Thema’s aangaande Levensbegin (berichten)

Het taboe op abortus heeft twee kanten

Friesch Dagblad, 02 juli 2018, pagina 10. Auteur: Arthur Alderliesten is directeur van de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind   Feminisme lijkt wat terug van weggeweest. Dat betekent ook vernieuwde aandacht voor…

Friesch Dagblad, 02 juli 2018, pagina 10.

Auteur: Arthur Alderliesten is directeur van de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind

 

Feminisme lijkt wat terug van weggeweest. Dat betekent ook vernieuwde aandacht voor abortus. De VBOK plaatst een aantal kanttekeningen.

Het essay van Jennie Barbier in de Volkskrant van 15 juni legt ook de koppeling tussen feminisme en abortus. Abortus is verworden tot icoon van vrouwenrechten en daarom is Barbier bang. Bang dat het recht op abortus wordt afgepakt, waarvoor juist hard is gevochten door vroegere generaties feministen. Met bijna jaloerse blikken richting Ierland en Argentinië waar nu ‘overwinningen’
worden behaald in het legaliseren van abortus, ziet ze in Nederland het taboe op abortus alleen maar toenemen. Een paar kanttekeningen bij haar analyse. Eenzijdigheid Het siert Jennie Barbier dat ze openlijk spreekt over haar persoonlijke ervaring met abortus. Dat het ingrijpend is blijkt ook uit haar verhaal. Maar Barbier benadert het vraagstuk van eenzijdig: die van de vrouw en haar recht. Laten we het ook eens hebben over de ander die in het geding is: het ongeboren kind. Heel veel mensen vinden het menselijk leven vanaf het prilste begin beschermwaardig. Hoe je het wendt of keert: abortus provocatus beëindigt ongeboren menselijk leven, geeft het kind niet de kans geboren te worden.

Kritiek is nog geen taboe

Voor Barbier is elke reden voor een abortus legitiem. De Nederlandse wet echter ademt een andere geest. Die zegt dat iedere afbreking van zwangerschap met zorgvuldigheid moet worden genomen en alleen wanneer de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt (Wet afbreking zwangerschap, artikel 5). Deze zorgvuldigheid is ingebouwd omdat abortus een ingrijpende beslissing is. Dat het geen gewone medische ingreep is, blijkt er wel uit dat de wetgeving onderdeel is van het strafrecht. Het is daarom niet vreemd dat de Barbier constateert dat financiële of
andere praktische overwegingen om tot abortus over te gaan maatschappelijk niet op volledige steun kunnen rekenen. De wetgeving en het moreel besef in de samenleving liggen blijkbaar in elkaars verlengde. Barbier constateert dat er een banale, alledaagse werkelijkheid schuilt achter de ongeveer dertigduizend abortussen die jaarlijks in Nederland worden uitgevoerd. Een aspect van die banale werkelijkheid is dat in bijna de helft van het aantal abortussen financiën een rol speelt (overigens vrijwel altijd in combinatie met andere factoren). Redenen waaraan iets te doen is.
Redenen die een abortus volgens de constructie van de wet geen legitimatie vormen, wanneer deze overkomelijk zijn. En in de praktijk van de hulpverlening blijken dergelijke noodsituaties dikwijls oplosbaar te zijn. Dat komt het ongeboren kind ten goede, maar is ook blijk van goede zorg voor vrouwen.

Psychologische gevolgen

‘De vrouwen die ik sprak over abortus gingen niet van schuld of spijt’, schrijft Barbier. Logisch, ze zit in haar eigen progressieve bubbel, zo schrijft ze zelf al.

Maatschappelijk werkers die dagelijks te maken hebben met abortusproblematiek kennen ook de andere kant. Dagelijks spreken zij vrouwen die zoeken naar verwerking van gevoelens van schuld, spijt en schaamte. Uit het Rutgersonderzoek Seksuele gezondheid in Nederland 2009 bleek dat vier van de tien ondervraagde vrouwen geen negatieve gevolgen van een abortus ondervinden. Daarnaast staan echter zes van tien vrouwen die die wél ervaren. Zij kampen met psychosociale klachten als depressie, boosheid, spijt of schaamte. Hoe helpen we deze vrouwen verder? Door de gevoelens te erkennen of ontkennen? Iedere vrouw ervaart een abortus anders. Zeg haar niet hoe ze dat moet doen. Zo doorbreken we het taboe.

Hoe doorbreken we het taboe?

Barbier kreeg het gevoel dat het gepaster was om over haar abortus te zwijgen: ‘fluistercultuur werkt taboe in de hand’. Ik stem in met haar gedachte dat het helpt om het taboe op het spreken over abortus te doorbreken. Daarom twee vragen om het gesprek verder te brengen:
1. Kan het zo zijn dat juist het continue gehamer op abortus als recht van de vrouw mede het taboe in stand houdt? Want hoe moeilijk is het voor vrouwen om te zeggen dat ze spijt hebben van een abortus, omdat juist dát het icoon is geworden van het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw?
2. Wat is goede (postabortus) begeleiding? Waarmee wordt een vrouw werkelijk geholpen en hoe helpt het doorbreken van het taboe

Reacties uitgeschakeld voor Het taboe op abortus heeft twee kanten

De intenties van embryokweek zijn lovenswaardig, de consequenties niet

Auteurs: Theo Boer en Arthur Alderliesten;  TROUW, 25 juni 2018, opinie / rubriek ethiek. Het verbod op het kweken van embryo’s is er niet voor niets, betogen Theo Boer, hoogleraar Ethiek van…

Auteurs: Theo Boer en Arthur Alderliesten;  TROUW, 25 juni 2018, opinie / rubriek ethiek.

Het verbod op het kweken van embryo’s is er niet voor niets, betogen Theo Boer, hoogleraar Ethiek van de zorg aan de Theologische Universiteit Kampen, en Arthur Alderliesten, directeur van de VBOK, de organisatie die zich inzet voor de bescherming van het ongeboren kind.

Wetenschappers pleiten hartstochtelijk voor het toestaan van embryokweek. Tijdens een zitting in de Tweede Kamer stelden zij dat deze stap nodig is om ‘kinderziekten’ bij ivf weg te kunnen nemen. Door onderzoek met embryo’s hoopt men de kweekvloeistoffen die bij ivf nodig zijn, te vervolmaken. Een te laag geboortegewicht bij ivf-baby’s zou dan tot het verleden behoren. Ook hoopt men op termijn het aantal geslaagde ivf-behandelingen te kunnen verhogen, wat zou leiden tot minder verspilling van embryo’s.

Genetische aandoeningen

Maar deze beperkte toepassingen lijken nog maar het begin. Coen Brummer verdedigde op de website van Trouw eerder het gebruik van kweekembryo’s ten behoeve van genetische modificatie bij embryo’s. Daardoor zouden we genetische aandoeningen kunnen genezen.

Hoewel we de intenties lovenswaardig vinden, hebben wij moeite met de middelen en de consequenties.

Een embryo is menselijk leven. Wanneer we niet ingrijpen door abortus of het niet gebruiken als onderzoeksmateriaal, en de natuur het niet afstoot, dan groeit er uit dat klompje cellen een mens. Een uniek menselijk organisme met de codes voor geslacht, haarkleur, uiterlijk en karakter. Dat is niet bedoeld om te eindigen als onderzoeksmateriaal, maar om zich te ontwikkelen en geboren te worden.

Het lijkt ons bovendien onwaarschijnlijk dat de kweek van embryo’s beperkt zal blijven tot genoemde toepassing van ivf-verbetering. Alom pleiten wetenschappers voor het toestaan van experimenten met het genetisch bewerken van een embryo d.m.v. de CRISPR-CAS9-methode. Hiermee wordt het mogelijk om een stukje ‘ziek’ DNA uit een cel te knippen en te vervangen door niet-aangedaan DNA. Idealiter kunnen hiermee erfelijke aandoeningen worden voorkomen, maar het is onduidelijk of het ooit veilig zal zijn om veranderingen aan te brengen in het erfelijk materiaal in de kiembaan. Deze veranderingen zijn bovendien permanent en worden, met bijwerkingen, doorgegeven aan volgende generaties.

