levensbeëindiging bij dementie

Jacob Kohnstamm: Euthanasie is geen recht

Trouw, 12 april 2019, door Marten van de Wier. INTERVIEW In een jaar vol discussie over euthanasie In een jaar vol discussie over euthanasie daalde het aantal euthanasiemeldingen flink. Of het…

Trouw, 12 april 2019, door Marten van de Wier.

INTERVIEW

In een jaar vol discussie over euthanasie

In een jaar vol discussie over euthanasie daalde het aantal euthanasiemeldingen flink. Of het een met het ander te maken heeft? Jacob Kohnstamm, voorzitter van de euthanasiecommissies, weet het niet. ‘Ik hoor in mijn omgeving dat artsen gespannener zijn’.

Nee, een rustig ‘euthanasiejaar’ was het niet. Er woedde een verhit debat over euthanasie bij psychiatrische patiënten en bij ouderen met vergevorderde dementie: in welke situaties is euthanasie nog verantwoord? Gaan artsen te ver? Of – volgens sommige patiënten en naasten – niet ver genoeg?

In 2017 startte het Openbaar Ministerie ­bovendien met een onderzoek in een euthanasiezaak met een arts als verdachte. In 2018 kwamen daar nog vier onderzoeken bij. Een van die vijf artsen moet voor de strafrechter verschijnen. Twee onderzoeken lopen nog, en twee zaken werden geseponeerd.

Euthanasie was dit jaar ‘geen rustig bezit’, zoals jurist Jacob Kohnstamm het formuleert. En dan heeft de voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie het niet eens over de opvallende daling in de euthanasiecijfers. Terwijl het aantal meldingen van euthanasie sinds 2003 steeds steeg, daalde het in 2018 met 7 procent ten opzichte van 2017, zo blijkt uit het jaarverslag dat Kohnstamm gisteren aanbood aan het kabinet en de Tweede Kamer.

De grote vraag is of die dingen iets met ­elkaar te maken hebben: het felle debat, de rol van het OM en de dalende cijfers. Oud-D66-politicus Kohnstamm is bijna drie jaar ­‘coördinerend voorzitter’ van de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), die ­alle euthanasiedossiers van artsen beoordelen.

Wat heeft de actievere rol van het OM opgeleverd?

“Drie onafhankelijke instanties, namelijk het OM, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en wij, kijken ieder met een eigen bril naar ­euthanasie. Mijn belangrijkste vraag daarbij was: is daar voor een normaal werkende arts nog iets aan vast te knopen? Leidt het tot een heldere norm?”

En?

“In negen op de tien zaken die wij ‘onzorgvuldig’ vinden, blijkt de norm volstrekt helder. Daar had de arts iets moeten doen of nalaten, en onderschrijven alle instanties ons oordeel. De arts zegt, op een enkele uitzondering na, dat hij ervan geleerd heeft. Het OM vindt ­vervolging dan vaak niet meer aan de orde.”

Twee zaken zijn na onderzoek door het OM ­geseponeerd omdat de arts toch zorgvuldig heeft gehandeld, terwijl de toetsingscommissie tot ‘onzorgvuldig’ kwam. Hoe kan dat?

“Ik heb de beslissingen van het OM met een potloodje in de hand zitten vergelijken met die van ons. Het OM onderschrijft onze normstelling, maar haalt deels andere feiten boven tafel. Omdat zij, anders dan wij, het recht hebben om mensen te horen, of omdat de arts nog met nieuwe documenten komt. In een van de zaken is een specialistenbrief van de longarts boven tafel gekomen. Met die informatie waren wij waarschijnlijk ook tot een ander oordeel gekomen.

“Daar vallen lessen te leren. Artsen moeten zich nog beter voorbereiden op een gesprek met ons. En wij kunnen, als we de arts uitnodigen voor gesprek, nog beter aangeven waar voor ons de schoen wringt, en beter doorvragen in het gesprek.”

Hoe vaak heeft de commissie deze artsen gesproken?

“Goede vraag: een keer. De mogelijkheid van een tweede gesprek bestaat, maar die hebben we volgens mij tot nu toe nooit gebruikt. Ik kan me voorstellen dat als er na het gesprek met de arts nog één ontbrekende link is, we een arts uitnodigen voor een tweede gesprek. Dan is dit soort strafrechtelijk onderzoek niet nodig.”

Heeft u dat liever niet?

“Wij zijn een sluiswachter tussen de arts en de rechter. Hoe beter we dat doen, hoe beter dat is voor de meldingsbereidheid van artsen. Ons euthanasiestelsel staat of valt bij die meldingsbereidheid.”

Het aantal meldingen van euthanasie is het afgelopen jaar 7 procent lager dan in 2017. Is dat zorgelijk?

“Het Nivel doet er nu onderzoek naar, laat ik dat afwachten. De eerste drie maanden van 2019 is er trouwens weer een stijging van 9 procent ten opzichte van dat kwartaal vorig jaar. Het aantal meldingen fluctueert.”

Toch: na jaren van stijging, is dit opvallend.

“Het heeft ons natuurlijk ook verbaasd. Ik ben het met Steven Pleiter van de Levenseindekliniek eens dat je een toename zou verwachten, gezien de naoorlogse geboortegolf. Je mag aannemen dat die generatie zaken als zelfbeschikking en kwaliteit van leven belangrijk vindt, dus je zou kunnen beredeneren dat er een groei zou optreden.”

De Levenseindekliniek zegt dat artsen minder snel euthanasie verlenen vanwege de onderzoeken door het OM. Wat vindt u daarvan?

“Het is onmiskenbaar spanningsvol voor artsen om zo intensief gecontroleerd te worden. Het nadeel van openbaarheid is dat het tot ­onrust kan leiden, maar openbaarheid is ook heel belangrijk voor de discussie.”

Bij ziektebeelden waar veel debat over is, is de daling sterker. Bij psychiatrische patiënten 20 procent, bij dementie 14 procent. Denkt u dat de verklaring van de Levenseindekliniek plausibel is?

“Ik weet het gewoon niet. Ik hoor uit mijn eigen omgeving dat artsen gespannener zijn.”

Kohnstamm zwijgt even, en schudt wikkend en wegend zijn hoofd. “Kijk, kanker, daar is ook een daling, van 4236 gevallen naar 4013. En over euthanasie bij kanker is helemaal geen discussie. Bovendien: ik heb de artsenij in Nederland hoog zitten. Stel: er komt een patiënt bij een arts die in beginsel bereid is euthanasie te verlenen. Een patiënt die uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. En de arts zegt: ‘O jee, er is één arts – uit in totaal 18.000 euthanasiecasussen uit 2016, 2017 en 2018 – die vervolgd wordt. Nu ga ik deze patiënt ondraaglijk laten lijden’? Mijn beeld van artsen is positiever.”

Zou het kunnen dat artsen euthanasie niet ­altijd melden?

