MC, 21 november 2018, achter het nieuws.

Auteur: Eva Nyst.

 

Rechtszaak moet helderheid bieden over wilsvraag bij wilsonbekwame patiënten.

Voor het eerst in de geschiedenis van de euthanasiewet stelt het Openbaar Ministerie vervolging in. Zeven vragen over de zaak van de specialist ouderengeneeskunde die een gevorderd demente patiënt euthanasie verleende op basis van haar wilsverklaring.

Zaak 2016-85

Januari 2017 plaatste de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) zaak 2016-85 online. Deze zaak betrof een specialist ouderengeneeskunde die aan een ernstig demente, wilsonbekwame vrouw op basis van haar schriftelijke wilsverklaring euthanasie verleende. Volgens de RTE handelde de arts niet volgens de zorgvuldigheidseisen, omdat ze niet ondubbelzinnig tot de overtuiging had mogen komen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. Daarbij oordeelde de RTE dat de arts een grens had overschreden door toediening vooraf van Dormicum en door niet te stoppen toen de patiënt reageerde op de toediening van de euthanatica. September 2017 startte het Openbaar Ministerie (OM) een strafrechtelijk onderzoek naar de casus. Juli 2018 berispte het regionale tuchtcollege in Den Haag de arts na een klacht van de inspectie; de arts ging hiertegen in beroep. Op 9 november maakte het OM het besluit tot vervolging openbaar.

Wat wordt de arts precies ten laste gelegd?

Het College van Procureurs-Generaal besloot tot vervolging over te gaan, zodat de rechter kan beoordelen ‘of de arts mocht vertrouwen op de wilsverklaring van de vrouw’, zo laat het OM in een persbericht weten. Bovendien had de arts volgens het OM met de vrouw moeten bespreken of ze nog steeds een doodswens had. Dat zij dement was ‘doet hieraan niet af, omdat de wet ook in zo’n situatie van de arts verlangt dat het euthanasieverzoek wordt geverifieerd’. Het OM zegt niets over de manier waarop de euthanasie is uitgevoerd. Dat is opvallend, omdat de toetsingscommissies bezwaar maakten tegen het feit dat de arts vooraf midazolam in de koffie van de vrouw deed en dat ze niet stopte toen de patiënt een terugtrekbeweging maakte met haar arm.

Wanneer komt de zaak voor de rechter?

Procureur-generaal Rinus Otte zei bij tv-programma Nieuwsuur dat ‘al veel voorwerk’ is verricht. ‘Dus we hopen dat zo’n zaak als deze binnen een halfjaar tot een einde komt bij de rechtbank, en als de zaak daarna verdergaat, hopen we dat die met spoed plaatsvindt bij het gerechtshof en daarna eventueel bij de Hoge Raad’, zei Otte ook. De datum van het hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is nog niet bekendgemaakt.

Twee SCEN-artsen gaven positief advies aan de specialist ouderengeneeskunde. Geeft dat de arts enige juridische bescherming?

De SCEN-consultatie is bedoeld om de arts te laten reflecteren op het eigen oordeel, om daarmee een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen. Maar het blijft de verantwoordelijkheid van de arts of aan de zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet is voldaan, zo meldt de KNMG op de SCEN-website. De SCEN-arts geeft een oordeel over de eerste vier zorgvuldigheidseisen (verzoek, lijden, voorlichting, alternatieven) en niet over het vereiste van een medisch zorgvuldige uitvoering. In deze zeer complexe casus waren SCEN-arts en de uitvoerend arts het eens, maar oordeelden de tuchtrechter en de RTE – waarin naast medici, ook juristen en ethici zitten – anders.

Is euthanasie bij dementie een nieuw verschijnsel?

