Duiding
Zwangerschapsafbreking tot 24 weken, abortus provocatus

In Nederland worden ruim 30.000 abortussen per jaar uitgevoerd, dat zijn zwangerschappen die tot 24 weken worden afgebroken. Zie Jaarrapportage 2016 van de Wet afbreking Zwangerschap van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Utrecht, januari 2018.
Om een idee te krijgen waar het bij de abortuspraktijk in Nederland om gaat worden hier een aantal cijfers weergegeven, (pagina 6 van het rapport).

  • Aantal zwangerschapsafbrekingen 30.144: -Bij vrouwen in Nederland woonachtig: 26.482; -Bij vrouwen in buitenland woonachtig: 3.649.
  • Zwangerschapsduur bij de afbreking: -Eerste trimester t/m 12 weken: 24.548; -Tweede trimester 13-24 weken: 5.538
  • Zwangerschapsafbreking bij tieners: 2.941
  • Aantal zwangerschapsafbrekingen in een abortuskliniek: 27.555. Aantal zwangerschapsafbrekingen in een ziekenhuis: 2.589
Wettelijke regelingen afbreking zwangerschappen

De afbreking van de zwangerschap is geregeld in drie wettelijke regelingen: De Wet afbreking zwangerschap, het Besluit afbreking zwangerschap en enkele bepalingen in het Wetboek van Strafrecht.

Uitgangspunten zijn: ten eerste dat aan een vrouw, die zich in een noodsituatie bevindt als gevolg van een ongewenste zwangerschap, hulp moet worden geboden. Daarbij dienen de vrouw, de arts en andere hulpverleners die bij de voorbereiding van een beslissing omtrent zwangerschapsafbreking betrokken zijn, de grootst mogelijke zorgvuldigheid te betrachten. Het tweede uitgangspunt is, dat het ongeboren leven bescherming toekomt. Daartoe zijn procedurele waarborgen in de wet opgenomen (MvT, TK 15475, nr 3, p. 9).

Verder beoogt de wet waarborgen te bieden, om te bereiken dat de zwangerschapsafbreking in medisch opzicht en vanuit het oogpunt van goede nazorg voor de vrouw, aan hoge eisen voldoet.

Hoofdlijnen Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ)

De Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ)  bevat regels voor de besluitvorming en de uitvoering van zwangerschapsafbrekingen. Verder bevat de wet regels inzake vergunningen en de eisen die aan inrichtingen -waar abortus mag worden uitgevoerd- worden gesteld. Voorts geeft de WAZ regels inzake registratie van de behandelingen, gericht op het afbreken van de zwangerschap, regels die erop gericht zijn om commercialisering tegen te gaan.  Ook geeft de WAZ aan, dat niemand verplicht kan worden aan een zwangerschapsafbreking medewerking te verlenen, als hij/zij in het algemeen of in een concreet geval onoverkomelijke bezwaren heeft.

Daarnaast bevat de WAZ in de artikelen 15 t/m 18 strafbepalingen. De tegenstelling tussen enerzijds regulering en anderzijds het verbod op afbreking zwangerschap vinden we ook terug in de wet. Aanvaard is dat een zwangerschap mag worden afgebroken, als aan bepaalde voorwaarde is voldaan. Er moet o.a sprake zijn van een onontkoombare noodsituatie. De wetgever heeft geen nadere toelichting gegeven bij het begrip noodsituatie. Het besluit of er sprake is van een noodsituatie wordt overgelaten aan de verantwoordelijkheid van de vrouw en de arts (MvT, TK 15475, nr 3, p. 18). Toetsing van het bestaan van een noodsituatie vindt plaats in de praktijk.

Parlementaire discussie over zgn. abortuspil

Per 1 februari 2017 is het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap, om medicamenteuze zwangerschapsafbreking bij de huisarts mogelijk te maken aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 34 673).

Bij brief van 1 november 2017 (Kamerstuk 34 700, nr. 50) is de Kamer bericht over het kabinetsbesluit om dit wetsvoorstel in te trekken. Het kabinetsbesluit sluit aan bij de door de vier regeringspartijen over dit wetsvoorstel getrokken conclusie. Aan die conclusie liggen ten grondslag dat de Raad van State zeer kritisch over het wetsvoorstel heeft geadviseerd, dat de abortuspil afdoende beschikbaar is en dat de administratieve lasten vanwege de voorgestelde vergunningsplicht tot veel discussie bij de huisartsen heeft geleid. Deze aspecten hebben de vier partijen tot de eensluidende conclusie gebracht dat het wetsvoorstel niet dient te worden voortgezet.

Op 15 februari 2018 kwam Groen links en PvdA met een initiatiefvoorstel om legale medicamenteuze afbreking van de zwangerschap via de huisarts mogelijk te maken.  Een maand later lanceerde de VBOK een tegenpetitie, mede ondersteund door Juristenvereniging Pro Vita.

Op 6 september 2018 werd de petitie ‘De abortuspil niet bij de huisarts – vrouw en kind verdienen beter‘ door Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) aangeboden aan de Tweede Kamer.

Zie ook vragen en antwoorden bij de abortuspil.

Koppeling naar wet
Jurisprudentie

Jurisprudentie volgt later