“Melding is de achilleshiel van de euthanasiepraktijk. Maar …”

Kohnstamm houdt zijn hoofd scheef. “In meer dan 90 procent van de gevallen is het volstrekt helder dat artsen zorgvuldig gehandeld hebben. Ik begrijp goed dat individuele artsen ­denken: wat overkomt me nou? Maar van de achttien onzorgvuldigheidsoordelen van de ­afgelopen twee jaar zijn er al vijftien door het OM geseponeerd. Ik weet dat het gevoel soms niet te bestrijden is met cijfers, maar het percentage waarbij het tot een strafrechtelijk onderzoek komt, is statistisch verwaarloosbaar. Echt verwaarloosbaar. De kans op een ongeluk met de auto is groter. Dat betekent niet dat je niet gaat rijden. Misschien wel zorgvuldiger.”

In één geval komt het tot vervolging, de zaak uit 2016 die in de media de ‘koffie-euthanasie’ heet. Het gaat om euthanasie bij een vrouw met vergevorderde dementie, die haar doodswens niet meer kon bevestigen. De toetsingscommissie vond haar wilsverklaring onvoldoende duidelijk, en had kritiek op de manier waarop de arts de patiënte ‘door de (heimelijke) toediening’ van een slaapmiddel in de koffie de mogelijkheid heeft ‘willen ontnemen’ om zich te verzetten tegen de euthanasie.

De zaak maakte veel los: een groep van 450 artsen van het pamflet ‘Niet stiekem bij dementie’ vindt dat euthanasie bij patiënten met vergevorderde dementie te ver gaat, omdat die patiënten hun doodswens niet meer kunnen bevestigen. Volgens de toetsingscommissies handelde deze specifieke arts onzorgvuldig, maar kan euthanasie bij vergevorderde ­dementie onder andere omstandigheden wel. Uit een nieuw oordeel vorig jaar bleek dat ook het gebruik van een slaapmiddel mag, als het maar zorgvuldig onderbouwd wordt.

Wat was er mis met die verdoving bij de koffie-euthanasie?

“Die zaak is nu onder de strafrechter, en dan zwijg ik.”

Alleen een vraag over de formulering van het oordeel. Was dat woordje ‘heimelijk’ een misser van de toetsingscommissie?

Kohnstamm zwijgt enkele seconden. “Eh, ehm, nee. Wat ik wel vaststel, is dat dat woordje in het gebruik bij derden een leven is gaan leiden waarvan ik denk dat het niet de bedoeling is, en die ik niet prettig vind. Iedereen heeft het nu over ‘stiekem’. Ik denk dat deze arts zich in dat woord totaal niet herkent.”

Doet het er voor de euthanasiecommissies wel toe of het ‘heimelijk’ gebeurt?

“Er is onder artsen een behoorlijke discussie over die vraag. Het hangt af van de bedoeling waarmee je het doet. Als je probeert iemand te sederen zodat die geen bezwaar meer kan maken tegen de euthanasie, is dat ronduit strafbaar. Een andere reden is dat je op grond van jouw inschatting bij deze patiënt in deze situatie tot de conclusie komt dat premedicatie de enige manier is om de euthanasie zorgvuldig te verlenen.”

Maar ook in dat geval is toch het gevolg dat de patiënt zich niet meer kan verzetten?

“Ja, hee, er zijn wel meer gevolgen van de euthanasie.”

In beide gevallen was de arts bang dat de patiënt bewegingen zou maken tijdens de euthanasie. De eerste arts sprak erover dat de patiënt zich zou kunnen ‘verzetten’, de tweede dat de patiënt zich zou kunnen ‘verwonden’. Heeft die eerste arts dit niet gewoon onhandig geformuleerd?

“Dat kan best zijn.”

Er is ook veel discussie over het nut van een wilsverklaring op papier. Wat is de waarde daarvan?

“Zolang je je wens nog samenhangend kunt uitspreken, is een wilsverklaring niet van toegevoegde waarde. In het stadium van vergevorderde dementie kan de wilsverklaring gelden als bewijs dat aan de eerste zorgvuldigheidseis, een vrijwillig en weloverwogen verzoek, is ­voldaan.”

Maar dan gelden nog andere eisen: er moet ook sprake zijn van ondraaglijk lijden.

“Mijn moeder heeft een wilsverklaring, maar het is duidelijk dat zij niet ondraaglijk lijdt. Er zijn ook voorbeelden van mensen waar het ­ondraaglijk lijden als het ware ‘uitstoomt’. De tussencategorie is het ingewikkeldst. Mensen kunnen ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds heel verschillend zijn. Artsen observeren dan vaak langere tijd. Uit de zaken die we gepubliceerd hebben, blijkt hoe waanzinnig zorgvuldig zij handelen.

“Wat curieus is aan de wet, is dat voor ­patiënten met beginnende dementie het ondraaglijk lijden kan schuilen in het toekomstbeeld van vergevorderde dementie: de angst voor verdergaande ontluistering. Maar bij vergevorderde dementie, als je wilt terugvallen op de wilsverklaring, moet iemand in het hier en nu ondraaglijk lijden.”

Kohnstamm kijkt vragend.

Wat vindt u daarvan?

“De wetgever heeft altijd gelijk.”

Zou je die wilsverklaring niet moeten ­schrappen, omdat die valse verwachtingen wekt?

“Als je dat zou doen, zouden mensen zich ­misschien genoodzaakt voelen er eerder uit te stappen. De belangrijkste waarde van de wilsverklaring zit bovendien in de discussie erover met de arts. Is die in beginsel bereid om dit te doen? Zo niet, dan kun je zoeken naar een ­andere arts.”

Artsen klagen dat er druk op hen wordt uitgeoefend door patiënten met een wilsverklaring en hun naasten.

“Euthanasie is geen recht, het is goed als dat nog beter duidelijk wordt. Maar in de spreekkamer wordt wel vaker druk uitgeoefend op de arts, ook als men een bepaalde pil wil.”

Maar de vraag of de arts je wil doden, is toch van een andere orde?

“Vergeet dat van die pil. In 90 procent van de euthanasiegevallen gaat het om mensen die duidelijk ondraaglijk ziek zijn en dood willen. Dan is geen pressie nodig, als een arts ten ­principale bereid is euthanasie te verlenen. In de verslagen van artsen zien wij zeer zelden dat de druk groot was.”

Onzorgvuldige’ euthanasie’

Als de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie vinden dat een arts zich niet aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen heeft gehouden, gaat het euthanasiedossier met het stempel ‘onzorgvuldig’ naar het Openbaar Ministerie (OM) en de ­Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het OM kan een strafonderzoek instellen en een arts vervolgen. Dit jaar komt voor het eerst een arts voor de rechter. De IGJ kan een zaak voor de medische tuchtrechter brengen als het handelen van een arts een gevaar is voor de gezondheidszorg. Dat gebeurde het afgelopen jaar voor het eerst, in de zaak, die bekendstaat als de ‘koffie-euthanasie’. De tuchtrechter gaf de arts een waarschuwing.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Jacob Kohnstamm: Euthanasie is geen recht

Het aantal euthanasiegevallen is met 7 procent gedaald

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier. Het aantal euthanasiegevallen in vorig jaar met 7 procent gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de euthanasiecommissies, die voorzitter Jacob…

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier.

Het aantal euthanasiegevallen in vorig jaar met 7 procent gedaald. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de euthanasiecommissies, die voorzitter Jacob Kohnstamm heeft aangeboden aan minister Hugo de Jonge van volksgezondheid.

