar het ­ondraaglijk lijden als het ware ‘uitstoomt’. De tussencategorie is het ingewikkeldst. Mensen kunnen ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds heel verschillend zijn. Artsen observeren dan vaak langere tijd. Uit de zaken die we gepubliceerd hebben, blijkt hoe waanzinnig zorgvuldig zij handelen.

“Wat curieus is aan de wet, is dat voor ­patiënten met beginnende dementie het ondraaglijk lijden kan schuilen in het toekomstbeeld van vergevorderde dementie: de angst voor verdergaande ontluistering. Maar bij vergevorderde dementie, als je wilt terugvallen op de wilsverklaring, moet iemand in het hier en nu ondraaglijk lijden.”

Kohnstamm kijkt vragend.

Wat vindt u daarvan?

“De wetgever heeft altijd gelijk.”

Zou je die wilsverklaring niet moeten ­schrappen, omdat die valse verwachtingen wekt?

“Als je dat zou doen, zouden mensen zich ­misschien genoodzaakt voelen er eerder uit te stappen. De belangrijkste waarde van de wilsverklaring zit bovendien in de discussie erover met de arts. Is die in beginsel bereid om dit te doen? Zo niet, dan kun je zoeken naar een ­andere arts.”

Artsen klagen dat er druk op hen wordt uitgeoefend door patiënten met een wilsverklaring en hun naasten.

“Euthanasie is geen recht, het is goed als dat nog beter duidelijk wordt. Maar in de spreekkamer wordt wel vaker druk uitgeoefend op de arts, ook als men een bepaalde pil wil.”

Maar de vraag of de arts je wil doden, is toch van een andere orde?

“Vergeet dat van die pil. In 90 procent van de euthanasiegevallen gaat het om mensen die duidelijk ondraaglijk ziek zijn en dood willen. Dan is geen pressie nodig, als een arts ten ­principale bereid is euthanasie te verlenen. In de verslagen van artsen zien wij zeer zelden dat de druk groot was.”

Onzorgvuldige’ euthanasie’

Als de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie vinden dat een arts zich niet aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen heeft gehouden, gaat het euthanasiedossier met het stempel ‘onzorgvuldig’ naar het Openbaar Ministerie (OM) en de ­Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het OM kan een strafonderzoek instellen en een arts vervolgen. Dit jaar komt voor het eerst een arts voor de rechter. De IGJ kan een zaak voor de medische tuchtrechter brengen als het handelen van een arts een gevaar is voor de gezondheidszorg. Dat gebeurde het afgelopen jaar voor het eerst, in de zaak, die bekendstaat als de ‘koffie-euthanasie’. De tuchtrechter gaf de arts een waarschuwing.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Jacob Kohnstamm: Euthanasie is geen recht

Het aantal euthanasiegevallen is met 7 procent gedaald

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier. Het aantal euthanasiegevallen in vorig jaar met 7 procent gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de euthanasiecommissies, die voorzitter Jacob…

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier.

Het aantal euthanasiegevallen in vorig jaar met 7 procent gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de euthanasiecommissies, die voorzitter Jacob Kohnstamm heeft aangeboden aan minister Hugo de Jonge van volksgezondheid.

Vorig najaar bleek uit cijfers die Trouw opvroeg al dat de euthanasiecijfers over 2018 zouden dalen. In de eerste negen maanden was er een daling van 9 procent, ten opzichte van dezelfde periode in 2017.

Over heel 2018 gezien pakt de daling iets lager uit. Er waren 6126 meldingen van euthanasie, ruim 450 minder dan een jaar eerder. De daling is opvallend, omdat het aantal euthanasieën sinds 2003 steeds is gestegen.

Volgens de Levenseindekliniek zijn artsen behoedzamer geworden bij euthanasie, omdat het OM de afgelopen tijd vijf onderzoeken startte naar ‘mogelijk strafbare euthanasie’ door artsen. Zeker een arts moet zich voor de rechter verantwoorden, zo is inmiddels duidelijk. Twee andere zaken zijn geseponeerd.

Kohnstamm kan niet zeggen of de verklaring van de Levenseindekliniek klopt. De daling heeft hem ook verbaasd. Vanwege het ouder worden van de babyboomgeneratie had ook hij een verdere toename verwacht. “Maar in de eerste drie maanden van 2019 is er weer een stijging van 9 procent ten opzichte dat kwartaal vorig jaar. Het aantal meldingen fluctueert”, stelt hij.

Kankerpatiënten vormen nog steeds veruit de grootste groep aan wie euthanasie wordt verleend: twee derde van het totaal.

Reacties uitgeschakeld voor Het aantal euthanasiegevallen is met 7 procent gedaald

Dat de vraag naar euthanasie daalt is onwaarschijnlijk

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier. ANALYSE De euthanasiecijfers vertoonden vorig jaar een opvallende dip, blijkt uit het jaarverslag van de euthanasiecommissies. Hoe komt dat? Artsen verleenden…

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier.

ANALYSE

De euthanasiecijfers vertoonden vorig jaar een opvallende dip, blijkt uit het jaarverslag van de euthanasiecommissies. Hoe komt dat?

Artsen verleenden in 2018 euthanasie aan ruim 6100 patiënten, 7 procent minder dan in 2017. Dat schrijven de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie in hun jaarverslag. Trouw voorspelde afgelopen najaar al dat het aantal zou dalen, op basis van cijfers van de eerste driekwart jaar. Dat maakt de ontwikkeling niet minder markant: voor het eerst sinds 2003 neemt het aantal euthanasiegevallen af. Betekent dit dat er minder mensen zijn die op deze wijze willen sterven?

De laatste schatting van het aantal euthanasieverzoeken komt uit 2015, en is gebaseerd op een enquête onder artsen. In dat jaar deed 8,4 procent van de mensen die overleden eerst een uitdrukkelijk euthanasieverzoek (ruim 12.000 personen). Van die verzoeken werd 55 procent ingewilligd. Artsen melden euthanasie niet altijd bij de regionale toetsingscommissies, blijkt uit hetzelfde onderzoek: dat gebeurt al jarenlang in ongeveer 80 procent van de gevallen. Bij 20 procent beschouwt de arts zijn ingreep niet als ‘levensbeëindigend handelen’ en dus niet als euthanasie, ook al is het dat eigenlijk wel.

Nieuwe cijfers komen pas naar buiten bij de volgende evaluatie van de euthanasiewet. Hoeveel mensen hun arts vorig jaar om euthanasie vroegen, is onbekend. Maar het is niet aannemelijk dat dat er minder zijn geworden. Door vergrijzing zouden juist meer euthanasiegevallen te verwachten zijn, zeker omdat de babyboomgeneratie zelfbeschikking hoog in het vaandel heeft.

Er zijn signalen dat er vooral iets verandert bij de artsen. Volgens de Levenseindekliniek, die veel euthanasietrajecten begeleidt, zijn artsen behoedzamer geworden uit angst voor vervolging door het OM. Dat gebeurt maar in een heel klein deel van de gevallen: op 18.000 euthanasiegevallen in de afgelopen drie jaar is dat tot dusver één keer gebeurd. Maar het OM startte de afgelopen anderhalf jaar wel vijf strafonderzoeken, die veel media-aandacht kregen. Waar vervolging in het verleden denkbeeldig was, voelt die nu voor artsen als een reëel risico.

‘Niet stiekem’

Misschien nog belangrijker is het maatschappelijk debat over euthanasie, en de tegenbeweging die onder artsen op gang is gekomen. De laatste jaren voelden veel van hen zich onder druk gezet door patiënten en hun naasten om tot euthanasie te besluiten.

Begin 2017 steunden 450 van hen de oproep ‘Niet stiekem bij dementie’. Zij vinden dat er een grens wordt overschreden bij dementerenden die hun eerdere doodswens niet meer kunnen bevestigen. Vorig jaar kregen twee van dit type patiënten euthanasie, in 2017 drie. Maar de felle discussie hierover beïnvloedt mogelijk ook het oordeel van artsen in andere lastige casussen.

Reacties uitgeschakeld voor Dat de vraag naar euthanasie daalt is onwaarschijnlijk

Artsen melden niet altijd alle feiten over euthanasie

ND 11 april 2019, door Gerard Beverdam. De commissies die meldingen van euthanasie beoordelen, krijgen soms niet alle relevante feiten aangereikt. Daarom moeten zij in gevallen waarin wordt getwijfeld over…

ND 11 april 2019, door Gerard Beverdam.

