PVH 9e jaargang – 2002 nr. 6, p. 141-144

Door Dr Theo Boer
universitair docent Systematische Theologie (Christelijke Ethiek) bij de Universiteit Utrecht.
Tevens verbonden aan het Universitair Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht (CBG)

De Pil van Drion is bezig zijn appèl te verliezen. Deels door
ontwikkelingen in de Nederlandse politiek – discussies over Pil de
zijn toch vooral een verdienste van ‘Paars’ -, deels omdat discussies in de samenleving
hierover blijven steken in onduidelijkeid over het concept en over
de voors en de tegens ervan, mocht het doorgaan. Het is genoeglijk bekend dat ‘de’
Pil van Drion niet bestaat, en dat in meerdere opzichten. Hij bestaat
niet in de zin van een eenduidig concept. Sommigen denken aan één
pil, anderen aan een tweetrapsraket. Evenmin is duidelijk of men denkt
aan een pil, een drankje of nog iets anders, noch in hoeverre artsen,
apothekers of andere professionals niet toch bij de praktische uitvoering
van het idee betrokken dienen te zijn. Hoe dan ook, precies omschreven
– pil, drankje, één- of tweetrapsraket – bestaat hij evenmin
als feitelijke mogelijkheid, want afgezien van de praktische problemen
stapelen de morele en politieke bedenkingen zich op. Maar in één
opzicht bestaat de Pil van Drion nog wèl: als gedachte mogelijkheid
dat (1) oudere burgers (2) zonder afhankelijk te zijn van een arts,
(3) op een wijze die effectief is en zo min mogelijk ongerief veroorzaakt
bij betrokkene en zijn nabestaanden, (4) een einde kunnen maken aan
hun ]even. In het onderstaande bekijken we elk van deze vier elementen
op hun merites.

1. OUDERE BURGERS

Volgens het oorspronkelijke idee is de Pil van Drion bestemd voor oude(re) mensen.
Waarom bied je de Pil niet aan aan eenieder die genoeg heeft
van het leven – 12, 43 of 87 jaar oud? De meest waarschijnlijke
verklaring voor het hanteren van een leeftijdsgrens is de aanwezigheid
van impliciete overtuigingen over wat ‘natuurlijk’ is in het leven.
Wil iemand van 30 dood, dan schrik je nu eenmaal veel harder dan wanneer
iemand van 85 dood wil. De term ‘klaar met leven’ appelleert, ondanks
associaties aan een achterhaalde maakbaarheidgedachte, aan een fundamentele
ervaring van de meeste mensen: dat het leven net als de natuur zijn
seizoenen kent. Het is nogal een verschil of een bloem in het voorjaar
in de knop wordt gesmoord, of dat diezelfde bloem na de bloei verwelkt
en sterft. iemand die oud is, ‘mag’ heengaan. Dat is een belangrijk
intuïtief appèl van de Pil van Drion. De kracht van deze seizoenen-analogie
wordt versterkt door een aantal aanvullende omstandigheden. In het leven
van jongeren zit lichamelijk, psychisch, financieel en sociaalmaatschappelijk
doorgaans meer ‘muziek’ dan in dat van ouderen; bij jongeren denken we
aan mensen die zichzelf kunnen redden, bij ouderen aan toenemende afhankelijkheid,
aan incontinentiemateriaal, Eau de Cologne, loepjes, Kukident en gehoorapparaten.
Bijna al datgene wat in amusement en reclame als ideaalbeeld geldt,
is bij ouderen afwezig. Als ik een voorstander van de Pil was, zou ik
om strategische en misschien ook wel principiële redenen hameren
op een bepaalde ondergrens. Waarom? Omdat zo’n ondergrens suggereert
dat de Pil van Drion niet primair een zelfmoordpil is, maar gewoonweg
‘de natuur een handje helpt’.
Wie zo’n ondergrens wil hanteren, krijgt evenwel te maken met een aantal
lastige kwesties. Bij lang niet alle mensen lopen de seizoenen synchroon.
Sommigen zijn vroege bloeiers, anderen laatbloeiers. Sommigen zijn snel
opgebrand, anderen beginnen op hoge leeftijd aan een nieuwe of waarachtige
bloeitijd. Netty Boomsma uit het verhaal van Chabot was al op haar 50ste
klaar met leven, Mary Dresselhuijs is met bijna 90 nog lang niet klaar.
Maar toch, als ik voor de Pil was, zou ik de onrechtvaardigheid van
een leeftijdsgrens maar voor lief nemen, net zoals bijvoorbeeld de pensioengerechtigde
leeftijd van 65 jaar. Grenzen zijn nu eenmaal pijnlijk voor de uitzonderingen.

Een tweede probleem bij het hanteren van een leeftijdsgrens is wijsgerig-antropologisch:
wat geeft ons reden om uit een min of meer natuurlijk proces normatieve
conclusies te trekken? In de moderne samenleving proberen we ons juist
op allerlei manieren aan ‘natuurlijke’ processen te ontworstelen. Facelifts,
IVF, het homohuwelijk en overwinteren in Florida zijn maar enkele voorbeelden
van pogingen om de hegemonie van ‘natuurlijke’ processen te boven te
komen. Zou dan in dit geval het feit dat een oud mens rimpelig en gebrekkig
wordt, opeens wèl aanleiding mogen zijn tot normatieve conclusies,
en wel verregaande?

Een derde probleem waar de voorstander van een leeftijdsgrens zich over
moet verantwoorden, is de suggestie dat ouderen op minder bescherming
kunnen rekenen. Een politiek die aan mensen van zeg boven de 73 jaar
het recht van zelfdoding toebedeelt en mensen onder die leeftijd tegen
zelfdoding blijft beschermen, geeft misschien impliciet het signaal
af dat ouderen groot gelijk hebben als ze dood willen. Misschien leidt
zo’n politiek tot een verminderde bescherming van het leven van oudere
mensen, of bevat zij de suggestie dat ouderen er maar beter een eind
aan kunnen maken. Misschien leidt het er op den duur toe dat ouderen
die niets meer hebben om voor te leven, maar toch geen Pil wensen, minder
goed verzorgd worden. De meest effectieve methode om dit soort suggesties
voor te zijn is om de Pil in beginsel aan een ieder te verschaffen.
Dan is het weer: gelijke monniken, gelijke kappen. ledereen evenveel
waard. Oud ofjong, niemand mag lichtvaardig uit het leven stappen.

2. ZONDER AFHANKELIJK TE ZIJN VAN EEN ARTS

Je kunt je met enig recht afvragen waarom uitgerekend artsen zo diepgaand
betrokken zouden moeten zijn bij levensbeëindiging. Bij euthanasie kun je daar
nog wat bij voorstellen. Daar is dikwijls sprake van een ziektegeschiedenis waarbij de
arts was betrokken, maar bij de Pil van Drion kan het gaan om mensen die niks ernstigs mankeren.
Het voorschrijven van een levensbeëindigend middel of het toedienen ervan heeft weinig
met geneeskunst te maken. Levensbeëindiging kan iemand, mits goed
voorgelicht, ook zelf doen. Je kunt er, als je iemand niet alleen wilt
laten, ook politie-agenten of militairen voor inhuren, want met moderne wapens
kunnen ook zij iemand tegenwoordig effectief en zonder ongemak een zachte
dood geven. Bijkomend voordeel is dat j e ook nog eens een meldingspercentage
van 100% verkrijgt.

In het streven naar verminderde afhankelijkheid van een arts worden onverwachte
tegenstanders verenigd. Weifelende artsen en militante autonomie-freaks
vinden elkaar in hun afkeer van een te grote medische betrokkenheid.
Het is steeds minder een geheim dat vele artsen emotionele, morele en
professionele bedenkingen blijven houden bij actieve levensbeëindiging.
Doden blijft een loodzware klus. Als levensbeëindiging meer een verantwoordelijkheid
wordt van de cliënt, en er voor de ‘traditionele’ euthanasiegevallen
steeds meer palliatieve alternatieven beschikbaar komen, krijgen artsen
weer meer zicht op hun primaire taken: voorkomen, genezen, verzachten,
troosten. En het mes snijdt, zoals schrijfster Karin Spaink stelt, aan
twee kanten: de mondige burger wil onder de bedilzucht van medici uit,
bevrijd van de grillen van deze of gene wildvreemde professional die
de ernst van zijn lijden en de klaarheid van zijn leven beter zou kunnen
beoordelen dan hij of zij zelf.
Er ligt in het verlengde van het bovenstaande nog een aantrekkelijk
element in de Pil: zelfdoding wordt weer teruggebracht tot zijn essentie,
tot wat het altijd is geweest: de beslissing van een individu om een
eind aan zijn leven te maken. Wanneer de dokter hulp verschaft, blijft
deze zelfdoding geassociëerd met medische overwegingen in de ruimste
zin: lichamelijk, psychisch, sociaal. Medische betrokkenheid verleent
er bovendien misschien een zweem van legitimiteit aan: “lk heb
er met mijn dokter over gepraat; hij is het met mij eens, hij komt morgenavond
om acht uur bij ons thuis”. Het oordeel van iemand met zo’n maatschappelijk
aanzien kun je toch vertrouwen? De dokter verleent de euthanasie of
de zelfdoding bovendien een gevoel van intimiteit. Er is een bed en
daar ligt iemand op, de dokter zit ernaast, de familie houdt de hand
vast en de patiënt ‘gaat slapen’. Door arts en patiënt uit
deze innige verstrengeling te verlossen, wordt geneeskunst weer geneeskunst
en zelfdoding weer zelfdoding.
Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat er op de toegang tot en het
gebruik van levensbeëindigende middelen strenge controle moet zijn.
Voor- en tegenstanders van de Pil zijn het daarover eens. Maar hoe regel
je dat praktisch? Moet er, analoog aan het Nederlands donorregister,
een register komen van mensen die de Pil in hun bezit hebben? Wie controleert
dat opa zijn Pil niet aan zijn kleinzoon ter beschikking stelt? Wie
controleert of moeder de Pil vrijwillig heeft ingenomen? Moetje een
voorgenomen zelfdoding vooraf melden en daarbij je huissleutel vooraf
aan de huisarts geven? Moet iemand de ernst en de duurzaamheid van zijn
doodswens laten vastleggen? Wie controleert een zorgvuldige inname,
bij voorbeeld op een nuchtere maag, in de avond, zonder interferentie
met andere geneesmiddelen? Wie checkt of niet-ingenomen pillen weer
worden opgehaald? Hebben zij een uiterste houdbaarheidstermijn? En wat
als zij kwijtraken? Het lijkt niet waarschijnlijk dat het Nederlandse
publiek zit te wachten op nieuwe ingewikkelde procedures, maar ze zijn
wel onontkoombaar wil het met die Pil ooit nog wat worden.

3. EFFECTIEF EN MET ZO MIN MOGELIJK ONGERIEF

Ook op dit punt blijft het idee van de Pil niet zonder appèl.
Zelfdodingen zijn al erg genoeg, maar de manier waarop maakt ze vaak des te gruwelijker.
Voor menige nabestaande is de wijze waarop iemand aan zijn eind komt
emotioneel bijna niet te verdragen. Als ik treinmachinist was, zou ik
de Pil misschien een welkome oplossing vinden. Het bergen en identificeren
van een overledene is dikwijls een bovenmenselijke opgave. Nog afgezien
van zelfdodingen die ineffectief zijn en iemand alsnog in een ziekenhuis
doen belanden, met alle kansen op complicaties en nieuwe pogingen.
De hier genoemde overweging is geen argument voor zelfdoding, maar fungeert
puur pragmatisch: ‘Als het dan gebeurt, dan liever zo’, analoog aan
overwegingen als ‘als iemand aan drugs verslaafd is, dan maar met van
staatswege verstrekte heroïne’. Het is dit argument – ‘beter de
Pil dan de trein of de strop’ – dat op velen een sterke indruk maakt.
Maar is het wel zo’n sterk argument? Ten eerste moet gezegd worden:
weerzin tegen een gewelddadige zelfdoding alleen is geen voldoende argument
voor de Pil. De angst dat heroïneverslaafden gaan stelen en zwerven
is evenmin een voldoende argument om het hele Nederlandse volk gratis
heroïne te verschaffen. Òfwel je bent voor het vrije recht
op zelfdoding, en je ziet de vermindering van het aantal gewelddadige
suïcides als bijkomend voordeel; òfwel je voornaamste overweging
is dat je het aantal gewelddadige suïcides wilt voorkomen, maar
dan stel je de Pil uitsluitend ter beschikking aan mensen die suïcidaal
zijn; dat verdient dan echter de naam ‘Pil van Drion’ niet meer.
Het is voorts de vraag of het aantal gewelddadige suïcides door
de Pil zal verminderen. Veel suïcides vinden bij niet-ouderen plaats,
dus met een Pil met leeftijdsgrens richt je je maar op een deel van
het probleem, namelijk op oudere suïcidalen. Bovendien kunnen velen waarschijnlijk
helemaal niet zo ‘nuchter’ kiezen tussen een gewelddadige suïcide
en de Pil. Bij de Pil gaat het om zogenaamde balanssuïcides: iemand
heeft er lang over nagedacht, voors en tegens afgewogen, de middelen
verkregen en zet op een vooraf bepaald tijdstip een punt achter zijn leven. Bij
een balanssuïcide zijn er ook zonder Pil wegen (Internet, medicijnen
opsparen) te bewandelen. Gewelddadige suïcides daarentegen zijn
vaak niet van tevoren gepland. Zij worden begaan in vlagen van depressie,
paniek of verstandsverbijstering en de wens om het snel (direct) en
gewelddadig te doen is in veel gevallen onlosmakelijk verbonden met
de doodswens zelf. lemand in een acute suïcidale psychose krijgt,
als je de nuchtere voorstanders van de Pil hoort spreken, echt van vandaag
op morgen niet zo’n Pil, en zo iemand zal dus in veel gevallen wel degelijk
voor de trein of de flat blijven kiezen. Het enige dat je kunt zeggen
is dat de Pil mogelijk een aantal mensen zal afhouden van een gewelddadige
dood.