Vorig najaar bleek uit cijfers die Trouw opvroeg al dat de euthanasiecijfers over 2018 zouden dalen. In de eerste negen maanden was er een daling van 9 procent, ten opzichte van dezelfde periode in 2017.

Over heel 2018 gezien pakt de daling iets lager uit. Er waren 6126 meldingen van euthanasie, ruim 450 minder dan een jaar eerder. De daling is opvallend, omdat het aantal euthanasieën sinds 2003 steeds is gestegen.

Volgens de Levenseindekliniek zijn artsen behoedzamer geworden bij euthanasie, omdat het OM de afgelopen tijd vijf onderzoeken startte naar ‘mogelijk strafbare euthanasie’ door artsen. Zeker een arts moet zich voor de rechter verantwoorden, zo is inmiddels duidelijk. Twee andere zaken zijn geseponeerd.

Kohnstamm kan niet zeggen of de verklaring van de Levenseindekliniek klopt. De daling heeft hem ook verbaasd. Vanwege het ouder worden van de babyboomgeneratie had ook hij een verdere toename verwacht. “Maar in de eerste drie maanden van 2019 is er weer een stijging van 9 procent ten opzichte dat kwartaal vorig jaar. Het aantal meldingen fluctueert”, stelt hij.

Kankerpatiënten vormen nog steeds veruit de grootste groep aan wie euthanasie wordt verleend: twee derde van het totaal.

Reacties uitgeschakeld voor Het aantal euthanasiegevallen is met 7 procent gedaald

Dat de vraag naar euthanasie daalt is onwaarschijnlijk

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier. ANALYSE De euthanasiecijfers vertoonden vorig jaar een opvallende dip, blijkt uit het jaarverslag van de euthanasiecommissies. Hoe komt dat? Artsen verleenden…

Trouw, 11 april 2019, door Marten van de Wier.

ANALYSE

De euthanasiecijfers vertoonden vorig jaar een opvallende dip, blijkt uit het jaarverslag van de euthanasiecommissies. Hoe komt dat?

Artsen verleenden in 2018 euthanasie aan ruim 6100 patiënten, 7 procent minder dan in 2017. Dat schrijven de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie in hun jaarverslag. Trouw voorspelde afgelopen najaar al dat het aantal zou dalen, op basis van cijfers van de eerste driekwart jaar. Dat maakt de ontwikkeling niet minder markant: voor het eerst sinds 2003 neemt het aantal euthanasiegevallen af. Betekent dit dat er minder mensen zijn die op deze wijze willen sterven?

De laatste schatting van het aantal euthanasieverzoeken komt uit 2015, en is gebaseerd op een enquête onder artsen. In dat jaar deed 8,4 procent van de mensen die overleden eerst een uitdrukkelijk euthanasieverzoek (ruim 12.000 personen). Van die verzoeken werd 55 procent ingewilligd. Artsen melden euthanasie niet altijd bij de regionale toetsingscommissies, blijkt uit hetzelfde onderzoek: dat gebeurt al jarenlang in ongeveer 80 procent van de gevallen. Bij 20 procent beschouwt de arts zijn ingreep niet als ‘levensbeëindigend handelen’ en dus niet als euthanasie, ook al is het dat eigenlijk wel.

Nieuwe cijfers komen pas naar buiten bij de volgende evaluatie van de euthanasiewet. Hoeveel mensen hun arts vorig jaar om euthanasie vroegen, is onbekend. Maar het is niet aannemelijk dat dat er minder zijn geworden. Door vergrijzing zouden juist meer euthanasiegevallen te verwachten zijn, zeker omdat de babyboomgeneratie zelfbeschikking hoog in het vaandel heeft.

Er zijn signalen dat er vooral iets verandert bij de artsen. Volgens de Levenseindekliniek, die veel euthanasietrajecten begeleidt, zijn artsen behoedzamer geworden uit angst voor vervolging door het OM. Dat gebeurt maar in een heel klein deel van de gevallen: op 18.000 euthanasiegevallen in de afgelopen drie jaar is dat tot dusver één keer gebeurd. Maar het OM startte de afgelopen anderhalf jaar wel vijf strafonderzoeken, die veel media-aandacht kregen. Waar vervolging in het verleden denkbeeldig was, voelt die nu voor artsen als een reëel risico.

‘Niet stiekem’

Misschien nog belangrijker is het maatschappelijk debat over euthanasie, en de tegenbeweging die onder artsen op gang is gekomen. De laatste jaren voelden veel van hen zich onder druk gezet door patiënten en hun naasten om tot euthanasie te besluiten.

Begin 2017 steunden 450 van hen de oproep ‘Niet stiekem bij dementie’. Zij vinden dat er een grens wordt overschreden bij dementerenden die hun eerdere doodswens niet meer kunnen bevestigen. Vorig jaar kregen twee van dit type patiënten euthanasie, in 2017 drie. Maar de felle discussie hierover beïnvloedt mogelijk ook het oordeel van artsen in andere lastige casussen.

Reacties uitgeschakeld voor Dat de vraag naar euthanasie daalt is onwaarschijnlijk

Artsen melden niet altijd alle feiten over euthanasie

ND 11 april 2019, door Gerard Beverdam. De commissies die meldingen van euthanasie beoordelen, krijgen soms niet alle relevante feiten aangereikt. Daarom moeten zij in gevallen waarin wordt getwijfeld over…

ND 11 april 2019, door Gerard Beverdam.

De commissies die meldingen van euthanasie beoordelen, krijgen soms niet alle relevante feiten aangereikt. Daarom moeten zij in gevallen waarin wordt getwijfeld over de zorgvuldigheid, indringender vragen stellen aan de betrokken arts.

Den Haag

Dat schrijft Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), in het jaarverslag over 2018. Hij gaat daarmee in op de strafrechtelijke onderzoeken die het Openbaar Ministerie (OM) doet naar een aantal euthanasiezaken. Volgens Kohnstamm zijn bij onderzoeken van het OM in enkele gevallen ‘andere en soms nieuwe feiten naar voren gekomen’. Hij wijst erop dat het OM een betrokken arts als verdachte hoort, en dat er ook familieleden van de overleden patiënt onder ede kunnen worden gehoord. ‘Niet uit te sluiten valt, dat er ten gevolge daarvan feiten naar voren komen die in het gesprek tussen de arts en de toetsingscommissies niet boven water zijn gekomen.’

Uit het jaarverslag blijkt dat het OM in twee van de vier strafrechtelijke onderzoeken naar euthanasiezaken uit 2017 die niet volgens de regels waren verlopen, de zaak heeft geseponeerd. Dat betekent dat de arts die de euthanasie meldde, niet verder wordt vervolgd. Kohnstamm trekt uit de inhoud van de twee geseponeerde zaken de conclusie dat, als een arts door een toetsingscommissie wordt uitgenodigd voor een gesprek, de commissieleden zich ‘vasthoudender moeten opstellen om de relevante feiten en omstandigheden boven water te krijgen’.

