Thema’s aangaande mensenrechten

Duiding
Mensenrechten en het belang ervan

De rechten van de mens, of kortweg de mensenrechten, zijn rechten die ieder mens toekomen, waar ook ter wereld. Mensenrechten zijn er om mensen te beschermen tegen de macht van de staat en moeten ervoor zorgen dat iedereen kan leven in menselijke waardigheid.

Mensenrechten leggen aan de overheden ‘negatieve verplichtingen’ op. Dat zijn verplichtingen om bepaalde handelingen niet te doen en daardoor geen mensenrechten te schenden. Daarnaast leggen mensenrechten ook ‘positieve verplichtingen’ op die staten opdragen om zich juist in te spannen en actief bepaalde maatregelen te treffen.

Welke mensenrechten zijn er?

Er zijn veel verschillende mensenrechten. Deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in verdragen van internationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de Europese Unie. Daarnaast zijn mensenrechten vastgelegd in nationale grondwetten, waaronder de Nederlandse Grondwet. Daarin worden ze vaak ‘grondrechten’ genoemd.

In totaal zijn er wel zo’n negentig mensenrechten. Deze zijn onder te verdelen in: ‘klassieke mensenrechten’, waar onder burgerrechten of politieke rechten. Voor het werkgebied van de Juristenvereniging Pro Vita zijn vooral algemene en integriteitsrechten van belang, zoals het recht op leven, bescherming van kwetsbare groepen, bescherming van de persoon en diens privacy, huis en familieleven.

Naast de groep ‘klassieke mensenrechten’ bestaat de groep ‘sociale- en economische rechten’, zoals het recht op gezondheidszorg, en de groep ‘culturele- en collectieve rechten’.

Menselijke waardigheid en de waarde van het menselijk leven

De Juristenverening Provita (JPV) houdt zich vooral bezig met het grondrecht van de ‘menselijke waardigheid’ en de ‘waarde van het menselijk leven’ (EVRM, BUPO, ea.), daarnaast specifiek met ‘het recht op leven’ in verhouding met ‘autonomie ofwel zelfbeschikking’ en het ‘recht op privacy’. Dit gaat over de klassieke grondrechten.

Recht op gezondheidszorg en gezondheidsrecht

Onder de groep sociale en economische grondrechten kan het ‘recht op gezondheidszorg’  en het rechtsgebied van ‘het gezondheidsrecht’ worden geschaard. Gezondheidszorg moet aan eisen van kwaliteit voldoen, beschikbaar en financieel toegankelijk zijn, ook al zijn aan het recht op gezondheidszorg grenzen. Art. 22 van de Grondwet stipuleert een rol voor de overheid op dit gebied. De verdeling van beschikbare gezondheidszorg is problematisch, omdat het een schaars goed betreft. Het gaat niet alleen om geldmiddelen, maar ook om de toedeling van het beschikbare personeel en ‘organen’. Het recht heeft de taak een bijdrage te leveren aan rechtvaardige verdeling.

Het gezondheidsrecht is een rechtsgebied dat met name sinds de vijftiger jaren tot ontwikkeling is gekomen. Door allerlei factoren, zoals de ontwikkeling in de medische wetenschap en technologie en maatschappelijke veranderingen in de gezondheidszorg, is de gezondheidszorg een publieke aangelegenheid geworden. Vroeger was de gezondheidszorg vooral een zaak van artsen. Diep ingrijpende activiteiten door bijvoorbeeld medische- en technologische ontwikkelingen, die de mens in zijn fundamenten kan raken, riepen de wens op tot bescherming. Het beschikken over zichzelf  kwam steeds meer onder druk te staan, ook door o.a. de afhankelijkheid -als patiënt- van het gezondheidszorgsysteem en van hulpverleners.

Het zelfbeschikkingsrecht van de mens -als individueel rechtsbeginsel- is in de gezondheidszorg dan ook sterk gegroeid.  Ook al kan de staat beperkingen aan het zelfbeschikkingsrecht van de mens aanleggen, daarmee wordt de oorspronkelijkheid van dat recht niet aangetast.

Het thema ‘patiëntenrechten’, waaronder  het opstellen van de ‘wilsverklaring’ is een aspect van het gezondheidsrecht.

Biogeneeskundeverdrag voor de gezondheidszorg

Het Biogeneeskundeverdrag is een mensenrechtenverdrag voor de gezondheidszorg, waarin de belangrijkste uitgangspunten voor de biogeneeskunde en de rechten van patiënten zijn geformuleerd. De Bio-ethiek is een tak van de moraalwetenschap, die zich bezighoudt met de ethische aspecten van menselijke ingrepen in het menselijk leven. Het behandeld vooral vraagstukken in verband met euthanasie, abortus provocatus, in-vitrofertilisatie, genetische manipulatie en dergelijke.

Dit verdrag werd opgesteld door de Raad van Europa in 1997, om om de mensenrechten in de gezondheidszorg te waarborgen en een grotere eenheid tussen de 47 lidstaten te bereiken.

Wet- en regelgeving

VN-UVRM

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) (Art. 1, 2, 3, 5, 12 en 25)
Verdrag inzake rechten van de mens en biogeneeskunde

VN-Verdragen

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) (Art. 6, 7, 9, 10, 17, 19 en 26)
Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR) (Art. 2 en 12)
Niet bindend, wel gezaghebbend: VN-Beginselen voor Ouderen
VN-verdrag handicap

Raad van Europa

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (Art. 2 – 5, 8, 9 en 14)
Europees Sociaal Handvest (ESH) (Art. 4, 11, 13, E)
Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde (Biogeneeskundeverdrag) (Art. 3, 5-10)

Europese Unie

Handvest van de Grondrechten (Art. 1 – 4, 6, 7, 21 en 35)

Jurisprudentie

Jurisprudentie volgt later

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken