De Nederlandse Staat mag hulp bij zelfdoding strafbaar blijven stellen. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag dinsdag besloten in een zaak die Coöperatie Laatste Wil (CLW) had aangespannen.

 

Hendrina De Graaf

CLW vond dat het verbod in strijd is met het (Europese) recht op zelfbeschikking, maar het hof volgt die redenering niet. Het hof benadrukt dat het recht op zelfbeschikking niet absoluut is. De overheid mag het beperken om kwetsbare mensen te beschermen. Volgens het hof sluit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens elke twijfel uit: het verdrag kent geen recht op hulp bij zelfdoding.

Alleen artsen mogen onder bepaalde voorwaarden helpen bij het beëindigen van een leven, bijvoorbeeld als er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Voor anderen – zoals familieleden of vrienden – blijft hulp bij zelfdoding verboden. Het hof wijst erop dat zelfs striktere wetgeving, zoals in Hongarije waar euthanasie verboden is, volgens het Europese Hof niet in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Nederland gaat daarin dus al verder dan strikt noodzakelijk is volgens het Europese recht.

Niet ongelijk

De huidige euthanasiewet biedt voldoende waarborgen, vindt het hof. De rechter ziet geen ongelijke behandeling tussen vormen van lijden; fysiek en psychisch lijden zijn volgens het hof geen gelijke gevallen. Dat onderscheid acht het hof gerechtvaardigd, onder meer omdat staten een ruime beoordelingsruimte hebben bij het beschermen van kwetsbare mensen en het voorkomen van misbruik.

CLW wilde dat er ruimte zou komen voor hulp door naasten, bijvoorbeeld bij mensen die hun leven voltooid vinden. Maar het hof wijst dat af. Als er iets aan de wet moet veranderen, dan is dat volgens het hof een taak van de politiek – niet van de rechter.

Met de uitspraak blijft de situatie zoals die is: alleen artsen mogen in zeer uitzonderlijke gevallen helpen bij het beëindigen van een leven. Hulp door anderen blijft strafbaar.

Interim-voorzitter Frans Copini van Coöperatie Laatste Wil zegt teleurgesteld te zijn, al begrijpt hij de uitspraak wel. Maar er zijn ook ‘lichtpuntjes’, aldus Copini. ‘Het hof erkent het recht op zelfbeschikking, en het signaleert dat sommige mensen ‘tussen wal en schip raken’. Een ander lichtpuntje is dat de Nederlandse overheid volgens de rechter de vrijheid heeft om méér ruimte te bieden binnen de huidige Europese wetgeving.’ De interim-voorzitter zegt dat punt ‘ter harte te nemen’. De organisatie laat weten cassatie te overwegen, maar ook de afslag naar de politiek te nemen. ‘Het staat volgens de rechter de wetgever vrij om de euthanasiewet aan te passen. Dat blijft voor ons een belangrijk uitgangspunt als we onze missie willen waarmaken’, besluit Copini.

Aanhoudende druppel

Ethicus Theo Boer is niet verrast door de uitspraak. ‘De rechter kan eigenlijk niet anders dan bestaande wetgeving toepassen,’ zegt hij. ‘CLW wil zich met dit soort procedures voortdurend op de kaart zetten. De aanhoudende druppel holt een steen uit.’

Volgens Boer groeit in de samenleving de wens om ruimere mogelijkheden te bieden aan mensen die hun leven voltooid achten. ‘Veel mensen lijden niet zozeer aan een medische aandoening, maar aan onderliggend lijden: zinloosheid, eenzaamheid, afhankelijkheid van zorg. De euthanasiewet is sterk gericht op medisch lijden, terwijl de maatschappelijke vraag opschuift richting existentiële problematiek.’

Maar dat betekent volgens hem niet dat er ruimte moet komen voor hulp door naasten. ‘Dat is een volstrekt verkeerde afslag,’ zegt hij. Boer noemt de zogenoemde ‘kraag’ waarmee CLW nu aandacht vraagt voor een zelfdodingsmethode. ‘Zo’n middel laat geen sporen na. Je hoeft geen jurist te zijn om te zien welk misbruik dat kan uitlokken.’

Boer verwacht niet dat de politiek nu snel werk maakt van verruiming van de wet. ‘Daar is geen meerderheid voor. Bovendien beseft elke politicus dat je, als je dit pad opgaat, de stop uit de euthanasiewet trekt. Je verliest dan zicht op wie, waarom en onder welke omstandigheden sterven.’

‘CLW probeert een taboe te doorbreken,’ besluit Boer, ‘maar er is niets mis met een goed taboe.’

Dit artikel verscheen in het Nederlands Dagblad op 2 december 2025.