De commissies die meldingen van euthanasie beoordelen, krijgen soms niet alle relevante feiten aangereikt. Daarom moeten zij in gevallen waarin wordt getwijfeld over de zorgvuldigheid, indringender vragen stellen aan de betrokken arts.

Den Haag

Dat schrijft Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), in het jaarverslag over 2018. Hij gaat daarmee in op de strafrechtelijke onderzoeken die het Openbaar Ministerie (OM) doet naar een aantal euthanasiezaken. Volgens Kohnstamm zijn bij onderzoeken van het OM in enkele gevallen ‘andere en soms nieuwe feiten naar voren gekomen’. Hij wijst erop dat het OM een betrokken arts als verdachte hoort, en dat er ook familieleden van de overleden patiënt onder ede kunnen worden gehoord. ‘Niet uit te sluiten valt, dat er ten gevolge daarvan feiten naar voren komen die in het gesprek tussen de arts en de toetsingscommissies niet boven water zijn gekomen.’

Uit het jaarverslag blijkt dat het OM in twee van de vier strafrechtelijke onderzoeken naar euthanasiezaken uit 2017 die niet volgens de regels waren verlopen, de zaak heeft geseponeerd. Dat betekent dat de arts die de euthanasie meldde, niet verder wordt vervolgd. Kohnstamm trekt uit de inhoud van de twee geseponeerde zaken de conclusie dat, als een arts door een toetsingscommissie wordt uitgenodigd voor een gesprek, de commissieleden zich ‘vasthoudender moeten opstellen om de relevante feiten en omstandigheden boven water te krijgen’.

Kritischer

Het Openbaar Ministerie stelt zich de laatste tijd kritischer op in euthanasiezaken die door de toetsingscommissies als ‘niet zorgvuldig’ zijn beoordeeld. Sinds de invoering van de Euthanasiewet kwam het nog nooit tot daadwerkelijke vervolging, maar ten minste één zaak wordt nu voor de rechter gebracht. Een specialist ­ouderengeneeskunde moet nog voor de rechter verschijnen, omdat zij in 2017 euthanasie verleende aan een demente vrouw die haar verzoek niet mondeling kon bevestigen. Het was onduidelijk of de vrouw ondraaglijk leed, en de schriftelijke wilsverklaring van de betrokken patiënte was ook onduidelijk.

In het jaarverslag noemt Kohnstamm de toetsing van euthanasiezaken voor de betrokken artsen ‘spanningsvol’, zeker als het OM eraan te pas komt. Toch benadrukt de RTE-voorzitter dat er voor artsen geen reden is voor grote bezorgdheid, omdat verreweg de meeste euthanasiezaken door de RTE als zorgvuldig worden beoordeeld.

In 2018 is het aantal meldingen van euthanasie iets teruggelopen, blijkt uit het jaarverslag. Er kwamen 6126 meldingen binnen, tegen 6585 in 2017. In zes zaken die in 2018 werden gemeld, vonden de RTE dat niet volgens alle zorgvuldigheidseisen was gehandeld. In vijf van deze zaken is door het OM intussen besloten dat er toch geen strafvervolging komt.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) heeft eerder al opdracht gegeven voor een onderzoek naar de stijging van het aantal euthanasiezaken in de jaren tot en met 2017, en in dit onderzoek wordt nu ook de daling uit 2018 meegenomen. Voor de zomer verwacht de bewindsman de uitkomsten. <

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Artsen melden niet altijd alle feiten over euthanasie

RTE gaat ‘vasthoudender’ doorvragen

MC nieuws, 11 april 2019, door Eva Nyst. Artsen die op gesprek gaan bij de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) moeten zich beter voorbereiden en de RTE gaat vasthoudender doorvragen om…

MC nieuws, 11 april 2019, door Eva Nyst.

Artsen die op gesprek gaan bij de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) moeten zich beter voorbereiden en de RTE gaat vasthoudender doorvragen om relevante feiten boven water te krijgen.

Dat stelt coördinerend voorzitter Jacob Kohnstamm in het vandaag verschenen jaarverslag van zijn organisatie.