Kritischer

Het Openbaar Ministerie stelt zich de laatste tijd kritischer op in euthanasiezaken die door de toetsingscommissies als ‘niet zorgvuldig’ zijn beoordeeld. Sinds de invoering van de Euthanasiewet kwam het nog nooit tot daadwerkelijke vervolging, maar ten minste één zaak wordt nu voor de rechter gebracht. Een specialist ­ouderengeneeskunde moet nog voor de rechter verschijnen, omdat zij in 2017 euthanasie verleende aan een demente vrouw die haar verzoek niet mondeling kon bevestigen. Het was onduidelijk of de vrouw ondraaglijk leed, en de schriftelijke wilsverklaring van de betrokken patiënte was ook onduidelijk.

In het jaarverslag noemt Kohnstamm de toetsing van euthanasiezaken voor de betrokken artsen ‘spanningsvol’, zeker als het OM eraan te pas komt. Toch benadrukt de RTE-voorzitter dat er voor artsen geen reden is voor grote bezorgdheid, omdat verreweg de meeste euthanasiezaken door de RTE als zorgvuldig worden beoordeeld.

In 2018 is het aantal meldingen van euthanasie iets teruggelopen, blijkt uit het jaarverslag. Er kwamen 6126 meldingen binnen, tegen 6585 in 2017. In zes zaken die in 2018 werden gemeld, vonden de RTE dat niet volgens alle zorgvuldigheidseisen was gehandeld. In vijf van deze zaken is door het OM intussen besloten dat er toch geen strafvervolging komt.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) heeft eerder al opdracht gegeven voor een onderzoek naar de stijging van het aantal euthanasiezaken in de jaren tot en met 2017, en in dit onderzoek wordt nu ook de daling uit 2018 meegenomen. Voor de zomer verwacht de bewindsman de uitkomsten. <

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Artsen melden niet altijd alle feiten over euthanasie

RTE gaat ‘vasthoudender’ doorvragen

MC nieuws, 11 april 2019, door Eva Nyst. Artsen die op gesprek gaan bij de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) moeten zich beter voorbereiden en de RTE gaat vasthoudender doorvragen om…

MC nieuws, 11 april 2019, door Eva Nyst.

Artsen die op gesprek gaan bij de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) moeten zich beter voorbereiden en de RTE gaat vasthoudender doorvragen om relevante feiten boven water te krijgen.

Dat stelt coördinerend voorzitter Jacob Kohnstamm in het vandaag verschenen jaarverslag van zijn organisatie.

Van de achttien in 2017 en 2018 door de RTE als onzorgvuldig beoordeelde meldingen zijn er vijftien door het College van procureurs-generaal (pg’s) geseponeerd. Kohnstamm legde de oordelen van RTE, Openbaar Ministerie (OM) en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) naast elkaar en concludeert dat er geen reden is voor grote bezorgdheid onder artsen, hoewel controle door deze toetsers ‘onmiskenbaar spanningsvol’ voor hen is. Maar artsen worden niet ‘onnodig geconfronteerd (…) met tegen hen gevoerde procedures’, stelt hij.

Het OM seponeerde meestal omdat de artsen bevestigden dat ze iets verkeerd hadden gedaan en ze vaak maatregelen hadden genomen om herhaling te voorkomen. Het OM ‘onderschreef in die zaken de door de RTE gestelde overtreding van de zorgvuldigheidseisen’, benadrukt Kohnstamm. Wel kwamen tijdens het strafrechtelijk onderzoek door een officier van justitie soms ‘andere en soms nieuwe feiten naar voren’, stelt hij. De voorzitter pleit er daarom voor dat artsen zich ‘nog indringender’ voorbereiden, door ‘alle denkbare relevante informatie – feiten en omstandigheden – aan de RTE ter beschikking te stellen.’

In 2018 heeft de RTE 6126 meldingen van euthanasie ontvangen tegenover 6585 in 2017. Dit is een daling van ongeveer 7 procent. Euthanasie maakte 4 procent uit van het totaalaantal overlijdensgevallen in 2018. Het is voor het eerst sinds jaren dat het aantal meldingen is gedaald. Een onderzoek naar het aantal euthanasiemeldingen in de jaren 2003-2018 zal voorjaar 2020 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

2018 was een bijzonder jaar omdat voor het eerst sinds meer dan tien jaar een euthanasiezaak door de Inspectie Gezondheid en Jeugd voor de tuchtrechter werd gebracht, aldus het jaarverslag. Daarbij ging het College van procureurs-generaal voor het eerst sinds de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) in 2002 in werking trad, tot strafvervolging over. Het gaat in deze zaken om dezelfde specialist ouderengeneeskunde.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor RTE gaat ‘vasthoudender’ doorvragen

Artsen zijn behoedzamer met euthanasie. Waarom?

Dagblad Trouw, 6 april 2019: interview door Rianne Oosterom. Artsen zijn zorgvuldiger bij het beoordelen van verzoeken om euthanasie, stelt de Levenseindekliniek. Terwijl het aantal mensen dat euthanasie aanvroeg bij…

Dagblad Trouw, 6 april 2019: interview door Rianne Oosterom.

Artsen zijn zorgvuldiger bij het beoordelen van verzoeken om euthanasie, stelt de Levenseindekliniek.

Terwijl het aantal mensen dat euthanasie aanvroeg bij de Levenseindekliniek licht steeg, willigden de artsen minder verzoeken in dan voorgaande jaren. Waar in 2017 747 mensen euthanasie ontvingen, kregen afgelopen jaar 727 euthanasie.

Artsen zijn, volgens het jaarbericht dat de kliniek gisteren publiceerde, ‘behoedzamer’; ze zijn bang voor strafrechtelijke vervolging nu het OM een aantal zaken onderzoekt. Of die vrees ook de daling van het aantal euthanasiegevallen verklaart, durft bestuurder Steven Pleiter niet een-op-een te zeggen.

Hoe merkt u dan dat artsen behoedzamer zijn?

“Als het gaat om euthanasie van psychiatrisch patiënten kijkt er altijd al een extra arts mee. Wij zien dat dit nu ook in andere gevallen gebeurt: artsen kiezen ervoor om nog een extra gesprek te voeren, of nog een extra onafhankelijke deskundige in te schakelen, mede doordat  de mogelijkheid van strafrechtelijk onderzoek aanwezig is.”

Twee van de vijf zaken die het OM onderzoekt, werden al geseponeerd. Is de angst onder artsen wel terecht?

“Het is te vroeg om te zeggen dat zorgen overbodig zijn; ik wil eerst graag weten wat er gebeurt met de zaken die nog lopen. De impact van de onderzoeken is groot, merk ik, zowel voor de betreffende arts als de familie van de patiënten. Het is evident dat dat uitstraalt op anderen, die voorzichtiger worden. Dat het OM al heeft aangekondigd in een van de vijf gevallen tot vervolging over te gaan, kan zoveel impact hebben dat artsen daar toch enorm van schrikken.”

Is meer behoedzaamheid een goede zaak, volgens u?

“Je bent nooit zorgvuldig genoeg als het om euthanasie gaat. Maar het is wel opvallend dat het nu nóg behoedzamer gaat, terwijl we al een heel zorgvuldige praktijk hebben in Nederland; het kan bijna niet zorgvuldiger. Het is niet voor niets dat slechts in 0,2 procent van de euthanasiezaken niet aan alle zorgvuldigheidseisen voldoet. ”

Het OM doet nog vooronderzoek naar twee zaken waarbij een arts van de Levenseindekliniek betrokken is. Hoe staat het daarmee?

