Patrick Garré
Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad op 4 maart 2026.
De Europese Commissie financiert voortaan abortusreizen binnen de EU. Maar de EU heeft helemaal geen bevoegdheid over abortus, betoogt jurist Patrick Garré. Door abortus als ‘gezondheidszorg’ te classificeren, dringt Brussel zijn visie op aan lidstaten. De Europese Commissie heeft beslist dat lidstaten fondsen van de Europese Unie kunnen aanwenden om de kosten voor het reizen en het uitvoeren van een abortus in een ander EU-land te financieren (ND 27 februari). Deze beslissing komt er als antwoord op het Europese burgerinitiatief My Voice, My Choice, dat 1,1 miljoen handtekeningen inzamelde met de eis dat alle vrouwen in de EU toegang hebben tot abortus.
De commentaren zijn bijna unaniem positief en zelfs euforisch waarbij deze beslissing wordt beschouwd als een historische overwinning voor de vrouwenbeweging. Toch zijn een aantal kritische bedenkingen op zijn plaats.
Beschermwaardig
Elke nationale abortuswetgeving zou in de eerste plaats een afweging moeten zijn tussen de nood waarin een vrouw zich bevindt en de bescherming van het ongeboren leven. Het gaat hierbij namelijk om menselijk leven, met menselijke waardigheid, en is daarom beschermwaardig. Die menselijke waardigheid hangt niet af van iemands zelfbewustzijn of zelfredzaamheid, maar is onlosmakelijk verbonden aan die menselijke persoon vanaf haar of zijn conceptie.
Ondermijnd
Landen als Nederland of Spanje kennen een ruime wetgeving die zonder veel obstakels toelaat dat abortus mogelijk is tot aan de levensvatbaarheidsgrens. Dit betekent dat landen die nog in zekere mate een evenwicht willen bewaren, dit ondermijnd zullen zien met financiële middelen en goedkeuring vanuit de Europese Unie. Daardoor kan in de praktijk een soort ‘race naar de bodem’ ontstaan waarbij de meest vrije wetgeving (vaak tot zelfs aan de geboorte) de norm wordt in de Europese Unie.
Eigen visie opdringen
Tot slot heeft de Europese Unie geen bevoegdheid als het over abortus gaat. Zowel de Europese Verdragen als de Europese rechtspraak beschouwen deze materie als een bevoegdheid van individuele lidstaten. Door de classificatie van vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg, probeert de Europese Commissie alsnog haar eigen visie op deze materie op te dringen.
Behalve omwille van medische redenen blijft het classificeren van abortus als een vorm van gezondheidszorg problematisch, zeker voor het ongeboren kind wiens leven wordt beëindigd. Voor al deze redenen is de beslissing van de Europese Commissie bijzonder betreurenswaardig.
Europa zou immers een plaats moeten zijn waarbij een dialoog tot stand komt die zowel de belangen van de zwangere vrouw als de rechtsbescherming van het ongeboren kind verdedigt in de nationale en Europese regelgeving.