Doel heiligt niet alle middelen

Ons laatste bezwaar betreft de gevolgen van deze technologieën voor de samenleving. Als menselijk leven zozeer geïnstrumentaliseerd wordt, wat zegt dat over ons respect voor ‘leven aan de rand’ – beginnend, eindigend, gekwetst, wilsonbekwaam? Leed voorkomen is een kenmerk van een cultuur bij uitstek, maar een beschaving kenmerkt zich ook door de kunst om je ambities ‘bij te schaven’. Het doel heiligt niet alle middelen. Technologische aspiraties kunnen ons afleiden van de kunst om met het bestaan in al zijn grilligheid om te gaan. Bovendien dragen deze ontwikkelingen verder bij aan de visie dat kinderen een ‘project’ worden.

Om deze redenen bepleiten wij een instandhouding van het verbod op het kweken van embryo’s. Voorstanders van embryokweek betogen dat we door het gebruik van embryo’s die bij ivf overblijven toch al menselijk leven instrumenteel gebruiken. Dat klopt. We bepleiten daarom dat er bij ivf niet meer embryo’s worden gecreëerd dan er kans hebben om in de baarmoeder geplaatst te worden. Maar ook restembryo’s zijn toch in principe gecreëerd vanuit de oprechte intentie dat zij kans maken geboren te worden. Bij gekweekte embryo’s is die mogelijkheid op voorhand bewust afgesloten. Dat betekent een nog verder gaande instrumentalisering van menselijk leven. Die kant moeten niet op willen.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor De intenties van embryokweek zijn lovenswaardig, de consequenties niet

Het embryo: ondefinieerbaar bijzonder

Prof. dr. Theo A. Boer, position paper ter gelegenheid van het rondetafelgesprek van de TK, inzake de Embryowet, op 4 juni 2018; Groningen/Kampen/Utrecht, 23 mei 2018 Het embryo: ondefinieerbaar bijzonder…

Prof. dr. Theo A. Boer, position paper ter gelegenheid van het rondetafelgesprek van de TK, inzake de Embryowet, op 4 juni 2018; Groningen/Kampen/Utrecht, 23 mei 2018

Het embryo: ondefinieerbaar bijzonder

Wat een embryo precies is – behalve in biologische zin – weten we niet en zullen we waarschijnlijk ook nooit weten. De biologie en de embryologie zijn niet in staat om op normatief-antropologische vragen antwoorden te geven. Wat we slechts weten is dat we aan mensen een unieke en onvervreemdbare onaantastbaarheid toekennen, en wat we ook weten is dat embryo’s aan hun begin staan (sommigen zeggen: ‘zij ontwikkelen zich tot mens’, anderen ‘zij ontwikkelen zich als mens’). Menselijke embryo’s hebben een waarde die is verbonden met de oneindige waarde die we aan mensen toekennen. De combinatie van deze onzekerheid én van de intuïtie dat er met menselijke embryo’s iets bijzonders aan de hand is, is door de jaren heen en nog steeds, in Nederland en daarbuiten, reden om met bijzondere behoedzaamheid met embryo’s om te gaan. De Embryowet is er niet voor niets, en de rondetafel over de eventuele verruiming van de Embryowet evenmin. Er staan waarden op het spel waar we de vinger niet achter krijgen. Bij alle diversiteit tussen ethici op dit terrein zou je bijna vergeten dat we op dit punt ook veel gemeenschappelijks hebben. Die waarde heet: beschermwaardigheid.

Erfelijke aandoeningen opsporen, verhelpen

Nog een punt van overeenkomst is het streven om ziekten (in dit geval ziekten en aandoeningen die genetische wortels hebben) te voorkomen, te genezen en draaglijk te maken. Dat is naast onderzoek naar verbetering van de fertiliteit het belangrijkste motief achter embryo-onderzoek. Die goede intentie staat hier niet ter discussie.

Waar het ethisch wel schuurt, zijn de volgende punten:

  • In hoeverre rechtvaardigt het nastreven van de ene waarde het zuiver instrumenteel gebruik van de andere waarde? Moet de Kantiaanse imperatief ‘nooit een mensenleven zuiver als instrument beschouwen’, mutatis mutandis niet ook op onderzoek met individueel menselijk leven in zijn beginstadium worden toegepast? Wij hebben er in Nederland voor gekozen om onderzoek met vroege embryo’s onder zeer strikte voorwaarden toe te staan. Het is zinvol om ons te realiseren dat op dit punt ook de bestaande praktijk al een compromis is waarvan Kant zich waarschijnlijk in zijn graf zou omdraaien.
  • Genetische modificatie op het niveau van de kiembaan (één van de belangrijkste vormen van door embryologen gewenst onderzoek) is in het verleden breed afgewezen en nog altijd wil ik pleiten voor deze terughoudendheid. Ingrijpen in de kiembaan betekent ingrijpen in het mysterie van iemands persoonlijke identiteit. De ene generatie gaat nóg nadrukkelijker dan voorheen bepalen hoe toekomstige generaties eruit zullen zien. Culture zet zijn zegetocht op nature Bovendien zullen de eerste kinderen die uiteindelijk na dit onderzoek tot stand komen, feitelijk een generatie proefpersonen zijn, die voor dit onderzoek geen toestemming hebben kunnen geven en wel de eventuele (wellicht ingrijpende) gevolgen en ongewenste bijeffecten van genetisch ingrijpen moeten ondergaan.
  • Het bestaande moratorium op het kweken van embryo’s speciaal voor onderzoek legt onderzoekers die over meer dan alleen restembryo’s na IVF willen beschikken, beperkingen op. Toch is het zinvol om ons te realiseren dat ook het toestaan van het gebruik van restembryo’s al het resultaat is van een maatschappelijk compromis tussen botsende waarden.
  • Onvoldoende is bekend over de gevolgen van embryo-onderzoek op de langere termijn. Wanneer wij onderzoek doen met en aan embryo’s, hetzij voor diagnostiek, hetzij met het oog op in te grijpen in het genetisch materiaal, zullen de gevolgen zich dan beperken tot het verhelpen van ziekten of zullen zich op termijn ook andere doelen aandienen? Biologisch gesproken is de grens tussen bestrijding van ziekten en mensverbetering flinterdun. In de media wordt regelmatig de indruk gewekt dat we met behulp van genetisch onderzoek op termijn een ziektevrije samenleving kunnen creëren. (Vergelijk wat Dorien Pessers ‘verlossingsfantasieën’ noemt.) Dat kan leiden tot overspannen verwachtingen en een té groot credit voor genetisch onderzoek met embryo’s.
  • Veelvuldig wordt verwezen naar het feit dat Nederland op dit terrein niet wil achterlopen. Mij interesseert de vraag naar de empirische basis. In hoeveel van de ruim 200 landen in de wereld wordt anno 2018 embryo-onderzoek verricht waarbij de onderzoekers over meer middelen en ruimere wettelijke kaders kunnen beschikken dan Nederland?
  • Gezien het feit dat embryo-onderzoek moreel gevoelig ligt, is een van de zeer belangrijke vragen of alle mogelijkheden tot alternatief onderzoek al zijn uitgeput. Concreet is te denken aan onderzoek met behulp van dierlijke embryo’s en onderzoek met pluripotente stamcellen.
  • De suggestie dat Nederland ‘niet achter moet lopen’ suggereert dat ruimere mogelijkheden van onderzoek met menselijke embryo’s een vorm van vooruitgang zijn. Dat moge zuiver technisch zo zijn, maar daarmee is nog allerminst de vraag beantwoord of dit ook cultureel een vooruitgang is. Een cultuur (be-schaving) kenmerkt zich behalve door ontwikkeling en ontdekking immers steeds ook door terughoudendheid.