“Ik kan daar verder niets over zeggen. Ik weet dat het onderzoek plaatsvindt, en dat het OM nog moet bepalen of het overgaat tot vervolging.”

Wat vindt u ervan dat het OM zich met euthanasie bemoeit?

“Ik vind het een lastige zaak. Ik ben trots op onze wetgeving, het is ook prima dat zaken bij het OM terecht kunnen komen. Ik heb er moeite mee om de balans te vinden tussen het nut van een strafrechtelijk onderzoek en de impact die het heeft op de arts en de familie van de patiënt.”

Uit jullie jaarverslag blijkt dat het aantal aanvragen met 3 procent stijgt, terwijl dat voorgaande jaren steeds met zo’n 40 procent omhoog ging. Hoe komt dat?

“Het aantal aanvragen stabiliseert op een voor mijn gevoel heel hoog niveau: ongeveer tweehonderd mensen per maand; dat betekent dat er iedere werkdag tien of meer verzoeken bij ons op kantoor binnenkomen. We zijn in een fase gekomen waarin de behoefte aan hulp van de Levenseindekliniek stabiliseert. Maar dat zegt niets over de toekomst. Er komt nog een enorme hoeveelheid mensen aan – de babyboomgeneratie – die allemaal een veel duidelijkere mening hebben over het levenseinde.”

 

Reacties uitgeschakeld voor Artsen zijn behoedzamer met euthanasie. Waarom?

Vervolgd om de wilsverklaring

MC, 21 november 2018, achter het nieuws. Auteur: Eva Nyst.   Rechtszaak moet helderheid bieden over wilsvraag bij wilsonbekwame patiënten. Voor het eerst in de geschiedenis van de euthanasiewet stelt…

MC, 21 november 2018, achter het nieuws.

Auteur: Eva Nyst.

 

Rechtszaak moet helderheid bieden over wilsvraag bij wilsonbekwame patiënten.

Voor het eerst in de geschiedenis van de euthanasiewet stelt het Openbaar Ministerie vervolging in. Zeven vragen over de zaak van de specialist ouderengeneeskunde die een gevorderd demente patiënt euthanasie verleende op basis van haar wilsverklaring.

Zaak 2016-85

Januari 2017 plaatste de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) zaak 2016-85 online. Deze zaak betrof een specialist ouderengeneeskunde die aan een ernstig demente, wilsonbekwame vrouw op basis van haar schriftelijke wilsverklaring euthanasie verleende. Volgens de RTE handelde de arts niet volgens de zorgvuldigheidseisen, omdat ze niet ondubbelzinnig tot de overtuiging had mogen komen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek. Daarbij oordeelde de RTE dat de arts een grens had overschreden door toediening vooraf van Dormicum en door niet te stoppen toen de patiënt reageerde op de toediening van de euthanatica. September 2017 startte het Openbaar Ministerie (OM) een strafrechtelijk onderzoek naar de casus. Juli 2018 berispte het regionale tuchtcollege in Den Haag de arts na een klacht van de inspectie; de arts ging hiertegen in beroep. Op 9 november maakte het OM het besluit tot vervolging openbaar.

Wat wordt de arts precies ten laste gelegd?

Het College van Procureurs-Generaal besloot tot vervolging over te gaan, zodat de rechter kan beoordelen ‘of de arts mocht vertrouwen op de wilsverklaring van de vrouw’, zo laat het OM in een persbericht weten. Bovendien had de arts volgens het OM met de vrouw moeten bespreken of ze nog steeds een doodswens had. Dat zij dement was ‘doet hieraan niet af, omdat de wet ook in zo’n situatie van de arts verlangt dat het euthanasieverzoek wordt geverifieerd’. Het OM zegt niets over de manier waarop de euthanasie is uitgevoerd. Dat is opvallend, omdat de toetsingscommissies bezwaar maakten tegen het feit dat de arts vooraf midazolam in de koffie van de vrouw deed en dat ze niet stopte toen de patiënt een terugtrekbeweging maakte met haar arm.

Wanneer komt de zaak voor de rechter?

Procureur-generaal Rinus Otte zei bij tv-programma Nieuwsuur dat ‘al veel voorwerk’ is verricht. ‘Dus we hopen dat zo’n zaak als deze binnen een halfjaar tot een einde komt bij de rechtbank, en als de zaak daarna verdergaat, hopen we dat die met spoed plaatsvindt bij het gerechtshof en daarna eventueel bij de Hoge Raad’, zei Otte ook. De datum van het hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is nog niet bekendgemaakt.

Twee SCEN-artsen gaven positief advies aan de specialist ouderengeneeskunde. Geeft dat de arts enige juridische bescherming?

De SCEN-consultatie is bedoeld om de arts te laten reflecteren op het eigen oordeel, om daarmee een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen. Maar het blijft de verantwoordelijkheid van de arts of aan de zorgvuldigheidseisen van de euthanasiewet is voldaan, zo meldt de KNMG op de SCEN-website. De SCEN-arts geeft een oordeel over de eerste vier zorgvuldigheidseisen (verzoek, lijden, voorlichting, alternatieven) en niet over het vereiste van een medisch zorgvuldige uitvoering. In deze zeer complexe casus waren SCEN-arts en de uitvoerend arts het eens, maar oordeelden de tuchtrechter en de RTE – waarin naast medici, ook juristen en ethici zitten – anders.

Is euthanasie bij dementie een nieuw verschijnsel?

Sinds de euthanasiewet in 2002 in werking trad, komt dementie in alle jaarverslagen van de toetsingscommissies ter sprake. In het jaarverslag over 2003 wordt dementie nog niet apart als aandoening vermeld. Wel benoemt de RTE hierin het belang van een schriftelijke wilsverklaring, ‘bijvoorbeeld bij patiënten met de ziekte van Alzheimer.’ In 2004 ontving de RTE één melding, in 2005 ‘enkele’ en in 2006 zes meldingen. De jaarverslagen van 2007 en 2008 bevatten allebei twee casussen van euthanasie bij een demente patiënt, maar vermelden het totale aantal niet. Vanaf 2009 noemt de RTE – na toezegging door de staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer – het aantal gemelde gevallen van dementie expliciet. In 2009: twaalf en in de jaren daarna loopt het snel op: 25 in 2010, 49 in 2011, 97 in 2013 en 169 in 2017, waarvan drie bij patiënten met een gevorderd ziektebeeld. In 2016 melden artsen 141 dementiezaken, waarvan ‘enkele’ van patiënten met een gevorderd beeld. Naast zaak 2016-85 kreeg ook een specialist ouderengeneeskunde van de Levenseindekliniek een onzorgvuldigheidsoordeel in een zaak – nummer 2017-103 – van euthanasie bij een gevorderd demente patiënt. Het OM stelde tegen deze arts eveneens een strafrechtelijk onderzoek in en zal binnenkort een beslissing over al dan niet vervolgen bekendmaken.

Krijgen specialisten ouderengeneeskunde vaak een euthanasieverzoek op basis van een wilsverklaring en wat doen ze daarmee?

