Duiding door Regionale toesingscommissies
Psychisch lijden

In de eerste helft van de jaren negentig werd in verschillende rechterlijke uitspraken ruimte gecreëerd voor hulp bij zelfdoding in de psychiatrie. Cruciaal was de uitspraak van de Hoge Raad uit 1994 in de zaak – Chabot. In deze uitspraak bevestigde de Hoge Raad de al langer bestaande opvatting dat ook onaanvaardbaar en uitzichtloos psychisch lijden een basis kan vormen voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Wel sprak de Hoge Raad uit dat bij de beoordeling van dergelijke gevallen een ‘uitzonderlijk grote behoedzaamheid’ is vereist. In de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) die in 2002 in werking trad, is deze norm van de Hoge Raad uit 1994 niet genoemd, maar deze uitspraak van de Hoge Raad vormt nog steeds geldend recht. Ook de Regionale toetsingscommissies (Rte’s) hanteren deze norm.

Vereiste van uitzonderlijke grote behoedzaamheid

Bij patiënten met psychisch lijden is er verscherpte aandacht nodig bij de beoordeling van de wettelijke zorgvuldigheidseisen inzake de ‘vrijwilligheid’ en ‘weloverwogenheid’ van een verzoek om hulp bij zelfdoding, in verband met de ‘wilsbekwaamheid’. En ook het bestaan van een redelijke andere oplossing moet goed worden onderzocht. Het psychisch lijden en het verzoek om zelfdoding kan namelijk voortkomen uit een behandelbare psychische aandoening. Is de psychische aandoening genezen of hanteerbaar voor de patiënt, dan kan de doodswens zijn verdwenen. Daarnaast moeten bijzondere eisen worden gesteld aan de deskundigheid van de onafhankelijke consulent

Combinatie van lichamelijke en psychische aandoening

In het bovenstaande gaat het om patiënten die een verzoek om euthanasie doen vanwege
lijden dat samenhangt met hun psychiatrische aandoening.

Het komt ook regelmatig voor dat de lijdensdruk van de patiënt vooral door somatische aandoeningen wordt veroorzaakt, maar
de patiënt daarnaast psychische problemen heeft. Die problemen kunnen ook bijdragen aan de door de patiënt ervaren lijdensdruk. Ook in deze gevallen zullen de arts en de consulent nadrukkelijk moeten overwegen of de psychiatrische problematiek van de patiënt de vrijwilligheid
of de weloverwogenheid van zijn verzoek mogelijk in de weg staat. Als de consulent geen psychiater is, kan het ook in een dergelijk geval nodig zijn een psychiater om advies te vragen. Een sombere stemming kan overigens, onder de omstandigheden waarin het euthanasieverzoek wordt gedaan, normaal zijn en hoeft dus op zichzelf geen teken van depressie te zijn.

Beleid van de Rte's

De gezamenlijke jaarverslagen van de RTE’s en de op hun website gepubliceerde oordelen geven een beeld van de wijze waarop de commissies de wettelijke zorgvuldigheidseisen voor euthanasie, zoals opgenomen in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL), interpreteren en toepassen in geval van psychiatrische aandoeningen. De in april 2015 verschenen Code of Practice is daarbij een hulpmiddel.

Deze Code geeft een overzicht op hoofdlijnen van de aspecten, die de commissies relevant achten bij de uitoefening van hun wettelijke taak, het toetsen van meldingen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

Koppeling naar wet
Koppeling naar Rijksoverheid: documenten over Levenseinde en euthanasie

Jurisprudentie