 

De position papers van de overige deelnemers aan het ronde tafelgesprek zijn te vinden op de website van de Tweede Kamer:

 

 

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Het embryo: ondefinieerbaar bijzonder

Het abortuscijfer is het hoogst in de provincies Flevoland gevolgd door Noord- en Zuid-Holland

Abortusregistratie Nederland, 23 maart 2018   Het abortuscijfer is het hoogst in de provincies Flevoland gevolgd door Noord- en Zuid-Holland, met meer dan 11 zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen van 15-44…

Abortusregistratie Nederland, 23 maart 2018

 

Het abortuscijfer is het hoogst in de provincies Flevoland gevolgd door Noord- en Zuid-Holland, met meer dan 11 zwangerschapsafbrekingen per 1.000 vrouwen van 15-44 jaar. #abortus https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/seksueel-risicogedrag/regionaal-

 

Reactie Nederlandse Patientenvereniging (NPV): en dan besef je dat ‘abortus’ weinig te maken heeft met zelfbeschikking, maar alles met invloed omgeving: druk/dwang of ontbreken sociale steun, aanbod abortusklinieken en etniciteit.

Reacties uitgeschakeld voor Het abortuscijfer is het hoogst in de provincies Flevoland gevolgd door Noord- en Zuid-Holland

Elk jaar 500 Belgische vrouwen naar Nederland voor ‘late’ abortus

Gazet van Antwerpen, 15 maart 2018

Volgens de Belgische wet is abortus toegestaan tot 12 weken na de bevruchting, met een verplichte wachttijd van zes dagen.
In Nederland is abortus tot 24 weken toegestaan onder bepaalde voorwaarden. Dit geeft aanleiding voor buitenlandse vrouwen om in Nederland abortus te laten uitvoeren. Elk jaar komen ongeveer 500 Belgische vrouwen naar Nederland voor zwangerschaps-afbreking (abortus) na 12 weken te laten uitvoeren, zie artikel hieronder.

Reacties uitgeschakeld voor Elk jaar 500 Belgische vrouwen naar Nederland voor ‘late’ abortus

Abortuspil via huisarts: onzorgvuldig voor de vrouw, respectloos voor het kind

Door Arthur Alderliesten – Directeur VBOK, 22 februari 2018. In het initiatief wetsvoorstel voor de abortuspil via de huisarts hebben GroenLinks en PvdA te weinig oog voor de complexe keuze waarvoor…

Door Arthur Alderliesten – Directeur VBOK, 22 februari 2018.

In het initiatief wetsvoorstel voor de abortuspil via de huisarts hebben GroenLinks en PvdA te weinig oog voor de complexe keuze waarvoor de vrouw staat. De huisarts heeft niet de tijd noch de expertise die nodig is om de onbedoeld zwangere vrouw te begeleiden. Een pleidooi voor meer zorgvuldigheid voor de vrouw en bescherming van het ongeboren kind.

Waar het om gaat- Abortuspil bij de huisarts

Het initiatief wetsvoorstel van GroenLinks en PvdA om de abortuspil beschikbaar te stellen via de huisarts is verrassend. Ten eerste, omdat de regerende partijen rond het regeerakkoord besloten een streep te zetten door het eerdere wetsvoorstel over de abortuspil van minister Schippers [2]. Ten tweede krijgt het ongeboren leven te weinig aandacht. Drie belangrijkste punten van kritiek op de initiatiefwetgeving (eerdere kritiekpunten kunt u hier en hier lezen):

Vrouw verdient meer begeleiding dan een huisarts kan bieden

Het is zeker niet per definitie slecht wanneer een huisarts betrokken is bij een vrouw die onbedoeld zwanger is. Het vraagt wel extra inzet en deskundigheid. Het Nederlands genootschap voor abortusartsen (NGvA) is daarom kritisch. In haar Richtlijn begeleiding van vrouwen die een zwangerschapsafbreking overwegen’ schrijft ze dat huisartsen vaak niet de juiste kennis hebben om een vrouw goed te begeleiden . De NGvA geeft aan dat het een forse uitdaging zal zijn voor huisartsen om dezelfde kwaliteit te leveren bij o.a. termijnbepaling, bereikbaarheid en keuzemogelijkheden als abortusklinieken en ziekenhuizen. 

Beraadtermijn

Voor een abortus geldt een beraadtermijn van vijf dagen, behalve als het gaat om een overtijdbehandeling (voor 9 weken) met bijvoorbeeld de abortuspil. De Raad van State drong bij het eerdere wetsvoorstel aan op het handhaven van deze beraadtermijn, ook bij de abortuspil via de huisarts. GroenLinks en PvdA beroepen zich nu op de huisartsenvereniging LHV om het tegenovergestelde te beweren. Zij stellen dat het “uit medisch, psychologisch en sociaal oogpunt wenselijk is dat vrouwen die een overtijdbehandeling willen dit met een zo kort mogelijke vertraging kunnen doen.” Dat is echt de omgekeerde wereld. Het is juist belangrijk om zorgvuldig een keuze te maken en niet aan te sturen op een snelle beslissing. Dat is precies waarvoor de beraadtermijn in het leven is geroepen. De VBOK ziet daarom graag dat de overtijdbehandeling onder de wet afbreking zwangerschap valt, zodat ook de beraadtermijn geldt. Dát is recht doen aan de complexe keuze waar de vrouw voor staat.

Ongeboren menselijk leven

Het woordje ‘vrouw’ komt 42 keer voor. De woorden ‘embryo’, ‘kind’, ‘foetus’ en ‘ongeboren’ niet één keer. Daarmee is veel gezegd. Zoekt de wet afbreking zwangerschap nog de precaire balans tussen het belang van de vrouw en het ongeboren kind, GroenLinks en PvdA hebben hier geen oog voor. Dat is kwalijk. Ze geven aan de pro-life-gedachte te respecteren omdat het wetsvoorstel abortus niet aanmoedigt, bevordert of verplicht. Dat lijkt me de meest smalle opvatting van beschermwaardigheid van het ongeboren leven die je maar kunt bedenken.

Het ongeboren menselijk leven verdient meer respect. Het verdient bescherming tegen keuzes die wellicht in blinde paniek worden genomen, in rap tempo gefaciliteerd door de huisarts met een volle wachtkamer hijgend in haar nek.

[2] Het kan politiek gezien nog spannend worden. Het opiniepanel-eenvandaag onderzocht het maatschappelijk draagvlak voor de voorgestelde wijziging. 63 procent spreekt zich uit voor een wetswijziging, dus voor het verstrekken van de abortuspil door de huisarts. 23 procent is tegen; 14 procent heeft geen mening. Ook binnen de achterbannen van de coalitiepartijen is een meerderheid voor.

Reacties uitgeschakeld voor Abortuspil via huisarts: onzorgvuldig voor de vrouw, respectloos voor het kind

Zwangere als speelbal in politiek spel rond abortuspil

NPV / zorg voor het leven, 23 februari 2018 Auteur: Elise van Hoek-Burgerhart is manager beleidsbeïnvloeding   Groen Links en de PvdA vinden dat de huisarts voortaan de abortuspil moet…

NPV / zorg voor het leven, 23 februari 2018

Auteur: Elise van Hoek-Burgerhart is manager beleidsbeïnvloeding

 

Groen Links en de PvdA vinden dat de huisarts voortaan de abortuspil moet kunnen verstrekken. In een initiatiefwet stellen deze partijen dat een vergunning, zoals die voor abortusklinieken geldt, niet nodig is. De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) steunt dit plan.

De idee dat de abortuspil een makkelijk te slikken pil is en een abortus eenvoudiger maakt in vertrouwde handen bij de eigen huisarts, is een misverstand. De ‘abortuspil’ (Sunmedabon) is geen pil maar een proces, met meerdere handelingen en beslismomenten.  Eerst is een gesprek nodig met de huisarts. Is er sprake van een noodsituatie of zijn er alternatieven? Dan kiest de vrouw: een abortuspil of een zuigcurettage bij een abortuskliniek. Daar wordt een echo gemaakt om de zwangerschapsduur vast te stellen. Vervolgens moet ze terug naar de huisarts, die de echo bekijkt en dan de abortuspil voorschrijft. De vrouw slikt de eerste pil (mifepriston) die de groei van het ongeboren leven in haar stopt. Na 36 tot 48 uur moet ze terugkomen bij haar arts. In deze tijd sterft het embryo. Vervolgens moeten er – onder begeleiding van een professional – 4 pillen vaginaal (misoprostol) worden ingebracht. Kort daarop krijgt de vrouw buikkrampen en bloedverlies. Dit kan hevig en pijnlijk zijn. Binnen vier uur wordt het embryo uitgestoten. Het bloedverlies houdt ongeveer één week aan. Toch is dit bloedverlies geen garantie dat de zwangerschap voorbij is. Na drie weken volgt een nacontrole. Als blijkt dat de zwangerschap niet afgebroken is en het embryo nog leeft, of als er resten zijn achtergebleven, wordt haar alsnog een abortus via een curettage aangeboden.

De steun van de LHV voor de abortuspil is opmerkelijk. ‘De spreekkamer van huisartsen zit veel te vol voor nog meer taken’, zei de beroeps­vereniging nog geen jaar geleden in Trouw. ‘Als het kabinet zo graag wil dat wij taken overnemen van het duurdere ziekenhuis, moet de nu al overbelaste huisarts daarvoor ook ruimte krijgen’, aldus de huisartsen. Ook vindt de LHV de juridische eisen van de abortuswet (Waz) te veel gevraagd. Huisartsen moeten dan immers een vergunning aanvragen om de abortuspil te mogen verstrekken.

Regeerakkoord

Geen abortuspil bij de huisarts, besloten VVD, CDA, D66 en CU toen zij spraken over het regeerakkoord. Minister Schippers sprak eerder al ondubbelzinnig uit dat eerst een wetswijziging nodig is om vroege, medicamenteuze abortus door de huisarts te legaliseren. Wat drijft PvdA en GroenLinks nu met een wetsvoorstel te komen? Politieke profilering? Angst voor Women on Waves, die artsen tijdens een cursus wil vertellen hoe ze de pil kunnen voorschrijven? Druk vanuit de LHV en de artsenfederatie KNMG, die al sinds 2008 pleiten voor verkrijgbaarheid van de pil?

De abortuswet vraagt dringend om een evaluatie. De wet bestaat inmiddels ruim 35 jaar en is één keer geëvalueerd. Dit is opmerkelijk, omdat het om een beladen onderwerp gaat dat de jure nog altijd strafbaar, tenzij er sprake is van een noodsituatie. De euthanasiewet bijvoorbeeld wordt iedere vijf jaar geëvalueerd. In maart 2016 zegde minister Schippers al toe de abortuswet te evalueren. Minister de Jonge wil voor zomer 2018 de onderzoekers aan het werk zetten, zodat in 2020 het evaluatierapport beschikbaar is. De Jonge kan de lobbyisten voor de abortuspil daarop wijzen. Het belang van de vrouw en haar ongeboren kind moeten leidend zijn, niet de scoredrift van politieke partijen.

 

Reacties uitgeschakeld voor Zwangere als speelbal in politiek spel rond abortuspil

Opnieuw wetsvoorstel abortuspil via huisarts

Medische Contact, 21 februari 2018 Auteur: Simone Paauw (1978), ze werkt sinds april 2008 als journalist en webredacteur bij Medisch Contact. GroenLinks en de PvdA willen dat huisartsen de abortuspil…

Medische Contact, 21 februari 2018

Auteur: Simone Paauw (1978), ze werkt sinds april 2008 als journalist en webredacteur bij Medisch Contact.

GroenLinks en de PvdA willen dat huisartsen de abortuspil tóch mogen verstrekken. In een door beide fracties ingediend nieuw wetsvoorstel hoeven huisartsen niet individueel een vergunning aan te vragen, wat administratieve rompslomp scheelt, stellen de indieners.

Voormalig minister van VWS Edith Schippers stond al positief tegenover de verstrekking van de abortuspil door de huisarts. Maar het nieuwe kabinet veegde, buiten het coalitieakkoord om, haar plannen in oktober van tafel, omdat deze te veel administratieve lasten voor huisartsen met zich mee zouden brengen, die zich er namelijk voor zouden moeten certificeren.

Volgens het nieuwe wetsvoorstel van PvdA en GroenLinks hoeven huisartsen die de abortuspil willen verstrekken geen vergunning aan te vragen. De indieners stellen voor dat huisartsen via een uitzonderingsbepaling in de wet gemachtigd kunnen worden een medicamenteuze afbreking van de zwangerschap uit te voeren. Door zo’n strafgronduitsluiting wordt bewerkstelligd dat huisartsen niet meer strafbaar zijn indien ze een medicamenteuze afbreking van de zwangerschap verrichten. De beroepsgroep moet daarbij zorgen voor adequate scholing, voor samenwerking met relevante professionals en voor wettelijk vereiste rapportage. Voor de scholing heeft het Nederlands Huisartsen genootschap (NHG) als een scholingspakket samengesteld, aldus de indieners van het initiatiefwetsvoorstel. Doordat er geen vergunning hoeft te worden aangevraagd én omdat het aantal behandelingen per huisarts niet zeer groot zal zijn, verwachten de indieners geen substantiële  verhoging van de administratieve lastendruk voor huisartsen.

Keuzevrijheid

De twee fracties vinden het belangrijk dat de keuzevrijheid van vrouwen die tot negen weken zwanger zijn toeneemt. Nu kunnen zij voor zwangerschapsafbreking alleen terecht in een abortuskliniek of ziekenhuis. Dat zou uitgebreid worden met de mogelijkheid van behandeling bij de huisarts, die voor veel vrouwen een vertrouwde en laagdrempelige zorgprofessional is, en waar ze vaak toch al komen voor een doorverwijzing.

De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) staat positief tegenover het wetsvoorstel, zegt een woordvoerder. ‘Wij waren al vóór verstrekking van de abortuspil door de huisarts, omdat het NHG heeft geconstateerd dat huisartsen deze behandeling prima kunnen uitvoeren. Maar in het vorige wetsvoorstel was nog veel ruimte voor interpretatieverschillen over het wettelijk kader én het bracht een enorme lastenverzwaring met zich mee voor huisartsen, vanwege de vergunningsplicht. In dit nieuwe wetsvoorstel is het voor huisartsen niet verplicht medicamenteuze zwangerschapsafbreking uit te gaan voeren, maar voor de huisartsen die dit wel willen is de keuze eenvoudiger. In plaats van een vergunningstraject te doorlopen, kunnen ze een laagdrempeliger scholing volgen.’

Reacties uitgeschakeld voor Opnieuw wetsvoorstel abortuspil via huisarts

Why are animals more important than unborn children?

The Spectator, 14 februari 2018 Auteur:  Ross Clark ‘Hoe kan het dat we zwijmelen over babykuikens, kalveren, puppy’s en de rest, en toch compleet onverschillig lijken voor de grootschalige vernietiging…

The Spectator, 14 februari 2018

Auteur:  Ross Clark

‘Hoe kan het dat we zwijmelen over babykuikens, kalveren, puppy’s en de rest, en toch compleet onverschillig lijken voor de grootschalige vernietiging van menselijke foetussen?’

 

Most of the time I feel perfectly at ease in my own country, and that would be the case had we voted Brexit or Remain, Theresa May or Jeremy Corbyn. But just occasionally Britain seems to me an utterly alien place – bizarre even. Today, Jeremy Corbyn launched his manifesto for pets. He wants to ban foie gras, make it mandatory for motorists to report that they have run over and killed cats, and pass a law giving tenants the right to keep a pet. I don’t suspect that he will encounter a great deal of opposition on these things – bar a token protest on the last from buy-to-let investors. Fox hunting aside, no political party in recent times has come to much harm by doing something to help furry, feathery or scaly animals. In the past 20 years, we have had animal laws by the dozen, controlling the use of animals in circuses and in advertising campaigns, laws against sow stalls and numerous others.

This would all be fine – I can’t say I have a problem with much of the above – if it weren’t for the utter refusal on the part of our main political parties to even discuss what seems to me a far more pressing issue for human beings: the rights of unborn children. With the honourable exception of Jacob Rees-Mogg, when did you last hear a frontline politician or even backbench MP dare to even ask whether our laws on abortion, and the practice of them, ought to be reformed (reformed, that is, in the direction of making it harder to have an abortion)? There seems to be an unwritten rule in politics that the issue must not be discussed, and that anyone holding views which are disapproving of current practice on abortion must be dismissed as an extremist or religious nutter. This is in spite of obvious evidence that abortion as conducted in Britain is completely at odds with the word of the law. Under the 1967 act that legalised abortion, it is clearly stated that it is only supposed to be used in situations where the mother’s physical or mental health is at risk or if the baby were to be born seriously handicapped. Few would even pretend that abortion is being restricted to these cases. It is over 20 years ago now, but the first question my wife’s GP asked her when she said she thought she was pregnant was: do you want the baby? There is little getting away from it: social abortion is routine in Britain, even though it is illegal. The law supposedly preventing it is treated with the same contempt as archaic laws ordering us to do archery practice.

There seems to me to be something desperately wrong here. A Martian looking at us from the outside might well conclude that it is a committee of animals which sets the terms of our political debate. How can it be that we swoon over baby chicks, calves, puppies and the rest, and yet seem blithely indifferent about the industrial-scale destruction of human foetuses?

There seems to me to be several possible answers to this question. Firstly, could it be that the British public refuses to believe that human beings are actually alive until they are born? A YouGov poll from 2013 suggests that a remarkable 17 per cent of the population do subscribe to this belief, while a further 30 per cent apparently believe that human life begins ‘at some point during pregnancy’ – effectively subscribing to the pre-scientific belief in ‘quickening’.

That does still leave 44 per cent of the public who believe that life begins at conception, yet only 28 per cent want to lower the abortion limit, however, and a mere seven per cent want abortion outlawed altogether. So it really seems that there is a significant body of British opinion which accepts that a 24-week-old foetus is alive but which is nevertheless happy to see that life terminated – even if mother and baby are healthy.

I suspect it really comes down to two things: firstly, that the issue of abortion has been so promoted as an issue of women’s rights that a lot of people can only see it in that way. Secondly, while public opinions on animal rights are shaped by the endless footage, on David Attenborough’s shows and elsewhere, of animals either dead or in distress, we never see images of humans below the age of 24 weeks, or of foetuses which have been aborted. They are kept from us. I suspect opinions might shift somewhat if we did see those images as much as we saw images of unfortunate animals.

Jeremy Corbyn’s manifesto for animals will not make me more likely to vote for him. But if Labour or any other party were brave enough to come out in favour of restricting abortion they would take a huge step towards winning my vote. Clearly, there are cases where abortion must unfortunately take place, where to continue with a pregnancy would kill mother and/or child. But I find it extraordinary that so many of us apparently value the lives of furry creatures over those of humans.

 

Reacties uitgeschakeld voor Why are animals more important than unborn children?

Designbaby’s of de voortplanting van de toekomst

De Groene Amsterdammer nr. 6,  7 februari 2018 Auteur: Britta van Beers, Britta van Beers is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam Essay: We zijn blij met de assemblage van…

De Groene Amsterdammer nr. 6,  7 februari 2018

Auteur: Britta van Beers, Britta van Beers is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Essay: We zijn blij met de assemblage van onze iZoon

 

Het kabinet wil meer ruimte geven aan nieuwe voortplantingstechnologieën, die diep kunnen ingrijpen in onze opvattingen over menselijk leven. Is het acceptabel dat een kind een klinische constructie is? De liberale eugenetica ontleed.

Drie technologieën staan op het punt

Drie technologieën staan op het punt de menselijke voortplanting revolutionair te veranderen. De productie van kunstmatige zaad- en eicellen via in-vitrogametogenese (IVG) is door wetenschappers aangekondigd; het DNA van menselijke embryo’s is voor het eerst succesvol gewijzigd door middel van human gene editing, en de eerste baby met drie genetische ouders is geboren na celkerntransplantatie. Meer dan ooit is de mens in staat om de toekomst van menselijke voortplanting en daarmee ook zijn eigen toekomst als soort te bepalen. Hoe hiermee om te gaan in een liberale, op humanistische waarden gebaseerde democratie?

In politieke en wetenschappelijke kringen is het volgende antwoord steeds vaker te horen: echte liberaal-democraten en humanisten leggen voortplantingstechnieken niet aan banden, maar zoeken naar manieren om deze veilig te introduceren in de vruchtbaarheidskliniek. Maar dat antwoord getuigt van een kortetermijnvisie die noch aan de complexiteit van deze dilemma’s, noch aan het liberaal-democratische en humanistische gedachtegoed recht doet. Een nadere blik op de drie genoemde voortplantingstechnieken kan dat duidelijk maken, te beginnen met de creatie van kunstmatige geslachtscellen.

Met in-vitrogametogenese (IVG) moet het mogelijk worden om zaad- en eicellen in het lab te creëren. Bij muizen is het gelukt om nageslacht met zulke kunstmatige geslachtscellen te produceren. Binnen tien tot twintig jaar denkt men deze techniek ook aan wensouders te kunnen aanbieden. Het plan is om menselijke huidcellen eerst te herprogrammeren tot pluripotente stamcellen, en vervolgens deze stamcellen te stimuleren om zich te ontwikkelen tot geslachtscellen. Het eerste is al mogelijk, naar de tweede stap wordt nog veel onderzoek gedaan.

IVG doorbreekt de laatste biologische barrières van de menselijke voortplanting. Mannen kunnen dan zelfs genetisch eigen eicellen produceren, en vrouwen zaadcellen. Niet alleen zullen onvruchtbare en homoseksuele wensouders in staat zijn om een genetisch eigen kind te krijgen, ook solo-voortplanting, waarbij eicellen worden bevrucht met het sperma van dezelfde persoon, wordt dan mogelijk. Of postmenopauzaal genetisch moederschap waarbij vijftig-plusmoeders niet langer afhankelijk zijn van gedoneerde eicellen, en meer-ouder-voortplanting, waarbij het kind genetisch verwant is aan meer dan twee ouders, bijvoorbeeld zes of twintig ouders. Sommigen verwelkomen deze ontwikkeling als een democratisering van voortplanting. Voortplanting door en met iedereen, ongeacht geslacht, vruchtbaarheid, leeftijd of aantal wensouders.

Als we Stanford-jurist Henry Greely mogen geloven, zullen uiteindelijk ook jonge, vruchtbare, heteroseksuele koppels massaal overstappen op IVG. Hij voorspelt in zijn boek The End of Sex and the Future of Human Reproduction (2016) een nabije toekomst waarin iedereen met een kinderwens zich langs kunstmatige weg voortplant. Zijn redenering gaat als volgt. Dankzij IVG wordt IVF een laagdrempelige vorm van voortplanting. Binnen de huidige IVF-praktijk moeten eicellen nog worden geoogst via een chirurgische ingreep nadat de wensmoeder een intensieve hormoonbehandeling heeft ondergaan. Dit traject is niet vrij van gezondheidsrisico’s voor de vrouw. Bij IVG hoeft de wensmoeder alleen wat huidcellen achter te laten in het IVF-lab. Daar komt geen mes of hormoon aan te pas.

De vraag blijft waarom men zich überhaupt langs kunstmatige weg zou willen voortplanten. De ouderwetse manier is en blijft toch plezieriger? Greely’s antwoord is dat IVG de creatie van embryo’s zo eenvoudig zal maken dat voortplantingsartsen aan wensouders een ongekend menu van genetische keuzes kunnen voorschotelen. Want waarom zou je je beperken tot de creatie van een handvol embryo’s? IVG maakt het mogelijk om in één keer honderd embryo’s of meer te creëren. Een aantal Harvard-wetenschappers muntte de term embryo farming al om die toekomstige praktijk te benoemen. Uit deze embryo’s kunnen de ouders in spe vervolgens een selectie maken op basis van genetische screening.

En ook deze screeningsmethoden ontwikkelen zich in een rap tempo. Bij huidige vormen van embryoselectie, ook wel ‘preïmplantatie genetische diagnostiek’ (PGD) genoemd, zoekt men doelgericht naar bepaalde ernstige genetische mutaties. Dat wordt anders zodra men het complete DNA-profiel van embryo’s in kaart kan brengen, en daarmee allerlei genetische predisposities op het spoor kan komen. Dit laatste wordt mogelijk met de toepassing van zogeheten whole genome sequencing-technieken op embryo’s.

IVG gecombineerd met whole genome sequencing resulteert in een proces van voortplanting dat Greely easy PGD noemt. Volgens hem zal ieder weldenkend mens easy PGD uiteindelijk omarmen. Want zijn wij onze kinderen niet het allerbeste verschuldigd? In de huidige prestatiemaatschappij lijkt zijn toekomstvoorspelling niet ongegrond. In vergelijking met hightech-voortplanting is seksuele voortplanting maar een amateuristische, onveilige en klunzige bedoeling met suboptimale uitkomst.

Oxford-filosoof Julian Savulescu ziet daarom alleen maar voordelen, niet alleen voor de wensouders, maar ook voor de kinderen zelf en de samenleving. Stel je voor dat je honderdduizend embryo’s creëert, vertelt hij glunderend in de eerste aflevering van De volmaakte mens(VPRO/HUMAN), dan kun je kinderen krijgen met de gunstigst denkbare genen. ‘Zulke kinderen zou je langs seksuele weg nooit hebben kunnen produceren, tenzij je honderden levens tot je beschikking had’, aldus Savulescu.

Op de vraag of deze keuzemogelijkheden niet leiden tot een eugenetische samenleving antwoordt Savulescu dat aan dat begrip ten onrechte negatieve associaties kleven. In tegenstelling tot bij bijvoorbeeld de nazi-eugenetica is hier sprake van een vorm van mensverbetering die gebaseerd is op de vrije keuze van ouders. Met andere woorden: eugenetica vindt dan niet van staatswege plaats, maar wordt, net als andere domeinen van het leven, geprivatiseerd. Deze geprivatiseerde eugenetica noemt men in academische kringen een liberale eugenetica.

Waar IVG vooralsnog toekomstmuziek is

Waar IVG vooralsnog toekomstmuziek is, schrijft human gene editing, een soort cut-copy-paste-techniek om de menselijke genetische code te herschrijven, nu al geschiedenis. In augustus 2017 is een Amerikaans team van wetenschappers erin geslaagd om het DNA van menselijke embryo’s succesvol te bewerken. Het doelwit van de ingreep was een genetische mutatie die gelieerd is aan een ernstige hartafwijking.

Met deze doorbraak is het startschot gegeven voor kiembaanmodificatie: het aanbrengen van wijzigingen in het DNA die niet alleen doorwerken in het genetische profiel van het kind, maar ook in dat van toekomstige generaties. Kiembaanmodificatie is sinds de jaren negentig verboden in verschillende internationale verdragen en verklaringen. Ook in Nederland is er sprake van een absoluut verbod. De vraag is echter hoe lang dat nog zo blijft. Sinds de recente successen met gene editing staan wereldwijd de bestaande verbodsbepalingen onder druk, ook hier in Nederland.

Een derde en laatste ontwikkeling is celkerntransplantatie, een soort mengvorm van IVG en kiembaanmodificatie. Met deze techniek kan men defect mitochondriaal DNA vervangen door gezond mitochondriaal DNA van een eiceldonor, om zo te voorkomen dat de mitochondriale aandoening van de wensmoeder aan het nageslacht wordt doorgegeven. Dit proces zou een oplossing kunnen bieden voor ongeveer vijftien procent van de mitochondriale aandoeningen. Hierbij wordt een eicel van een gezonde donor uitgehold en gevuld met de kern van een eicel van de wensmoeder. Vervolgens wordt deze samengestelde eicel bevrucht met het zaad van de wensvader.

Ook al vertegenwoordigt mitochondriaal DNA minder dan één procent van het totale DNA van een persoon, toch is ook deze techniek baanbrekend te noemen. Strikt genomen is hier sprake van ingrijpen in de kiembaan: de wijziging in het DNA wordt doorgegeven aan toekomstig nageslacht. Daarnaast is het resultaat van de ingreep een kind dat genetisch verwant is aan twee vrouwen en één man. Om die reden spreekt men in de volksmond van ‘three parent babies’.

In 2016 is in New York dankzij een Chinese arts bij Jordanese wensouders de eerste three parent baby geboren

In Nederland is celkerntransplantatie, net als IVG, ongereguleerd. Hierover heeft de politiek zich nog niet uitgesproken. Momenteel is Engeland het enige land wereldwijd waar het parlement het licht op groen heeft gezet voor het gebruik van celkerntransplantatie ter preventie van mitochondriale aandoeningen. Desondanks is in september 2016 de eerste three parent baby in New York geboren bij Jordanese wensouders dankzij een in Amerika werkzame Chinese arts, John Zhang. Om de Amerikaanse regelgeving te omzeilen vond de conceptie van het kind plaats in Mexico, waar nauwelijks regulering op dit terrein is. Zhang vergelijkt de grensoverschrijdende ‘productie’ van het kind met de totstandkoming van een iPhone, die ontworpen is in Californië, maar geassembleerd in China.

De eerste tastbare gevolgen van deze technologische ontwikkelingen worden dus nu al zichtbaar.

De eerste tastbare gevolgen van deze technologische ontwikkelingen worden dus nu al zichtbaar. Tegen het einde van het vorige kabinet deed Edith Schippers, als toenmalig minister van Volksgezondheid, een voorzet voor regulering. In mei 2016 stelde zij de Tweede Kamer voor om de Embryowet te wijzigen. De huidige wet staat alleen onderzoek met restembryo’s toe, oftewel embryo’s die zijn overgebleven van vruchtbaarheidsbehandelingen. Voor onderzoek naar de drie hierboven genoemde technologieën hebben wetenschappers echter behoefte aan embryo’s uit het allereerste stadium van ontwikkeling.

Reden voor Schippers om te pleiten voor opheffing van het verbod op het kweken van embryo’s. Zij wil de creatie van embryo’s toestaan voor onderzoek dat mogelijk bijdraagt aan oplossingen voor wensouders die lijden aan ongewenste kinderloosheid of aan ernstige genetische ziektes die zij niet aan hun kinderen willen doorgeven. Volgens Schippers voldoet onderzoek naar IVG, kiembaanmodificatie en celkerntransplantatie aan deze eisen. Door de verkiezingen en formatie-onderhandelingen is het nog niet tot een parlementair debat over haar voorstel gekomen, laat staan tot een wijziging van de Embryowet.

Schippers’ plannen waren veel besproken in de media, en leken zelfs een splijtzwam bij de formatie-onderhandelingen. Maar ondanks alle ophef en aandacht bleven de meest verstrekkende gevolgen van het voorstel onbenoemd. Vrijwel alle aandacht in politiek en media ging naar de vraag of het voorstel wel door de beugel kan vanuit het oogpunt van de beschermwaardigheid van het embryo. De fricties tussen D66 en de ChristenUnie op dat front werden breed uitgemeten.

Op zich betekent Schippers’ brief inderdaad een fundamentele koerswijziging ten aanzien van embryo’s. Haar voorstel geeft groen licht aan de productie van menselijk leven: menselijk leven dat niet voor menselijke reproductie wordt gekweekt, maar voor zuiver instrumenteel-wetenschappelijke doeleinden, door samenvoeging van een eitje en zaad van verder niet betrokken donoren. Maar dat is nog maar de helft van Schippers’ plannen. Aan de basis van haar voorstel staat een langetermijnvisie op de legitimiteit van controversiële voortplantingstechnologie die in de meeste landen niet is toegestaan. Schippers’ embryopolitiek is daarmee in wezen ook een vorm van voortplantingspolitiek.

In maart 2017 volgden de Gezondheidsraad en de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) in Schippers’ voetsporen. Deze organisaties adviseerden in een gezamenlijk rapport om niet alleen het kweekverbod, maar ook het verbod op kiembaanmodificatie op te heffen zodra deze techniek klinisch veilig is bevonden om in te zetten voor het verwijderen van ernstige genetische defecten. Ook het Humanistisch Verbond liet bij monde van voorzitter en ex-D66-parlementariër Boris van der Ham weten zich achter deze voorstellen te scharen.

Als de Tweede Kamer deze adviezen overneemt om de Embryowet op te rekken, neemt zij dus stilzwijgend ook een visie over op de morele aanvaardbaarheid van IVG, kiembaanmodificatie en celkerntransplantatie. Het huidige kabinet heeft de knoop nog niet doorgehakt. Uit het regeerakkoord blijkt dat Rutte III eerst het maatschappelijke debat en nadere advisering wil afwachten, voordat er principiële keuzes worden gemaakt.

De belangrijkste vraag in dat maatschappelijke debat zal zijn welke plaats voortplantingstechnologieën moeten krijgen in een liberale democratie die gebaseerd is op humanistische waarden als vrijheid, autonomie en menselijke waardigheid. Schippers, D66, de Gezondheidsraad en COGEM en het Humanistisch Verbond hebben hun antwoord al klaar: we mogen deze technologieën niet te veel belemmeren. Voor hen is het vanzelfsprekend dat een democratische samenleving ‘ja’ zegt tegen ‘democratisering van voortplanting’. Zolang wensouders in vrijheid gebruik maken van het genetisch keuzeaanbod zegt een liberaal geen ‘nee’ tegen de liberale eugenetica. Sterker nog: de keuzevrijheid van wensouders moet worden beschermd als een mensenrecht.

Deze alliantie van VVD- en D66-liberalen en adviesorganisaties heeft natuurlijk een belangrijk punt. Nieuwe voortplantingstechnologie kan bijdragen aan het voorkomen van ernstige ziektes. Maar hun visie doet geen recht aan de complexiteit van de dilemma’s die deze ontwikkelingen teweegbrengen. Ook voor liberaal-democraten en humanisten is er alle reden om zich ernstig zorgen te maken over de mogelijk radicale gevolgen van deze technologieën.

Zo kan een liberaal-democraat zich afvragen hoe democratisch het is om technologieën toe te laten die niet alleen ingrijpende gevolgen hebben voor het huidige electoraat, maar ook voor toekomstige kinderen en generaties. De stem van deze kinderen en generaties wordt, in tegenstelling tot die van bijvoorbeeld wensouders, niet gehoord. Dat geeft te denken over het democratisch gehalte van deze voorstellen. Zoals techniekfilosoof Hans Jonas al in 1985 opmerkte over de krachten die worden ontketend door genetische modificatie: ‘The other side of the power of today is the future bondage of the living to the dead.’

Met name wanneer het gaat om kiembaanmodificatie is dat duidelijk: wijzigingen die worden aangebracht in het DNA van een kind worden eveneens doorgegeven aan toekomstige generaties. Daarmee raken deze ingrepen aan de integriteit van het menselijk genoom. De Unesco International Bioethics Committee is dan ook bezorgd over kiembaanmodificatie. In internationale verdragen wordt het menselijk genoom beschermd als ‘gemeenschappelijke erfenis van de mensheid’. Volgens de commissie is deze erfenis ‘one of the premises of freedom itself and not simply raw material to manipulate at leisure’.

Dat roept de vraag op waarom men überhaupt de radicale weg van kiembaanmodificatie wil inslaan. Er zijn ook minder ingrijpende manieren om ernstige ziektes te voorkomen bij het nageslacht. Zo kan men met embryoselectie in veruit de meeste gevallen hetzelfde doel bereiken, zeker gezien de nieuwe screeningsmogelijkheden. Kinderen die geboren zijn via embryoselectie zullen zich bovendien minder snel beklagen over de interventies van hun ouders, aangezien het alternatief was geweest dat zij niet waren geselecteerd en dus niet geboren.

In het geval van kiembaangentherapie is dat problematischer aangezien een kind wel degelijk anders geboren had kunnen worden, namelijk zonder modificatie. Zelfs techno-optimist Savulescu geeft om die reden de voorkeur aan embryoselectie boven kiembaanmodificatie. Volgens de Gezondheidsraad en COGEM is het feit dat kiembaanmodificatie ook doorwerkt in volgende generaties juist pure winst. Dan ben je als familie en samenleving tenminste voor altijd van de genetische defecten verlost.

Vanuit liberaal-democratisch perspectief is ook de dominantie van het risicodenken in deze discussies problematisch. Zo vooronderstelt Schippers’ voorstel tot opheffing van het kweekverbod dat het belangrijkste bezwaar tegen het toelaten van deze technologieën is gelegen in klinische risico’s. Onderzoek met gekweekte embryo’s kan deze gezondheidsrisico’s verminderen of wegnemen. Maar moeten we het niet eerst hebben over de vraag of we deze technologieën überhaupt wenselijk vinden? Of welke maatschappelijke impact zij zullen hebben?

Volgens Harvard-wetenschapsfilosoof Sheila Jasanoff getuigt de risicobenadering van kiembaanmodificatie van een ernstig democratisch tekort. Wetenschappers zullen in maatschappelijke discussies domineren aangezien zijzelf bij uitstek in staat zijn tot de risicocalculatie, en burgers worden niet geprikkeld om na te denken over de vraag welke toekomst zij voor zichzelf en toekomstige generaties wensen.

In dat opzicht is het regeerakkoord van Rutte III te prijzen. Kleurloos is de medisch-ethische paragraaf van het regeerakkoord ongetwijfeld. Maar gezien de grote belangen die op het spel staan, is er ook veel voor te zeggen om deze kwestie niet af te doen via formatie-onderhandelingen achter gesloten deur. Het is in de eerste plaats aan burgers en democratisch gekozen Kamerleden, en niet aan wetenschappers en deskundigen, om te bepalen wat beginselen als vrijheid, gelijkheid en waardigheid betekenen voor de regulering van de liberale eugenetica.