Ruim zeshonderd leden van Verenso vulden vorig jaar een ledenpeiling in over schriftelijke euthanasieverzoeken bij wilsonbekwame patiënten met dementie. 37 procent van de respondenten kreeg ooit zo’n euthanasieverzoek, in 94 procent van de gevallen was dat opgesteld door een naaste. Zo’n verzoek komt zelden tot uitvoering. Gevraagd naar waarom het er niet van was gekomen, antwoordde men het vaakst dat de situatie zoals beschreven in de schriftelijke euthanasieverklaring wel aanwezig was, maar dat er geen sprake was van ondraaglijk en uitzichtloos lijden óf dat dit lijden niet kon worden beoordeeld. Van de respondenten was 44 procent het eens met de stelling ‘ik ervaar de laatste jaren een toename van druk om euthanasie te verrichten bij wilsonbekwame patiënten op basis van een schriftelijke euthanasieverklaring’.

Heeft deze zaak gevolgen voor het advies over de wilsverklaring van de NVVE?

De NVVE was al bezig om de instructies voor de wilsverklaring te vernieuwen omdat de toetsingscommissie had gesteld dat deze ‘kraakhelder’ moeten zijn, vertelt NVVE-directeur Agnes Wolbert. ‘Maar sinds de tuchtzaak tegen de specialist adviseren we nu ook in de wilsverklaring het akkoord met premedicatie op te nemen.’ De organisatie ondersteunt de procesgang van bioloog Albert Heringa, die terechtstond voor hulp bij zelfdoding van zijn moeder Moek. Wolbert ‘laat in het midden’ of de NVVE ook het proces van de specialist ouderengeneeskunde financiert.

Hoe heeft de specialist ouderengeneeskunde op de vervolging gereageerd?

De arts heeft naast haar advocaat een communicatieadviseur in de arm genomen die de woordvoering doet. Deze liet direct na de aankondiging van de vervolging door het OM weten: ‘De arts is teleurgesteld, omdat ze ervan overtuigd is dat ze zeer zorgvuldig heeft gehandeld. Alhoewel ze zich ervan bewust is dat de reden voor de rechtsvervolging het geven van rechtszekerheid aan artsen en patiënten is, wordt ze nu persoonlijk vervolgd.’ Wel ‘juicht de arts toe’ dat er duidelijkheid komt over beantwoording van de wilsvraag bij euthanasie bij wilsonbekwame patiënten. Ze laat het bij deze reactie en richt zich verder op haar verdediging. ‘Ze ziet de zaak met vertrouwen tegemoet’, aldus de woordvoerder.

LINKS

https://www.om.nl/@104442/verpleeghuisarts/

RTE-zaak 2016-85:

https://www.euthanasiecommissie.nl/uitspraken/publicaties/oordelen/2016/niet-gehandeld-overeenkomstig-de-zorgvuldigheidseisen/oordeel-2016-85

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Vervolgd om de wilsverklaring

Verpleeghuisarts vervolgd voor euthanasie bij demente vrouw

Openbaar Ministerie, 9 november 2018. Een verpleeghuisarts die in april 2016 euthanasie uitvoerde bij een 74-jarige demente en wilsonbekwame vrouw, wordt vervolgd. Het College van procureurs-generaal heeft dit besloten op basis van…

Openbaar Ministerie, 9 november 2018.

Een verpleeghuisarts die in april 2016 euthanasie uitvoerde bij een 74-jarige demente en wilsonbekwame vrouw, wordt vervolgd. Het College van procureurs-generaal heeft dit besloten op basis van strafrechtelijk onderzoek. Het is de eerste keer dat het Openbaar Ministerie (OM) een arts vervolgt voor euthanasie sinds de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding in 2002. In deze zaak spelen belangrijke rechtsvragen over de levensbeëindiging van dementerenden. Om deze vragen beantwoord te krijgen, legt het OM deze specifieke kwestie nu aan de rechter voor.

De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) concludeerde begin 2017 dat de arts in deze zaak niet zorgvuldig heeft gehandeld. Volgens de RTE had de vrouw enkele jaren voor haar opname in het verzorgingstehuis een wilsverklaring opgesteld, maar was die onduidelijk en tegenstrijdig. Ook heeft de arts volgens de RTE een grens overschreden bij de uitvoering van de euthanasie. De RTE stuurde de zaak zoals gebruikelijk bij een oordeel ‘onzorgvuldig’ door naar het OM voor een strafrechtelijke beoordeling.

Het College concludeerde in september 2017 dat er dusdanige verdenkingen waren ten aanzien van het zorgvuldig handelen van de arts dat nader strafrechtelijk onderzoek nodig was. Dat onderzoek is uitgevoerd door een officier van justitie van parket Den Haag, omdat het verpleeghuis waar de vrouw verbleef, gevestigd is binnen dit arrondissement. Na uitvoerig onderzoek is ook de officier van justitie tot het oordeel gekomen dat de verpleeghuisarts niet heeft gehandeld volgens de wettelijke normen. Het OM vindt het belangrijk dat de rechter beoordeelt of de arts mocht vertrouwen op de wilsverklaring van de vrouw. Daarnaast verwijt het OM de arts dat deze zonder dit bij de vrouw te verifiëren ervan uitging dat de vrouw nog steeds dood wilde. De vrouw had weliswaar regelmatig gezegd te willen sterven, maar had ook verschillende keren gezegd niet dood te willen. Naar het oordeel van het OM had de arts bij de vrouw moeten nagaan of zij nog steeds een doodswens had door dit met haar te bespreken. Dat zij inmiddels dement was geworden doet hieraan niet af, omdat de wet, volgens het OM, ook in zo’n situatie van de arts verlangt dat het euthanasieverzoek wordt geverifieerd. Deze twee rechtsvragen over de levensbeëindiging van dementerenden, rechtvaardigen dat deze zaak aan de strafrechter wordt voorgelegd.

Wanneer de zaak door de rechtbank Den Haag wordt behandeld, is nog niet bekend.

Het OM verwacht binnen enkele weken uitsluitsel te geven over andere strafrechtelijke onderzoeken naar mogelijk strafbare euthanasie. Op dit moment lopen er nog twee strafrechtelijke onderzoeken bij parket Noord-Holland. In twee andere euthanasiezaken waarin een strafrechtelijk onderzoek was ingesteld, heeft het College recent besloten deze zaken te seponeren.

 

Reacties uitgeschakeld voor Verpleeghuisarts vervolgd voor euthanasie bij demente vrouw

‘Invulling euthanasiecriteria aan update toe’

MC, 18 oktober 2018, interview. Auteur: Eva Nyst. Bij gevorderde dementie is vooral vaststellen vrijwilligheid lastig. Een net verschenen verkenning van Verenso zet het stoplicht voor euthanasie bij dementie op…

MC, 18 oktober 2018, interview.

Auteur: Eva Nyst.

Bij gevorderde dementie is vooral vaststellen vrijwilligheid lastig.

Een net verschenen verkenning van Verenso zet het stoplicht voor euthanasie bij dementie op basis van een wilsverklaring op oranje, omdat vaak niet aan de zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. ‘De criteria in de wet gaan uit van een autonome, wilsbekwame patiënt’, zegt Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen.

Voorjaar 2017 plaatsten 450 artsen een advertentie in de krant met de oproep ‘Niet stiekem bij dementie’. Veel huisartsen, maar ook zo’n honderd van de ruim 1700 specialisten ouderengeneeskunde ondertekenden. ‘Relatief gezien veel’, zegt specialist ouderengeneeskunde Nienke Nieuwenhuizen, voorzitter van Verenso. Voor haar was dat het moment om te gaan inventariseren welke rol haar vereniging moet spelen in de discussie over euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie. Een ledenpeiling en vele ledenbijeenkomsten en schriftelijke consultatierondes verder liggen er nu zes conclusies (zie kader) waarmee Verenso verder kan, bijvoorbeeld in het KNMG-project Euthanasie en gevorderde dementie.

Noem het vraagstuk van euthanasie bij wilsonbekwame dementiepatiënten gerust ‘de worsteling van een vereniging’, zegt Nieuwenhuizen. ‘Er zijn twee werelden, die van de jurist en die van de professional in de praktijk.’ De juristen hebben hun werk gedaan en euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring mag nu. Daarnaast bestaat de medische praktijk waarvoor de zorgvuldigheidscriteria gelden uit de euthanasiewet. De wetgever heeft echter criteria opgesteld waarbij wordt uitgegaan van een autonome, wilsbekwame patiënt. Maar een gevorderd demente patiënt van wie een schriftelijke wilsverklaring aan de dokter wordt voorgelegd, is meestal niet meer wilsbekwaam. ‘Daar moet eigenlijk nog een slag in worden gemaakt. De professionele invulling van de zorgvuldigheidscriteria is aan een update toe’, zegt Nieuwenhuizen.

‘In het publieke debat is veel te weinig aandacht voor palliatieve zorg’

Rekkelijken en preciezen.

Bij de inventarisatie onder de leden is gestreefd rekkelijken en preciezen aan het woord te laten. Over een paar dingen bleek grote eensgezindheid te bestaan, zoals over de opvatting dat er in het publieke debat veel te weinig aandacht is voor palliatieve zorg. Nieuwenhuizen: ‘Het gaat steeds over de wilsverklaring en euthanasie. Maar dat is vaak geen oplossing. Dat wil niet zeggen dat er niks anders is. We willen de leden steunen om te praten over die andere weg, van palliatieve zorg.’ De maatschappelijke gedachte over het levenseinde klopt niet meer, stelt de voorzitter. Patiënten lijken te denken dat een akelig levenseinde alleen is te vermijden met een euthanasieverzoek, van palliatieve zorg hebben ze vaak nog nooit gehoord. In gesprekken over de dood moet de arts daardoor regelmatig ‘in de verdedigingsmodus’ omdat patiënten euthanasie eisen, waardoor het gesprek over goede zorg rond het levenseinde in de knel komt, vertelt Nieuwenhuizen.

In de peiling gaf 40 procent van de artsen aan toegenomen druk te voelen om euthanasie te verlenen. Nieuwenhuizen: ‘Er is een grote maatschappelijke roep om antwoord op de vraag wanneer het nou wel mag en wanneer niet. Maar er is geen simpel antwoord. Onze leden zijn het erover eens dat we niet toe moeten naar een afvinklijstje. Het is een heel individueel verhaal.’ En best een ingewikkeld verhaal, want omdat de wet is opgesteld met het oog op een wilsbekwame verzoeker, komt de arts bij een wilsonbekwame patiënt allerlei problemen tegen als hij de zorgvuldigheidseisen langsloopt, verduidelijkt Nieuwenhuizen. ‘Het is moeilijk vaststellen of bij een patiënt met gevorderde dementie sprake is van een weloverwogen keuze, terwijl het juist bij wilsonbekwaamheid essentieel is dat je ervan overtuigd bent dat je doet wat iemand wil. Ook het vaststellen van het lijden is complex. En dan de vereiste dat er geen redelijke alternatieven zijn. Is een verpleeghuis een redelijk alternatief en wie bepaalt dat als een patiënt daar niet naartoe wil? Als sluitstuk is ook de uitvoering van een dergelijke euthanasie een uitdaging.’ Iemand met gevorderde dementie begrijpt immers niet wat de dokter komt doen. Dat euthanasie bij gevorderde dementie ook weleens als zorgvuldig wordt beoordeeld door de toetsingscommissies euthanasie, stelt Nieuwenhuizen niet gerust. Het is ‘kennelijk een heel individueel iets’ waarbij in een enkel geval wel aan de zorgvuldigheidscriteria van de wet wordt voldaan. ‘Maar meestal schuurt het’, zegt Nieuwenhuizen, doelend op het onbehagen dat artsen voelen om een mens die zich daarvan niet bewust lijkt, het leven te ontnemen.

‘Het is heel belangrijk dat patiënten weten dat euthanasie geen recht is’

Was Verenso erbij toen de ministeries van Justitie en VWS samen met de KNMG in de Handreiking schriftelijk euthanasieverzoek in 2015 vastlegden dat een schriftelijk verzoek in de plaats van een mondeling verzoek mag komen?

‘Ja, maar we hebben destijds wel aangegeven dat we problemen zagen rond de wilsbekwaamheid. Maar soms lopen de dingen zoals ze lopen. Je ziet vaker dat wordt geprobeerd een complex probleem samen te vatten in een eenduidige handreiking om zo helderheid te creëren. Onze boodschap nu is heel vervelend: “Het gaat niet 100 procent helder worden omdat het een heel individueel en contextgebonden verhaal is, waarbij de zorgvuldigheidscriteria leidend zijn.” En daarmee kom je in zo’n ingewikkeld proces, dat euthanasie bij gevorderde dementie eigenlijk bijna niet mogelijk is. In een heel uitzonderlijk geval wel, want niets in het leven is statisch. Maar bij gevorderde dementie gebeurt het eerder niet dan wel. Dus zo’n wilsverklaring is misschien niet wat men hoopt dat het is. Het is geen waardebon die desnoods door iemand anders kan worden ingeleverd.’

Zit er beweging in deze ‘waardebon’-discussie tussen de medische wereld en patiëntvertegenwoordigers als de NVVE?

‘Wij willen niet in getouwtrek terechtkomen op dat kwetsbaarste moment van het sterven, waarbij familie en patiënt tegenover een dokter komen te staan op basis van een papiertje. Daarom is het heel belangrijk dat patiënten weten dat euthanasie geen recht is van de patiënt en geen plicht van de dokter. Het probleem zit erin dat dementie een vreselijke ziekte is. We zien soms dat de patiënt lijdt, dat voelt als met de rug tegen de muur staan, maar we moeten onderzoeken wat daarop het antwoord is.’

U noemt het vaststellen van het lijden complex.

‘De vraag naar het lijden is een valkuil, maar het probleem van euthanasie bij gevorderde dementie zit hem vooral in de vrijwilligheid van het verzoek. Natuurlijk is het lijden vaak ook een vraagstuk, maar vooral omdat het er soms wel en soms niet is. De vraag is hoe een arts dat moet duiden, en of bijvoorbeeld dwanghuilen uitzichtloos en ondraaglijk is. Dat is bijna niet te bepalen als iemand niet meer wilsbekwaam is. Wat is lijden en wanneer is het ondraaglijk? En is iets wat je niet wil overdraagbaar naar de toekomst? Over die filosofische discussie zou ik wel een aflevering van Zomergasten willen, dan is er de ruimte om het in alle facetten te belichten. Daarbij moet een arts toch toetsen of de patiënt het op dat moment ook nog wil. “Ja, maar mensen schrijven het juist op voor als ze het niet meer kunnen aangeven”, hoor je soms in de discussie. Maar in de somatiek blijkt 25 procent van de mensen met een euthanasieverklaring daarop terug te komen. Bij dementie kun je dat niet vaststellen.’