4. EEN EIND MAKEN AAN JE LEVEN

Bij dit alles zou de belangrijkste vraag bijna blijven liggen: hoe
aanvaardbaar is überhaupt de zelfgekozen dood?
Is kiezen voor de dood onderdeel van de menselijke autonomie? Bij het
antwoorden op deze vraag kun je twee soorten overwegingen noemen. Ten
eerste algemeenmenselijke. Bij alle discussies over de Pil van Drion
zou je bijna vergeten dat, zolang mensen menselijke ervaringen blijven
houden, ‘jezelf doden’ nooit een onomstreden recht zal worden zoals
de keuze voor een partner, beroep, woonplaats of vakantiebestemming
dat wel is.15
Jezelf doden terwijl je noch lichamelijk terminaal ziek, noch psychisch ziek
bent, alleen omdat doorleven je te zwaar valt, zal waarschijnlijk nooit
‘normaal’ kunnen worden. Je kunt daar allerlei argumenten voor noemen.
Immanuel Kant beschreef zelfdoding als een daad van ultieme minachting voor de menselijke
autonomie, want vanaf dat moment is die voorbij;je kunt wijzen op het
feit dat elk normaal mens, other things being equal, een zachte natuurlijke
dood verkiest boven een zachte zelfdoding;je kunt wijzen op de impact
van een zelfgekozen dood op de nabestaanden; je kunt je proberen in
te denken hoe het zou zijn geweest als Prins Claus niet vechtend tegen
zijn ziektes was overleden, maar op een zelfgekozen moment voor zelfdoding
had gekozen.Wie de Pil van Drion verdedigt, gaat voorbij aan de normativiteit
die inherent is aan het menselijk bestaan en die het leven hoger stelt
dan de dood en de natuurlijke dood weer hoger dan de zelfgekozen dood.
De voorstander van de Pil riskeert bovendien dat hij menselijk leed
niet serieus genoeg neemt.Wij herinneren ons allemaal de hartverscheurende
beelden van mensen die op 11 September 2001 uit de brandende WTC torens
omlaag sprongen. Stel dat ik op zo’n moment zou zeggen: “lk vind
dat die mensen dat recht niet hebben. Zelfdoding is immers verkeerd”.
Vrijwel iedereen ziet het ongepaste – onpastorale, ongevoelige – van
zo’n afkeurende reactie in. Maar degene die betoogt dat deze mensen
een moreel recht hebben om omlaag te springen maakt evenzeer een discutabele
evaluatie. In beide gevallen is er geen oog voor de noodsituatie: er
is brand! Het wordt mensen zo heet onder de voeten dat ze springen.
Analoog hieraan kunnen we ons afvragen of de belangrijkste vraag bij
de Pil van Drion wel de vraag naar de aanvaardbaarheid van zelfdoding
op hoge leeftijd is.Weet iedereen eigenlijk niet dat zelfdoding triest,
tragisch en onwenselijk is en blijft? Misschien is de belangrijkste
vraag daarom: in wat voor samenleving zijn we beland dat sommige mensen
het niet meer volhouden? Zegt het pleidooi voor de Pil van Drion niet
meer over de eenzaamheid en de onleefbaarheid van de ouderdom dan over
het recht op zelfdoding? Is de hang naar een Pil niet een hartenkreet
ten faveure van een humaner ouderenbeleid? Hoe lang nemen wij de grenzenloze
vereenzaming van ouderen, hun sociale en maatschappelijke uitstoting
en de tekort schietende ouderenzorg nog voor lief? Niet voor niets staat
in de Tien Geboden het gebod ‘Eert uw vader en uw moeder’ nog voor het
verbod op doden.

Tenslotte zijn er naast algemeen-menselijke ook specifieke overwegingen,
dat wil zeggen overwegingen die minder breed gedeeld worden, maar daarom
niet minder belangrijk zijn. Ik doel hier met name op de gegevenheid
van het leven. De gewaarwording dat ik buiten mijn eigen wil tot stand
ben gekomen, dat ik niet mijzelf toebehoor, dat ik leef op een eilandje
van leven temidden van geestloze materie, dat ik, wat mensen ook beweren,
niet over de grens van de dood kan heenkijken, alsmede de loodzware
last die kleeft aan de beslissing om de dood direct en onomkeerbaar
te bewerkstelligen, zijn voor mij persoonlijk te pregnant om ze te kunnen
negeren. De tekst ‘Laat mij niet mijn lot beslissen: zo ik mocht ik
durfde niet’ (Lied 293:3, Liedboek der Kerken) verwoordt die ervaringen
en krijgt in het licht van recente discussies het karakter van een geuzenlied.
De sterkste begrenzing van de menselijke zelfbeschikking is, het kan
ook niet anders, religieus van aard. De vraag is gerechtvaardigd of
dit soort overwegingen, behalve dat ze voor vele mensen persoonlijk
aanleiding zijn om met een wijde boog om de Pil van Drion heen te lopen,
reden genoeg zijn om haar aan anderen te onthouden. Vermoedelijk niet.
Dat neemt niet weg dat ook die anderen de plicht hebben om de betovering
van het idee van een Pil die een einde maakt aan al je ellende, aan
een kritische evaluatie te onderwerpen. Het resultaat van dat zelfonderzoek
kon nog wel eens anders uitpakken dan sommige avant-gardisten voor enkele
jaren nog bevroedden.