Sinds de euthanasiewet in 2002 in werking trad, komt dementie in alle jaarverslagen van de toetsingscommissies ter sprake. In het jaarverslag over 2003 wordt dementie nog niet apart als aandoening vermeld. Wel benoemt de RTE hierin het belang van een schriftelijke wilsverklaring, ‘bijvoorbeeld bij patiënten met de ziekte van Alzheimer.’ In 2004 ontving de RTE één melding, in 2005 ‘enkele’ en in 2006 zes meldingen. De jaarverslagen van 2007 en 2008 bevatten allebei twee casussen van euthanasie bij een demente patiënt, maar vermelden het totale aantal niet. Vanaf 2009 noemt de RTE – na toezegging door de staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer – het aantal gemelde gevallen van dementie expliciet. In 2009: twaalf en in de jaren daarna loopt het snel op: 25 in 2010, 49 in 2011, 97 in 2013 en 169 in 2017, waarvan drie bij patiënten met een gevorderd ziektebeeld. In 2016 melden artsen 141 dementiezaken, waarvan ‘enkele’ van patiënten met een gevorderd beeld. Naast zaak 2016-85 kreeg ook een specialist ouderengeneeskunde van de Levenseindekliniek een onzorgvuldigheidsoordeel in een zaak – nummer 2017-103 – van euthanasie bij een gevorderd demente patiënt. Het OM stelde tegen deze arts eveneens een strafrechtelijk onderzoek in en zal binnenkort een beslissing over al dan niet vervolgen bekendmaken.

Krijgen specialisten ouderengeneeskunde vaak een euthanasieverzoek op basis van een wilsverklaring en wat doen ze daarmee?

Ruim zeshonderd leden van Verenso vulden vorig jaar een ledenpeiling in over schriftelijke euthanasieverzoeken bij wilsonbekwame patiënten met dementie. 37 procent van de respondenten kreeg ooit zo’n euthanasieverzoek, in 94 procent van de gevallen was dat opgesteld door een naaste. Zo’n verzoek komt zelden tot uitvoering. Gevraagd naar waarom het er niet van was gekomen, antwoordde men het vaakst dat de situatie zoals beschreven in de schriftelijke euthanasieverklaring wel aanwezig was, maar dat er geen sprake was van ondraaglijk en uitzichtloos lijden óf dat dit lijden niet kon worden beoordeeld. Van de respondenten was 44 procent het eens met de stelling ‘ik ervaar de laatste jaren een toename van druk om euthanasie te verrichten bij wilsonbekwame patiënten op basis van een schriftelijke euthanasieverklaring’.

Heeft deze zaak gevolgen voor het advies over de wilsverklaring van de NVVE?

De NVVE was al bezig om de instructies voor de wilsverklaring te vernieuwen omdat de toetsingscommissie had gesteld dat deze ‘kraakhelder’ moeten zijn, vertelt NVVE-directeur Agnes Wolbert. ‘Maar sinds de tuchtzaak tegen de specialist adviseren we nu ook in de wilsverklaring het akkoord met premedicatie op te nemen.’ De organisatie ondersteunt de procesgang van bioloog Albert Heringa, die terechtstond voor hulp bij zelfdoding van zijn moeder Moek. Wolbert ‘laat in het midden’ of de NVVE ook het proces van de specialist ouderengeneeskunde financiert.

Hoe heeft de specialist ouderengeneeskunde op de vervolging gereageerd?

De arts heeft naast haar advocaat een communicatieadviseur in de arm genomen die de woordvoering doet. Deze liet direct na de aankondiging van de vervolging door het OM weten: ‘De arts is teleurgesteld, omdat ze ervan overtuigd is dat ze zeer zorgvuldig heeft gehandeld. Alhoewel ze zich ervan bewust is dat de reden voor de rechtsvervolging het geven van rechtszekerheid aan artsen en patiënten is, wordt ze nu persoonlijk vervolgd.’ Wel ‘juicht de arts toe’ dat er duidelijkheid komt over beantwoording van de wilsvraag bij euthanasie bij wilsonbekwame patiënten. Ze laat het bij deze reactie en richt zich verder op haar verdediging. ‘Ze ziet de zaak met vertrouwen tegemoet’, aldus de woordvoerder.

LINKS

https://www.om.nl/@104442/verpleeghuisarts/

RTE-zaak 2016-85:

https://www.euthanasiecommissie.nl/uitspraken/publicaties/oordelen/2016/niet-gehandeld-overeenkomstig-de-zorgvuldigheidseisen/oordeel-2016-85