Wat gaat Verenso nu doen?

‘We willen de professionele invulling van de zorgvuldigheidscriteria in kaart brengen met de KNMG en met de wetenschappelijke wereld. We gaan onze handreikingen Zorgvuldige zorg rondom het levenseinde uit 2007 en Wilsonbekwaamheid uit 2008 aanpassen aan de nieuwste inzichten. Ook willen we een bijdrage leveren aan het publieke debat, zodat het niet alleen gaat over euthanasie, maar ook over wat palliatieve zorg is. Daarover moeten we vaker in gesprek gaan. En er moet goede opvang komen voor patiënten als er een crisis is. We willen onze leden ondersteunen om – dat is per slot van rekening hun expertise – levenseindegesprekken goed vorm te geven. Daar zit een enorme hoeveelheid zingeving in. Dus misschien moeten we ook interdisciplinair aan de slag met filosofen en geestelijk verzorgers, zoals dat nu ook al met ethici gebeurt. Ook zouden we bijvoorbeeld palliatieve zorg in de geneeskundeopleiding samen met andere opleidingen kunnen doceren zoals filosofie en humanistiek. Dat is overigens mijn eigen mening, dat staat niet in onze verkenning. Volgens mij moet je daar hulp inroepen. Dit zijn vragen die voorbij het dokterschap gaan – en voorbij de juristerij ook.’

Zes conclusies

De zes uitkomsten van de Verenso-verkenning Euthanasie bij gevorderde dementie:

  1. Zorg voor mensen met dementie vraagt om palliatieve zorg. Euthanasie is slechts één van de mogelijke medische beslissingen rond het levenseinde.
  2. Tijdig en herhaaldelijk spreken over wensen is belangrijk in de zorg voor patiënten met dementie.
  3. Euthanasie komt zelden voor bij ter zake wilsonbekwame patiënten met dementie en een schriftelijke euthanasieverklaring, omdat in de praktijk vaak niet aan de zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Meer duidelijkheid over de professionele invulling van de zorgvuldigheidscriteria is gewenst.
  4. Euthanasie bij ter zake wilsonbekwame patiënten met dementie en een schriftelijke euthanasieverklaring is bijzonder complex en vraagt om verhelderend onderzoek.
  5. Collegiaal overleg en duidelijke kaders zijn belangrijk bij het afwegen van complexe medische beslissingen rond het levenseinde.
  6. Maatschappelijke aandacht is nodig voor een reëel beeld over het levenseinde en de waarde van een schriftelijke euthanasieverklaring. 

     

    Verenso

    Missie: wij zijn de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde. Als leden van Verenso staan wij voor de best-passende medische zorg voor kwetsbare ouderen en patiënten met een complexe zorgvraag, ongeacht waar zij verblijven. Samen zetten wij ons in voor een hoogwaardige kwaliteit van ons medisch handelen en een optimale positie van de specialist ouderengeneeskunde binnen de gezondheidszorg.

Reacties uitgeschakeld voor ‘Invulling euthanasiecriteria aan update toe’

Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Rijksoverheid. Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge. Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat…

Rijksoverheid.

Auteur: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge.

Minister De Jonge (VWS) informeert de Tweede Kamer hoe het kabinet de komende jaren zal omgaan met medisch-ethische vragen en wat het kabinet op dit gebied wil bereiken.

Hij schrijft in de inleiding van zijn nota als volgt. “Met grote regelmaat is er maatschappelijke aandacht voor medisch-ethische vraagstukken. In het publieke debat leven vragen rondom zwangerschap en geboorte, het doen van medisch-wetenschappelijk onderzoek of het maken van keuzes over zorg rondom het levenseinde. Ethische kwesties raken aan de kern van wie we zijn en waar we voor staan. In de samenleving bestaan op medisch-ethisch gebied verschillende opvattingen. Het maken van keuzes over deze vraagstukken is daardoor geen eenvoudige opgave. Juist daarom is een goede dialoog met elkaar van belang. Door uit te gaan van gedeelde waarden en respect te hebben voor de gezichtspunten van een ander, meent dit kabinet een goed gesprek over ethische vraagstukken te kunnen voeren en wellicht (een deel van) de verschillen te kunnen overbruggen. Voor alle partijen zijn een goede volksgezondheid en gezondheidszorg van belang.

De ontwikkeling van de geneeskunde wordt gevoed door wetenschappelijk onderzoek en technologische innovaties en beoogt te resulteren in nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden, preventie en genezing van ziektes, mogelijkheden om lijden te verlichten, of meer patiëntgerichte zorg. Dat neemt niet weg dat de opvattingen over de precieze invulling van die zorg of wetenschap
uiteen kunnen lopen. Wanneer bij besluitvorming over deze onderwerpen medisch-ethische overwegingen een rol spelen, is bestaande wet- en regelgeving het uitgangspunt, zoals afgesproken in het regeerakkoord.

Het doel van dit kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving, dat aansluit bij ons moreel kompas. Om bij beleidsveranderingen een antwoord te vinden op de vraag welke ruimte wenselijk en aanvaardbaar is, zijn daartoe in het regeerakkoord drie vragen opgenomen, die het uitgangspunt vormen voor het maken van keuzes en daarmee voor de standpunten van dit kabinet. Allereerst zal de vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak moeten worden gesteld.
Zijn er toereikende alternatieven die geen of een minder vergaande verruiming van de beleidsruimte behoeven? Als tweede is er de vraag naar de medisch-ethische dimensie, waarbij niet alleen wetenschappelijke belangen worden gewogen, maar waarbij ook ethische bezinning bij wetenschappers en zorgprofessionals een rol speelt. Het regeerakkoord verwijst daarbij naar het
zwaarwegende belang van adviezen van de Gezondheidsraad en andere adviesorganen, alsmede de Raad van State. Tot slot is van belang dat er maatschappelijke discussie en politieke bezinning heeft plaatsgevonden.

In deze nota werkt de Minister verder uit hoe het kabinet hieraan verder invulling wil geven. Vervolgens gaat hij in op de diverse concrete beleidsvraagstukken en schetst hij de richting waarin het kabinet de komende jaren zal gaan. Hij doet dat aan de hand van drie overkoepelende thema’s:

1) vraagstukken rond het begin van het leven;

2) medisch-wetenschappelijk onderzoek en technologie;

3) vraagstukken rond het einde van het leven.

 

Zie “Nota medische ethiek, d.d. 6 juli 2018”

Zie ook het verslag van het algemeen overleg in de Tweede Kamer, gehouden op 6 september 2018, over Medische ethiek/ Afbreking zwangerschap/ Euthanasie (te downloaden op de website van de Tweede Kamer Der Staten- Generaal.

 

 

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Nota Medische ethiek van ministerie VWS en debat TK

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken