Duiding
Zwangerschapsafbreking tot 24 weken, abortus provocatus

In Nederland worden ongeveer 30.000 abortussen per jaar uitgevoerd, dat zijn zwangerschappen die tot 24 weken worden afgebroken. Zie de Jaarrapportage 2013 van de Wet afbreking Zwangerschap van de Inspectie voor Gezondheidszorg, Den Haag 2014.
Om een idee te krijgen waar het bij de abortuspraktijk om gaat worden hier een aantal cijfers weergegeven.

Hoofdlijnen Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ)
kerncijfers abortus pagina
Hoofdlijnen Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ)

De wet Afbreking Zwangerschap (WAZ)  houdt regels in met betrekking tot het afbreken van zwangerschap vóór 24 weken zwangerschap. Voor de wet is een kind bij 24 weken zwangerschap levensvatbaar buiten het lichaam van de moeder. De WAZ bevat ook regels voor de besluitvorming en de uitvoering van zwangerschapsafbrekingen. Verder bevat de wet regels inzake vergunningen en de zorgvuldigheidseisen die aan inrichtingen -waar abortus mag worden uitgevoerd- worden gesteld. En de WAZ geeft regels inzake registratie van de behandelingen gericht op het afbreken van de zwangerschap, regels die erop gericht zijn om commercialisering tegen te gaan.

Ook geeft de WAZ aan, dat niemand verplicht kan worden aan een zwangerschapsafbreking medewerking te verlenen, als hij/zij in het algemeen of in een concreet geval onoverkomelijke bezwaren heeft.

Daarnaast bevat de WAZ in de artikelen 15 t/m 18 strafbepalingen. De tegenstelling tussen enerzijds regulering en anderzijds het verbod op afbreking zwangerschap vinden we ook terug in de wet. Aanvaard is dat een zwangerschap mag worden afgebroken, als aan bepaalde voorwaarde is voldaan. Er moet o.a sprake zijn van een onontkoombare noodsituatie. De wetgever heeft geen nadere toelichting gegeven bij het begrip noodsituatie. Het besluit of er sprake is van een noodsituatie wordt overgelaten aan de verantwoordelijkheid van de vrouw en de arts (MvT, TK 15475, nr 3, p. 18). Toetsing van het bestaan van een noodsituatie vindt plaats in de praktijk.

In art. 82a Wetboek van strafrecht (WvSR) is bepaald dat vruchtafdrijving strafbaar is, wanneer de vrucht op het moment van de zwangerschapsafbreking zelfstandig levensvatbaar moet worden geacht.

Parlementaire discussie over zgn. abortuspil

Per 1 februari 2017 is het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap, om medicamenteuze zwangerschapsafbreking bij de huisarts mogelijk te maken aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 34 673).

Bij brief van 1 november 2017 (Kamerstuk 34 700, nr. 50) is de Kamer bericht over het kabinetsbesluit om dit wetsvoorstel in te trekken.

Het kabinetsbesluit sluit aan bij de door de vier regeringspartijen over dit wetsvoorstel getrokken conclusie. Aan die conclusie liggen ten grondslag dat de Raad van State zeer kritisch over het wetsvoorstel heeft geadviseerd, dat de abortuspil afdoende beschikbaar is en dat de administratieve lasten vanwege de voorgestelde vergunningsplicht tot veel discussie bij de huisartsen heeft geleid. Deze aspecten hebben de vier partijen tot de eensluidende conclusie gebracht dat het wetsvoorstel niet dient te worden voortgezet.

Koppeling naar wet
Jurisprudentie

Jurisprudentie volgt later