Daarmee komen we bij de waarden

Daarmee komen we bij de waarden en idealen van het humanisme. Voor humanisten is het, meer dan ooit, tijd om op de bres te springen voor de menselijkheid van de mens in een hoogtechnologische samenleving. Maar wat betekent menselijke waardigheid? De Gezondheidsraad en COGEM benadrukken in hun rapport dat kiembaanmodificatie zowel in overeenstemming is met de waardigheid van kinderen, aangezien hun defecte genen worden vervangen door gezonde genen, als met de waardigheid van wensouders, omdat hun de vrijheid wordt gelaten al dan niet gebruik te maken van de techniek. Die redenering is krachtig, maar ook simplistisch. Humanisten die onder waardigheid alleen verlichting van lijden en zelfbeschikking verstaan, hebben een te beperkt beeld van wat de mens tot mens maakt. Er zijn in deze context meerdere dimensies van waardigheid in het spel, die tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Neem de toelichting bij het Europese verbod op kiembaanmodificatie. Daarin  wordt de centrale gedachte van het bestaande verbod als volgt verwoord: ‘The ultimate fear is of intentional modification of the human genome so as to produce individuals or entire groups endowed with particular characteristics and required qualities.’ Anders gezegd: de internationale rechtsorde vreest voor een verwording van de menselijke reproductie tot de productie van mensen, en een degradatie van kinderen tot objecten van manipulatie. Zo bezien vormt kiembaanmodificatie juist een bedreiging van de menselijke waardigheid.

Dat die bedreiging niet denkbeeldig is, blijkt uit de reeds bestaande, wereldwijde voortplantingsmarkt. Daar is alles te koop voor hedendaagse wensouders met een creditcard en internetverbinding, van eicellen tot draagmoeders. Dankzij het uitdijend arsenaal van voortplantingstechnieken begint deze voortplantingsmarkt inmiddels het karakter van een wereldwijde ‘genetische supermarkt’ te krijgen.

Dat ook de resulterende kinderen in die context steeds meer worden opgevat als een consumptiegoed voor de hoogste bieder blijkt uit het toenemende aantal schandalen dat in de afgelopen jaren de media heeft gehaald. De klant is koning, ook op de voortplantingsmarkt, zodat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen met een genetisch defect worden ‘afgenomen’. Denk aan de ophef rondom baby Gammy, een jongetje met Down, geboren bij een Thaise draagmoeder, wiens Australische wensouders weigerden hem op te halen in de zomer van 2014. Zijn tweelingzusje Pippa mocht wel mee. De wensouders redeneerden dat de Thaise draagmoeder maar had moeten doen wat zij haar halverwege de zwangerschap hadden opgedragen na genetische screening: de helft van de tweeling aborteren.

Humanisten dienen zich niet alleen

Humanisten dienen zich niet alleen om de waardigheid van het kind te bekommeren; ook de waardigheid van wensouders is in het geding. Hoe vrij zullen toekomstige ouders zijn in hun keuze om gebruik te maken van het aanbod van voortplantingstechnologieën? Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken hoe IVG kan leiden tot ‘ouderschapsdiefstal’. Iemand hoeft alleen maar wat van jouw huidcellen te bemachtigen om zich met jou te kunnen voortplanten. Daarnaast spelen financiële beperkingen. Het gevaar bestaat dat sociaal-economische verschillen in de maatschappij zich zullen voortzetten op genetisch niveau.

De vraag is ook hoe ouders zullen beslissen voor welke doeleinden zij de technieken willen inzetten. Nu luidt het voorstel om het gebruik alleen toe te laten ter preventie van ernstige ziektes. Het begrip ‘ernstige ziekte’ is echter lastig af te bakenen. Dat hebben we al gezien in de discussie over voltooid leven, waarbij het begrip ‘lijden’ steeds verder is opgerekt; en dat zien we ook bij het bestaande aanbod van kunstmatige voortplanting. Een goede illustratie biedt de London Sperm Bank, die eind 2015 verkondigde voortaan zaad te weigeren van spermadonoren met ADD, ADHD en dyslexie. Niet alleen draaiden Einstein, Da Vinci en Mozart zich om in hun graf, maar ook maakte de maatregel veel verontruste reacties los.

Die verontrusting heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de manier waarop een zekere maatschappelijke norm zich begint af te tekenen met betrekking tot voortplanting. Hoe men zich voortplant, met wie, onder welke omstandigheden en met gebruikmaking van welk screeningsaanbod is dan niet langer een vrijblijvende keuze, maar zal mede het resultaat zijn van dominante visies in de samenleving over wat ouders aan hun toekomstige kind verplicht zijn. Bovendien voorzien nieuwe voortplantingstechnieken niet alleen in bestaande behoeften. Zoals het Centrum voor Ethiek en Gezondheid schrijft in een recente signalering (2017) zal bijvoorbeeld het aanbod van IVG ook een nieuwe vraag creëren. Mensen die nooit aan voortplanting hebben gedacht krijgen dankzij IVGopeens voortplanting binnen handbereik.

Die nieuwe behoeftes worden mede gestuurd en gevoed door de markt. Dat heeft John Zhang, de arts die de eerste three parent baby op de wereld heeft gezet, goed door. Sinds juni 2017 runt Zhang start-up Darwin Life die met de techniek van celkerntransplantatie een nieuw marktsegment wil aanboren: vrouwen tussen de 42 en 47 jaar, van wie de eicellen wel een verjongingskuur kunnen gebruiken. Het overplaatsen van de celkern van een ‘oude’ eicel in de ontkernde eicel van een jonge donor zou precies dat effect kunnen hebben. Behandeling gaat tussen tachtig- en honderdduizend dollar kosten. Zhang kijkt er al naar uit om deze techniek te combineren met kiembaanmodificatie. Want, zo zegt hij zelf over zijn bedrijf, ‘everything we do is a step toward designer babies. With nuclear transfer and gene editing together, you can really do anything you want.’

Hoewel liberaal-democraten en humanisten

Hoewel liberaal-democraten en humanisten op het eerste gezicht alle reden lijken te hebben om nieuwe vormen van kunstmatige voortplanting te vieren als een uitbreiding van menselijke vrijheid en autonomie geven diezelfde waarden bij nader inzien eveneens aanleiding tot ernstige bedenkingen bij deze technologische ontwikkelingen. Die ambivalentie kan verklaren waarom organisaties die de mensenrechten hoog in het vaandel houden, zoals de Raad van Europa en Unesco, al sinds de jaren negentig voortplantingstechnieken als kiembaanmodificatie en klonen in verschillende verklaringen verbieden, ook al wordt daarmee het recht op voortplanting van de wensouders ingeperkt.

Voor die inperking bestaat een goede reden. Want hoe kunnen mensenrechtelijke vrijheden als hoogste waarde blijven functioneren als het fundament van deze vrijheidsrechten, oftewel onze menselijkheid zelf, tot inzet en object wordt van deze vrijheidsrechten? Niet alleen het onderscheid tussen persoon en zaak, en tussen geboren en gemaakt, dreigt daarmee te vervagen; ook is op voorhand niet duidelijk of de mens de consument of het product zal zijn van de genetische supermarkt.

In die zin is er veel te leren van het huidige debat over internetdata, algoritmen en techgiganten als Google en Facebook. Daar wordt zichtbaar hoe technologie die belooft de menselijke vrijheid te vergroten zich uiteindelijk ook tegen de menselijke vrijheid kan keren. Volgens een recent rapport van het Rathenau Instituut, Regels voor het digitale mensenpark, is er zelfs een sterke verwantschap tussen de ‘persuasieve technologieën’ die IT-bedrijven inzetten en kiembaanmodificatie. Waar de mens wordt getemd via persuasieve technologie die in staat is het gedrag van mensen te beïnvloeden op basis van de datasporen die ze achterlaten wanneer ze gebruik maken van digitale media, daar wordt de mens geteeld via genetische interventies zoals kiembaanmodificatie op basis van de data die vrijkomen bij genetische screening en sequencing. De overgang van menselijke reproductie naar de productie van menselijke embryo’s en van embryoproductie naar de productie van mensen is daarmee compleet.

 

 

Reacties uitgeschakeld voor Designbaby’s of de voortplanting van de toekomst

Type uw zoekwoord in onderstaand veld. Druk hierna op enter/return om te zoeken