NRC, 13 maart 2019, door Sander Voormolen.

Genetische manipulatie Wetenschappers pleiten in Nature voor een stop op het genetisch manipuleren van mensen. Maar wie moet dat moratorium gaan handhaven?

Vijf jaar pauze voordat er nieuwe proeven gedaan worden met crispr-baby’s. Áls we daarmee al verder gaan, want daarover moet eerst goed worden nagedacht. Een groep internationale wetenschappers roept woensdag in het blad Nature op tot een wereldwijd moratorium op erfelijke aanpassingen in het menselijk genoom. Dat wil zeggen: voorlopig geen kinderen geboren laten worden uit experimenten waarin het DNA van spermacellen, eicellen of embryo’s is gewijzigd.

De oproep is een reactie op de DNA-veranderingsproeven die de Chinese wetenschapper Jiankui He uitvoerde en waaruit de eerste genetische gemanipuleerde kinderen ter wereld werden geboren: Lulu en Nana. Met de crispr-cas-techniek bewerkte He het DNA van embryo’s van deze kinderen, in een poging ze resistent te maken tegen hiv. Bij de bekendmaking hiervan, eind november op een wetenschappelijk congres in Hongkong, reageerden wetenschappers geschokt. Niet alleen was hier een ethische grens overschreden, ook bestaat de vrees dat de crispr-cas-techniek nog niet precies genoeg is voor een ‘schone’ bewerking van het DNA. Behalve in het doelgen kunnen er ook onbedoeld op andere plekken in het genoom veranderingen ontstaan, met onvoorspelbare effecten voor de gezondheid. Zo lang dat niet is opgelost, is het niet veilig om DNA te herschrijven dat zal worden doorgegeven aan volgende generaties.

De oproep tot een moratorium is een initiatief van de Amerikaanse geneticus Eric Lander, hoogleraar aan Harvard en directeur van het Broad Institute in Boston. Wetenschappers uit zeven landen ondertekenden de oproep, waaronder crispr-wetenschappers Feng Zhang en Emmanuelle Charpentier.

Bij de ondertekenaars staat ook de biochemicus Paul Berg, die midden jaren zeventig een hoofdrol speelde bij de Asilomar-conferentie. Die conferentie wordt nog altijd gezien als een mijlpaal in het zelfregulerend vermogen van de wetenschap. In Asilomar maakten internationale wetenschappers afspraken over de toen nieuwe uitvinding van genetische manipulatie. Tot een moratorium kwam het destijds niet, maar er werden wel standaarden vastgelegd om experimenten veilig te laten verlopen en te voorkomen dat genetisch gemanipuleerde organismen uit laboratoria zouden kunnen ontsnappen. Dat is daarna de basis geworden voor regelgeving rond biotechnologie in de meeste landen ter wereld.

Het leek sciencefiction

Opvallend afwezig bij de ondertekenaars is Jennifer Doudna, net als Charpentier een van de grondleggers van de crispr-cas-technologie. Doudna pleitte in 2015 als een van de eersten voor een moratorium op toepassing van crispr bij menselijke embryo’s, maar kreeg daarvoor toen niet de handen op elkaar van het hele veld. Het leek allemaal nog zo ver weg, sciencefiction misschien zelfs. Doudna antwoordde niet op vragen van deze krant.

Volgens Paul Berg is Doudna wel gevraagd, maar sloeg ze het aanbod af omdat ze „betrokken is bij een vergelijkbare oproep vanuit de Amerikaanse National Academy of Sciences” (NAS). Dat is merkwaardig, want Nature publiceert tegelijk ook een brief waarin onder meer Marcia McNutt, president van de NAS, het initiatief van Lander c.s. ondersteunt.

Terwijl de oproepen voor een moratorium over elkaar heen buitelen, is het de vraag wie dit gaat organiseren en handhaven. „De verwachting is dat een internationale organisatie, bijvoorbeeld de Wereldgezondheidsorganisatie, deze rol op zich zal nemen”, zegt Berg. Aannemelijker vindt hij dat het per land geregeld zal worden, „via nationale gedragsregels voor wetenschappers of het strafbaar stellen ervan”. Een belangrijke rol ziet Berg weggelegd voor „groepsdruk van wetenschappers onderling” en „het aan de schandpaal nagelen” van overtreders.