Van de achttien in 2017 en 2018 door de RTE als onzorgvuldig beoordeelde meldingen zijn er vijftien door het College van procureurs-generaal (pg’s) geseponeerd. Kohnstamm legde de oordelen van RTE, Openbaar Ministerie (OM) en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) naast elkaar en concludeert dat er geen reden is voor grote bezorgdheid onder artsen, hoewel controle door deze toetsers ‘onmiskenbaar spanningsvol’ voor hen is. Maar artsen worden niet ‘onnodig geconfronteerd (…) met tegen hen gevoerde procedures’, stelt hij.

Het OM seponeerde meestal omdat de artsen bevestigden dat ze iets verkeerd hadden gedaan en ze vaak maatregelen hadden genomen om herhaling te voorkomen. Het OM ‘onderschreef in die zaken de door de RTE gestelde overtreding van de zorgvuldigheidseisen’, benadrukt Kohnstamm. Wel kwamen tijdens het strafrechtelijk onderzoek door een officier van justitie soms ‘andere en soms nieuwe feiten naar voren’, stelt hij. De voorzitter pleit er daarom voor dat artsen zich ‘nog indringender’ voorbereiden, door ‘alle denkbare relevante informatie – feiten en omstandigheden – aan de RTE ter beschikking te stellen.’

In 2018 heeft de RTE 6126 meldingen van euthanasie ontvangen tegenover 6585 in 2017. Dit is een daling van ongeveer 7 procent. Euthanasie maakte 4 procent uit van het totaalaantal overlijdensgevallen in 2018. Het is voor het eerst sinds jaren dat het aantal meldingen is gedaald. Een onderzoek naar het aantal euthanasiemeldingen in de jaren 2003-2018 zal voorjaar 2020 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

2018 was een bijzonder jaar omdat voor het eerst sinds meer dan tien jaar een euthanasiezaak door de Inspectie Gezondheid en Jeugd voor de tuchtrechter werd gebracht, aldus het jaarverslag. Daarbij ging het College van procureurs-generaal voor het eerst sinds de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) in 2002 in werking trad, tot strafvervolging over. Het gaat in deze zaken om dezelfde specialist ouderengeneeskunde.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor RTE gaat ‘vasthoudender’ doorvragen

Artsen zijn behoedzamer met euthanasie. Waarom?

Dagblad Trouw, 6 april 2019: interview door Rianne Oosterom. Artsen zijn zorgvuldiger bij het beoordelen van verzoeken om euthanasie, stelt de Levenseindekliniek. Terwijl het aantal mensen dat euthanasie aanvroeg bij…

Dagblad Trouw, 6 april 2019: interview door Rianne Oosterom.

Artsen zijn zorgvuldiger bij het beoordelen van verzoeken om euthanasie, stelt de Levenseindekliniek.

Terwijl het aantal mensen dat euthanasie aanvroeg bij de Levenseindekliniek licht steeg, willigden de artsen minder verzoeken in dan voorgaande jaren. Waar in 2017 747 mensen euthanasie ontvingen, kregen afgelopen jaar 727 euthanasie.

Artsen zijn, volgens het jaarbericht dat de kliniek gisteren publiceerde, ‘behoedzamer’; ze zijn bang voor strafrechtelijke vervolging nu het OM een aantal zaken onderzoekt. Of die vrees ook de daling van het aantal euthanasiegevallen verklaart, durft bestuurder Steven Pleiter niet een-op-een te zeggen.

Hoe merkt u dan dat artsen behoedzamer zijn?

“Als het gaat om euthanasie van psychiatrisch patiënten kijkt er altijd al een extra arts mee. Wij zien dat dit nu ook in andere gevallen gebeurt: artsen kiezen ervoor om nog een extra gesprek te voeren, of nog een extra onafhankelijke deskundige in te schakelen, mede doordat  de mogelijkheid van strafrechtelijk onderzoek aanwezig is.”

Twee van de vijf zaken die het OM onderzoekt, werden al geseponeerd. Is de angst onder artsen wel terecht?

“Het is te vroeg om te zeggen dat zorgen overbodig zijn; ik wil eerst graag weten wat er gebeurt met de zaken die nog lopen. De impact van de onderzoeken is groot, merk ik, zowel voor de betreffende arts als de familie van de patiënten. Het is evident dat dat uitstraalt op anderen, die voorzichtiger worden. Dat het OM al heeft aangekondigd in een van de vijf gevallen tot vervolging over te gaan, kan zoveel impact hebben dat artsen daar toch enorm van schrikken.”

Is meer behoedzaamheid een goede zaak, volgens u?

“Je bent nooit zorgvuldig genoeg als het om euthanasie gaat. Maar het is wel opvallend dat het nu nóg behoedzamer gaat, terwijl we al een heel zorgvuldige praktijk hebben in Nederland; het kan bijna niet zorgvuldiger. Het is niet voor niets dat slechts in 0,2 procent van de euthanasiezaken niet aan alle zorgvuldigheidseisen voldoet. ”

Het OM doet nog vooronderzoek naar twee zaken waarbij een arts van de Levenseindekliniek betrokken is. Hoe staat het daarmee?

“Ik kan daar verder niets over zeggen. Ik weet dat het onderzoek plaatsvindt, en dat het OM nog moet bepalen of het overgaat tot vervolging.”

Wat vindt u ervan dat het OM zich met euthanasie bemoeit?

“Ik vind het een lastige zaak. Ik ben trots op onze wetgeving, het is ook prima dat zaken bij het OM terecht kunnen komen. Ik heb er moeite mee om de balans te vinden tussen het nut van een strafrechtelijk onderzoek en de impact die het heeft op de arts en de familie van de patiënt.”

Uit jullie jaarverslag blijkt dat het aantal aanvragen met 3 procent stijgt, terwijl dat voorgaande jaren steeds met zo’n 40 procent omhoog ging. Hoe komt dat?

“Het aantal aanvragen stabiliseert op een voor mijn gevoel heel hoog niveau: ongeveer tweehonderd mensen per maand; dat betekent dat er iedere werkdag tien of meer verzoeken bij ons op kantoor binnenkomen. We zijn in een fase gekomen waarin de behoefte aan hulp van de Levenseindekliniek stabiliseert. Maar dat zegt niets over de toekomst. Er komt nog een enorme hoeveelheid mensen aan – de babyboomgeneratie – die allemaal een veel duidelijkere mening hebben over het levenseinde.”

 

Reacties uitgeschakeld voor Artsen zijn behoedzamer met euthanasie. Waarom?

OM seponeert ‘onzorgvuldige’ euthanasiezaken in de psychiatrie

MC, Nieuws op 29 maart 2019, door Eva Nyst. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft twee als onzorgvuldig beoordeelde zaken van euthanasie bij een psychiatrisch patiënt door een psychiater van de…

MC, Nieuws op 29 maart 2019, door Eva Nyst.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft twee als onzorgvuldig beoordeelde zaken van euthanasie bij een psychiatrisch patiënt door een psychiater van de Stichting Levenseindekliniek (SLK) geseponeerd.

Dat blijkt uit ruim twintig afgedane zaken die het OM deze maand online heeft gezet.In beide casussen hadden de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) een onzorgvuldigheidsoordeel uitgesproken, omdat er geen sprake zou zijn van uitzichtloosheid en gebrek aan alternatieven. RTE-zaak 2018-69 gaat over een autistische patiënt van middelbare leeftijd met paniekaanvallen, nachtmerries en geestelijke achteruitgang. De SLK-psychiater week af van NVvP-richtlijn en het advies van de SCEN-arts. Volgens het OM is duidelijk dat haar handelen geen ‘grovelijke afwijking oplevert van de professionele standaard’. De patiënt was wilsbekwaam ten aanzien van zijn euthanasieverzoek en de hoofddiagnose, die het lijden veroorzaakte, was niet behandelbaar, licht het OM toe.

De andere zaak is die met RTE-oordeel 2018-70 van dezelfde SLK-psychiater die een patiënt van 70 tot 80 jaar met paranoïde schizofrenie euthanaseerde. Een door deze SLK-psychiater geconsulteerde collega-psychiater vermoedde chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), maar de patiënt wilde er niet voor worden behandeld. De RTE achtte de uitvoering van de euthanasie onzorgvuldig omdat er wel een behandelpoging had moeten zijn en geen tweede psychiater werd geconsulteerd, zoals in de richtlijn staat. Maar volgens het OM betekent dat ‘niet automatisch dat sprake is van een schending van de wettelijke zorgvuldigheidseisen’. Ook vindt het OM dat niet kan worden gezegd dat een redelijk alternatief bestond, omdat zowel SLK-psychiater als de ook geconsulteerde SCEN-arts geen behandelperspectief zag voor de hoofddiagnose waaruit het lijden vermoedelijk voortkwam.

De KNMG zal SCEN-artsen via de nieuwsbrief informeren over de geseponeerde SLK-zaken en concludeert eruit dat ‘meermalen uitvoerig’ met de patiënt moet worden gesproken en dat afwijken van richtlijn en SCEN-advies mag, mits goed gemotiveerd. Ook concludeert de artsenfederatie dat afwijken van de professionele standaard kan, ‘mits niet grovelijk’. Wat dat grovelijk is ‘blijft vaag’, vindt de KNMG.

Deze twee zaken over de SLK-psychiater behoren niet tot de vier waarin het OM maart 2018 strafrechtelijk onderzoek aankondigde. Van dat viertal zijn er twee inmiddels geseponeerd. Het onderzoek naar de resterende twee – allebei van dezelfde specialist ouderengeneeskunde van de SLK – loopt nog. Dat zijn zaak 2017-103 van een 67-jarige wilsonbekwame vrouw met alzheimer en zaak 2017-79 van een 84-jarige patiënte met een combinatie van aandoeningen.

Aanleiding voor het sepot in de ruim twintig zaken die het OM deze maand online heeft gezet, is meestal dat de arts zich toetsbaar heeft opgesteld in het gesprek met het OM, dat deze de regels onderschrijft of dat hij maatregelen heeft getroffen om herhaling te voorkomen. Het OM laat weten

Reacties uitgeschakeld voor OM seponeert ‘onzorgvuldige’ euthanasiezaken in de psychiatrie

Euthanasie is buitengewoon handelen

MC, 16 oktober 2018, OPINIE Auteurs: Damiaan Denys, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en René Héman, voorzitter Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) Psychiaters worden dagelijks geconfronteerd met…

MC, 16 oktober 2018, OPINIE

Auteurs: Damiaan Denys, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en René Héman, voorzitter Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG)

Psychiaters worden dagelijks geconfronteerd met patiënten met een doodswens. Sommige patiënten ervaren hun lijden als uitzichtloos en zien maar één uitweg: een einde aan dit leven. Soms doen zij een concreet euthanasieverzoek en kan de arts oordelen dat er reden is om aan dat verzoek tegemoet te komen. Toch schrikken wij van de titel van het congres dat de NVVE op 11 oktober houdt onder de titel ‘Euthanasie als behandeloptie bij psychiatrisch lijden?’

Wij vinden dat deze door de NVVE gestelde vraag onbeantwoord moet blijven, omdat de vraag sprekender is dan het antwoord. In onze medische praktijk zien wij elke dag hoe ernstig en uitzichtloos het lijden van de psychiatrische patiënt is. We zien hoe moeilijk de weg is om vanuit een zware depressie of schizofrenie terug te komen in de ‘gezonde wereld’. Hoe zwaar dat is voor een patiënt en voor zijn naasten. Vaak lukt het om de situatie van de patiënt te verbeteren en dat streven moet voorop blijven staan. In sommige gevallen kunnen ook wij niet anders concluderen dan dat het lijden voor deze patiënt ondraaglijk en uitzichtloos is en dat er geen andere oplossingen mogelijk zijn. In 2017 deden artsen 83 keer melding van euthanasie vanwege lijden door een psychiatrische aandoening.

Patiënten met een euthanasiewens zeggen eigenlijk: ‘Ik wil zo niet sterven.’ Een psychiatrische patiënt zegt daarentegen: ‘Ik wil zo niet leven.’

En toch is euthanasie in de psychiatrische praktijk geen gewoon medisch handelen. De euthanasiewet in Nederland is helder over de regels waaraan moet worden voldaan. Er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, waarbij er geen andere redelijke oplossing meer is. De patiënt moet op vrijwillige en weloverwogen wijze zelf tot dat verzoek komen. Bij de meeste somatische ziektebeelden gaat het bij euthanasie om patiënten in het laatste stadium van een ongeneeslijke ziekte waarvoor geen behandeling meer mogelijk is. Ook zonder euthanasie zouden zij binnen afzienbare tijd overlijden. De patiënt vraagt om euthanasie, omdat hij een draaglijke dood wil. Hij zegt eigenlijk: ‘ik wil zo niet sterven’. De psychiatrische patiënt zegt daarentegen: ‘ik wil zo niet leven’.

Euthanasie bij psychiatrische patiënten is complexer.  Zo kan de doodswens een symptoom zijn van de aandoening waaraan de patiënt lijdt. Dat maakt de vraag of de patiënt ‘vrijwillig’ en ‘weloverwogen’ tot zijn verzoek komt, moeilijker te beantwoorden. Wie een ernstige depressie heeft, ziet vaak geen uitweg meer – het is een wezenskenmerk van de aandoening. Het is dus een zware opgave om een depressieve patiënt ervan te overtuigen dat die uitweg er wel is, en dat behandeling mogelijk is.

Euthanasie moet daarom ‘buitengewoon handelen blijven’. Want zeker in de psychiatrie kan de mogelijkheid tot euthanasie de patiënt verleiden tot het afzien van een zware en soms hopeloos moeilijke behandeling. Hoewel behandeling soms onaantrekkelijker lijkt, moet dit toch vanzelfsprekender blijven.

Nederland mag trots zijn op de verworven vrijheid van euthanasie. Ook in de psychiatrie. Maar we moeten ervoor waken dat de praktijk zorgvuldig wordt uitgevoerd. Euthanasie is het slotstuk van een langdurig en intens gesprek tussen arts en patiënt. Euthanasie mag niet terechtkomen in de sfeer van gewoon of vanzelfsprekend behandelen. Euthanasie is geen recht van de patiënt – en geen plicht voor de arts. Euthanasie moet blijven wat het is: buitengewoon handelen. 

 

Deze tekst is als opiniestuk gepubliceerd in NRC, kort na het verschijnen op 28 september van de geactualiseerde richtlijn ‘Levensbeëindiging op verzoek in de psychiatrie’, die werd opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVVP) in samenwerking met de KNMG, het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) met ondersteuning van het Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten.

Mede aanleiding vormt het NVVE-congres op 11 oktober ‘Euthanasie als behandeloptie bij psychiatrisch lijden?’. Voorzitters Damiaan Denys (NVvP) en René Héman (KNMG) geven in het artikel een plaatsbepaling aan voor het publiek.

 

Reacties uitgeschakeld voor Euthanasie is buitengewoon handelen

Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Rijksoverheid. Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge. Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat…

Rijksoverheid.

Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge.

Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat het kabinet op dit gebied wil bereiken.

Hij schrijft in de inleiding van zijn nota als volgt. “Met grote regelmaat is er maatschappelijke aandacht voor medisch-ethische vraagstukken. In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde. Ethische kwesties raken aan de kern van wie we zijn en waar we voor staan. In de samenleving bestaan op medisch-ethisch gebied verschillende opvattingen. Het maken van keuzes over deze vraagstukken is daardoor geen eenvoudige opgave. Juist daarom is een goede dialoog met elkaar van belang. Door uit te gaan van gedeelde waarden en respect te hebben voor de gezichtspunten van een ander, meent dit kabinet een goed gesprek over ethische vraagstukken te kunnen voeren en wellicht (een deel van) de verschillen te kunnen overbruggen. Voor alle partijen zijn een goede volksgezondheid en gezondheidszorg van belang.

De ontwikkeling van de geneeskunde wordt gevoed door wetenschappelijk onderzoek en technologische innovaties en beoogt te resulteren in nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden, preventie en genezing van ziektes, mogelijkheden om lijden te verlichten, of meer patiëntgerichte zorg. Dat neemt niet weg dat de opvattingen over de precieze invulling van die zorg of wetenschap
uiteen kunnen lopen. Wanneer bij besluitvorming over deze onderwerpen medisch-ethische overwegingen een rol spelen, is bestaande wet- en regelgeving het uitgangspunt, zoals afgesproken in het regeerakkoord.

Het doel van dit kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving, dat aansluit bij ons moreel kompas. Om bij beleidsveranderingen een antwoord te vinden op de vraag welke ruimte wenselijk en aanvaardbaar is, zijn daartoe in het regeerakkoord drie vragen opgenomen, die het uitgangspunt vormen voor het maken van keuzes en daarmee voor de standpunten van dit kabinet. Allereerst zal de vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak moeten worden gesteld.
Zijn er toereikende alternatieven die geen of een minder vergaande verruiming van de beleidsruimte behoeven? Als tweede is er de vraag naar de medisch-ethische dimensie, waarbij niet alleen wetenschappelijke belangen worden gewogen, maar waarbij ook ethische bezinning bij wetenschappers en zorgprofessionals een rol speelt. Het regeerakkoord verwijst daarbij naar het
zwaarwegende belang van adviezen van de Gezondheidsraad en andere adviesorganen, alsmede de Raad van State. Tot slot is van belang dat er maatschappelijke discussie en politieke bezinning heeft plaatsgevonden.

In deze nota werkt de Minister verder uit hoe het kabinet hieraan verder invulling wil geven. Vervolgens gaat hij in op de diverse concrete beleidsvraagstukken en schetst hij de richting waarin het kabinet de komende jaren zal gaan. Hij doet dat aan de hand van drie overkoepelende thema’s:

1) vraagstukken rond het begin van het leven;

2) medisch-wetenschappelijk onderzoek en technologie;

3) vraagstukken rond het einde van het leven.

 

Zie “Nota medische ethiek, d.d. 6 juli 2018”

Zie ook het verslag van het algemeen overleg in de Tweede Kamer, gehouden op 6 september 2018, over Medische ethiek/ Afbreking zwangerschap/ Euthanasie (te downloaden op de website van de Tweede Kamer Der Staten- Generaal.

 

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Vijftien jaar euthanasiewet: belangrijkste cijfers 2017

Nieuwsbericht van Regionale Toetsingscommissies (RTE’s), 07 maart 2018   In 2017 hebben de toetsingscommissies 6.585 meldingen van euthanasie ontvangen. 99,8% werd als ‘zorgvuldig’ beoordeeld. De groei is vergelijkbaar aan voorgaande…

Nieuwsbericht van Regionale Toetsingscommissies (RTE’s), 07 maart 2018

 

In 2017 hebben de toetsingscommissies 6.585 meldingen van euthanasie ontvangen. 99,8% werd als ‘zorgvuldig’ beoordeeld. De groei is vergelijkbaar aan voorgaande jaren. In 2017 overleden er in Nederland 150.027 mensen. In 4,4% van de overlijdens is er euthanasie toegepast .

In bijna 90% van de gevallen betreft het patiënten die lijden aan niet meer te genezen kanker, aandoeningen van het zenuwstelsel (zoals Parkinson, MS, ALS), hart- en vaataandoeningen, longaandoeningen of een combinatie van deze. Het hoogste aantal meldingen van euthanasie heeft betrekking op de leeftijdscategorie 70-80 jaar, namelijk 2.002 (30,4%), gevolgd door de leeftijdscategorie 80-90 jaar, namelijk 1.634 (24,8%) en 60-70 jaar, namelijk 1.405 (21,3%).

Dementie

In drie gevallen betrof het patiënten in een stadium met een ver(der) gevorderde dementie waarbij de schriftelijke wilsverklaring een rol speelde. Bij 166 meldingen vormde de beginfase van dementie de grondslag van het lijden.

Psychiatrische aandoeningen en stapeling van ouderdomsaandoeningen

In 83 meldingen van euthanasie vond het lijden zijn grondslag in een psychiatrische aandoening en in 293 meldingen was de oorzaak van ondraaglijk en uitzichtloos lijden een stapeling van ouderdomsaandoeningen zoals visusstoornissen, gehoorstoornissen, osteoporose, artrose, evenwichtsproblemen en cognitieve achteruitgang. Deze, veelal degeneratieve, aandoeningen treden doorgaans op oudere leeftijd op.

Zorgvuldig

Kohnstamm: ‘Ondanks de stijging van het aantal meldingen is de conclusie dat de euthanasiepraktijk in Nederland een zeer zorgvuldige is. De artsen leven de wet voor het leeuwendeel zorgvuldig na.’

De Code of Practice is geupdate en wordt omgedoopt tot Euthanasiecode. Deze wordt tegelijk aangeboden met het jaarverslag aan onder andere de minister van VWS. Om de jaarcijfers niet teveel in de schaduw te laten staan van de Euthanasiecode presenteren we de grote cijfers eerder. Deze zijn erg belangrijk, omdat de Euthanasiewet in 2017 alweer 15 jaar oud is.

 

Reacties uitgeschakeld voor Vijftien jaar euthanasiewet: belangrijkste cijfers 2017

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken